Class notes - Kinderopvang

by
123 Flashcards en notities
2 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - Kinderopvang

  • 1435615200 De maatschappelijke functie van de kinderopvang in NL

  • Wanneer ontstond er georganiseerde opvang?
    Vanaf 1800
  • Wat staat er in de Wet Kinderopvang?
    - dat niet langer kinderopvangorganisaties, maar ouders via de belasting bijdragen krijgen voor de kinderopvang
    - welke groepen ouders een bijdrage van de overheid krijgen voor kinderopvang
    - dat overheid, bedrijven en ouders de opvang gezamenlijk betalen
    - welke kwaliteitseisen er gesteld worden
    - dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de controle op de kwaliteit van de kinderopvang
  • Noem de belangrijkste functies van kinderopvang voor ouders
    - ouders hebben tijd voor andere activiteiten 
    - overnemen van de taak van de ouders:
    * professionele begeleiding van de kinderen
    * professionele stimulering van de ontwikkeling
    * aanbieden 2e milieu (met meer kinderen kunnen spelen)
  • Functies voor kinderen die naar de kinderopvang gaan:
    - sociale contacten met kinderen
    - aanbieden 2e opvoedingmilieu

    Functies voor de samenleving en de overheid:
    - economische groei en werkgelegenheid stimuleren door o.a.:
    kinderopvangplaatsen te bieden voor ouders die:
    * willen of moeten werken
    * op zoek gaan naar werk
    * een studie volgen
    * vrijwilligerswerk doen
    * een inburgeringstraject volgen
    * om sociaal- medische redenen opvang nodig hebben

    Functies voor organisaties:
    - personeel kunnen krijgen
    - personeel kunnen vasthouden
  • Bedrijfsmatig werken is: 
    - weten wat de positie van de kinderopvang in de samenleving is
    - voldoen aan de behoefte van de klant
    - een goed imago hebben
    - goede contacten onderhouden met de klanten en instellingen en organisaties waar je mee samenwerkt. <---- dit heet MARKGERICHT werken!!
    Je werk als leidster kan door bedrijfsmatig werken veranderen
  • Standaardisering en kwaliteitszorg
    Het is belangrijk dat het werk goed loopt en gedaan wordt zoals afgesproken is. Om dit te bewaken, wordt veel van het werk vastgelegd in:
    - protocollen 
    - procesbeschrijvingen
    - functiebeschrijvingen
    - regelingen
    - reglementen 
    - plannen (bijv. het pedagogisch beleidsplan)
    Zij geven aan:
    - welke werkzaamheden van belang zijn
    - hoe het werk uitgevoerd dient te worden
    - hoe je dient te handelen in bepaalde situaties
    - aan wie iedereen verantwoording verschuldigd is

    Een organisatie die dit alles heeft uitgewerkt, heeft het werk gestandaardiseerd. Eén manier om het werken te standaardiseren, is het kwaliteitssysteem. Het is een totaal systeem dat betrekking heeft op al het werk in de organisatie.
  • Recente ontwikkelingen in de kinderopvang
    - certificering en het kwaliteitssysteem 
    * de gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bewaking van de kwaliteit van de kindercentra. In de wet Kinderopvang zijn kwaliteitseisen vastgelegd. De controle wordt nog enkel uitgevoerd door de GGD.
    Kwaliteit is, dat:
    - alles goed afgesproken wordt en op schrift gezet
    - je het uitvoert zoals afgesproken is
    je uitgaat van de wensen van de klanten
    - je werkt vanuit een visie
  • Waar staat HKZ voor?
    Harmonisatiemodel voor externe Kwaliteitsbeoordeling Zorgsector
  • Doelgroepenonderscheid
    - kwantitatieve criteria
    * gaan over openingstijden en het aantal uren en dagen dat ouders opvang wensen
    - kwalitatieve criteria 
    * gaan over hoe de organisatie is, of de opvang dicht in de buurt is en of er een goed opvoedingsklimaat is
  • Groepshulpen zijn werknemers die aangesteld zijn om te assisteren op de groep.
    Groepshulpen kunnen niet beschouwd worden als leidsters, omdat zij niet de juiste opleiding hebben of om een andere reden niet in staat zijn een functie als leidster te vervullen. 
    Taken waarbij zij een goede hulp zijn:
    - speelmateriaal schoonmaken en andere lichte schoonmaakwerkzaamheden 
    - eten verzorgen en helpen bij het eten met de kinderen
    - halen en brengen van de kinderen
    - mede zorgdragen voor een goede sfeer
    - verzorgingsmaterialen bevoorraden en helpen met het verzorgen en naar bed brengen van de kinderen
  • Wat is het O&O?
    opvoedingsondersteuning en ontwikkelingsstimulering
    * Kinderen (of ouders) met ernstige opvoedingsproblemen horen in principe niet in de kindercentra voor het normale en gezonde kind thuis. Ouders die problemen hebben met de opvoeding, een kind wat uitzonderlijk gedrag vertoont, kinderen uit risicogroepen die dreigen een achterstandsontwikkeling op te lopen, deze ouders en kinderen hebben geen ernstige problemen, maar ze hebben wel extra aandacht nodig. Doorverwijzen naar gespecialiseerde opvang kan het kind stigmatiseren en is daarom niet wenselijk. Het is niet goed om deze ouders en kinderen direct in een uitzonderingssituatie te plaatsen. Daarom spreken we bij deze kinderen van opvoedingsondersteuning en ontwikkelingsstimulering.
  • De overheid en de instellingen vinden dat er door de verschillende voorzieningen meer samengewerkt moet worden en dat de taken en voorzieningen beter op elkaar afgestemd moeten worden. Scholen, buurthuizen, kinderopvang, peuterspeelzalen, BSO, maatschappelijk werk en de opvoedingsondersteuning bijvoorbeeld, zouden voor zover mogelijk bij elkaar in 1 gebouw kunnen zitten. Er hoeft dan niet zo met de kinderen 'gesleept'te worden en de werkers kunnen goed met elkaar overleggen en het werk op elkaar afstemmen. Voor ouders worden de drempels voor de verschillende voorzieningen zo ook verlaagd.
  • Noem hulpverlenende organisaties
    - het consultatiebureau
    - het RIAGG 
    - VKM (vereniging tegen Kindermishandeling)
    - Algemeen Maatschappelijk Werk
    - Bureau Jeugdzorg
    - Sociaal Pedagogische Diensten
    - het VTO- team (Vroegtijdige Onderkenning Ontwikkelingsstoornissen)
    - opvoedwinkels
    - Het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW)
    - Interprovinciaal Platform Kinderopvang (IPK)
    - GGD
    - Speel-O-Theek
  • Wat zijn in de kinderopvang de 4 belangenpartijen?
    - de werkgevers--> georganiseerd in de Maatschappelijke Ondernemersgroep (MO)
    - de werknemers --> kunnen lid worden van een vakbond. Belangrijkste is AbvaKabo
    - de ouders --> hebben zich verenigd in de vereniging BOinK. Zij zijn een belangrijke gesprekspartner voor de MO- groep en de overheid. 
    - de plaatstelijke overheid --> De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) overlegt namens alle gemeenten dat de landelijke overheid en staat de gemeenten bij in hun beleidsontwikkeling
  • 1435960800 Visie op opvoeden

  • De visie van Celestin Freinet:
    - kinderen leren van en met elkaar
    - kinderen handelen zelfstandig en experimenteren 
    - lesmateriaal bestaat vooral uit door de kinderen zelf geschreven teksten
    - spelmateriaal bestaat uit normale gebruiksvoorwerpen als potten en pannen en dingen uit de natuur
  • Geschiedenis van de opvoeding:
    - tot 1750: kinderen hadden geen aparte plaats in de samenleving. Hadden vanaf het 6e jaar eigen arbeidstaken en verantwoordelijkheden. Scholen en kinderdagverblijven bestonden nog niet. Kinderen werden als een last ervaren!
    - 1750- 1850: Kinderen kregen een aparte plaats in de samenleving. Moederliefde werd gepropageerd. Het besef ontstond dat kinderen economische waarde had. Zij waren de toekomstige arbeidskrachten en dus van belang voor de welvaart.
    - 1850- 1950: In de arbeidersklassen leefden kinderen nog lang in het oude patroon van werken en leven met volwassenen. Er waren 3 wetten voor nodig om ook voor hen een leven van spelen en werken mogelijk te maken:
    * in 1874 de Wet van de Kinderarbeid
    * in 1901 de Leerplichtwet                                   !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
    *in 1923 het Aparte Kinderrecht


    Aan het einde van de 19e eeuw komen de 1e consultatiebureaus. Daar worden de 3 R's gepredikt. RUST, REINHEID EN REGELMAAT!!
    -
    1950- nu: na  1960 begint men kinderen gratis in te enten. Kinderen zijn een belangrijke factor geworden in de consumptiemaatschappij. 












    i
  • De visie van Thomas Gordon:
    - kinderen moeten met respect benaderd worden 
    - kinderen moeten serieus genomen worden
    - kinderen lossen zelf hun conflicten op
    * ER IS EEN CURSUS ONTWIKKELD AAN DE HAND VAN ZIJN IDEEËN!
  • De visie van Rudolf Steiner (oprichter en leider van de Vrije School):
    - lichaam ziel en geest zijn 1
    - natuurlijke materialen en zachte kleuren
    - huiselijk en rustige inrichting 
  • De visie van Maria Montessori
    - kinderen hebben een natuurlijke onderzoeksdrang 
    - kinderen hebben een natuurlijke neiging tot ordenen 
    - geen sprake van spelen met spelmateriaal, maar van zelfcorrigerende werkjes, oplopend in moeilijkheidsgraad
    * PRIKKELEN TOT LEVEN, VRIJLATEN IN ONTWIKKELING, IS DE SLOGAN
  • De visie van Jean Piaget:
    - sociale en morele ontwikkeling is belangrijk
    - 4 ontwikkelingsperioden
    - elk kind heeft eigen tempo in ontwikkeling 
  • De visie van Helen Parkhurst en de Daltonvereniging:
    - vrijheid: leerling heeft keuzevrijheid. Leerling heeft verantwoordelijkheden voor leren en resultaat. 
    - zelfwerkzaamheid: zelf problemen oplossen
    - samenwerken: is goed voor de sociale vorming
    - kleine werkgroepen
  • De visie van Peter Petersen en het Jenaplan:
    - vorming van de hele mens
    - ritmische dagindeling met afwisseling van spelen, leren, het kringgesprek en vieren 
    - kringgesprek
    - taakjes 
  • De visie van Janusz Korckzak:
    - respect, vertrouwen en vergeven
    - machtsvrije relaties
    - sociale ontwikkeling en zelfstandigheid
    - kinderen hebben rechten die gerespecteerd moeten worden
  • De visie van Loris Malaguzzi en Reggio Emilia:
    - elke dag is anders
    - inrichting ven materialen zijn wezenlijk onderdeel van de pedagogiek
    - zich uitdrukken en communiceren zijn belangrijk
    - eigen identiteit, zelfstandigheid, creatieve vaardigheid
    - de 3 R's : Ruimte, Respect en Respons
  • Selma Fraiberg: heeft een boek geschreven over de eerste 6 levensjaren. Zij noemt deze kinderen een magische wereld. De opvoeder moet deze wereld goed leren begrijpen om goed met de kinderen om te kunnen gaan.

    Alice Miller:
    - de behoefte om gehoord, gezien geacht en begrepen te worden
    - vreugde over de liefde van anderen
    - vreugde over het eigene
    - het mogen uiten van gevoelens als boosheid, angst, afgunst en deze niet onderdrukken
  • Onder een pedagogische stroming verstaan we een opvoedkundige zienswijze of opvoedstijl die in de samenleving overheerst. 
  • Noem de pedagogische stromingen
    - autoritaire stroming: kinderen moeten luisteren naar de volwassenen
    - laisser- faire stroming: 'laat gaan', 'kinderen voeden zichzelf op' is het motto. 
    -democratische stroming: kinderen moeten vrij gelaten worden om hun eigen identiteit te ontwikkelen, maar niet in alles. Er zijn grenzen en opvoeders moeten die ook duidelijk stellen. 
    - roldoorbrekend opvoeden: aandacht geven aan een evenwichtige en gelijkwaardige verdeling, van rollen, werk, zorg en huishoudelijke taken tussen mannen, vrouwen, jongens en meisjes
    -  interculturele opvoeding: aandacht geven aan de verschillen tussen mensen met betrekking tot: 
    * opvattingen
    * gebruiken en gewoonten
    * geloofsovertuiging
    * afkomst
    - invloeden door wetenschappelijk onderzoek: bijv dat baby's beter niet op de buik kunnen liggen i.v.m. wiegendood. Op de hoogte blijven van de ontwikkelingen en flexibel en creatief inspringen op deze ontwikkelingen zijn belangrijk in de kinderopvang.
  • Ontwikkelingspsychologie en pedagogische theorieën:
    - behaviorisme: het zichtbare gedrag
    - rijpingstheorie: kinderen ontwikkelen via een vaste tijdsvolgorde
    - connectionisme: kinderen kunnen veel meer dan we denken. kinderen kunnen al heel jong vaardigheden die niet bij de leeftijdsfase horen.
    - interactietheorie: dat wat in aanleg aanwezig is, als de omgeving zijn bepalend voor de ontwikkeling (Jean Piaget). De omgeving moet er voor zorgen dat wat in aanleg aanwezig is er ook uitkomt. De ontwikkeling loopt volgens een een bepaald tijdschema. Het kind kan wel gestimuleerd worden, maar het kan niet meer leren dan waar het in een bepaalde leeftijdsfase aan toe is. Opvoeder speelt een belangrijke rol!
    - cognitieve theorie: kinderen zijn actief bezig met hun ontwikkeling, doen ervaringen op en verwerken die. Zij leggen zo een 'schema' van ervaringen en kennis aan. Kinderen verwerken dus niet meer ervaringen dan waartoe zij in een bepaalde leeftijdsfase in staat zijn. Zij leren door ervaring en rijping.
    - psychodynamische theorie: een baby bestaat enkel uit driften. Het kind moet leren deze driften om te vormen tot sociaal geaccepteerd gedrag . Lukt dit niet, dan is er sprake van een stoornis.
    - hechtingstheorie: een goede gehechtheidsrelatie is:
    * als het kind vertrouwen heeft in zichzelf en de omgeving
    * een duurzame relatie
    * waarin emotionele warmte, genegenheid en veiligheid vanzelfsprekend is.
    * tussen een kind en 1 of meerdere volwassenen.
  • Pedagogische aspecten kinderopvang:
    - de pedagogische beleidsontwikkeling in de praktijk
    - aspecten van de pedagogische visie en het pedagogische beleidsplan
    - het pedagogische beleidsplan en het speelwerkplan
  • Methodisch werken is het systematisch doordenken en vastleggen van de visie, het beleid, en het dagelijks handelen in het werken. 
  • Methodisch werken is het een continue proces van:
    - uitvoeren
    - evalueren
    - bedenken hoe het anders of beter kan
    - nieuwe plannen maken en deze weer uitvoeren
    - na verloop van tijd weer evalueren 
  • Noem 4 opvoedingsdoelen die zijn uitgewerkt in de Wet Kinderopvang
    1. Bieden van emotionele veiligheid
    2. Bieden van gelegenheid tot het ontwikkelen van persoonlijke competentie
    3. Bieden van gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competentie
    4. Bieden van kans om zich normen en waarden van een samenleving eigen te maken. 
  • Pedagogische visie en beleidsplan:
    - visie op de ontwikkeling van kinderen
    - opvoedmethoden 
    - activiteiten 
    - normen en waarden
    - verzorging 
    - de inrichting van de ruimten
  • Inhoud pedagogische beleidsplan en speelwerkplan
    Plannen op 3 niveaus:
    - centraal in de organisatie: het raamwerk
    - in elk kindercentrum: een pedagogisch beleidsplan
    - voor de verschillende groepen: een speelwerkplan en activiteitenplan 
  • Pedagogisch werken in een kindercentra:
    - scheppen van een veilige, stimulerende en warme situatie
    - een (hechtings)relatie aan kunnen gaan met andere kinderen en volwassenen
    - professionele begeleiding krijgen bij de ontwikkeling
    - passende leerstof en leefruimte aangeboden krijgen
  • Vormgeving kinderopvang:
    - opvang in doelgroepen
    - het aantal dagen dat kinderen komen
    - flexibele opvang
    - verticale en horizontale groepen
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wanneer ontstond er georganiseerde opvang?
2
Wat staat er in de Wet Kinderopvang?
2
Noem de belangrijkste functies van kinderopvang voor ouders
2
Waar staat HKZ voor?
2
Pagina 1 van 16