Class notes - Basiscursus Recht

by
439 Flashcards en notities
6 Studenten
  • Deze samenvatting
  • +380.000 andere samenvattingen
  • Een unieke studietool
  • Een oefentool voor deze samenvatting
  • Studiecoaching met filmpjes
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - Basiscursus Recht

  • 1415228400 LEH 7 privaatrecht

  • Wat wordt onder vermogen verstaan?
    Alle op geld waardeerbare rechten (activa) en plichten (passiva) (economisch)
    Alle actieve vermogensbestandsdelen. (goederen) (juridisch)
  • Welke systematiek ligt aan het BW ten grondslag?
    Boek 1 en 2 Personen en familierecht
    Boek 3 en 4 Vermogensrecht algemeen
    Boek 5 t/m 8 Vermogensrecht specifiek
  • Welke beginselen liggen aan het vermogensrecht ten grondslag?
    Rechtzekerheidsbeginsel
    Beginsel der openbaarheid
  • Wat zijn goederen?
    zaken (stoffelijke voorwerpen) en vermogensrechten (on stoffelijk) (3:1 BW)
  • Wat is eigendom?
    Het meest omvattende recht wat men op een zaak kan hebben. Is dus absoluut en zakelijk.
  • Wat zijn de kenmerken van goederenrechtelijke rechten?
    Droit de suite (goederenrechtelijk of zaakgevolg) bij overgang behoud je recht
    Droit de priorité (oud gaat voor nieuw)
    Droit de preference (Absoluut gaat voor relatief)
  • 1433196000 LEH 1 Betekenis en doel van het recht

  • Welke 3 soorten gedragsregels zijn er?
    Gebiedende regels (verplichtend, primaire regel)
    Verbiedende regels (verplichtend, primaire regel)
    Veroorlovende regels (bevoegdheid verlenend, primaire regel)
    -Afzonderlijke categorie; constitutieve regels (grondregel organisatie van de staat, secundaire regel)
  • Waar leidt een verplichtende regel toe en waar kan een veroorlovende regel toe leiden?
    Een verplichtende regel leidt vaak tot een aanspraak, namelijk op naleving. Een veroorlovende regel kan leiden tot een verplichting, namelijk een om een bevoegdheid daadwerkelijk te gebruiken.
  • Wat onderscheidt een bevoegdheid van een recht?
    Het plichtmatige karakter; men is vrij om zijn rechten al dan niet te gebruiken, maar een bevoegdheid moet worden benut.
  • Wat is de relatie tussen de wet en de rechtelijke beslissing?
    -de wet geeft een algemene regel
    -de rechter maakt uit welke betekenis de regel heeft in het concrete geval dat hem is voorgelegd (interpretatie)
    -de rechter beslist welk gevolg aan zijn interpretatie moet worden verbonden
    -de geconcretiseerde regel kan verwerkelijkt worden, bijvoorbeeld met behulp van politie of deurwaarder 
  • Wat is vaste jurisprudentie?
    Is een bepaald geval beslist en doet zich later eenzelfde of soortgelijk geval voor, dan zal de rechter rekening houden met het door hem of door zijn ambtsgenoot geschapen precedent en op dezelfde wijze beslissen. Als er meer dan eens dezelfde beslissing is gegeven, dan is er een vaste lijn uitgezet.
  • Wat wordt verstaan onder rechtsorde?
    Het recht is de samenleving, het leven van de mensen zelf, gezien van een bepaalde kant; namelijk de geordende samenleving.
  • Benoem het verschil in inhoud en vorm van het recht:
    -inhoud: de heersende cultuur en daarmee ook de historie zijn bepalend, evenals de godsdienst
    -vorm: het meeste recht is nationaal recht, in sterke mate gebonden aan de staat
  • Waar ligt in Europa de oorsprong van recht?
    In Europa heeft ieder land en ieder volk zijn eigen cultuur, maar de bronnen waaraan de cultuur is ontsproten zijn voor een groot deel hetzelfde. Deze is sterk bepaald voor de christelijke godsdienst, alsmede de oudere Grieks-Romeinse en Joodse traditie. Germaanse stammen leefden naar eigen, inheems gewoonterecht (een verzameling van volksrechten). Nadat de Germanen tot de christelijke godsdienst waren overgaan deed zicht het Romeins recht gelden.
  • Wat was het kenmerk van het recht in de Middeleeuwen?
    Middeleeuwse juristen hebben het van oudsher overgeleverde inheemse recht ingekleed in de Romeinse formules en begrippen die zij op de universiteit geleerd hadden: de aanvaarding, de receptie van het Romeinse recht.
  • Hoe veranderde het humanisme en daarna de Verlichting de denkwijze over recht?
    Wat de Germaanse volksstammen hadden overgeleverd werd voorgesteld als door 'het recht'(ius, Romeinse recht) ter zijde gesteld 'leges barbarorum'(wetten der barbaren). Het zuiver Justiniaanse recht moest een wedergeboorte krijgen. Het inheemse privaatrecht werd grotendeels vervangen door het Romeinse (behalve in het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en de Scandinavische landen).
  • Welke invloed had de Franse Revolutie op het recht?
    De Franse Revolutie zorgde voor een politieke omwenteling die nodig was om het Romeinse recht afgeschaft te krijgen. Vervangen werd het door de in de landstaal gestelde wetboeken die beoogden als het geldend recht weer te geven (codificatie).
    -Frankrijk: Les cinq Codes (de vijf wetboeken van Napoleon)
    -Nederland: eigen versie van de code civil, het Wetboek Napoleon ingerigt voor het Koninkrijk Holland (1809)
  • Op welke wijze komt het recht tot ordening?
    Door afweging van belangen en het afdwingen van de daarbij gemaakte keuzes. Hierbij zijn waardeoordelen, en met name politieke, economische, sociale, religieuze en morele denkbeelden bepalend.
  • Noem 3 mogelijke functies van recht:
    -recht als instrument; recht zou slechts aanwijzen hoe moet worden beslist welke belangen voorrang krijgen, en vervolgens vorm geven aan de gemaakte keuzes. Wetten zouden louter op hun effecten moeten worden beoordeeld (William James en Roscoe Pound)
    -recht met intrinsieke morele lading; recht moet voldoen aan ons rechtsgevoel, rechtvaardigheidsgevoel. Het recht zelf is, naar vorm (formeel) en inhoud (materieel), ideologisch bepaald. Rechtvaardigheid hoeft niet te betekenen dat iedereen evenveel krijgt. (draagkrachtbeginsel)
    -Ethische overtuiging; alleen een rechtvaardige ordening kan op den duur een vreedzame ordening zijn. Het ontbreken van algemene regels zou volkomen onzekerheid met zich meebrengen over wat recht of onrecht is, en kan leiden tot voortdurende strijd en wanorde. 
  • Maak een onderscheid tussen 2 soorten rechtvaardigheid (Aristoteles):
    -Distributieve (verdelende) rechtvaardigheid: geeft aan ieder naar zijn verdienste, zijn kwaliteit. Zij leidt niet tot gelijkheid, maar tot evenredigheid. (gemeenschap-burgers)
    -Commutatieve (vergeldende) rechtvaardigheid: geeft aan ieder evenveel, louter naar de prestatie welke hij in concreto levert. (burgers onderling, alsmede strafrechtstheorie als vergelding van bedreven kwaad)
  • Wat is het draagkrachtbeginsel?
    Ieder moet worden gestraft naar de mate, waarin hij straf kan dragen (distributieve rechtvaardigheid, in het bijzonder bij het opleggen van geldboetes).
  • Wat is het Lex certa beginsel?
    Het recht moet niet alleen generaliseren, maar de regels van het recht moeten zo nauwkeurig worden geformuleerd dat men van te voren kan vaststellen welke juridische consequenties bepaalde handelingen zullen hebben.
    Rechtszekerheid: voorspelbaarheid van de rechtelijke beslissing.
  • Welk conflict heerst er tussen rechtszekerheid en rechtvaardigheid?
    Uitschakeling van de rechtvaardigheidsgedachte uit het recht leidt tot vereenzelviging van recht en macht, uitschakeling van de rechtszekerheidsgedachte leidt tot willekeur. Het inherente conflict bevordert de dynamiek van het recht door het continue streven naar balans tussen beiden.
  • Wat is formeel rechtsbegrip?
    Het geheel der van een bevoegde overheidsinstantie afkomstige algemeen verbindende voorschriften. Wat zich naar de uiterlijke vorm presenteert is recht.
  • Wat is positief (stellig) recht?
    het geheel van de algemeen verbindende rechtsregels.
    Auguste Comte: recht is slechts datgene wat met (overheids)gezag als recht is vastgesteld of erkend en daardoor zichtbaar is gemaakt.
  • Noem 4 grondleggers van het Utilisme, gestoeld op Epicuristisch gedachtegoed (positivisme):
    Jeremy Bentham, John Austin, John Stuart Mill, Auguste Comte
  • Hoe hebben Hans Kelsen en Herbert Hart het formele rechtsbegrip uitgelegd?
    -Hans Kelsen (grondlegger grondwet Oostenrijk): ontwierp een zuivere rechtsleer, vrij van alle morele, sociologische en politieke elementen. Recht als instrument; een hiërarchisch systeem van machtiging om dwang uit te oefenen.
    -Herbert Hart: ontwikkelde 2 soorten gedragsregels; primaire regels, tot de burgers gerichte gedragsvoorschriften/bevelen, en secundaire regels, die het mogelijk maken gedragsregels als rechtens binden te herkennen en die hun schepping, wijziging en toepassen regelen. Samen vormen zij recht. 
  • Wat is materieel rechtsbegrip?
    Recht is wat inhoudelijk voldoet aan wat de menselijke rede vergt.
  • Hoe is het materieel rechtsbegrip ontstaan?
    Vanuit het christendom, de stoïsche rechtsleer: onder het begrip recht kan niet alleen worden verstaan wat een toevallige overheidsinstantie voorschrijft. Het dient ook inhoudelijk te worden beoordeeld, namelijk op zijn rechtvaardigheidsgehalte.
  • Wat is natuurrecht?
    Een geheel van gedragsregels dat onafhankelijk van tijd en plaats en zelfs van sanctionering door een overheid van kracht is, enkel en alleen om zijn inhoudelijke, rationele waarde. Hoger of beter recht dat niet uit de wil van de overheid vloeit. Als van nature ingegeven.
  • Wie is de grondlegger van de theocratische rechtsbeschouwing (natuurrecht)?
    Thomas van Aquino: onderscheidde een hoogste rede, lex aeterna, die hij vereenzelvigde met de eeuwige wil van God.
    Lex divina = de wet Gods
    Lex aeterna = de eeuwige wil van God
    Lex naturalis = door de menselijke rede
  • Wie is een grondlegger van het rationalistisch natuurrecht?
    Hugo de Groot: het natuurrecht werd beleden met de rede als bron, zonder dat deze rede rechtstreeks op God werd herleid.
  • Wat zijn de bezwaren van natuurrecht?
    -recht verschilt van land tot land en ook in de tijd.
    -recht dient niet alleen de rechtvaardigheid, maar ook de rechtszekerheid.
    -de concrete inhoud is niet terug te vinden in een objectief gegeven bron (bijv. wet), maar wordt door een subjectief bepaalde redenering gevonden.
  • Waarin onderscheidt materieel recht zich van formeel recht?
    De burger mag en moet zich vanuit de natuurrechtelijke zienswijze verzetten wanneer het recht alleen nog aan de formele, en niet meer aan de materiële omschrijving ervan voldoet.
  • Waarin onderscheidt materieel recht zich van formeel recht?
    De burger mag en moet zich vanuit de natuurrechtelijke zienswijze verzetten wanneer het recht alleen nog aan de formele, en niet meer aan de materiële omschrijving ervan voldoet.
  • Hoe zijn internationale verdragen ontstaan?
    Na de wandaden uit de Tweede Wereldoorlog is een aantal verdragen tot stand gekomen die in het geschreven recht een grondslag bieden voor het recht en de plicht van de burger om daarmee strijdige overheidsvoorschriften naast zich neer te leggen. Zo is een aantal natuurrechtelijke voorschriften omgezet in positief recht. (Raad van Europa; EVRM en de Verenigde Naties; IVBPR)
  • Wat zijn de bezwaren van formeel/positivistisch recht?
    -het is lastig te verklaren waarom men het recht moet volgen.
    -het kan louter de macht van een toevallige meerderheid (of dictatoriale minderheid) zijn die bepaald wat recht is. Recht en wet vallen feitelijk samen.

    Dit leidde tot het opstellen van grondwetten of constituties.
  • Welk land heeft geen geschreven grondwet?
    Het Verenigd Koninkrijk; maar toch erkent men grondregels waaraan niet of nauwelijks valt te tornen (grondwettelijk systeem).
  • Wat is wetspositivisme of legisme?
    De positivistische opvatting kan er toe leiden dat men het recht vereenzelvigd met de letter van de wet.
    Nederlandse legisten: Opzoomer, Diephuis, Land, Asser.
  • Welke invloed heeft Montesquieu gehad?
    Hij ontwikkelde een strikte scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht (trias politica). Hij beoogde een verdeling van de macht en verwachtte ook dat de wetgevers en de uitvoerende macht elkaar zo in toom zouden houden (checks and balances). De rechter zou slechts de regels mogen toepassen die de wetgever heeft opgesteld.
  • Wat is de historische rechtsbeschouwing?
    De historische richting in de rechtswetenschap aan het begin van de 19e eeuw. Het rechtsbewustzijn van het volk, de onder het volk levende voorstellingen over wat recht is, als bron van de inhoud van het recht. Deze voorstellingen ontwikkelen zich langzaam onder de invloed van godsdienstige, politieke en economische factoren.
    Gustav Hugo, Friedrich Carl von Savigny, Georg Friedrich Puchta, Karl Marx (rechtsnihilisme)
  • Wat is de realistische rechtsbeschouwing?
    De in de 20e eeuw ontstane Scandinavische en Amerikaanse realistische scholen. Niet de in wetten neergelegde regels vormen het recht; recht is eenvoudig wat de rechter doet (rule scepicism). Sociologische en psychische factoren spelen hierbij een rol. Het recht streeft allereerst na dat de burger in zijn rechten niet wordt gestoord. Vindt zo'n storing toch plaats dan biedt het hem een middel om alsnog zijn recht te halen.
  • Wat is het verschil tussen de Scandinavische en Amerikaans realistische school?
    -Scandinavische school: recht bindt, omdat men zich erdoor gebonden voelt. Recht herleiden tot psychische processen en de aandacht vestigen op de beperkte rationaliteit van het recht.
    Axel Hagerstrom, A. Lundstedt, Karl Olivecrona, A. Ross
    -Amerikaanse school: de rechter past niet alleen regels toe, hij vorm ook zelf recht. Om zich te verantwoorden stelt hij het echter zo veel mogelijk voor alsof zijn beslissing wel rechtstreeks uit de regels volgt. Wetgever raakt onderbelicht.
    Oliver Wendell Holmes, Karl Llewelyn, Jerome Frank, Roscoe Pound
  • Wat is de definitie van staat?
    -totale gemeenschap waarbinnen de overheid op een bepaald moment functioneert.
    -organisatievorm waarin over de bevolking van een bepaald gebied (hoogste, soevereine) macht wordt uitgeoefend.
    -grondgebied waarbinnen een gezagsstructuur aanwezig is die over de fysieke machtsmiddelen beschikt.
  • Hoe werd legitimatie van de overheid gevonden?
    -in goddelijke tussenkomst, in de veronderstelde goddelijke herkomst van de vorsten en/of hun gezag.
    -in de leer van de volkssoevereiniteit. De overheid werd voorgesteld als de dienaar van de collectieve wil van het volk (volonte generale; Spinoza en Rousseau). De staat werd voorgesteld als een persoon, wiens wil door verschillende organen (wetgevend, rechtsprekend en besturend) ten uitvoer wordt gebracht.
  • Wat is een rechtstaat?
    Een staat die zich onderwerpt aan de heerschappij van het recht (rule of law). Het begrip rechtstaat is een politiek concept, de volmaakte rechtstaat een ideaalbeeld dat kan en zal worden ingevuld naar aan plaats en tijd gebonden opvattingen.
  • Wat is het legaliteitsbeginsel?
    Het optreden van de overheid moet kunnen worden herleid tot door de wet verleende bevoegdheden. Dit zien we vooral terug in het staatsrecht, bestuursrecht, strafrecht en strafprocesrecht.
  • Benoem de formele kant van de rechtstaat:
    -de overheid stelt niet alleen rechtsregels vast, maar is ook zelf aan het recht onderworpen (binding aan de wet)
    -de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid van alle burgers worden het beste gewaarborgd wanneer het overheidsoptreden zoveel mogelijk door de wet wordt genormeerd (Grondwet)
    -er is sprake van een vorm van democratie, waarin de burgers invloed kunnen uitoefenen op de samenstellingen van de staatsorganen en van de kern van de wetgeving (volksvertegenwoordiging; Staten-Generaal)
  • Benoem de materiële kant van de rechtstaat:
    -inhoudelijke kwaliteit van het overheidsoptreden, de overheid zelf moet zich aan het recht onderwerpen door onafhankelijke rechtspraak
    -de overheid bezondigt zich niet aan willekeur tegenover individuele burgers (grondrechten burgers)
    -gelijkheid voor alle burgers (absolute gelijkheid niet haalbaar, bijv. positieve discriminatie)
  • Welk gevolg heeft de democratische rechtstaat voor de positie van de rechter?
    Burgers kunnen invloed uitoefenen op de kern van de wetgeving. Bij de rechtsvorming in meer algemene zin moet het zwaartepunt liggen bij de wetgever. Het is uiteindelijk altijd de wetgever die beslist hoeveel ruimte de rechter wordt gelaten.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Welke systematiek ligt aan het BW ten grondslag?
2
Wat wordt onder vermogen verstaan?
2
Welke beginselen liggen aan het vermogensrecht ten grondslag?
2
Wat zijn goederen?
2
Pagina 1 van 110