Biologie voor jou Havo 5 handboek

by (4e dr.)
ISBN-10 9020872001 ISBN-13 9789020872002
805 Flashcards en notities
82 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Biologie voor jou Havo 5 handboek

  • 1 stofwisseling

  • Stofwisseling is het totaal van alle chemische processen in de cellen van een individu.

  • Wat is stofwisseling
    wisseling van stoffen
  • stofwisselingsprocessen

    alle chemische processen in de cellen van een individu

  • Wat is stofwisseling?

    Stofwisseling is het totaal van alle chemische processen in de cellen van een individu

  • wat is stofwisseling?

  • Wat verstaan we onder stofwisselingsprocessen

    Het totaal van alle chemische processen in de cellen van een individu

  • Wat voor stoffen worden er gevormd bij een dissimilatie proces?

  • Wat is stofwisseling?

    Alle chemische processen in de cellen van een individu.

  • elke stof is opgebouwd uit moleculen. elk molecuul is weer opgebouwd uit atomen. Er zijn 2 soorten moleculen: organische stoffen en anorganische stoffen. Organische stoffen bevatten altijd een of meer atomen van de element koolstof, waterstof en zuurstof. De moleculen van anorganische stoffen zijn verschillend.

  • Organische stoffen zijn grote, in gewikkelde moleculen. Eiwitten, vetten, koolhydraten.

    Anorganische stoffen zijn kleine, eenvoudige moleculen. CO2, H2O, H2, NH3, N2, O2

  • Een individu is opgebouwd uit 2 verschillende typen stoffen. 

    • Organische stoffen -->  stoffen die altijd een of meer atomen van de elementen C, H, O. levendig. Behalve CO2 CO CO3
    • Anorganische stoffen --> kunnen verschillende stoffen gebruiken. Niet levendig. 
  • moleculen van organische stoffen bevatten altijd meer atomen van koolstof, waterstof, zuurstof.

  • Elke individu is opgebouwd uit 2 verschillende typen stoffen welke 2?

    Organische stoffen en anorganische stoffen

  • Waardoor ontstaat er energie in de cellen?

    Door de afbraak van grote moleculen naar kleine moleculen

  • Wat zijn stofwisselingsprocessen?

    Alle veranderingen in de cellen van je lichaam.

  • Kenmerken organische stoffen: groot en ingewikkeld

    Voorbeelden: eiwitten, vetten en koolhydraten

     

    Kenmerken anorganische stoffen: klein en simpel

    Voorbeelden: H2O, simpelen gassen en metalen

  • Kenmerken organische stoffen: groot en ingewikkeld, bevatten altijd een of meer atomen van elementen koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O).

    Voorbeelden: eiwitten, vetten en koolhydraten. (Glucose )

     

    Kenmerken anorganische stoffen: klein en simpel

    Voorbeelden: H2O, simpelen gassen en metalen

  • stofwisselingsprocessen worden in 2 groepen verdeeld welke?

    assimilatie en dissimilatie

  • Waardoor ontstaat er energie in de cellen?

    Door de afbraak van grote moleculen naar kleine moleculen

  • ADP + P -) ATP

    D in ADP staat voor di =2

    T in ATP staat voor tri = 3

  • Autotrofe organismen nemen anorganische stoffen op uit het milieu.  Heterotrofie organismen nemen zowel organische als anorganische stoffen op uit het milieu.

  • wat is assimilatie?

  • Waardoor ontstaat er energie in de cellen?

    Door de afbraak van grote moleculen naar kleine moleculen.

  • Door middel van assimilatie worden organische stoffen gevormd waaruit een individu bestaat. De stoffen die gevormd worden, worden gebruikt voor groei, herstel en voor het vormen van reserve stoffen. Bij assimilatieprocessen wordt altijd energie gebruikt, die energie wordt opgeslagen in de moleculen.

  •                   GROTER ORGANISCH MOLECUUL -) dissimilatie komt energie vrij -)  KLEINER (AN)ORGANISCH MOLECUUL -) assimilatie energie instoppen word een  GROTER ORGANISCH MOLECUUL -) 

  • Stofwisselingsprocessen kunnen we opdelen in 2 groepen:

     

    - Assimilatie: de opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen.

    • Resultaat: de vorming van organische stoffen waaruit het organisme bestaat.
    • Energie wordt vastgelegd als chemische energie in de organische moleculen.

    - Dissimilatie: de afbraak van organische moleculen tot kleinere moleculen.

    • Resultaat: het vrijmaken van energie voor processen in het organisme.
    • De vrijgekomen energie wordt tijdelijk opgeslagen in ATP-moleculen.

     

     

     

  • Door assimilatie ontstaan er organische stoffen waaruit je lichaam bestaan. Deze stoffen worden gebruikt voor;  groei, herstel en voor het vormen van reservestoffen.

  • chemische energie

    energie in moleculen

  • De stofwisselingsprocessen kunnen in 2 groepen verdeelt worden welke 2?

    Assimilatieprocessen en dissimilatieprocessen

  • Bij welke kleur vind er bijna geen fotosynthese plaats?

    Groen.

  • wat is dissimilatie?

  • Bij dissimilatie komt de chemische energie vrij die opgeslagen is in de moleculen die worden afgebroken. De energie wordt dan bijv. gebruikt voor bewegen, chemische processen en verwarming van het lichaam. Bij dissimilatie wordt de chemische energie omgezet in verschillende soorten energie bijv. kinetische energie (bij bewegen) of warmte. De vrijgekomen energie kan ook weer vastgelegd worden als chemische energie. Zenuwcellen kunnen de chemische energie opzetten in elektrische energie, voor als ze impulsen geleiden. Sommige dieren kunnen er lichtenergie van maken.

  • Doel van dissimilatie: Het gebruiken van de chemische energie voor andere doeleinden.

  • ATP

    adenosinetrifosfaat

  • waar zijn enzymen actief?

    in en uit een levend wezen 

  • ADP

    adenosinedifosfaat

  • Word een enzym gesplitst?

    nee

  • Een ATP-molecuul bestaat uit 3 fosfaatgroepen. De bindingen van de tweede en de derde fosfaatgroep zijn erg energierijk. Wanneer deze dus wordt afgesplitst komt chemische energie vrij en ontstaat ADP. De vrijgekomen energie wordt gebruikt. Het ADP-molecuul en de fosfaatgroep zijn weer beschikbaar om bij dissimilatie de vrijgekomen energie weer vast te leggen.

  • Wat heeft een plant nodig voor koolstofassimilatie?

  • bij welke kleur vind er bijna geen fotosynthese plaats?

    groen

  • volgorde koolydraten

    glucose-maltose-zetmeel

  • Is er voor de vorming van zetmeel uit glucose licht nodig?

    nee

  • Waar en wanneer vindt aerobe dissimilatie plaats in autotrofe organismes?

    In het donker

  • Wat zijn enzymen?

    Stoffen die chemische reacties van stofwisselingsprocessen katalyseren(versnellen)

  • Subsrtraat

    Stof waarop de enzym inwerkt. 

  • De stof die bij een reactie ontstaat, noemen we het product van de reactie. 

  • Enzymactiviteit is?

    De snelheid waarmee een enzym een reactie uitvoert, de enzymactiviteit is afhankelijk van de temperatuur. 

  • Verband tussen enzymactiviteit en de temperatuur wordt weergeven in een optimum kromme. Beneden minimum temperatuur; geen enzymactiviteit. Bij een optimum temperatuur, worden de botsingen tussen enzymmoleculen krachtiger. De vorm kan hierdoor ook veranderen, ze worden dan onwerkzaam, want ze passen dan niet meer op elkaar (de enzymmolecuul en de substraatmolecuul). Bij een maximum temperatuur, hebben alle moleculen zijn ruimtelijke vorm verloren.

  • Als een stof opgelost wordt in water, krijgt de oplossing een bepaalde zuurgraad; zuur, neutraal of basisch. 

  • Autotrofe nemen uit het milieu anorganische stoffen op, zoals water en koolstofdioxide. Autotrofe organismen, voeden zich zelf. 

Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

wat is assimilatie?
12
wat is dissimilatie?
12
Wat is koolstofassimilatie? 
12
Wat is voortgezette assimilatie ? 
12
Pagina 1 van 150