Samenvatting Class notes - AMP

1176 Flashcards en notities
10 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - AMP

  • 1441058400 MT circulatie

  • tractus circulatorius
    circulatie
  • functie circulatie
    De circulatie of de tractus circulatorius heeft als taak het transporteren van het bloed door het lichaam. Hierdoor kunnen ook verschillende stoffen die in het bloed zijn opgelost door het lichaam worden getransporteerd.
    Voedingsstoffen uit de darmen en zuurstof uit de longen worden via het circulerende bloed in de slagaders naar de lichaamscellen gevoerd waar ze worden gebruikt bij het metabolisme van de cel.
    Afvalstoffen en kooldioxide die bij dit verbruik vrijkomen, worden door het bloed weer afgevoerd via de aders en vervolgens door de uitscheidingsorganen (nieren, lever, zweetklieren, longen) weer buiten het lichaam gebracht.
  • opbouw hart
    linkerhelft - rechterhelft
    iedere helft bestaat uit een boezem (atrium) en kamer (ventrikel)
  • kamer
    venrtikel
  • boezem
    atrium
  • septum
    harttussenschot; scheiding van de linker- en hersenhelft
  • kransslagaders
    zorgen voor zuurstof toevoer naar het hart
  • bouw van de wand van het hart
    -endocard
    -myocard
    -epicard
    -pericard
  • endocard
    gladde binnenbekleding van endotheel en bindweefsel (AV-kleppen vormen hier vanuit een plooi)
  • myocard
    dikke laag dwarsgestreept spierweefsel met veel verbindingen tussen spiervezels
  • epicard
    elastische binnenbekleding hart (binnenblad) met hart vergroeid
  • pericard
    buitenste (niet elastische) blad van het hart. De bladen gaan soepel over elkaar. Zorgt ervoor dat het hart zonder wrijving iets kan verschuiven (hartzakje)
  • SA-knoop
    Sinusknoop. Ligt in het myocard van het rechter atrium.
  • 1441404000 EXTRA

  • Colloïd- osmotische druk: 
    de water aanzuigende kracht naar het bloed, dat wordt veroorzaakt door eiwitten in het bloed. 
  • isotonisch
    De osmotische waarde van het bloedplasma moet gelijk zijn aan dat van de bloedcellen: het bloedplasma moet isotonisch (isos= gelijk, tonos = spanning). 
  • filtratie
    het proces waarbij water en opgeloste stoffen zich door een wand verplaatsen. De drijvende kracht achter filtratie is druk die door het water wordt uitgeoefend. Filtratie speelt een belangrijke rol bij de vorming van urine
  • bijzondere celvormen epitheel
    ·Slijmcellen/ slijmbekercellen: liggen tussen de epitheelcellen en produceren slijm. Epitheel met slijmbekercellen wordt slijmvlies genoemd.
    ·Trilhaarcellen: trilhaarepitheel is een bijzondere vorm van epitheel waarin de cellen bedekt zijn met kleine trilharen.
    ·Kliercellen: een kliercel scheidt een stof af, waarvoor de grondstoffen uit het bloed gehaald worden. Verschillende kliercellen vormen samen een klier. Er zijn klieren met een afvoerbuis(exocriene klieren) en klieren zonder afvoerbuis (endocriene klieren)
  • osmotische waarde
    aanzuigkracht
  • Wat heeft een cel nodig voor de opbouw en de groei?
    eiwitten en mineralen
  • acidose
    PH lager dan 7,35; te veel H+-ionen in het bloed, waardoor de bloedeiwitten beschadigd kunnen raken.
  • alkalose
    PH groter dan 7,45; minder H+-ionen in het bloed en veroorzaakt een ontregeling in het zuur-base-evenwicht van het bloed
  • Mineralen dienen als
    -bouwstof
    -bestanddeel van hormonen en enzymen
    -bloedstolling
    -prikkelgeleiding
    -spiersamentrekking
  • Uit welke onderdelen bestaat een cel?
    -celkern
    -ribosomen
    -celmembraan/celwand
    -endoplasmatisch reticulum
    -mitochondrium
    -lysosomen
    -Golgi-apparaat
  • Waar zorgen de ribosomen voor?
    eiwitopbouw
    eiwit is een bouwstof voor je lichaam
  • Wat is de functie van het endoplasmatisch reticulum?
    transport van stoffen binnen de cel
  • Wat is het mitochondrium?
    Is de energiefabriek van de cel
  • Waar zorgen lysosomen voor?
    voor de vertering van overtollige stoffen
  • Golgi-apparaat
    vorming en opslag van stoffen
  • Uit welke lagen is de huid opgebouwd?
    -Opperhuid (epidermis)
    -Lederhuid (dermis of cutis)
    -Onderhuids bindweefsel (subcuts = hypodermis)
  • uit welke lagen bestaat de opperhuid?
    1. binnenste, basale laag
    2. stekelcellige laag
    3. korrellaag
    4. hoornlaag
  • Wat gebeurd er in de binnenste, basale laag van de opperhuid?
    Celdeling, keratinocyten (huidcellen) verplaatsen zich naar buiten.
    Huidschilfertjes ontstaan doordat de huidcellen die in deze laag gevormd worden geleidelijk aan naar boven schuiven. De bovenste laag bevat dode huidcellen die steeds minder vast aan elkaar zitten. Onder invloed van zonlicht verhoornen deze dode huidcellen en worden het schilfertjes.
  • Welke functie heeft de stekelcellige laag?
    Geeft stevigheid. 
    Door de cellen van Langerhans heeft deze laag ook een functie in het immuunsysteem.
  • Waaruit bestaat de korellaag?
    uit keratinocyten in ontwikkeling
  • Waaruit bestaat de hoornlaag?
    de hoornlaag bevat hoornstof (keratine) en zorgt voor stevigheid en waterdichtheid van de huid.
  • Uit welke 2 delen bestaat de lederhuid?
    Lederhuid = dermis of cutis en bestaat uit;
    -papillaire laag
    -netvormige laag
  • Waar zorgt de papillaire laag voor?
    stevige verbinding tussen opper- en lederhuid en bevat veel collagene en elastische vezels en bloedvaatjes.
  • Wat is de netvormige laag?
    Bevat veel collageen en elastische vezels die zorgen voor trekvastheid van de huid.
  • Wat is de functie van de lederhuid?
    het voorzien van bloed voor de opperhuid (paritaire laag)
  • Wat is het onderhuids bindweefsel?
    Bevat veel bloedvaten, zenuwvezels en vet.
    Het vet speelt een belangrijke rol bij de warmte-isolatie en de opslag van veel reservevoedsel.
  • Bloedvoorziening van de huid
    De huid krijgt bloed vanuit de grote slagaders, die onder het onderhuids bindweefsel lopen, van hieruit lopen takken naar het onderhuids bindweefsel en de lederhuid daar vormen zij een netwerk van haarvaten.
  • soorten klieren
    ·Talgklieren; vettig houden (soepel houden van huid en haar) en zuurgraad
    Acne; ontsteking van de talgkliertjes.
    ·Zweet- geurklieren
    oKleine zweetklieren (verspreid over hele lichaam), belangrijke rol bij regeling lichaamstemperatuur. Veel in oksels, handen, voeten, huid.
    oGrote zweetklieren (geurklieren). Ontwikkelen na de puberteit, op plaatsen waar de haargroei vormt (oksels en schaamspreek). Zorgen voor de zweetgeur.
    ·Borstklieren
    Zowel bij mannen als bij vrouwen aanwezig. Bij vrouwen ontwikkelen de klieren zich onder invloed van hormonen (oestrogeen) tot borsten. Ook mannen kunnen borstkanker krijgen.
    ·Oorsmeerklieren
  • welke soorten cellen in epidermis (opperhuid)?
    -Hoorncellen(keratinocyten): die hoornstof produceren
    -Pigmentcellen: die kleur aan haar geven

    -De cellen van langerhans: die helpen om lichaamsvreemde stoffen te herkennen en zo een rol te spelen bij de afweer van het lichaam.
  • Wat zijn zweetklieren
    Zweetklieren zijn buisvormige klieren die via de huidporiën uitmonden op het huidoppervlak. Ze bevinden zich in de lederhuid en soms in het onderhuids bindweefsel. Er zijn twee soorten zweetklieren, kleine en grote:
  • Kleine zweetklieren
    -komen over het hele lichaam verspreid voor, vooral op de hoofdhuid, handpalen en voetzolen. Het zijn buisvormige klieren die via poriën in de huid uitmonden aan het lichaamsoppervlak. Ze scheiden een waterige vloeistof af die oa. Keukenzout, ureum, melkzuur en ammonia bevat. Ze spelen een belangrijke rol in de regulatie van de lichaamstemperatuur. Ook bij spanning worden zweetklieren aangezet tot productie.
  • grote zweetklieren
    -(geurklieren): ontwikkelen zich pas na de puberteit, zijn sterk gekronkeld en liggen diep in de huid. Ze komen uitsluitend voor op plaatsen waar haargroei optreedt, zoals oksels, rondom de anus en de geslachtsorganen en rondom de tepels. Ze staan dan ook in de verbinding met de haarzakjes. Het product van de zweetklieren is geurloos, maar door de bacteriën op de huid ontstaat de zweetlucht. Vrouwen hebben bijna tweemaal zoveel zweetklieren als mannen. 
  • Ontstaan zweet
    In de zweetklier zelf vindt filtering plaats. Het filtraat heeft dezelfde samenstelling als bloedplasma, maar dan donder eiwitten. In de afvoerbuis wordt het grootste deel van de nuttige stoffen teruggeresorbeert, zodat het zweet dat het lichaamsoppervlak bereikt, voornamelijk bestaat uit water met afvalstoffen. 
  • Talgklieren
    Talgklieren zijn trosvormige klieren in de lederhuid en monden meestal uit in de haarzakjes. Ze scheiden talg af dat de huid en haren vettig en soepel houd.
    Talg beschermd de huid tegen uitdroging en het binnendringen van micro-organisme.
  • Oorsmeerklieren
    Oorsmeerklieren in de gehoorgang produceren oorsmeer. Het oorsmeer houdt de huid van de gehoorgang en het trommelvlies vettig en soepel. Oorsmeer is waterafstotend, wat belangrijk is om goed te kunnen horen.
  • Borstklieren
    In de borsten (mammae) bevinden zich de borstklieren. De borstklieren bestaan uit melklijsten. Dit zijn verdikkingen van de opperhuid in het embryo, die zich aan beide zijden uitstrekken vanaf de oksel tot de lies, waaruit meestal bij de mens beiderzijds een borstklier ontwikkeld .
    De melkgang mondt uit in de tepel.
  • Ernst van de bloeding afhankelijk van
    Hoeveelheid bloedverlies
    Snelheid van het bloedverlies
    Plaats van de bloeding
    Welk bloedvat
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat is Gezondheid volgens het WHO?
5
Waar staat de afkorting WHO voor?
5
Wat is welbevinden?
5
Leg uit wat draagkracht is
5
Pagina 1 van 150