Samenvatting Class notes - Diagnostiek

108 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - Diagnostiek

  • 1426546800 Hoofdstuk 7 Probleemdefiniëring- vertalen naar psychologische termen

  • Dilemma
    een keuze moeten maken uit twee even goede of even slechte opties
  • Probleem
    iets wat vraagt om een oplossing
  • Stoornis
    een afwijkend gedragspatroon dat aanzienlijk lijden veroorzaakt, de kans op ernstig letsel, de dood of vrijheidsverlies aanzienlijk verhoogt
  • Prevalentie
    de aanwezigheid van een stoornis, ziekte of eigenschap op een bepaald moment, meestal uitgedrukt als een percentage van de gehele bevolking
  • Symptoom
    een uiting, uitingsvorm of kenmerk. Een verschijnsel waaraan iets kan worden herkend
  • Syndroom
    een verzameling van symptomen die samen opgaan, met elkaar samenhangen
  • Ziekte
    een toestand waarin de (geestelijke) gezondheid is verstoord
  • DSM criteria voor een depressieve periode
    vijf of meer van de volgende 9 symptomen zijn binnen dezelfde periode van twee weken aanwezig geweest en wijzen op een verandering van het eerdere functioneren. Ten minste één van de symptomen is ofwel 1. depressieve stemming. ofwel 2. verlies van interesse of plezier. 
    1. depressieve stemming gedurende het grootste deel van de dag, bijna elke dag, zoals blijkt uit ofwel subjectieve mededelingen ofwel observatie door anderen. NB. Kan bij kinderen of adolescenten ook .prikkelbare stemming zijn.
    2. Duidelijke vermindering van interesse of plezier in alle of bijna alle activiteiten gedurende het grootste deel van de dag, bijna elke dag.
    3. Duidelijke gewichtsvermindering zonder dat dieet gehouden wordt, of gewichtstoename, of bijna elke dag afgenomen of toegenomen eetlust. NB Bij kinderen moet gedacht worden aan het niet bereiken van de te verwachten gewichtstoename.
    4, Insomnia of hypersomnia, bijna elke dag
    5. Psychomotorische agitatie of remming, bijna elke dag
    6. Moeheid of verlies van energie, bijna elke dag
    7. Gevoelens van waardeloosheid of buitensporige of onterechte schuldgevoelens, bijna elke dag.
    8, Verminderd vermogen tot nadenken of concentratie of besluiteloosheid, bijna elke dag
    9. Terugkerende gedachtes aan de dood, terugkerende suïcidegedachten zonder dat er specifieke plannen zijn gemaakt, of een suïcidepoging of een specifiek plan om suïcide te plegen
  • comorbiteit
    het tegelijk lijden aan twee of meer stoornissen
  • differentiële diagnostiek
    het vergelijken van twee of meer stoornissen die een aantal probleemgedragingen gemeen hebben
  • subklinisch
    probleemgedragingen die niet voldoen aan de criteria voor een stoornis
  • ruwe score
    de daadwerkelijke score op een schaal of vragenlijst
  • standaardscore
    de vergelijking van de ruwe score ten opzichte van een normgroep
  • 1426633200 Hoofdstuk 8 Verklaren: oorzaak, gevolg en vicieuze cirkels

  • correlatie
    twee variabelen hangen samen
  • positieve correlatie
    twee variabelen hangen op zo'n manier samen dat een verhoging bij de ene variabele samenhangt met een verhoging bij de andere en omgekeerd.
  • negatieve correlatie
    twee variabelen hangen op zo'n manier samen dat een verhoging bij de ene variabele samenhangt met een verlaging bij de andere
  • correlatiecoëfficient
    een cijfer tussen de -1 en +1 dat aangeeft hoe sterk twee variabelen samenhangen. Hoe verder weg van 0, hoe sterker de samenhang. Ook genoemd Pearson's product-moment correlation coëfficient. of Pearson's r.
  • significantie
    een verschil is pas significant als aangetoond kan worden dat het niet puur aan het toeval te wijten is. In de sociale wetenschappen is niets 100% zeker en wordt genoegen genomen met 'een redelijke kans dat het verschil niet aan het toeval te wijten is'.
  • steekproef
    een groep onderzoeksobjecten ( lees: personen of cliënten) die worden onderzocht. Deze groep bevat niet alle onderzoeksobjecten, maar een selectie daaruit
  • self-efficacy
    het geloof in je eigen kunnen
  • self-serving bias
    de neiging om informatie zó te interpreteren dat het voor de persoon zelf het beste uitkomt
  • cognitieve dissonantie
    een interne wrijving tussen twee gedachten, zoals een bepaalde overtuiging en gedrag dat wordt uitgevoerd maar niet (helemaal) rijmt met die overtuiging
  • bekrachtiging
    een principe uit de gedragsleer dat zoveel betekent als een consequentie die ervoor zorgt dat bepaald gedrag in frequentie toe of afneemt
  • vicieuze cirkel
    een opeenvolging van oorzaak en gevolg waarin het gevolg steeds een nieuwe oorzaak wordt totdat er een cirkel ontstaat, waardoor gevolgen elkaar aanjagen en daardoor in ernst toenemen
  • operante conditionering
    een leerproces waarin gedrag dat positief wordt bekrachtigd in frequentie toeneemt en dat  wat negatief wordt bekrachtigd afneemt.
  • extrinsieke beloning
    de beloning komt van buitenaf: de omgeving beloont het gedrag
  • intrinsieke beloning
    het gedrag wordt van binnenuit beloond: iemand doet iets omdat hij er plezier aan beleeft
  • afweermechanisme
    oorspronkelijk in de psychoanalyse gebruikt met de betekenis: alle manieren waarop mensen pijnlijke feiten voor zichzelf verbergen
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Dilemma
1
Probleem
1
Stoornis
1
Prevalentie
1
Pagina 1 van 27