Samenvatting Cellular and molecular immunology

-
ISBN-10 1437715281 ISBN-13 9781437715286
603 Flashcards en notities
17 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting Cellular and molecular immunology

Abul K. Abbas, Andrew H. Lichtman, Shiv Pillai ; illustrations by David L. Baker, Alexandra Baker.

(7th ed.)

ISBN-10 1437715281

ISBN-13 9781437715286

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Cellular and molecular immunology

  • 1 Properties and Overview of Immune Responses

  • By what is humoral immunity mediated?

    Molecules in the blood and mucosal secretions, called antibodies, which are produced by cells called B lymphocytes.

  • Wat is de immuun respons?
    Een respons op een vreemde substantie in een individu die geregeld wordt door de samenwerkende cellen van het immuun systeem.
  • Which part(s) of the innate immune system recognize(s) PAMPs?

    The humoral and cellular components (so not the autonomical barriers).

  • Wat is de fysiologische functie van het immuunsysteem?
    zich verweren tegen infectieuze microben. Toch kunnen ook niet infectieuze vreemde substanties een biologische respons uitlokken. 
  • What is the complement system?

    One of the major effector mechanisms of humoral immunity, also an important effector mechanisms of innate immunity.

  • Welke functie heeft het aangeboren immuunsysteem?
    Het is het eerste in verweer tegen microben. ze zijn altijd aanwezig en zijn klaar om te reageren op microben en op de producten van aangetaste cellen. Daarnaast reageren ze op een herhaalde infectie op de zelfde manier. 
  • What does the complement system consist of?

    Serum and cell surface proteins that interact with one another and with other molecules of immune system in highly regulated manner.

  • Welke componenten horen bij het aangeboren immuunsysteem?
    1) fysieke en chemische barrieres: epitheel en antimicrobe chemicals uitegescheiden door het epitheel. 
    2) fagocyterende cellen (neutrofielen, macrofagen), dendritische cellen en NK cellen.
    3) bloed eiwitten waaronder ook het complement systeem.
    4) cytokines
  • What do the interactions of the serum and cell surface proteins in the complement system generate?

    Products that function to eliminate microbes.

  • Wat is de functie van het adaptieve immuunsysteem?
    Ze hebben een voortreffelijke specificiteit voor verschillende moleculen en een mogelijkheid van geheugen, waardoor ze krachtiger kunnen reageren op een herhaalde infectie. wordt ook wel verworven immuunsysteem genoemd.
  • When is the complement system activated?

    Upon contact with microorganisms.

  • Welke componenten horen bij het adaptieve immuunsysteem?
    1) lymfocyten en de uitgescheiden producten zoals antilichamen die ze maken.
    2) je hebt hier ook te maken met barrieres: lymfocyten in het epitheel secreteren antilichamen aan het epitheel oppervlak.
  • What do complement inhibitory factors prevent?

    Damage to neighbouring cells.

  • Wat zijn nog karakteristieken van het aangeboren immuunsysteem?
    - gericht tegen groepen micro-organismen
    - altijd aanwezig
    - ligt gecodeerd in het genomisch DNA
  • Wat zijn nog karakteristieken van het adaptieve immuunsysteem?
    - Gericht tegen 1 eiwit (antigeen)
    - Het wordt geinduceerd
    - Is afhankelijk van herschikking van DNA fragmenten
  • Zowel het aangeboren als het adaptieve immuunsysteem hebben specificteit. Ze herkennen geen van beide lichaamseigen structuren. Het adaptief systeem heeft een grotere diversiteit en een geheugenrespons itt het aangeboren systeem.
  • verschillen tussen humoraal en cellulair + de daarbijbehorende componenten?
    humoraal: complementsysteem, anti-microbiele peptiden, antilichamen
    cellulair: granulocyten, dendritische cellen, macrofagen en lymfocyten.
  • Wat doen antilichamen?
    ze herkennen microbiele antigenen, neutraliseren deze en targeten deze voor eliminatie. ze zijn gespecialiseerd en activeren verschillende effectormechanismen. 
  • sommige antigenen blijven overleven in een fagocyt. In dat geval kunnen lymofcyten helpen. 
  • Wat is actieve immuniteit?
    De vorm van immuniteit die verkregen wordt door de persoon bloot te stellen aan het antigeen zelf. 
  • Wat is passieve immuniteit?
    Hiermee wordt alleen serum ingespoten van een herstellend individu in een ziek of nog niet ziek persoon. Dit beschermt slecht enkele weken en zorgt niet voor een geheugen.
  • Wat is het verschil tussen antigenen en immunogenen?
    antigenen binden aan specifieke lymfocytreceptoren of ze nu wel of niet een immuunrespons teweegbrengen. 
    immunogenen binden aan specifieke lymfocytreceptoren en stimuleren een immuunrespons. 
  • Wat is epitoop?
    Dit is de specifieke hoeveelheid van een macromoleculair antigen waaraan een antilichaam bindt. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan een polysacharide van een bacterie. 
  • Hoe wordt weefselvloeistof afgevoerd?
    Vanuit de weefsels komt het in het lymfevatenstelsel terecht en uiteindelijk in de vena cava. Hierdoor moet weefselvloeistof dus eerst langs de lymfeklier voordat het de circulatie in kan. lymfeklieren vervullen een centrale rol in het induceren van het adaptieve immuunsysteem. 
  • hoe zien lymocyten eruit?
    Het is bijna alleen maar kern. Als ze geactiveerd raken dan worden ze ook wel lymfoblasten genoemd. 
  • Hoe ziet een granulocyt eruit?
    Een meerlobbige kern. 
  • Hoe ziet een dendritische cel eruit?
    vele uitstekels.
  • Wat zijn de 8 cardinale kenmerken van de adaptieve immuunrespons?
    1) specificiteit
    2) diversiteit
    3) geheugen
    4) clonale expansie
    5) specialisatie
    6) contractie en homeostase
    7) non-reactief naar zichzelf
  • Wat zijn neutrofiele granulocyten?
    De meest voorkomende leukocyt. essentieel voor de eerste reactie op infectie. Het fagocyteert en doodt zo de microb.
  • Wat zijn mononucleaire fagocyten?
    Hieronder vallen de macrofagen en de dendritische cellen. macrofagen nemen microben en dode cellen op om te vernietigen. Ze kunnen ook antigenen presenteren aan T-cellen. Ze maken cytokines aan om adaptieve responsen te sturen en ze stimuleren weefselherstel.
    dendritische cellen nemen antigenen op voor presentatie aan T-cellen. Het zijn een soort van sensors voor weefselschade en microbiele aanwezigheid. (ze voelen met de vele uitlopers voortdurend)
  • Welke granulocytensoorten zijn er allemaal?
    - basofiele granulocyten
    - eosinofiele granulocyten
    - mestcellen
    - NK-cellen
  • Wat zijn eosinofiele granulocyten?
    aanwezig in slijmvliezen van darm en long, kunnen uit de circulatie komen en doden bij aan het doden van extracellulaire parasieten. 
  • Wat zijn basofiele granulocyten?
    Dragen bij aan allergische reactie. Bij ontsteking kunnen ze via celoppervlakte gebonden IgE worminfecties bestrijden.
  • Wat zijn mestcellen?
    zitten in de huid, slijmvliezen van darm en longen. zijn in staat om via oppervlakte gebonden IgE wormen te herkennen en te doden. Dragen bij aan allergische reacties. 
  • Wat zijn NK-cellen?
    Het zijn ook lymfocyten. functie is het doden van virus-geinfecteerde of beschadigde cellen. 
  • In het bloed zit het complement systeem dat in staat is om bacterien te lyseren. Het wacht alleen maar op een trigger.
  • Wat is het verschil tussen specificiteit en specialisatie wat betreft het adaptieve immuunsysteem?
    Met specificiteit wordt bedoeld dat het gericht is tegen 1 enkel eiwit.
    Met specialisatie wordt bedoeld dat het een gepaste respons heeft afhankelijk van de infectie. 
  • Wat houdt het immunologisch geheugen in?
    Als een bepaalde microb vaker langs komt dan kan het lichaam vanaf de 2e keer sneller en effectiever reageren vanwege geheugencellen. 
  • Wat is de humorale en wat de cellulaire component van het adaptief immuunsysteem?
    humorale: antistoffen
    cellulair: B en T-lymfocyten
    Het adaptief immuunsysteem wordt door lymfocyten verzorgd. 
  • Wat zijn B-lymfocyten?
    Het zijn de enige cellen die antilichamen kunnen produceren. Ze herkennen extracellulair (celoppervlak ook) antigenen en differentieren zo in antilichaam-uitscheidende-cel. Dus ze functioneren als de mediatoren van humorale immuniteit. 
  • Wat zijn T-lymfocyten?
    Ze herkennen de antigenen van intracellulaire microben. Daarnaast helpen ze ook fagocyten om microben te vernietigen of om meteen de geinfecteerde cellen te vernietigen. Ze herkennen peptiden die afgeleid zijn van vreemde eiwitten en gebonden zijn aan het MHC. Deze komen tot expressie op het oppervlak van iedere cel. 
  • Wat doen T-helpercellen?
    Ze worden geactiveerd door een antigeenpresenterende cel. Hierdoor gaan ze cytokines produceren. Deze cytokines zorgen er vervolgens weer voor dat er een activatie plaatsvindt van macrofagen en ook zorgt het voor ontsteking. Daarnaast zorgen ze ook voor activatie van T en B lymfocyten. (proliferatie en differentiatie).
  • Wat doen cytotoxische T-cellen?
    Ze doden cellen die antigeen produceren. 
  • Wat doen regulatoire T-cellen?
    Ze zorgen voor een inhibitie van een immuunrespons. 
  • Wat zijn NKcellen?
    natural killer cel. Dit zijn ook lymfocyten maar zijn tegelijkertijd betrokken bij het aangeboren immuunsysteem. Het ruimt alle geinfecteerde cellen op. Hij is niet specifiek.
  • Wat zijn interleukines?
    Het zijn een groep cytokines die geproduceerd worden door geactiveerde macrofagen en B-lymfocyten. Het doel hiervan is om met andere leukocyten te communiceren. 
  • Hoe gaat de aangeboren immuunrespons?
    Eerst heb je de epitheliale barriere. Als deze doorbroken wordt dan kun je  2 reacties krijgen: een ontsteking en een anti-virale verdediging. 
  • Wat is inflammatie?
    Dit is het proces van de leukocytwerving en plasmaeiwitten uit het bloed, hun ophoping in weefsel, en hun activatie om de microben te vernietigen. 
  • Wat is een anti-virale verdediging?
    Dit bestaat uit een cytokine gereguleerde reactie waarin cellen weerstand opbouwen voor een virale infectie.
  • Welke 3 hoofdstrategieen gebruikt het adaptieve immuunsysteem om microben te bestrijden?
    1) antilichamen uitscheiden: blokkeert hun mogelijkheid om cellen te infecteren. 
    2) fagocyten verteren microben en doden ze en T-helpercellen vergroten de mogelijkheden van de fagocyten.
    3) cytotoxische T-cellen vernietigen geinfecteerde cellen die ontoegankelijk zijn voor antilichamen en fagocyten.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

What are the microbial substances that stimulate innate immunity called?
5
What is the task of NF-kB?
5
With which molecule are proteins tagged for proteolytic degradation in the MHC-I pathway?
5
Which part(s) of the innate immune system recognize(s) PAMPs?
5
Pagina 1 van 133