Samenvatting Class notes - Farmacologie

283 Flashcards en notities
4 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - Farmacologie

  • 1466373600 H10-Inflammatie - Deel 1

  • Wat zijn de belangrijkste effecten van histamine?
    effecten komen tot stand via 3 types receptoren 
    1. over algemeen: contractie van gladde spiercellen (o.a. bronchi via H1), maar kan ook INDIRECT vasodilatatie veroorzaken via NO uit endotheelcellen (via H1)
    2.Toename vasculaire permeabiliteit (H1), mn postcapp venules
    3.Prikkelt sensibele zenuwuiteinden: jeuk, pijn (h1)
    4.stimulatie van maagzuursecretie (H2)
    5.Stimulatie van het hart (H2)

    H3 receptoren bevinden zich op presynaptische zenuwuiteinden en inhiberen de vrijstelling van verschillende neurotransmitters
  • Wat is de rol van histamine in de fysiopathologie?
    • verhoogde maagzuursecretie: beh: H2 antagonisten
    • IgE gemediteerde overgevoeligheidsreacties

    Allergische rinitis en conjunctivitis (beh: H1 antagonisten)
    urticaria (galbulten/netelroos) (beh: H1 antagonisten)
    Anafylactische shock (bovenmatige activering van mestcellen via IgE
  • Beschrijf H1-antihistaminica
    Competitieve H1-antagonisten

    1e generatie: promethazine & Cinnarizine
    Kunnen ook serotonine/muscarine receptoren bezetten (o.a.)--> bijwerkingen. 
    binnendringen van CZS--> sedatie. (frequent)
    Anticholinerge effecten: droge mond, dysurie, hartkloppingen en gezichtsstoornissen. --> vermoedelijk: deel efficaciteit bij bewegingsziekte (parkinson)(producten met uitgesproken anticholinerg effect)

    2e generatie: Cetirizine
    Dringen minder door BHB--> minder sedatief 
    minder anticholinerge bijwerkingen

    klinisch gebruik:
    • allergische reacties 
    • Anti emetica en preventie van bewegingsziektes 
    • Als sedativa (bv kleuter met allergische aandoening voor bedtijd)
    • Weinig waarde bij asthma, verkoudheid, anti hoest, lokaal anestheticum. 
  • Promethazine?
    H1 antihistaminicum 
    competitieve antagonist, 1e generatie
    Fenothiazinylalkylamines werken uitgesproken anticholinerg - sterk sederend -sterk anti emetisch - sterk lokaal anesthetisch effect
    Gebruik als sedativa: (bv kleuter met allergische aandoening voor bedtijd)
  • Cinnarizine
    H1 antihistaminicum 
    competitieve antagonist, 1e generatie
    piperazinen: licht sederend, en licht anticholinerg, sterk anti emetisch
    gebruik: anti-emetica en preventie van bewegingsziekten
  • Cetirizine?
    tweede generatie anti histaminica
    Allergische reacties (hooikoorts, urticaria, insetenbeten,overgevoeligheid voor een GM bijv)
    Dringen minder door BHB--> minder sedatief
    Minder anticholinerge bijwerkingen
  • Natriumcromoglycaat?
    Indirect werkende antihistaminica
    Mechanisme onduidelijk. Mogelijk stabiliseren ze mestcellen en daardoor remmen ze niet enkel de vrijstelling v histamine maar ook van andere mediatoren (leukotrienen, platelet activering factor)
    zijn profylactisch actief bij allergische reacties
  • Cimetidine?
    Minder aanmaak maagzuur
    (bij maagklachten zie GIS)
    werkt in op H2 receptor
  • Wat zijn eicosanoiden? biosynthese, kort?
    Eicosanoïden zijn een verzameling lokaal werkende (paracriene) weefselhormonen die zijn afgeleid vanessentiële vetzuren. De groep werd vroeger ook wel foutief aangeduid met de term prostaglandinen, maar deze groep omvat meer dan alleen prostaglandinen. Andere leden van de groep zijn de leukotriënen, prostacyclines en thromboxanen.

    biosynthese: zie afbeelding

    COX is gebonden aan endoplasmatisch reticulum en ontbreekt daardoor in RBC, 2 activiteiten: synthase, peroxidase 
    2 types: COX 1: constitutief, rol in normale fysiologie
    COX 2: induceerbaar, expressie geïnduceerd door inflammatoire stimuli zoals IL, endotoxines, interferonen. 

    Inhibitoren: glucocorticoiden, NSAIDS, acetylsalicylzuur (irreversibel)
  • Welke receptoren zijn van toepassing bij de prostaglandines, en verschillende functies?
    Namen receptoren komen dus overeen met desbetreffende PG. 
    Allemaal G-proteine gekoppelde receptoren

    Fysiologische rol is beperkt: rol partus, remmen maagzuursecretie en thrombocytenaggregatie

    Overmatige PG productie bij inflammatie: 
    --> veroorzaken van ontstekingssymptomen. 

    Abnormale synthese van PGs, naast rol inflammatie, vermoedelijk betrokken in verhoogde tendens tot vorming thrombocytenaggregaten (trombose), bij premature uteruscontracties, bepaalde vormen van diarree (na radiotherapie) e.a.
  • Verklaar waarom gebruik van NSAID's niet altijd gepaard gaat met afname van het ontstekingsproces?
    hogere concentraties PGE2 zijn in staat afgifte van andere onstekingsmediatoren (histamine) te onderdrukken. Zodat de PGs dus ook anti inflammatoire eigenschappen vertonen. (afhankelijk van concentratie)
  • Prostaglandine E2?
    Via EP2: vaatverwijding (verhogen permeabiliteit op zichzelf niet): maar potentiering van oedeemvorming door histamine/bradykinine (ook zo bij sensibilisatie pijnzenuwen), versterken pijnverwekkend effect van bradykinine of histamine. 

    Koorts: in hypothalamus invloed op thermoregulatiecentrum, thermostaat wordt hoger gezet--> lichaamstemperatuur stijgt. 
  • Wat zijn de klinische toepassingen van prostaglandines?
    zie afbeelding
  • Beschrijf de biosynthese van de leukotrienen
    de novo synthese uit arachidonzuur door lipoxygenases omgezet in LTA-4 --> LTB4  of LTC4.
    Lipoxygenase komt vooral voor in neutrofielen, eosinofielen en mestcellen
    Activering: oiv ontstekingsmediatoren (TNFa, C5a), TLR liganden (endotoxinen), antigeen-al reacties, en tijdens fagocytose. 

    Inhibitie: net zoals bij PGs --> glucocorticoiden onderdrukken synthese door remmend effect van lipocortine 1 (annexine 1) op de vrijstelling van arachidonzuur. 
    NSAIDS geen effect op lipoxygenasen. (evt zelfs shift of pathway, verhoogde beschikbaarheid arachidonzuur door inhibitie COX)
  • Wat zijn de functies van de leukotrienen?
    zie afbeelding

    LTB4: potente chemotactische stof (aanlokken chemische stoffen)
    Ontstekingsmediator. 

    LTC4 & LTD4: astma! (inflammatoir proces dat leidt tot obstructie bronchi, luchtwegvernauwing, uitgelokt door diverse aspecifieke prikkels. antagonist: zafirlukast
  • Zafirlukast?
    Competitieve antagonist van de LTD4 en LTC4 receptoren. Gebruikt in de profylactische en chronische behandeling van astma
  • Wat is bradykinine (synthese kort), farmacologische effecten?
    zie afbeelding 
    • vasodilatatie (arteriolen via NO/PGI2)
    • Stijging vas permeabiliteit (vene)
    • stimulatie prijsgevoelige zenuwuiteinden
    • stimulatie ionentransport in epitheelcellen en veroorzaakt toename vloeistofsecretie in luchtwegen en SVS
    • Contractie GS van uterus en SVS


    er zijn 2 subtypes receptoren B1 en B2
    B1 wordt gestimuleerd door des-Arg-Bk. 
    B2: medieert de meeste effect v bradykinine
  • Wat zijn de 3 hoofdklassen van GM met ontstekingsdempende werking?
    zie afbeelding
    Niet sferoïdale anti inflammatoire farmaca (NSAIDs)
  • Wat is het effect van NSAIDs?aangrijpingspunt?
    Anti inflammatoire effecten mn door inhibitie van COX2 in ontstekingscellen
    Nevenwerkingen: COX1
  • wat zijn de nevenwerkingen van PG  via COX 1 ?
    zie afbeelding

    acetylsalicylzuur: remming TXA2 in bloedplaatjes: verlengde bloedingstijd. 

    Neutralisatie anti-hypertensief effect (verloopt deels via verhoogde PG synthese)

    astma aanval: verschuiving van arachidonzuurmetabolisme --> synthese leuktotrienen. 
    (kruisgevoeligheid met andere NSAIDs dan aspirine)
  • Wat zijn nevenwerkingen van NSAIDs die niet gerelateerd zijn aan COX?
    (niet gerelateerd aan inhibitie van PG synthese)
  • Welke 2 types van inhibitie van het cycli-oxygenase kunnen worden onderscheden?
    irreversibele inactivering: 
    enkel acetylsalicylzuur (aspirine (r))  acetyleert serine in het actieve centrum irreversibel. Synthese van een nieuw enzym is vereist om biosynthese van PG weer op gang te brengen

    competitieve reversibele inhibitie: 
    competitie tussen arachidonzuur en NSAID voor actieve centrum.  alle andere NSAIDs vb. ibuprofen  & celecoxib 
  • Acetylsalicylzuur? als anti -inflammatoir middel
    (MI=myocard infarct),

    sterke 1e passage--> bij dosisverhoging treedt verzadiging op en bereikt deel van het acetylsalicylzuur de systemische circulatie 

    (salicylaat is veel minder krachtig en remt op reversibele wijze het COX)

    Niet selectief
    lage dosis; anti trombotisch
    Hoge dosis: Anti inflamm, analgetisch, antipyretisch
  • Wat zijn neveneffecten van acetylsalicylzuur?
    Onderste ter illustratie

    gevolg; stijging risico op bloeding, hyoglycemisch coma.
    syndroom v Reye een zeldzame kinderziekte die optreedt wanneer toegediend aan kinderen met virale infecties. 
  • Ibuprofen?

    •Niet selectief: COX1 & COX2
    •Lage dosis: vooral analgetisch
    •Hoge dosis: ook anti-inflammatoir
    •Reversibel
  • Celecoxib?

    •Celecoxib (celebrex®)
    •Selectief COX2, Reversibel
    •Anti-inflammatoir, minder neveneffecten, maar:
    •Hoger risico CVD (hartinfarct) bij > 18 mnd gebruik
  • Paracetamol?
    werkingsmechanisme onbekend
    toxische dosis: ter illustratie
  • Wat zijn de voornaamste toepassingen van NSAIDs?
    zie afbeelding
  • Wat zijn glucocorticoiden?
    Endogene hormonen die (“te sterke”) lichaamsreacties uitgelokt door inflammatie of andere stress-stimuli afremmen (uit bijnierschors vrijgesteld wanneer we blootgesteld worden aan allerlei vormen v stress) (excessieve ontstekingsreacties tegengaan)
  • Wat is het werkingsmechanisme van glucocorticoiden?
    zie afbeelding

    niet genomische effecten (op kleinere schaal)
  • Hoe vindt de regulatie van afgifte van glucocorticoiden plaats?
    negatieve feedback door: cortisol in plasma 
    --> kan verstoord worden door toevoegen van exogene corticosteroïden. secretie CRF daalt --> ACTH daalt --> hypotrofie bijnierschors.  (! kan leiden tot acute bijnierschors insufficiënte, Addinsons crisis) --> daarom dosis/duur/frequentie v behandeling tot minimum  beperken
    Minste verstoring: ochtend toediening. 

    synthese van bijnierschorshormonen (cortisol) gebeurt uitgaande van cholesterol
  • Beschrijf de kinetiek (absorptie, distributie ) van de glucocorticoiden
    CBG: hoge affiniteit, lage capaciteit
    albumine: lage affiniteit, hoge capaciteit
    Bij normale concentraties-> grootste deel gebonden aan CBG

    Vrije fractie: diffundeert naar weefsels en is verantwoordelijk voor de effecten
    (synthetische hogere vrije fractie)

    Bij hypoalbuminenie: hogere vrije fracties aangetroffen, gemakkelijker ontstaan van neveneffecten
  • Beschrijf (schematisch) de effecten en functies van glucocorticoiden
    metabool; diabetogeen effect( toestand hyperglycemia)
    met secundair hyperinsulinisme
    Verhoogd katabolisme (EW) mn in de spieren
    Verhoogde lipolyse (extremiteiten), verhoogd lipogeen : romp/nek: buffalo hump --> vetdistributie
    In hoge concentraties: mineraalcorticoid effect, water en zoutretentie--> kan resulteren in toename van de bloeddruk

    effecten op negatieve fb: verminderde vrijstelling ACTH en endogene GC, hypotrofie evt. 

    effecten vasculair: verminderde vasodilatatie, herstel van gestoorde permeabiliteit, verminderde vochtexudatie

    effecten cellulair: zie afbeelding

    effecten op ontstekingsmediatoren
    • minder synthese v pro inflammatoire proteinen: (COX2, IL, etc..)
    • verhoogde productie anti-inflammatoire cytokines en EW (annexine-1, Il-12, Il-10)
    • Minder vorming PGs (inhibitie COX2, en door annexine-1)
    • minder productie igG
    • Verminderde vrijstelling histamine uit basofielen
    • reductie complementfactoren in plasma


    OVERALL effect: 
    reductie van chronische ontsteking en auto-immuunreactie, maar tevens afname in het genezingsproces (vertraagde wondheling) en afname protectieve aspecten vh genezingsproces


    DUS: anti-inflammatoir, immuunsuppresieve, metabole effecten, vertraagde wondheling 
  • Wat zijn de ongewenste effecten van glucocorticoiden?
    • verminderde afweer bij infectie
    • onderdrukking endogene GC productie
    • Metabole effecten ---->hyperglycemie
    • Osteoporose (OC + verminderde absorptie calcium darm, verhoogde excretie nier)
    • Spieratrofie
    • groeiremming kind, vroegtijdig sluiten epifysaire groeischijven
    • hiudatrofie
    • Hoge BD (MC effect)
    • stemmingsveranderingen (euforie,depressie)
    • dit alles kan leiden tot iatrogeen syndroom v Cushing             Het 'syndroom' van Cushing is de verzamelnaam van alle klachten die veroorzaakt worden door de (meestal langdurige) blootstelling aan teveel cortisol in het bloed. Een patiënt met deze klachten heeft de ziekte van Cushing.



    (NW zijn minder bij substitutietherapie)
  • Wat zijn de voornaamste klinische toepassingen van glucocorticoiden?
    toediening: kan zowel lokaal, peroraal als parentaal. Lokale toediening waar mogelijk verdient voorkeur, reductie v NW.
  • Wat zijn DMARDs?
    antireumatica; traagwerkende producten die niet alleen de symptomen verbeteren, maar ook het inflammatoir proces onderdrukken, Vertragen progressie v ziekte, maar genezen de ziekte niet volledig. 

    heterogene groep
  • Methotrexaat?
    Foliumzuur antagonist.
    Remt celproliferatie (T-cellen)

    (DMARD, anti reumatica)

    (zie onderdeel III)
  • Infliximab?
    anticytokines (DMARDs)
    (deze stoffen beïnvloeden TNF-alfa nog andere cytokines betrokken bij RA)

    -->monoclonale antilichamen (mab) tegen TNF-alfa
  • Etanercept?

    anticytokines (DMARDs)
    (deze stoffen beïnvloeden TNF-alfa nog andere cytokines betrokken bij RA)
    --> TNF-alfa receptor gebonden op Fc domein van humaan IgG
  • Leflunomide?
    antireumatica (DMARDs)

    inhibitor (van proliferatie en cytokine productie) door geactiveerde T-cellen
  • Geef 3 mogelijke werkingsmechanisme van immunosuppresiva (kort)
    zie afbeelding

    ter info:

    Interleukine-2 (IL-2), ook bekend als lymfokine en T-cel-groeifactor (TCGF), is een cytokine die belangrijk is bij de proliferatie van T- en B-lymfocyten.



    GC: inhiberen v expressie van IL-2 en hebben bovendien daarnaast belangrijke anti-inflammatoire effecten via andere cytokines 
  • Ciclosporine?

    •Bindt aan cyclofiline --> inhibitie calcineurine -->minder transcriptie IL-2


    (Immunosup: interferentie Il2)


    belangrijkste NW: nefrotoxiciteit
  • Basiliximab?

    •Antilichaam, blokkeert IL-2 receptor op T-helpercel (Th)


    (gehumaniseerd muizenmonoclonale Al tegen Il2 receptor)
  • Sirolimus?

    •Bindt aan FKBP --> inhibitie mTOR --> minder proliferatie T-cellen o.i.v. IL-2.


    (=rapamycine)
    dus onderdrukking van IL-2 signaal transductie
  • Azathioprine?

    Inhibitie DNA-synthese


    •Via 6-mercaptopurine (metaboliet)
    •Inhibeertclonale expansie T en B cellen
  • Wat zijn de voornaamste klinische toepassingen van immunosuppressiva?
    zie afbeelding
  • Wat is de pathogenese van jicht?
    Metabole aandoening gepaard met verhoogde productie of verminderde uitscheiding van urinezuur (afkomstig uit purines).
    Gaat gepaard met: intermittente aanvallen acute artritis, ten gevolge van neerslag van uraatkristallen in synoviaal weefsel v gewrichten.Deze kristallen lokken een acute ontstekingsreactie uit., accumulatie van WBC, die fagocyteren uraatkristallen wat resulteert in productie melkzuur en uiteindelijk cellist met vrijstelling proteolytische enzymes. 
  • Colchicine?

    Bij acute aanval: MIGRATIE VAN WBC in gewrichten tegengaan


    •Dissociatie microtubuli neutrofiel (PMN)
    •Minder influx in ontstekingshaard
    •Minder melkzuur, minder uraatkristallen


    NW: nausea, braken en diarree = limiterende factor bij opdrijven dosis
    nauwe therapeutische marge
  • Van welke middelen kun je gebruik maken bij acute jicht aanval?
    Colchicine: migratie WBC in gewrichten tegengaan
    NSAIDs vanwege anti inflammatoir en analgetisch effect
    allopurinol: inhiberen synthese v urinezuur
    producten die excretie v urinezuur bevorderen
  • Voorbeeld van een middel dat je kunt gebruiken bij chronische jicht?
    Allopurinol: inhibitie urinezuurvorming
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Cimetidine?
2
Wat zijn de klinische toepassingen van prostaglandines?
2
Wat is het effect van NSAIDs?aangrijpingspunt?
2
Ibuprofen?
2
Pagina 1 van 71