Class notes - Bestuursrecht

by
255 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting
  • +380.000 andere samenvattingen
  • Een unieke studietool
  • Een oefentool voor deze samenvatting
  • Studiecoaching met filmpjes
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - Bestuursrecht

  • 1452466800 LEH 1: Inleiding

  • Wat is besturen op macro- en microniveau?
    Macroniveau is het niveau van de algemene beleidsontwikkeling en vaststelling.

    Microniveau is de concrete rechtsvaststelling en de uitvoeringshandelingen (besluiten betrekking hebbende op individuele gevallen zijn ‘beschikkingen’).
  • Wat houdt normatieve benadering van de democratische rechtsstaat in?
    Staat behoort aan een aantal vereisten te voldoen -> de overheid is principieel onvrij te handelen anders dan ter verwezenlijking van recht, op basis van het recht en in overeenstemming met het recht.
    In een democratische rechtsstaat dient men het overheidshandelen te beoordelen vanuit drie centrale beginselen / niet tot elkaar herleidbare invalshoeken (dimensies).
  • Wat zijn de drie centrale beginselen van een democratische rechtstaat?
    1. Democratie: burgers moeten zeggenschap hebben;

    2. Het liberale rechtsstaat denken: vrijheid, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid t.o.v. overheidshandelen;
    3. Sociale rechtsstaat: overheid moet actief omstandigheden scheppen die het de burger mogelijk maken aan zijn leven gestalte te geven (sociale rechtvaardigheid).
    Naast de centrale beginselen (zeggenschap, vrijheid, rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en sociale rechtvaardigheid), bestaan ‘nadere’ beginselen die een uitwerking vormen van de centrale beginselen en daaraan dienend zijn. Bijvoorbeeld politieke verantwoordelijkheid,openbaarheid, rechtelijke controle, machtsverdeling, etc.
  • Noem de nadere beginselen van democratie, de Liberale rechtsstaat en de Sociale rechtsstaat.
    Democratie:
    a. Beslissen door algemeen vertegenwoordigde organen;
    b. Kiesrecht;
    c. Politieke verantwoordelijkheid;
    d. Decentralisatie;
    e. Inspraak;
    f. (Politieke) burgerschapsrechten;
    g. Openbaarheid.
    Liberale rechtsstaat.
    a. Wetmatigheid;
    b. Machtsverdeling;
    c. Grondrechten;
    d. Rechterlijke controle;
    e. Voorlichting.
    Sociale rechtsstaat.
    Deze nadere beginselen zijn beperkt doordat democratisch gelegitimeerde organen zelf beleidskeuzes en prioriteiten moeten kunnen stellen:
    a. Effectiviteit;
    b. Doelmatigheid.
  • Wat is besturen?
    Het van overheidswege behartigen van het algemeen belang waar dit naar constitutionele en politiek-democratische maatstaven noodzakelijk wordt geacht.
  • Wat doet een bestuur?
    Het behartigt het algemeen belang.
  • Wat doet bestuursrecht?
    Het ziet op juridische aspecten (rechtsbetrekking overheid en burger) van besturen.
  • Waarom is bestuursrecht van, voor en tegen het bestuur?
    Voor: bestuursrecht geeft de grondslag aan bestuursoptreden en instrumenteert dit.
    Van: uitoefening van de bevoegdheden die de wetgever aan het bestuur toekent
    Tegen: het biedt de burger waarborgen tegen bestuursoptreden.
  • Wat is het verschil tussen het materiële en formele bestuursrecht?
    Het materiële bestuursrecht kan worden omschreven als de concrete rechten en verplichtingen van burgers en de daarmee corresponderende bevoegdheden.

    Het formele bestuursrecht bestaat uit het bestuursprocesrecht zoals geldt voor de bestuursrechtelijke rechtsbeschermingsprocedures (contentieus formeel bestuursrecht).
    Daarnaast wordt ook het bestuursrechtelijk procedurerecht voor de voorbereiding en vaststelling van besluiten, met inbegrip van hun openbaarheid tot het formele bestuursrecht gerekend (non-contentieus formeel bestuursrecht).
  • Ontwikkeling en Opkomst:
    Na de middeleeuwen ontstonden er absolutistische regiems met uitgebreide stelsels van bestuursrechtelijke regels.
    De Amerikaanse en Franse revoluties brachten verschil in publieke en private bevoegdheden en machtenscheiding.
    1840-1880: invoering ministriele verantwoordelijkheid en parlementair stelsel  en algemeen kiesrecht (mannen 1917, vrouwen 1922).
    Economische crisis jaren 20-30 zorgt voor nadere normstelling (beschikking).
    Na WW2: verzorgingsstaat (bestemmingsplan), gelede normstelling komt tot volle bloei
    Jaren 80: omvang overheidsapparaat staat ter discussie --> heroverweging overheidstaken
  • Wat is het verschil tussen het bijzondere deel en het algemene deel?
    Het bijzondere deel bestaat uit wetten, algemene maatregelen van bestuur, ministriële regelingen, gemeentelijke en provinciale verordeningen en de daarop gebaseerde plannen, beschikkingen en andere besluiten, die de rechtsverhoudihngen binnen een concreet bijzonder gebied van overheidsactiviteiten regelen. Zoals wonen, werken, milieu, verkeer, onderwijs etc.
    Het algemene deel vormt hiervan deels een abstractie en generalisatie en bestaat voor een ander deel uit autonoom ontwikkelde onderwerpen. Is grotendeels vastgelegd in het Awb.
  • Wat zijn de functies van bestuursrecht?
    Legitimerend: Er moet een juridische grondslag zijn voor het bestuursoptreden, deze juridische grondslag zal uiteindelijk herleid worden uit de grondwet. Deze functie staat voor het in het leven roepen van bestuursorganen, toekennen van bevoegdheden en het regelen besluitvormingsprocedure.
    Instrumenteel: het gebruik van bestuursrecht ten behoeve van de vaststelling en de uitvoering van overheidsbeleid, vooral in de bijzondere delen. (plaatsing fiets veroorzaakt overlast).
    Waarborgfunctie: het waarborgen van de rechtspositie van de burger.
  • Wat zijn de fundamentele beginselen en uitgangspunten van het bestuursrecht?
    - Legaliteitsbeginsel
    - Specialiteitsbeginsel
    - Rechtszekerheidsbeginsel
    - Gelijkheidsbeginsel
    - Eis van stelselmatigheid
    - Beginsel van sociale rechtvaardigheid
  • Wat wordt verstaan onder het legaliteitsbeginsel?
    Overheidshandelen moet gebaseerd zijn op een vooraf aanwezige wettelijke bepaling. Het voorkomt dat de wetgevermet terugwerkende kracht regels kan opleggen. De uitvoerende macht bezit uitsluitend die bevoegdheden die haar uitdrukkelijk door de (Grond)wet zijn toegekend.
  • Wat wordt verstaan onder het specialiteitsbeginsel?
    Een bestuursorgaan mag alleen  beschikken over min of meer naar doel afgebakende bevoegdheden. Bestuursbevoegdheid wordt niet in het algemeen toegekend in het bestuursrecht, maar altijd met het oog op de behartiging van specifieke publieke belangen
  • Wat wordt verstaan onder het rechtszekerheidsbeginsel?
    Een burger mag, onder bepaalde voorwaarden, kunnen vertrouwen op uitlatingen van een bestuursorgaan waarin dingen worden toegezegd maar die later niet nagekomen (kunnen) worden door het bestuursorgaan.
  • Wat wordt verstaan onder het gelijkheidsbeginsel?
    De overheid moet gelijke gevallen op gelijke wijze behandelen (art. 1 Grondwet).
  • Wat wordt verstaan onder de eis van stelselmatigheid?
    = verbod op willekeur: wanneer de uitoefening van een discretionaire bevoegdheid blijk geeft van een zodanige gebrekkige afweging belangen, of zodanige gebrekkige feitenkwalificatie dat in redelijkheid niet meer van een rechtmatige belangenafweging of kwalificatie gesproken kan worden
  • Wat wordt verstaan onder het beginsel van sociale rechtvaardigheid?
    De drie dimensies van de democratische rechtsstaat:
    Burgers hebben zeggenschap over overheidshandelen de macht van liberale democratisch gelegitimeerde overheid moet worden beperkt, en voorspelbaar en  vrij van willekeur zijn sociale rechtsstaat. (de overheid is niet voor zichzelf maar voor de burgers = verwezenlijking van sociale rechtvaardigheid).
     
  • Wat wordt verstaan onder het fair-play beginsel?
    Dit gebod vereist dat bestuursorganen open en eerlijk optreden, betrokkenen adequaat informeren, geen informatie achterhouden, belanghebbenden niet aan het lijntje houden of burgers ongeoorloofd onder druk zetten.

    Op sommige punten raakt dit beginsel het beginsel van verbod van vooringenomenheid. Dit beginsel is verwant aan de formele zorgvuldigheidsbeginselen.
  • Wat wordt verstaan onder het verbod van détournement de pouvoir?
    Dit verbod vormt de keerzijde van het specialiteitsbeginsel. Dat een bestuursorgaan zijn bestuursbevoegdheid niet mag gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze is verleend is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Het verbod geeft uitdrukking aan het specialiteitsbeginsel, het is een verbod van machtsmisbruik, oneigenlijk gebruik van bevoegdheid en onzuiverheid van oogmerk.

    Zandvoortse Woonruimtevorderingsarrest: De vorderingsbevoegdheid op grond van de voormalige woonruimtewet werd in casu door het bevoegde gezag niet toegepast met het oog op een doelmatige verdeling van woonruimte (het boogde publieke doel), maar om het in rekening brengen van een te hoge huurprijs aan de huurder te beëindigen.
  • Wat wordt verstaan onder het verbod van détournement de procedure?
    dit is de formele variant van het verbod ddp. het houdt in dat er door het bestuur geen lichtere procedure mag worden gevolgd om tot een besluit te komen, wanneer daarvoor een met meer waarborgen omklede procedure openstaat. 

    Het beginsel waakt er voor dat aan de belangen van burgers niet tekort wordt gedaan door procedurele waarborgen te ontwijken of te omzeilen via een lichtere procedure.
  • Wat wordt verstaan onder het verbod van willekeur?
    dit verbod is ontleend aan de rechtspraak van de HR. Dit verbod hangt samen met marginale toetsing.

    Het verbod van willekeur strekt ertoe om het uitoefenen van bestuurlijke discretie de maat te nemen aan de hand van een rechtmatigheidsnorm, zonder de beleidsvrijheid van het bestuur aan te tasten. --> maakt het mogelijk de rechtmatigheid van de bestuurlijke belangenafweging (beleidsvrijheid) of de kwalificatie van feiten door het bestuur te toetsen zonder dat de rechter in de verantwoordelijkheid van het bestuur treedt.

    Introductie van verbod van willekeur: Van Doetinchem-arrest.
  • Wat wordt verstaan onder het materieel zorgvuldigheidsbeginsel?
    Het samenstel van normen dat tot uitdrukking komt in art. 3:4 Awb (verbod van willekeur en het evenredigheidsbeginsel) wordt wel aangeduid als materieel zorgvuldigheidsbeginsel.
  • Wat wordt verstaan onder het materieel rechtszekerheidsbeginsel?
    Dit beginsel kan zich verzetten tegen de intrekking of wijziging  van (begunstigende) besluiten met terugwerkende kracht. Het beginsel voorkomt bijvoorbeeld ook dat minder gunstig beleid met terugwerkende kracht wordt tegengeworpen aan belanghebbenden die onder oud beleid een concreet verzoek o om een financiële tegemoetkoming deden en ook konden doen. De omstandigheden van het geval zijn bepalend.
  • Wat wordt verstaan onder het formeel rechtszekerheids- of duidelijkheidsbeginsel?
    Besluiten moeten duidelijk worden geformuleerd, voldoende houvast bieden en niet voor verschillende uitleg vatbaar zijn. Burgers (en anderen) hebben het recht om te weten waar zij rechtens aan toe zijn en wat er van hen verwacht wordt.
  • Wat is het verschil tussen het materiële en formele rechtszekerheidsbeginsel?
    Het materiële rechtszekerheidsbeginsel kan zich verzetten tegen de intrekking of wijziging van (begunstigende) besluiten met terugwerkende kracht. Ook voorkomt het beginsel dat minder gunstig beleid met terugwerkende kracht wordt tegengeworpen aan belanghebbenden. De omstandigheden van het geval zijn bepalend of er sprake is van ‘strijd’ met het beginsel. In het financiële bestuursrecht wordt aan het materiële rechtszekerheidsbeginsel mede invulling gegeven door het instellen van wettelijke en buitenwettelijke verjarings- en vervaltermijnen.
    Het formele rechtszekerheidsbeginsel houdt in dat besluiten duidelijk moeten zijn geformuleerd, voldoende houvast bieden en niet voor verschillende uitleg vatbaar zijn.
  • Wat is een bestuursrechtelijke rechtsbetrekking?
    Dit is de door het recht beheerste relatie tussen het bestuur en de burger.
  • Wat is het verschil tussen een rechtsplicht en burgerlast?
    Aan een burgerlast hoeft een burger geen gevolg te geven, aan een rechtsplicht wel.
  • Wat is het verschil tussen privaatrecht en publieksrecht?
    Bij privaatrecht komen de bevoegdheden het rechtssubject toe, omdat hij rechtssubject is.

    Bij publiekrecht is een juridische grondslag nodig.
  • Hoe ziet de benadering vanuit het algemene deel eruit?
    Awb
  • Hoe ziet een benadering naar maatschappelijk onderwerp eruit?
    - Sectorale indeling (ministeries)
    - Facetmatige indeling (sectoren geclusterd)
    - Functionele indeling (sluit aan bij maatschappelijke activiteit)
  • Hoe ziet de instrumentele benadering eruit?
    Er zijn structurerende elementen:
    - organisatie
    - wetgeving
    - nadere regelgeving / planning
    - uitvoering
    - handhaving
    - rechtsbescherming
  • Wat is de doelstelling van de Awb?
    - harmonisatie
    - systematiseren en vereenvoudigen van wetgeving
    - codificeren onwtikkelingen
    - voorzieningen treffen ten aanzien van onderwerpen die zich naar hun aard niet voor regeling in een bijzondere wet lenen (restcategorie).

    De Awb is een aanbouwwetgeving.
  • Wat is de verhouding tussen strafrecht en bestuursrecht?
    Strafrecht werkt ten dienste van de handhaving van het bestuursrecht.
  • Noem de gradaties van harmonisatie.
    - dwingend recht: moet gelden voor het gehele bestuursrecht, mag aalleen bij wet in formele zin van worden afgeweken
    - regelend recht: moet worden beschouwd als voor normale gevallen de beste regeling, mag bij bijzondere wet van worden afgeweken.
    - aanvullend recht: geldt in het geval dat een bijzondere wet (in materiële zin) het onderwerp niet regelt.
    - facultatief recht: slechts van toepassing  indien dit bij (bijzonder) wettelijk voorschrift of bij besluit van het betrokken bestuursorgaan is bepaald.
  • Welke eigenschappen heeft de structuur van de Awb?
    - inwendig: huidige wet opgehangen aan centrale begrippen (bestuursorgaan, besluit, beroep)
    - uitwendig: gelaagde structuur
  • Langs welke twee wegen beïnvloedt het Europese recht de besluitvorming van Nederlandse bestuursorganen?
    - via indirecte weg: veel NLse wetgeving die door bestuursorganen moet worden uitgevoerd betreft in principe geïmplementeerd Europees recht.
    - via directe weg: sommige Europese regels moeten rechtstreeks worden toegepast (met name EG-verordeningen).
  • Wat zijn doorwerkingsinstrumenten?
    Doorwerkingsinstrumenten moeten er voor zorgen dat Europees recht effectief kan worden gerealiseerd. We kennen de volgende instrumenten:
  • Wat zijn de drie doorwerkingsinstrumenten om het communautaire recht voorrang te verlenen?
    1. Rechtstreekse werking: voor veel Europeesrechtelijke regels geldt dat zij rechtstreeks bij de nationale rechter kunnen worden ingeroepen en dat de nationale bestuursrechters hen rechtstreeks moeten toepassen (ook wanneer dat in strijd is met nationaal recht).
    2. de (verdrag)conforme interpretatie: de rechter moet het nationale recht zoveel mogelijk interpreteren conform het Europese recht.
    3. Francovich-aansprakelijkheid: deze aansprakelijkheid ziet onder meer op situaties waarin belanghebbenden schade ondervinden door niet-tijdige of onjuiste omzetting van Europese richtlijnen in nationale wetgeving.
  • Wat wordt verstaan onder “inspraak”? En welke drie elementen zijn hierbij van belang?
    Inspraak is het naar voren brengen van je eigen zienswijze, wat resulteert in het daadwerkelijk beïnvloeden van het overheidsbeleid en andere overheidshandelingen, drie elementen zijn van belang:

    1. Georganiseerde mogelijkheid voor burgers om hun mening of gedachten te uiten;
    2. Burgers dienen gelegenheid te hebben in discussie te treden met bestuurders en ontwerpers;
    3. Burgers mogen verwachten dat de uitkomst van de discussie, binnen redelijke grenzen, van invloed is op de uiteindelijke beslissing.
    Indien geen gebruik wordt gemaakt van dit recht, wordt het beroepsrecht van de burger verspeeld.
  • Art. 11 Auteurswet: Ten behoeve van openbaarheid rust er geen auteursrecht op wetten, verordeningen, besluiten door de openbare macht uitgevaardigd, noch op rechterlijke uitspraken en administratieve beslissingen.
  • Leg het besluitvormingsmodel Awb (H4 + H5 Awb) van de Awb uit.
    - Start ambtshalve of op aanvraag belanghebbende;

    - Bestuursorgaan stelt relevante feiten en af te wegen belangen vast;
    - Afhankelijk van de aard van het besluit wordt het proces van voorbereiding ondersteund door formele hoorplichten of de facultatieve uniforme openbare voorbereidingsprocedure (UOV);
    - Rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen worden afgewogen (motivatie waarom bepaalde belangen hogere of lagere prioriteit hebben)
    - Besluit wordt gemaakt met inachtneming dat dit de belangen van burgers niet onevenredig mag benadrukken, noch anderszins in strijd mag zijn met geschreven of ongeschreven recht.
    De Awb heet een gelaagde structuur (van algemeen naar bijzonder), echter door aanbouwwetgeving gaat dit niet in alle gevallen op.
  • Uit welke fasen bestaat de toets aan het gelijkheidsbeginsel?
    1. Fase waarin wordt nagegaan of er sprake is van vergelijkbaarheid (vergelijkbaarheidstoets);

    2. Fase waarin wordt nagegaan of er (gegeven de vergelijkbaarheid) een voldoende objectieve rechtvaardiging bestaat voor ongelijke behandeling.
    Het verbod van discriminatie zoals vastgelegd in Art. 1 van de Grondwet is als constitutioneel beginsel verbonden met het gelijkheidsbeginsel en komt tevens tot uitdrukking in veel bepalingen van Europees en Internationaal recht.
  • Noem de verschillende benaderingen van het bijzondere deel van het bestuursrecht.
    1. Benadering vanuit het algemeen deel: rechtsfiguren en procedures worden uitgelegd aan de hand van de begrippen en systematiek van het algemeen deel (Awb);

    2. Benadering naar maatschappelijk onderwerp: onderscheid wordt gemaakt tussen sectorale (terreinen van overheidsbeleid), facetmatige (geclusterd in hoofdgebieden) en een functionele (naar maatschappelijke activiteit waarop het rechtsgebied betrekking heeft) benadering;
    3. Instrumentele benadering: (politieke) doelstellingen worden geformuleerd en instrumenten die de doelstellingen moeten verwezenlijken worden gekozen.
  • Wanneer de instrumentele functie wordt verbonden met de beginselen van de democratische rechtsstaat, kan het (bijzonder) bestuursrecht aan de hand van de volgende elementen worden gestructureerd:
    - Organisatie;
    - Wetgeving;
    - Nadere regelgeving en planning;
    - Uitvoering;
    - Handhaving;
    - Rechtsbescherming.
  • Wat is juridisering?
    Juridisering kan worden omschreven als de ontwikkeling waarbij in maatschappelijke relaties het juridische aspect steeds belangrijker of zelfs dominant wordt.
  • Wat is het Europees verbod op omgekeerde verticale (of rechtstreekse) werking?
    Het Europees verbod op omgekeerde verticale (of rechtstreekse) werking houdt in dat geen directe verplichting aan de burger opgelegd mag worden i.v.m. de rechtszekerheid. Dit kan namelijk in strijd zijn met rechtstreeks werkende bepalingen (is wel van toepassing, maar er vloeit geen verplichting uit voort en lost dus niets op). Nationale rechters proberen dit op te lossen door de beoordeling of een direct belanghebbende negatieve gevolgen ondervind van een beroep van een derde op een niet-tijdig of onjuist geïmplementeerde richtlijnbepaling (met directe werking).
  • Europees bestuursrecht ziet primair op het recht dat geldt tussen de instellingen van de Unie en de lidstaten en de Europese burgers. Daarnaast gaat het ook om het geheel van rechtsnormen afkomstig uit het unierecht die het nationale bestuursrecht inkleuren, modificeren of ter zijde stellen. Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheiden (EVRM) is van grote invloed op zowel het algemene als de bijzondere delen van het (nationale) bestuursrecht. Daarnaast is ook het Europese Unierecht van grote invloed. Van daaruit staan de uitgangspunten supranationaliteit, voorrang en rechtstreekse werking namelijk centraal. Hierdoor verloopt de doorwerking van het Europese rechte in het nationale recht autonoom (d.w.z. onafhankelijk van nationaal constitutioneel recht).
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat is besturen?
1
Wat doet een bestuur?
1
Wat doet bestuursrecht?
1
Waarom is bestuursrecht van, voor en tegen het bestuur?
1
Pagina 1 van 48