Class notes - Ontwikkelingspedagogiek

by
163 Flashcards en notities
1 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - Ontwikkelingspedagogiek

  • 1424127600 H1 Wat is opvoeding?

  • Biologisch beschouwd is de mens te vroeg...
    geboren
  • De grootste hoeveelheid van het hersenweefsel (70%) ontwikkeld zich bijvoorbeeld pas na de geboorte, gedurende zo’n twintig jaar.

  •  Opvoeding neemt dus als omgeving een deel over van de baarmoeder, met als gevolg dat de hersenen zich ook vormen naar het opvoedingsklimaat. Dit noemt men co-evolutie.
  • Er bestaat ook co-evolutie tussen de mogelijkheden die het onrijpe mensenkind met zich meebrengt en het ontstaan van cultuur. Juist het feit dat een pasgeborene niet kan staan en weglopen, maakt dat in de loop van het eerste levensjaar het staan en lopen veel meer dan bij anders diersoorten onder doelgerichte controle kan komen.
  • De totale opvoeding speelt zich af in een veel breder gebied: En dat bredere gebied is de school, de buurt, de cultuur en de invloed van de leeftijdsgenoten en andere kinderen/jongeren.
  • Wat is het uiteindelijke doel van de opvoeding?
    Het uiteindelijke doel van de opvoeding is de volwassenheid, wat eigenlijk staat voor onafhankelijkheid ten opzichte van de opvoeders

  • Pedagoog Langeveld; spreekt van zelfverantwoordelijke zelfbepaling. Dit betekent dat de opvoeding eindig is vanuit de positie van de opvoeder. Er wordt daarom ook wel gesteld dat indien de opvoeder ‘overbodig’ is geworden, de taak is vervuld. Er is dus geen sprake van een algemeen, statisch eindproduct.
  • Wat is exploratie?
    Veilige hechting maakt dat kinderen het uitgesproken verlangen hebben om hun omgeving te verkennen. 
  • 5 Types opvoeders:
    -De conservatieve materialisten; dit zijn opvoeders die behulpzaamheid hoog in het vaandel hebben. Zij sturen vooral aan op goede banen en goede inkomsten voor hun kinderen. (34%)

    -De doeners; dit zijn ouders die primaire deugden zoals hoffelijkheid en goede manieren centraal stellen. (28%). Willen dat kinderen goed presteren, dapper en trots zijn en zich weten te handhaven in de maatschappij.

    -de sociale idealisten (14%) ; deze ouders sturen aan op het ontwikkelen van sociale eigenschappen, zoals altruïsme, goede communicatie en verantwoordelijkheid.

    -de onopvallende conservisten (14%) ; dit zijn opvoeders die aansturen op eerlijkheid en de bevordering van gezondheid.

    -de gematigde hedonisten (10%) ; bij deze ouders staat levensvreugde hoog in het vaandel, samen met optimisme, humor, tolerantie en oog hebben voor de medemens.
  • Kinderen waren beschikbaar voor werkzaamheden en hadden daarmee een economisch en praktisch ‘nut’. Hoe meer kinderen, hoe meer inkomsten en hoe meer werk er werd verzet. Na de industriele revolutie veranderde dit.
  • In de twintigste eeuw ontstaat het zogenoemde Victoriaanse denken, waarbij de opvoeding autoritair, streng en dominant is. De volwassenheid wordt hiermee uitgesteld tot een latere periode. 

  •  Maria Montessori die stelde dat het onderwijs individueel moet zijn, John Dewey die ervan uitgaat dat kinderen zichzelf moeten opvoeden door te doen en hun eigen interesse te volgen, Alexander Neil, volgens wie ouderen kinderen niets moeten opleggen en ten slotte Carl Rogers, die uitgaat van een actualisatiebehoefte van het kind; het kind wil zelf iemand worden en als je dat met een rigide opvoeding tegengaat, ontstaat een rigide of incongruente persoonlijkheid die zich krampachtig probeert staande te houden en aan te passen aan de maatschappij.
  • Wat is effective parenting?

    Het conditioneren of het africhten van een kind. Denk aan programma’s als Supernanny, Schatjes, Bij ons thuis en Eerste hulp bij opvoeden.
  • STEP-programma

     systematic training for effective parenting. Dit trainingsprogramma waarbij concrete rollenspellen worden geoefend, is gebaseerd op een Amerikaans programma dat vijfendertig jaar geleden is ontwikkeld door Dinkmeyer en MCKay. De gelijkwaardigheid tussen de ouder en het kind en hun behoefte aan verbondenheid staat centraal. 
  • SESK-programma:

    Starke Eltern-starke Kinder. Gebaseerd op een Fins programma van de kinderbescherming in de jaren tachtig. SESK is een Duitse aanpassing hiervan. Hecht waarde aan de rechten van het kind, met name aan de opvoeding zonder geweld. Ouders moeten leren uitleggen wat de zin is van regels en grenzen.
  • Triple-P-programma:

    positive parenting program. Australisch programma dat door Matthew Sanders in 1999 is ontwikkeld om oudes en andere opvoeders te laten zien hoe zij hun kinderen op een positieve wijze kunnen begeleiden. Kort gezegd betekent het een positieve pedagogiek. Drie basisprincipes: -het zorgen voor een veilige en stimulerende omgeving -het creëren van een positieve leeromgeving -het leren hoe ouders het beste op ongewenst gedrag kunnen reageren. Dit betekent bijvoorbeeld dat schreeuwen of fysiek straffen geen effect heeft als het kind of de jongere ongewenst gedrag vertoont.
  • Langeveld(1979):
    beschouwt de opvoedingswetenschap als een analyse van een beschrijving van de opvoedingsverschijnselen. Dat betekent dat gebeurtenissen en voorvallen zoals deze beschreven worden door de opvoeder centraal staan en worden geanalyseerd. Dit noem je de fenomenologische benadering. De fenomenologie richt zich op gebeurtenissen en voorvallen zoals deze worden beleefd. De subjectieve waarneming van de opvoeder staat centraal, niet de fysische, objectieve werkelijkheid. Een situatie is dus niet goed of fout, maar wordt als goed of fout beleef. Een meer wetenschappelijke variant is de empirische fenomenologie. Hierbij gaat het ook om het beschrijven van opvoedingssituaties, maar deze worden daarnaast verzameld, in kaart gebracht en geanalyseerd. Volgens Langeveld is er in de voorschoolse periode nog geen sprake van eigenlijke opvoeding, maar slechts van gewenning of voorbereidende opvoeding. Voorbereidende opvoeding behelst routinehandelingen, gewoonten en herhaling van steeds dezelfde handelingen. Er wordt nog niet expliciet opgevoed met opvoedingsmiddelen om het gedrag van het kind te reguleren
  • Brezinka(1971):

    de opvoeding behelst volgens zijn visie niet het overbrengen van de verschillen tussen de opvoeders en opvoedelingen wat betreft de leeftijd en sociale positie. Het gaat vooral om verschillen in zelfstandigheid en mondigheid, die door de opvoeding moeten worden gestimuleerd. Accent ligt op interindividuele verschillen in niveau, capaciteit sociale ontwikkeling en moraliteit. Ook volwassenen kunnen worden opgevoed. In Nederland spreken we dan niet meer van pedagogiek, maar van andragogiek; het helpen en begeleiden van volwassenen met als doel hun welzijnssituatie te verbeteren.
  • Litt(1976):

    gaat met de fenomenologie verder en wil onderzoeken of er meer kindvolgend of meer sturend gehandeld dient te worden in een opvoedingssituatie. Wachsen Lassen. Aanhangers hiervan zijn niet geheel tegen enige inmenging en onderkennen de macht van de opvoeder, maar zij waarschuwen vooral voor het gevaar dat er kan schuilen in het uitoefenen van macht. Bij het Führen gaat het er vooral om een bepaald ideaal menstype te vormen. Of Litt hiermee doelt op de harmonische mens of de aangepaste mens, de humanistische of de christelijke wordt in het midden gelaten. Deze benadering is van praktische aard.
  • Montessori(1973): 

    heeft als visie dat degene die wordt opgevoed vooral op het juiste moment zaken moet krijgen aangereikt waarmee hij zich kan ontwikkelen. Bijvoorbeeld, als een kind interesse toont voor de geschreven teksten, zal het onafhankelijk van zijn leeftijd de mogelijkheid moeten krijgen om te leren lezen. Het observeren van deze periodes en het gehoor geven aan specifieke interesses is de primaire taak van de opvoeder thuis en op school. De opvoeder heeft als taak het kind moedig te maken en vertrouwen te geven in de wereld en in zichzelf. Het kind leert dat het leven een opgave is. 
  • Rousseau(1762):
    bepleit in zijn Emile eigenlijk al het ontwikkelingsdenken in de opvoeding, doordat hij de volwassene van de toekomst schetst als een jongeman die autonoom is en praktische problemen zelfstandig kan oplossen zonder zich daarbij te verlaten op de mening van gezaghebbende anderen
  • Beekman

     beschouwt pedagogiek als een plansysteem, waarbij doelen en middelen samen worden gebracht. De opvoeding zal volgens deze visie vooral een ingroeien in een pluriforme samenleving moeten zijn, waar levensbeschouwingen en verschillende culturen moeten leren samenleven. Verder zal moeten worden ingespeeld op snelle veranderingen in diezelfde samenleving. Ook is het de taak van de opvoeder om de opvoedeling te leren dat hij een grotere tolerantie moet opbrengen voor andere groepen en minderheden in de samenleving.
  • Spiecker
     benadrukt het belang van het humaniseren. Kinderen worden vanaf hun geboorte opgenomen in een menselijk handelingsveld. Als de opvoeder het kind imiteert, geeft deze het kind te kennen dat hij of zij het kind erkent en daarmee uitnodigt tot deelname aan de menselijke levensvormen. Het doel van de opvoeding is de persoonswording. De pedagogische relatie die tot de persoonswording kan uitgroeien.
  • Imelman(1980)

    als object van onderzoek de pedagogische atmosfeer in de opvoedingsrelatie, het gevoel van vertrouwen en geborgenheid om de opvoeding ee kans van slagen te kunnen geven. Hij slaat een brug naar de persoonlijkheidsleer en onderzoekt welke persoonlijke eigenschappen van belang zijn om een goede opvoeder te kunnen zijn.
  • Van IJzendoorn:

     bepleit de reflectie over waarden en normen die verband houden met opvoedingsdoelen en aanvaardbare opvoedingsmiddelen. Hiervoor bepleit hij veldexperimenten, waarin beschrijvingen, verklaringen en toepassingen hand in hand gaan.
  • Juul(2011):
    ouders moeten vooral worden begeleid bij hun introspectie. Het gaat in zijn ‘family-lab’ vooral om de vraag: hoe wil ik als opvoeder zijn? Welke waarden zijn van belang? Niet de vraag over wat doe ik goed of fout staat centraal. Ouders moeten vooral voor zichzelf duidelijk bepalen wat de grenzen zijn.
  • Dewey(1990):

    accentueert in zijn pedagogiek het bevorderen van de zelfstandigheid en de alertheid bij de opvoedelingen. Daarbij benadrukt hij het belang van het begeleiden en stimuleren tot het zelfstandig leren denken in plaats van het reproduceren en aannemen van bestaande kennis en feiten.
  • Pestalozzi(1746-1827

    let in zijn pedagogiek het accent op de ontwikkeling van de emoties en niet op het onderrichten van ‘dociele burgers die zonder vragen de autoriteiten zouden gehoorzamen’. Medeleven en affectie zijn belangrijke ingrediënten van de opvoeding. Doordat ze deze bejegening kregen, ontwaakten zij ‘geestelijk’. Hierdoor waren zij later in staat met iedereen van verschillende rangen en standen te kunnen omgaan en hen als gelijken te bejegenen.
  • Meer biopsychologisch kan het nature-nurter debat bezien worden vanuit het onderscheid tussen genotype en fenotype. Hierbij is het bijzondere van mensen dat er heel veel speelruimte is tussen genotype en fenotype. Het fenotype is dan de specifieke uitkomst van alle mogelijke uitkomsten van individuele ontwikkeling, cognitief, emotioneel, motorisch, cultureel enzovoort. Alle mogelijke uitkomsten noemen we de range of reaction. Wanneer deze groter is bij een soort, is de omgeving en daarmee de opvoedingscontext in potentie van meer belang. 
  • Uit recent onderzoek blijkt dat pubers die aangeven te zijn misbruikt in het verleden in diverse delen van de hersenen een geringere hoeveelheid grijze massa hebben, met name in de prefrontale cortex, het stratium en de amygdala. Sterker nog, afhankelijk van het type misbruik waren de patronen van afwijkingen te detecteren. Ervaring lijkt hier dus haast letterlijk haar sporen in het brein te schrijven. 
  • Noem drie opvoedmilieus:
    -in de eerste plaats de ouders of de verzorgers van het kind, het primaire opvoedingsmilieu

    -in de tweede plaats de opvoeding buitenshuis door professionals, zoals de school, het kinderdagverblijf en de sportvereniging, het secundaire opvoedingsmilieu.

    -het tertiaire opvoedingsmilieu. Dit milieu behelst de straat, de buurt en cultuur of mix van culturen waarin het kind/ de jongere opgroeit.

  • Gezinnen worden gekenmerkt door een verschillende mate van samenhang of cohesie. Andere verschillen kun je aantreffen op het gebied van harmonie, gestructureerdheid en consistentie. In samenhangende of coherente gezinnen is sprake van veel communicatie onderling. Men kent elkaar daardoor erg goed en kan elkaar goed steunen bij problemen. Anderzijds kan de persoonlijkheidsontwikkeling van het kind/de jongere in een dergelijke situatie gemakkelijker in het gedrang komen. In onsamenhangende gezinnen is het omgekeerde het waarschijnlijke effect. In gestructureerde gezinnen liggen niet alleen regels en structuren vast, maar ook de manier waarop de leden met elkaar communiceren. Ze zijn hiërarchischer en positioneler; de posities van de gezinsleden bepalen grotendeels de taken en de verantwoordelijkheden.
  • Onder het tertiaire gebied vallen de speelmogelijkheden, het buurtklimaat en de opvoedingssteun op maat die opvoeders voor hun kinderen kunnen krijgen als dat nodig 

  • Over het algemeen begint ontwikkeling met accommodatie en treedt daarna assimilatie op. Als een kind door rijping en ontwikkeling in staat wordt gestled nieuwe taken te leren, zullen opvoeders het daarin moeten kunnen faciliteren om deze ervaringen werkelijk te kunnen ontwikkelen. Dit is assimilatie. 
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Biologisch beschouwd is de mens te vroeg...
1
Wat is het uiteindelijke doel van de opvoeding?
1
Wat is exploratie?
1
5 Types opvoeders:
1
Pagina 1 van 27