Business, Een Inleiding Tot De Bedrijfskunde

by (2010)
ISBN-10 9043016926 ISBN-13 9789043016926
844 Flashcards en notities
31 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Business, Een Inleiding Tot De Bedrijfskunde

  • 1 Grondbeginselen van ondernemerschap en economie

  • 1.Maatschappij en Organisatie verkennen
    2.Managementproces kunnen definiëren en begrijpen
    3.Bestuur besluitvorming, doelstellingen en beleid begrijpen
    4.Marketing management definiëren en begrijpen
    5.Marketing operationaliseren
  • -
  • 1.1 Een zakelijke instelling ontwikkelen

  • Wat is een business mindset of een zakkelijk instelling? En wat kan je hiermee?
    Hierbij heb je een overzicht van de vele facetten die een rol spelen bij het vormen van een onderneming met als hoogste doel klanttevredenheid in alle facetten waarborgen. Daarbij kan je ook de onderneming zijn van uit verschillend perspectieven zoals:

    Vanuit het perspectief van consument
    Vanuit het perspectief van de manager of ondernemer
    Bedrijf: gericht op het behalen van een  (winst-) doelstelling

  • Waarom moeten zakenmensen de economie bestuderen?

    1. Zakenmensen moeten een goed beeld ontwikkelen van de omgeving van de organisatie zodat ze de juiste beslissingen kunnen nemen voor hun bedrijf. In de omgeving veranderen constant situaties en een bedrijf moet zich daarop aanpassen.

  • 1.1.2 De terminologie

  • Bedrijf of onderneming 
    Een organisatie met winstoogmerk die door de consument gewenste goederen en/of diensten levert.
  • bedrijf of onderneming
    bedrijven die gericht zijn op winst maken. Ze hebben dus een winstoogmerk.
  • Winst
    Geld dat overblijft na aftrek van kosten en belasting van de door de verkoop van goederen of diensten en/of diensten gegeneerde omzet.
  • non-profitorganisatie
    Bedrijven die geen winstoogmerk hebben zoals bibliotheken maar ook scholen etc.
  • Non-profitorganisaties

    Organisaties die primair op iets anders gericht zijn dan het genereren van winst voor de eigenaren.

    (musea, scholen en universiteiten, orkesten bibliotheken en charitatieve instellingen die hun bestaansrecht ontlenen door de samenleving een maatschappelijke, educatieve of andere diensten bieden.)

  • Omschrijf wat een bedrijf is en noem vier essentiële maatschappelijke en economische bijdragen van bedrijven. 
    Elke bedrijf of onderneming is een winst gericht organisatie behalve een non-profitorganisaties die een maatschappelijke rol in de samenleving vervult.
    • Voorzien de maatschappij van noodzakelijke voorzieningen zoals,onderdak,kleding en eten enzo.
    • Voorzien mensen van een betaalde baan en manier om hun welstand te verhogen. (werkgelegenheid)
    • Dragen belastingen af ( die door de overheid wordt gebruikt voor maatschappelijke voorzieningen te financieren.)
    • Ze investeren hun winst in de economie

  • 1.1.3 Het herkennen van verschillende bedrijftypologieen

  • Producenten

    Bedrijven of ondernemingen die tastbare goederen en produceren.

    Bijv. door het ontwikkelen van mijn- of landbouw, fabricage of constructieactiviteiten.

  • In welke twee classificaties worden de meeste bedrijven opgedeeld?
    Dienstverleners en producenten
  • Kapitaalintensieve bedrijven

    Bedrijven die veel geld in vaste activa moeten investeren

    (bedrijven die een enorme kapitaalhonger hebben voor de aankoop van machines, land en andere bronnen zoals bijvoorbeeld ruwe grondstoffen.)

  • kapitaalintensieve bedrijven.

     

    Meestal altijd zijn dit producenten. Het kapitaal wat deze bedrijven nodig hebben om te kunnen concurreren op de markt wordt ook wel de toetredingsdrempel genoemd. 

  • Toetredingsdrempel

    Een bron of capaciteit die een bedrijf moet bezitten voordat het activiteiten in een bepaalde markt of sector kan ontplooien.

    (Andere drempels zijn bijvoorbeeld certificatie wetgeving van de overheid (denk aan keurmerken bijvoorbeeld) strikt gereguleerde markten (denk aan anti-monopoliewetgeving), licenties, beperkte beschikbaarheid van ruwe grondstoffen (denk aan import- en exportrestricties en de behoefte aan deskundig personeel.)

  • arbeidsintensieve bedrijven

     

    Meestal dienstverleners. Ze produceren geen tastbare goederen. Ze zijn meer afhankelijk van personeel dan van kapitaal.

  • Dienstverleners

    Bedrijven of ondernemingen die door de klant gewenste activiteiten uitvoeren.

    (bijvoorbeeld financiële instellingen, verzekeraars, transportbedrijven, nutsbedrijven, de groot- en detailhandel, de entertainmentsector, bepaalde secties van de gezondheidszorg en van  leveranciers informatie.)

  • Veel producenten besteden steeds meer moeite aan aftersales service. Daardoor wordt het steeds moeilijker producenten en dienstverleners uit elkaar te houden.
  • Arbeidsintensieve bedrijven

    Bedrijven waarbij de personeelskosten hoger liggen dan die van de vaste activa.

    Deze bedrijven zijn meer afhankelijk van personeel, fabrieksgebouw, machines en apparatuur.

  • Wat is in Nederland de grootste sector?
    diensten
  • Maak onderscheid tussen producenten van goederen en dienstverleners en noem vijf factoren die de groei van de dienstverleningssectoren

    Producenten van goederen produceren tastbare producten en zijn over het algemeen kapitaalintensief, terwijl dienstverleners ontastbare producten leveren en arbeidsintensief zijn.
    Deze sector groeit om diverse redenen.

    • Consument meer te besteden heeft en meer geld aan zichzelf uitgeven
    • Dienstverlening wordt gericht op veranderende demografische patronen en lifestyle trends
    • Dienstverlening meer nodig is ter ondersteuning van complexe producten en nieuwe technologieën. ( installatie van thuisbioscoop bijvoorbeeld)
    • Bedrijven hebben steeds meer behoefte aan professioneel advies. (professionele adviseurs)
  • Waarom groeit de dienstensector? (4 redenen)

    1. Veel consumenten hebben meer te besteden.

    2. Dienstverlening wordt gericht op veranderende demografische patronen en lifestyletrends.

    3. Dienstverlening is nodig ter ondersteuning van complexe producten en nieuwe technologieën.

    4. Bedrijven hebben steeds meer behoefte aan professioneel advies.

  • After-sales service

    verlenen van (technische) ondersteuning aan de afnemer door de leverancier nadat verkoop heeft plaatsgevonden.
  • Waarom zijn kenniswerkers zo'n belangrijke economische bron?

    1. In de Nederlandse economie hebben we te maken met veel dienstverlenende, dus arbeidsintensieve, bedrijven en organisaties. Hiervoor zijn mensen nodig die kennis hebben van bedrijfsactiviteiten.

  • Waarom is het gemakkelijker om een dienstverlenend bedrijf op te richten dan een productiebedrijf?

    1. Omdat je daar veel minder kapitaal voor nodig hebt.

Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

In welke twee classificaties worden de meeste bedrijven opgedeeld?
7
Wat is een vrijemarktsysteem?
7
Wat is kapitalisme?
7
Wat is een planeconomie?
7
Pagina 1 van 150