Samenvatting Brein, gedrag en psychiatrie

-
24 Flashcards en notities
4 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Brein, gedrag en psychiatrie

  • 1 Brein, gedrag en psychiatrie

  • Wat is het decleratieve geheugen? En wat het procedurele geheugen?
    - Decleratief: wordt snel gevormd, maar ook snel vergeten. Ontstaat door kleine modificaties van synapsen die wijdt verspreid in de hersenen liggen. 

    - Procedurele: robuuster. Herinneringen kunnen worden gevormd volgens simpele reflexpathway die sensitisaties koppelt aan bewegingen. Kan worden verdeeld in associatief en non-associatief.
  • Wat is kenmerkend voor non-associatief geheugen?
    Beschrijft veranderingen in gedragsreacties die plaatsvinden over tijd, als reactie op een type stimulus.
    - Habituatie: leren om een stimulus zonder betekenis te negeren
    - Sensitisatie: leren om reactie op stimulus te versterken
  • Wat is kenmerkend voor associatief geheugen?
    Worden associaties tussen gebeurtenissen gevormd. 
    - Klassieke conditionering: wordt associatie gemaakt tussen stimulus die meetbare reactie oproept en tweede respons die niet deze reactie oproept.
    - Operante conditionering: het individu leert om een reactie (motorisch) te associeren met een betekenisvolle stimulus.
  • Wanneer spreek je van pathologische angst?
    Wanneer er na een angstprikkel een ongewoon intense en/of langdurige angst ontstaat die buiten proporties is, of wanneer de angst zonder prikkel aanwezig is.
  • Welke neurotransmitters spelen een rol bij de processing van angst?
    - 5HT (serotonine)
    - GABA
    - Glutamaat
    - CRF/HPA
    - Noradrenaline
    - Voltage-gated ionkanalen
    - Amygdala
  • Welke invloed hebben de amygdala en de hippocampus op stress?
    Amygdala stimuleert de HPA as, waardoor er meer cortisol vrij komt. De hippocampus bevat glucocorticoïden receptoren die reageren op cortisol. Normaal remt de hippocampus CRH uitscheiding. In periode van chronische stress kunnen neuronen in de hippocampus beschadigen en afsterven. Hierdoor komt nog meer cortisol vrij.
  • Wat betekend stress-sensitisatie?
    Dat iemand steeds gevoeliger wordt voor het effect van stress naarmate een persoon eerder meer stress heeft meegemaakt. Het onderliggende biologische systeem is gesensitiseerd geraakt.
  • Welke hersenstructuren spelen een rol bij de hersenangstcircuit?
    Het limbische systeem, met in het bijzonder de amygdala en de hippocampus zijn belangrijke gebieden (stress). Het hersenangstcircuit is een netwerk van hersengebieden, die betrokken zijn bij angst en angstreacties. De noradrenerge locus coeruleus is als hersenstamkern betrokken bij de (fysiologische) angstrespons. Andere belangrijke gebieden van het hersenangstcircuit zijn de prefrontale cortex, de hippocampus, de mediane en dorsale raphekernen, de amygdala, de periaqueductale grijze stof, de hypothalamus, de basale ganglia en de carciovasculaire ademhalingscentra.
  • Wat zijn natural highs en waardoor worden deze gemedieerd?
    Bijvoorbeeld sportprestaties of een orgasme. Deze natural highs zorgen ervoor dat dopamine afgifte uit mesolimbische dopamine neuronen wordt getriggerd. De natural highs worden gemedieerd door:
    - Endorfine (enkefaline: morfine/heroïne)
    - Anandamide (marihuana)
    - Acetylcholine (nicotine)
    - Dopamine (cocaïne, afmetamine)
  • Wat is het reactieve beloningssysteem? (bottum up)
    Het reactieve beloningssysteem functioneert om het onmiddelijke vooruitzicht van pijn of plezier te signaleren en zorgt daardoor voor motivatie en gedragsdrive om zo het genot te bereiken of de pijn te voorkomen. 

    Het reactieve beloningssysteem bestaat uit de ventrale tegmentale area (VTA, plek van dopamine cellichamen), de nucleus accumbens (waar dopamine neuronen projecteren) en de amygdala (heeft verbindingen met VTA en nucleus accumbens).

    Door dit systeem ontstaat er verslaving, waardoor individuen niet langer in staat zijn beslissingen te maken op de lange termijn over hun gedrag.
  • Wat is het reflecterende beloningssysteem (top down)?
    Het reflectieve systeem bestaat uit projecties vanuit de prefrontale cortex naar de nucleus accumbens en heeft als functie het controleren van impulsen, emoties en acties o.b.v. analyse van de situatie. Bovendien regelt het reward systeem ook de vertaling van beloning naar doelgericht gedrag.
  • Wat is het belang van positieve emoties?
    Positieve emoties (enthousiasme, opgewektheid, ideeen) regelen de alledaagse gedragspatronen en stimuleert exploreren van de omgeving en het leggen van contacten. Op lange termijn verkrijgen levende wezens zo personal resources zoals kennis van de omgeving, nieuwe vaardigheden en een sociaal netwerk = broaden-and-build theorie.
  • Wat is de functie van het beloningssysteem?
    Het beloningssysteem regelt de motivatie om te eten, drinken, voortplantingsgedrag en een goede stemming (positieve emoties) met bijbehorende gedragsveranderingen. Beloning voor bepaald gedrag kan ook leiden tot patronen die onwenselijk zijn zoals in het geval van drugs/alcohol (externe rewards). Een gebrek aan beloningservaring kan leiden tot verminderde motivatie en daardoor tot andere (beperkte) gedragspatronen (geen zin hebben, passiviteit).
  • Welke hersengebieden zijn betrokken bij het beloningssysteem?
    - Nucleus accumens
    - Ventrale tegmentale gebied
    - Prefrontale cortex
    - Amygdala
    - Hippocampus
  • Wat houdt het stress-diathese model in?
    Dit model zegt dat wanneer iemand een hoge genetische belasting (veel risico genen) heeft in combinatie met veel stress ervaringen, dit kan leiden tot een veranderde functie van een systeem dat, indien gepaard gaat met niet-succesvolle compensatie mechanismen, kan leiden tot een psychische stoornis.
  • Wat betekent gen-omgevings interactie?
    Gen-omgevingsinteractie betekent dat het effect van een omgevingsfactor op het ziekterisico, afhangt van de genetische kwetsbaarheid, of vice versa dat de expressie van de genetische kwetsbaarheid afhankelijk is van een omgevingsfactor. 

    Gen-omgevingscorrelatie betekent dat de genetische kwetsbaarheid maakt dat je eerder (of juist minder snel) blootgesteld wordt aan risicovolle omgevingsfactoren. Bijvoorbeeld mensen met een genetisch risico voor bipolaire stoornis gaan eerder middelen gebruiken.
  • Hoe ontstaat verslaving?
    Na herhaaldelijke belonende ervaringen met een drug wordt het reward systeem verslaafd, dus de volgende keer dat er een mogelijkheid is tot innemen van de drug, zorgt niet alleen de inname voor uitscheiding van dopamine, maar de 'cue' die hedonistisch plezier voorspellen zorgen al voor dopamine uitscheiding (1). De amygdala stuurt een signaal naar het dopamine neuron in de VTA dat er iets goeds gaat gebeuren, door eerdere ervaringen die de amygdala heeft onthouden. Er wordt vervolgens een sterk signaal naar de VTA (2) gestuurd, waarbij DA in de nucleus accumbens (3) getriggerd wordt om deze impuls om te zetten in actie, dus het vinden van drugs (4).
  • Wat is wilskracht?
    Wilskracht is de mogelijkheid van de prefrontale circuits om geactiveerd te worden en voorkomen dat impulsen worden geuit. Een functionerend top down reflectief beloningssysteem geeft men de tijd om te evalueren of de gevolgen het waard zijn om een intoxicatie te ondergaan, waarna eventueel gekozen kan worden om het middel niet in te nemen.
  • Waaruit bestaat het trimonoaminerge neurotransmitter systeem?
    Norepinefrine, dopamine en serotonine. Vaak werken deze drie neurotransmitters samen en veel symptomen van stemmingsstoornissen worden dan ook verklaard aan de hand van dysfunctie van verschillende combinaties van deze drie systemen.
  • Wat zegt de monoamine-hypothese?
    De monoamine theorie beweert dat het gehele trimonoaminerge neurotransmittersysteem dysfunctioneert in verschillende hersencircuits, waarbij verschillende neurotransmitters betrokken zijn, afhankelijk van het symptoomprofiel van de patiënt.
  • Hoe diagnosticeer je een depressie?
    Voor de diagnose van depressieve episoden geldt de aanwezigheid van een depressieve stemming of verlies van interesse en minstens vier van de volgende symptomen:
    - Gewichtsverlies zonder dat een dieet gehouden wordt, verminderde eetlust (of juist gewichtstoename/toegenomen eetlust)
    - Slaapproblemen: met name doorslaapstoornissen, vroeg ontwaken
    - Snel geprikkeld/geïrriteerd, of juist geremdheid en traagheid
    - Moeheid/energieverlies
    - Gevoelens van waardeloosheid of buitensporige schuldgevoelens
    - Concentratieproblemen, besluiteloosheid
    - Terugkerende gedachten aan de dood, suicideplan of poging
  • Waardoor kan een depressie ontstaan?
    Gaat om combinatie van factoren die op elkaar inwerken, zoals geslacht, leeftijd, individuele kwetsbaarheid, sociale omgevingsfactoren en levensgebeurtenissen.
  • Hoe kunnen de stemmingsgerelateerde symptomen van depressie worden ingedeeld?
    - Te weinig positief effect: depressieve stemming, verlies van geluk, verlies van interesse/plezier, verlies van energie/enthousiasme, verminderde alertheid, verminderd zelfvertrouwen.

    - Te veel negatief effect: depressieve stemming, schuldgevoel, angst, vijandigheid, irritaties, eenzaamheid.
  • Wat is kenmerkend voor manische depressie?
    Manische symptomen kenmerken zich o.a. door te veel risk-taking gedrag en een sterk verhoogde doelgerichtheid en agitatie.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat is het reactieve beloningssysteem? (bottum up)
3
Wat is het reflecterende beloningssysteem (top down)?
3
Wat is het decleratieve geheugen? En wat het procedurele geheugen?
2
Wat is kenmerkend voor non-associatief geheugen?
2
Pagina 1 van 6