Basisboek bedrijfseconomie

by (9th)
307 Flashcards en notities
5 Studenten
  • Deze samenvatting
  • +380.000 andere samenvattingen
  • Een unieke studietool
  • Een oefentool voor deze samenvatting
  • Studiecoaching met filmpjes
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Basisboek bedrijfseconomie

  • 1 Ondernemingen en hun functie in de economie


  • Vraag: De algemene economie is opgemaakt uit 2 deel-economieën, noem deze en leg kort uit wat ze betekenen.

    - Micro economie: economische theorie op individueel niveau. Bijvoorbeeld de theorie van marktvormen: totstandkoming van prijs voor een individueel product.

    - Macro economie: economische theorie op maatschappelijk niveau. Bijvoorbeeld inflatie en werkloosheid.
  • 1.1 Consumenten en Producenten


  • Algemene economie: bestudeert de relaties tussen consumenten en producenten én tussen de producenten onderling. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee verschillende soorten:

    - Micro economie: economische theorie op individueel niveau. Bijvoorbeeld de theorie van marktvormen: totstandkoming van prijs voor een individueel product.

    - Macro economie: economische theorie op maatschappelijk niveau. Bijvoorbeeld inflatie en werkloosheid.

    Bedrijfseconomie: richt zich op het economisch handelen binnen de productieorganisaties (ondernemingen).

    Productieorganisatie: brengt productiemiddelen bij elkaar die vervolgens worden omgezet in producten. Samenwerking tussen productiefactoren arbeid en kapitaal.

    Productiemiddelen: Grondstoffen, duurzame productiemiddelen, arbeid

    Duurzame productiemiddelen: kunnen gedurende langere tijd hun diensten aan de onderneming bewijzen (gebouwen, machines etc.)

    Het productieproces:

    Afbeelding pagina 17.

    De omvang van de winst wordt beïnvloed door efficiency en effectiviteit.

    Efficiency: De doelmatigheid van het productieproces. Beïnvloed de kostprijs.

    Effectiviteit: De doelgerichtheid van het productieproces. Beïnvloed de omzet.

    Figuur 1.2

    Mission statement: een verklaring waarin staat welke doelen de onderneming zichzelf stelt.

    Behalve winst is ook continuïteit een belangrijk streven van een onderneming, echter is het maken van winst vaak een vereiste voor de continuïteit.

  • Vraag: De algemene economie is opgemaakt uit 2 deel-economieën, noem deze en leg kort uit wat ze betekenen.
    - Micro economie: economische theorie op individueel niveau. Bijvoorbeeld de theorie van marktvormen: totstandkoming van prijs voor een individueel product.

    - Macro economie: economische theorie op maatschappelijk niveau. Bijvoorbeeld inflatie en werkloosheid.

  • Vraag: Er wordt onderscheid gemaakt tussen de productiefactoren arbeid en kapitaal. Noem 2 voorbeelden van de productiefactor kapitaal.
    Grondstoffen, duurzame productiemiddelen (machines, gebouwen etc.)
  • Wat is het verschil tussen efficiency en effectiviteit?
    Efficiency beïnvloed de kostprijs van een product of dienst en effectiviteit beïnvloed de omzet van een product of dienst.
  • 1.2 Profit –en non-profit organisaties


  • Non-profit organisaties:

    - Overheidssector: levert collectieve goederen en diensten die vaak niet door ondernemingen geleverd kunnen worden. Sommige voorzieningen kunnen echter wel door ondernemingen geleverd worden (bijvoorbeeld privéscholen)

    - Particuliere non-profitinstellingen: verenigingen, fondsenwervende instellingen etc.

    Privatisering: Taken die voorheen werden uitgevoerd door de overheid, worden nu uitgevoerd door ondernemingen (die winst willen maken).

    Verschillen tussen profit en non-profitorganisaties:

    - Non-profitorganisaties zijn onlosmakelijk verbonden met hun doel en kunnen niet overschakelen op een ander doel om financieel economische redenen.

    - Non-profitorganisaties zijn niet economisch zelfstandig en zijn afhankelijk van donaties, contributies, subsidies etc.

    - Non-profitorganisaties drukken effectiviteit niet uit in geld maar in realisering van hun doel.


    Non-profitorganisaties zijn wel onderworpen aan financiële rapportage maar het behalen van winst is niet het primaire doel.
  • Noem 3 verschillen tussen profit en non-profitorganisaties.

    -          Non-profitorganisaties zijn onlosmakelijk verbonden met hun doel en kunnen niet overschakelen op een ander doel om financieel economische redenen.

    -          Non-profitorganisaties zijn niet economisch zelfstandig en zijn afhankelijk van donaties, contributies, subsidies etc.

    -          Non-profitorganisaties beoordelen effectiviteit niet uit in geld maar in realisering van hun doel.

  • Waarom werkt het marktmechanisme vaak niet in de voorziening van collectieve goederen en diensten? Welk mechanisme wordt hiervoor in de plaats gebruikt?
    consumenten kunnen vaak niet een stukje van een collectieve voorziening kopen voor individueel gebruik. Het budgetmechanisme houdt in dat burgers een gedwongen bijdrage (belasting) afstaan waardoor een collectief budget ter beschikking komt waarmee de productie van een collectieve voorziening gefinancierd kan worden.
  • 1.3 Ondernemingsactiviteiten


  • Er zijn 4 globale soorten ondernemingsactiviteiten:

    1. Landbouw en extractie: deze ondernemingen maken gebruik van de rijkdommen van de natuur. Alhoewel deze rijkdommen relatief weinig kosten, zijn de duurzame productiemiddelen wel zeer belangrijk (landbouwgrond voor de agrariër en vergunningen voor extractieve bedrijven).

    2. Industrie: industriële ondernemingen creëren een fysiek product dat vóór de productie nog niet in die vorm bestond. 
    Er zijn 4 soorten productie:

    - Massaproductie: het maken van één soort product in grote hoeveelheden. Dit is een standaardproduct dat op voorraad gemaakt word voor de markt.

    - Stukproductie: het leveren van maatwerk bestemd voor één bepaalde klant dat op bestelling wordt gemaakt.

    - Serie-stukproductie: de klant krijgt zijn eigen product maar er worden kosten bespaard door componenten van het product in grotere aantallen te produceren.

    - Serie-massaproductie: productie van varianten van het standaardproduct.

    3. Handel: handelsonderneming produceren geen nieuwe producten maar profiteren van de ongelijkheid tussen productie en consumptie (grootte, samenstelling, tijdstip en plaats van productie en consumptie). 
    Er zijn 2 soorten handelsondernemingen:

    - Groothandel: deze koopt in bij de fabrikant en verdeeld de ingekochte partijen over de detailhandel

    - Detailhandel: levert direct aan de consument

    4. Dienstverlening: deze ondernemingen verrichten prestaties voor hun klanten zonder een concreet goed te vervaardigen (horeca, banken, transport etc.). Arbeidskosten zijn hier vaak de belangrijkste kostenpost.
  • Noem de 4 verschillende globale categorieën van ondernemersactiviteiten
    1. Landbouw en extractie
    2. Industrie
    3. Handel
    4. Dienstverlening
  • Wanneer is er sprake van serie-massaproductie?
    wanneer er sprake is van productie van varianten van het standaardproduct
  • In de verschillende ondernemingen ligt de nadruk op verschillende kostenposten. In welk soort onderneming is de kostenpost arbeid het grootst?

    In de dienstverlening omdat dit vaak een “peoples business” is waar arbeid de voornaamste waarde toevoeging is.
  • Wat is het verschil tussen massa –en stukproductie?

    - Massaproductie: het maken van één soort product in grote hoeveelheden. Dit is een standaardproduct dat op voorraad gemaakt word voor de markt.

    - Stukproductie: het leveren van maatwerk bestemd voor één bepaalde klant dat op bestelling wordt gemaakt.

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Vraag: De algemene economie is opgemaakt uit 2 deel-economieën, noem deze en leg kort uit wat ze betekenen.
2
Vraag: De algemene economie is opgemaakt uit 2 deel-economieën, noem deze en leg kort uit wat ze betekenen.
2
Vraag: Er wordt onderscheid gemaakt tussen de productiefactoren arbeid en kapitaal. Noem 2 voorbeelden van de productiefactor kapitaal.
2
Wat is het verschil tussen efficiency en effectiviteit?
2
Pagina 1 van 62