Samenvatting Arresten Insolventierecht

-
357 Flashcards en notities
37 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Arresten Insolventierecht

  • 1 Hoorcollege 1 en werkcollege 1

  • Welk arrest heeft betrekking op de positie van de schuldeisers ten tijde van het faillissement?

    Arrest ORA/ABN ( HR 18 december 198, NJ 1988, 340 )

  • Wat is er bepaald in het arrest OAR/ABN? 

    In arrest AOR/ABN zegt de HR: "Met het beginsel dat door het intreden van het faillissement de rechtspositie van de daarbij betrokkenen onveranderlijk wordt, strookt niet dat een schuldeiser door handelingen na de faillietverklaring verricht, zijn positie zou kunnen verstreken ten nadele van één of meer andere schuldeisers".


    Ofwel dit arrest ziet op het feit dat individuele schuldeisers geen verhaal kunnen halen tijdens faillissement, het belang van de gezamenlijke schuldeisers staat dan voorop.

  • Wat is bepaald in het arrest Aalburgse Bandencentrale? ( HR 11 januari 1980, NJ 1980, 563 )
    Er is ten tijde van het faillissement sprake van beperkte derdenbescherming, het faillissement wordt geacht bekend te zijn door de uitspraak ter openbare terechtzitting en inschrijving in het faillissementsregister, dit is bepaald in arrest Aalburgse Bandencentrale. Er zijn in artikel 35 lid 3 en 52 FW uitzonderingen op dit beginsel neergelegd.
  • Wat is er bepaald in artikel 35 lid 2 FW?
    Wanneer een schuldenaar voor de dag van de faillietverklaring een toekomstig goed bij voorbaat heeft geleverd dan valt het goed (indien het na aanvang van de dag van faillissement door de schuldenaar is verkregen, in de boedel, tenzij...
  • Welk arrest is van belang met betrekking tot de levering van toekomstige schulden, artikel 35 lid 2 FW?
    Arrest WUH / Emmerig, HR 30 januari 21987, NJ 1987, 530
  • Wat bepaalt artikel 35 lid 1 FW?
    Wanneer de schuldenaar iets moest leveren, en op de dag van de faillietverklaring nog niet alle vereiste handelingen voor een geldige levering hebben plaatsgevonden, dan kan de levering niet meer geldig geschieden.
  • Welk arrest is van belang in geval levering op de dag van de faillietverklaring nog niet geheel is voltooid?
    Arrest Lagero ( HR 15 juli 2000, JOR 2000/182 )
  • Welk arrest is van belang in geval levering op de dag van de faillietverklaring nog niet geheel is voltooid? (artikel 35 lid 1 FW)

    Arrest Lagero ( HR 15 juli 2000, JOR 2000/182 )

  • Welk arrest is van belang met betrekking tot de levering van toekomstige schulden, artikel 35 lid 2 FW?

    Arrest WUH / Emmerig, HR 30 januari 21987, NJ 1987, 530

  • Wat is bepaald in arrest De Bok q.q./Gunnewijk? (NJ 2004/321)
    In arrest De Bok 
  • Wat is bepaald in arrest De Bok q.q./Gunnewijk? (NJ 2004/321)
    In arrest De Bok q.q./Gunnewijk is bepaald dat we sprake moet zijn van pluraliteit van schuldeisers. Er moet sprake zijn van twee schuldeisers waarvan ten minste één van de twee vorderingen opeisbaar is.
  • 2 HC en WC 2: Wederkerige overeenkomsten

  • Wat is er bepaald in arrest Romania?

    Romania-arrest

    Arrest uit november 2013, is hot-topic in de praktijk. Verhuurders willen in het algemeen lange contracten sluiten (10 jaar gebruikelijk) omdat het voor hun eigen financiering van belang is, professionele verhuurders van vastgoed moeten zelf geld aantrekken om vastgoed te kunnen komen en daarna te kunnen verhuren en om dat tegen gunstige tarieven te kunnen doen is om te laten zien dat je in staat bent rente af te lossen. Dus verhuur onroerend goed (en bijzonder ook bedrijfsruimte) is langjarig. Voor verhuurders is dus grote ramp dat artikel 39 FW zegt dat bij faillissement de curator met 3 maanden mag opzeggen, je ging als verhuurder overeenkomst aan voor 10 jaar en na 1 jaar gaat huurder failliet en wordt opgezegd met 3 maanden opzegtermijn. Verhuurders probeerden zich daartegen in te dekken door te zeggen: ik snap dat je geen 10 jaar dan meer huur kan uit betalen, maar ik wil dan tenminste nog een bankgarantie hebben of andere zekerheid voor 6 maanden huur: dan wee tik zeker dat ik niet met lege boedel wordt geconfronteerd en B: dan heb ik nog een beetje terug van de schade die ik lijdt omdat die huur voortijdig wordt opgezegd.  Dit deden verhuurders al erg lang, in jaren 20 was het zo dat verhuurder borg aanspraken en die zei: je bent die 6 maanden huur als schadevergoeding verplicht onder de borgtocht, HR zei toen: de huurder is geen schadevergoeding verplicht want artikel 39 FW is gewoon een rechtmatige opzegging en dan heb je geen recht op schadevergoeding bij een rechtmatige opzegging. Verhuurders reageerden daarop en toen werd gebruikelijk dat insolventiebeding werd opgenomen waarbij werd gezegd: als overeenkomst wordt beëindigd voordat die termijn is verlopen en dan ben je mij een beëindigingsvergoeding verschuldigd en dan was het dus geen schadevergoeding meer en dan is het dus een vergoeding bij beëindiging en omdat de overeenkomst niet wordt beïnvloed door faillissement dachten de verhuurders goed te zeggen. Curator heeft dan probleem dat de verhuurder bankgarantie vraagt van de bank voor die 6 maanden beëindigingsvergoeding, dus hoe ging het in praktijk? Als huurder failliet ging zei de verhuurder: Je bent mij 6 maanden beëindigingsvergoeding verschuldigd en ik ga niet zitten wachten op de vraag of het lege boedel is want ik trek die  6maanden huur onder de bankgarantie en die laat ik door de bank betalen en banken zijn ook niet gek, die geven alleen maar bankgaranties als ze een contra-garantie hebben van de huurder in dit geval en ze zorgen er altijd voor dat die contra-garantie is gedekt door zekerheid (pandrecht, hypotheekrecht, een bedrag dat op geblokkeerde rekening moest blijven staan, etc.) dus de praktijk was: als huurder failliet ging zei verhuurder: 6 maanden beëindigingsvergoeding die haal ik van de bankgarantie en de bank haalde die 6 maanden huur weer terug uit de zekerheid en dus betaalde de huurder die 6 maanden beëindigingsvergoeding. Toen was er al 1 curator: Aukema en die zei: dit pik ik niet, want nu wordt er zomaar 6 maanden huur uit mijn boedel weggehaald dus die zei tegen de verhuurder: (Uni-Invest), dat dit onrechtmatig is, dit is in strijd met artikel 39 FW zo’ beëindigingsbeding dus jij moet mij die 6 maanden huur terugbetalen. Aukema kreeg van de HR gelijk, niet omdat het afspreken van een vergoeding in strijd is met de faillissementswet want nogmaals: het faillissement heeft niet den minste invloed op overeenkomsten, maar de HR vond zo’n beëindigingsvergoeding in strijd komen met de belangenafweging die de wetgever aan artikel 39 ten grondslag heeft gekozen: de wetgever heeft daarbij als doekje voor het bloeden voor de verhuurder gezegd dat hij recht heeft op 3 maanden en dat dat boedelschuld is. En die belangenafweging van de wetgever staat eraan in de weg dat je via de bankgarantie/beëindigingsvergoeding toch nog 6 maanden huur uit die boedel haalt. Dat was voor de vastgoedwereld een grote shock.

    Uit arrest Aukema/Univest (2011) kwam niet helemaal naar voren of zo’n beëindigingsvergoeding nietig is dat je het niet kan overeenkomen of dat je gewoon niet meer dan die 3 maanden ten laste van de boedel mag brengen. Die vraag is van belang, want als zo’n beding nietig is dan kan je als verhuurder ook niet onder de bankgarantie kan trekken om de simpele reden dat die beëindigingsvergoeding niet verschuldigd is en als het niet verschuldigd is kan je het ook niet onder zekerheid weghalen. Die vraag hing na Aukema Univest nog in de lucht.

    Die vraag is beslist in Romania-arrest: je mag zo’n beding best overeenkomen en het is ook geldig, maar het werkt niet tegen de boedel, het kan er niet toe leiden dat er een huurvergoeding door de boedel wordt betaald die hoger is dan hetgeen uit artikel 39 FW voortvloeit en dat is opmerkelijk, want dat betekent dat de verhuurder wel een beroep mag doen op de bankgarantie want die 6 maanden uur is wel verschuldigd, hij kan alleen niet ten laste van de boedel komen. Dus wie zit er hier met het probleem? De bank, want de bank zal dus niet het bedrag wat hij onder de bankgarantie aan de verhuurder heeft betaald kunnen uitwinnen onder de zekerheid die de bank van de boedel/schuldenaar/huurder heeft bedongen, want dan zou die 6 maanden alsnog ten laste van de boedel komen en dat is nou juist wat het Romania arrest verbiedt. Dus eerst waren de verhuurders met het Aukema/Univest arrest en de banken zijn nu erg teleurgesteld want de afgegeven bankgaranties die al afgegeven zijn betekent dat de verhuurder kan zeggen dat de huur verschuldigd is allen mag ik de boedel er niet op aanspreken, maar ik mag jou als bank daar wel op aanspreken. En procedures als Aukema/Univest en Romania die werden gevoerd door curatoren tegen de verhuurder, maar die moeten dus niet meer worden gevoerd tegen de verhuurder, maar tegen de bank! Gaan banken nu die garanties nog wel geven? Nee die geven ze niet meer zoals ze die vroeger gegeven heeft, maar banken gaan nu niet meer zomaar garanties afgeven dus wat betreft de garanties die zijn afgegeven zijn de verhuurders nog even blij, maar voor de toekomst is dit voor de verhuurpraktijk geen gunstig arrest want die gaan huurrisico niet overnemen van de verhuurder. Artikel 39 FW zegt dat je tot 3 maanden kan verhalen, dat kan de bank dus nog wel verhalen maar alles wat daarboven zit, dus wat meer is dan uit artikel 39 voortvloeit.

    Wat als verhuurder niet opzegt o.g.v. artikel 39 FW dan zit je met het punt dat aHR overweegt in Aukema/Univest arrest: kan je opzeggen op moment dat je voor huur van onroerend goed een toestemming hebt van de rechter en die toestemming duurt langer dan 3 maanden.

  • Wat bepaalt arrest Megapool?
    In arrest Megapool heeft de HR bepaald dat de vrijheid om bedingen te maken in geval één van de partijen failliet gaat, niet onbeperkt is.
  • Wat is er bepaald in arrest Megapool?

    Arrest Megapool: JOR 2013/193: dat arrest geeft aan dat overeenkomsten niet in strijd hoeven te zijn met faillissement (zie arrest Baby XL). Arrest Megapool geeft aan dat die vrijheid om te bedingen/bedingen te maken i.v.m. faillissement niet onbeperkt is. In Megapool ging het om grote keten van consumentenapparatuur, ging failliet in 2008,  Megapool had overeenkomst met een partij die Laser heette, wat voor overeenkomst: Megapool bood aan haar klanten de mogelijkheid aan om die producten te financieren en dat kwam erop neer dat als je iets kocht, dan kon je afspreken met Megapool dat je over 6 maanden hoefde te betalen en als je na 6 maanden niet betaalde of niet volledig, dan werd dat automatisch omgezet in een lening van 3 jaar, dat kon je als klant dus afspreken, dat moet natuurlijk gefinancierd worden voor Megapool want die zit voor te schieten aan eigen klanten, en die had overeenkomst met Laser: Laser financierde die constructie, dus als klant zei dan betaalde laser meteen die koopprijs uit aan Megapool en dan was Megapool voldaan en kwam de leningsovereenkomst tot stand tussen de klant en Laser (kleine letters) dus als klant n a6 maanden niet betaalde dan werd dat omgezet naar 3-jaren lening en daar was iets bijzonders mee: zat een stevig rentepercentage op en dat was voor Laser aantrekkelijk als klanten niet na 6 maanden betaalden, en voor iedere lening die op die manier tot stand kwam kreeg Megapool provisie, beide partijen hebben er dus belang bij dat er niet wordt betaald! Gekke gedachte. Megapool ging failliet, in het contract tussen Megapool en Laser stond ook insolventiebeding, die hield niet alleen in dat Laser het contract mocht beëindigen bij faillissement van Megapool, maar stond ook in dat bij beëindiging van zo’n beding (door faillissement) dat Megapool dan geen rechten meer aan de overeenkomsten kon verlenen. Dat laatste schoot curatoren in verkeerde keelgat bij het faillissement: dat betekende namelijk dat alle consumenten die nog voor het faillissement nog spullen hadden gekocht bij Megapool en die tijdens het faillissement zouden moeten betalen dat in die gevallen waarin de consumenten dat niet deden en omzetting naar die lening plaatsvond en Megapool dan normaal gesproken die provisie zou krijgen, maar nu kon Megapool daar dus geen recht meer aan ontlenen. De Curatoren rekende uit dat het de boedel 2,5 miljoen euro zou kosten door mislopen van die provisie. Daar gingen de curatoren tegen in en zeiden: zo’n beding waarbij wordt afgesproken als gevoel van faillissement dat rechten die je anders zou hebben komen te vervallen, dat is nietig, althans in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Op zich zou je zeggen dat daar inderdaad wel iets in zit, Laser heft die klanten van Megapool gekregen, X-procent zou niet betalen, normaal vang Megapool daar 2,5 miljoen voor en omdat Megapool failliet gaat wordt de schuldeisers van Megapool 2,5 miljoen door de neus geboord en dus kan je best begrijpen dat curatoren betogen dat dat niet mag. Typisch genoeg vangen de curatoren toch bot bij de HR, terwijl als je arrest leest dat ze het hebben verloren omdat niet op alle punten even handig is geprocedeerd, maar de HR zegt over verval van rechten van faillissement: Zo’n beding waarbij rechten vervallen als gevolg van faillissement kan in strijd zijn met de wet, namelijk met artikel 20 FW: dat is namelijk het artikel waarin staat dat het faillissement het gehele vermogen van de schuldenaar omvat alsmede hetgeen hij gedurende faillissement verwerft. En hier was als gevolg van faillissementsaanvraag al 1 of 2 dagen voor faillissement was opgezegd zodat het verval van rechten al 2/3 dagen voor faillissement was ingetreden dan is het lastig te zeggen wat er in artikel 20 FW staat. De HR zegt dus dat het in strijd kan komen met dat fixatiebeginsel uit artikel 20 FW, maar dat is hier niet het geval zei de HR, omdat Laser aannemelijk heeft gemaakt dat het faillissement van Megapool voor Laser ook schade heeft veroorzaakt want zij moeten nu extra kosten maken, wat aren dat voor kosten? Laser had gezegd: Het is volkomen rechtvaardig want ik krijg dan wel 3pjarige leningen, maar ik heb weldegelijk schade want reken maar dat Megapool geen service en garantie meer kan verlenen, dus als klanten iets met een apparaat hebben en ze hebben bij mij die lening lopen dan weet ik wel wat er gebeurd met het afbetalen van de lening. En dat zij de kosten voor opleiding van de werknemers van Megapool hadden betaald en dat de opleidingsposten nu vervroegd moesten worden afgeschreven. Maar in dit geval was er dus geen sprake van die strijd met artikel 20 FW. Uit dit arrest Megapool kan je dus opmaken dat de HR het onbeperkt contracteren i.vm. faillissement niet oneindig acht. 

  • Wat was er bepaald in het contract tussen Megapool en Laser?
    In het contract tussen Laser en Megapool was bepaald dat bij de beëindiging van de overeenkomst als gevolg van een aantal in het contract nader genoemde omstandigheden, waaronder faillissement, Laser niet alleen het contract mocht beëindigen maar er stond ook in dat bij de beëindiging van de overeenkomst als gevolg van faillissement Megapool geen rechten meer aan de overeenkomst kon ontlenen. Dat betekende dus dat alle consumenten die nog voor het faillissement spullen hadden gekocht bij Megapool en die tijdens faillissement zouden moeten betalen dat wanneer de consumenten dan niet betaalde en dus die overeenkomst bij Laser aan gingen, dat die omzetting inclusief provisie dan niet ten voordele van Megapool zou zijn en zij dus ook geen provisie zou krijgen. Dit zou in geval van Megapool een strop zijn van 2,5 miljoen. Toch vangen de curatoren bot bij de HR. De HR zegt over het verval van rechten bij faillissement: dat een dergelijk beding waarbij rechten vervallen als gevolg van faillissement in strijd kan zijn met de wet, namelijk met artikel 20 FW: dat is het artikel waarin staat dat het faillissement het gehele vermogen van de schuldenaar staat dat het faillissement het gehele vermogen van de schuldenaar omvat alsmede het geen de schuldenaar gedurende het faillissement verwerft. IN dit arrest bepaalt de HR dus dat bedingen waarbij rechten vervallen in geval van faillissement in strijd kan komen met het fixatiebeginsel uit artikel 20 FW. In dit geval was dat niet zo omdat Laser aannemelijk heeft gemaakt dat het faillissement ook schade heeft veroorzaakt omdat zij extra kosten maken. Laser zei: ik krijg dan wel 3-jarige leningen, maar door het faillissement kan Megapool de service niet bieden en zullen mensen bij Laser komen klagen en wellicht betalingen opschorten. Ook hadden zij de kosten voor opleiding van personeel Megapool betaald en die niet teruggekregen.
  • Op welk artikel heeft arrest Baby XL betrekking?
    Arrest Baby XL heeft betrekking op artikel 39 en 40 FW.
  • Wat is er bepaald in arrest Baby-XL?
    In arrest Baby XL is bepaald dat je niet kan afwijken van het opzegrecht dat is neergelegd in artikel 39 of 40 FW. Het is echter geen exclusieve regeling, van te voren kan je wel anders afspreken. 
    Daarnaast is er ander arrest (naam niet bekend) waarin de HR heeft bepaald dat onder bepaalde omstandigheden bedingen die contractueel zijn overeengekomen, in strijd kunnen zijn met artikel 20 FW.
  • Blijft alles wat je contractueel vastlegt, gelden tijdens faillissement?
    In een arrest (naam niet bekend) heeft de HR bepaald dat onder bepaalde omstandigheden bedingen die contractueel zijn overeengekomen, in strijd kunnen zijn met artikel 20 FW. Dat is de bepaling waarin is neergelegd dat het faillissement het gehele vermogen van de failliet ten tijde van de faillietverklaring omvat, ook hetgeen hij gedurende het faillissement verwerft.
  • Wat is er bepaald in artikel 20 FW?
    In artikel 20 FW is neergelegd dat het faillissement het gehele vermogen van de failliet ten tijde van de faillietverklaring omvat, ook hetgeen hij gedurende het faillissement verwerft.
  • Op welk artikel heeft arrest Megapool betrekking?
    Op artikel 20 FW.
  • Wat zijn de feiten uit arrest Megapool?
    Megapool was grote keten van consumentenapparatuur die in 2008 failliet ging. Megapool had overeenkomst met een partij Laser genaamd. De overeenkomst was als volgt:
    Megapool bood aan haar klanten de mogelijkheid om de producten die zij kochten, te financieren. Wanneer een klant iets kocht dan kon hij afspreken met Megapool dat hij pas na 6 maanden hoefde te betalen. Wanneer men dan echter na 6 maanden niet betaalde of niet volledig, dan werd die schuld van de klant aan Megapool automatisch omgezet in een lening met een looptijd van 3 jaar. 
    Megapool schiet dus als het ware voor aan haar eigen klanten, en om dat te kunnen financieren had Megapool een overeenkomst met Laser gesloten. De constructie met Laser was als volgt opgezet:
    Laser financierde die constructie, wanneer de klant die overeenkomst met Megapool aan ging dat zij na 6 maanden zou betalen, dan betaalde Laser die koopprijs direct aan Megapool. Als de klant dan na 6 maanden niet zou betalen zou zij gebonden zijn aan een lening met Laser over een tijdsbestek van 3 jaar.
    Op die lening die de klanten dan bij Laser 'automatisch afsloten' zat een stevig rentepercentage. Daar kon Laser dus mooie winst op maken. Ook was er dan afgesproken dat Megapool nog een gedeelte van dat rentepercentage zou krijgen. 

    Op deze manier ontstaat dus de gekke situatie dat beide partijen (zowel Megapool als Laser) er belang bij hebben dat de klant niet betaalt. Dan gaat de klant immers automatisch een lening aan en vangen Megapool en Laser een mooi rentepercentage.

    Megapool gaat dan failliet. In contract tussen Megapool en Laser stond dat in geval van faillissement dat Laser het contract mocht beëindigen en dat bij beëindiging van de overeenkomst als gevolg van faillissement, Megapool geen rechten meer aan de overeenkomsten zou kunnen verlenen. Dit schoot bij de curator 'in het verkeerde keelgat' en daar ging de curator over procederen.
    Dit had namelijk tot gevolg dat de klanten die in de 3 maanden voor het faillissement spullen hadden gekocht en niet betaalde, dat Megapool normaal gesproken provisie zou krijgen over de rente, maar dat zij daar nu niks van zou ontvangen. Megapool kon immers geen rechten meer verlenen aan de overeenkomst met Laser nu Laser de overeenkomst heeft ontbonden o.g.v. faillissement van Megapool.
    Door het niet ontvangen van de provisie liep de boedel 2.5 miljoen mis. De schuldeisers krijgen als gevolg hiervan 2.5 miljoen minder uitgekeerd.

    De curator betoogd dat dit beding in strijd is met artikel 20 FW. In dat artikel is neergelegd dat het faillissement het gehele vermogen van de schuldenaar omvat alsmede hetgeen hij gedurende faillissement verwerft. Typisch genoeg vangen de curatoren bot bij de HR. Van Hees (docent van HC) zegt dat de curatoren het voornamelijk hebben verloren omdat zij op een aantal punten niet heel handig hebben geprocedeerd.

    De HR besliste dat het contract 2 dagen voor het faillissement was opgezegd zodat het verval van de rechten van Megapool al was ingetreden voordat het faillissement was uitgesproken. Het is dan lastig te betogen dat het in strijd is met artikel 20 FW, daarin staat namelijk dat het faillissement het gehele vermogen van de schuldenaar omvat ten tijde van faillissement. Nu die vorderingen van Megapool op Laser al waren vervallen voordat het faillissement was ingetreden bestonden die vorderingen van Megapool op Laser dus niet meer ten tijde van het faillissement!

    De HR heeft in dit arrest dus wel bevestigd dat dergelijke bedingen in strijd kunnen zijn met artikel 20 FW. Hier was dat echter niet het geval volgens de HR omdat Laser aannemelijk had gemaakt dat ook zij schade heeft geleden als gevolg van het faillissement van Megapool aangezien Laser door het faillissement extra kosten moest maken. Laser had betoogd dat "het volkomen rechtvaardig was dat ik de overeenkomst op heb gezegd. Ik krijg dan wel 3-jarige leningen, maar ik heb schade geleden want Megapool kan geen garantie en service meer verlenen aan de klanten die een lening bij mij hebben afgesloten dus wanneer er iets defect is aan het product van de klant dan zullen zij de betaling van hun lening opschorten.
    Daarnaast had Laser kosten voor de opleiding van werknemers van Megapool betaald en die opleidingskosten moesten nu vervroegd worden afgeschreven.

    Er was in dit arrest dus geen sprake van strijd met artikel 20 FW. Je kan uit dit arrest dus opmaken dat de HR het onbeperkt contracteren m.b.t. faillissement niet oneindig acht en beperkingen daarop mogelijk zijn.
  • Wat is de kern van het geding in arrest Megapool?
    Megapool gaat failliet. In contract tussen Megapool en Laser stond dat in geval van faillissement dat Laser het contract mocht beëindigen en dat bij beëindiging van de overeenkomst als gevolg van faillissement, Megapool geen rechten meer aan de overeenkomsten zou kunnen verlenen. Dit schoot bij de curator 'in het verkeerde keelgat' en daar ging de curator over procederen.

    Dit had namelijk tot gevolg dat de klanten die in de 3 maanden voor het faillissement spullen hadden gekocht en niet betaalde, dat Megapool normaal gesproken provisie zou krijgen over de rente, maar dat zij daar nu niks van zou ontvangen. Megapool kon immers geen rechten meer verlenen aan de overeenkomst met Laser nu Laser de overeenkomst heeft ontbonden o.g.v. faillissement van Megapool.
    Door het niet ontvangen van de provisie liep de boedel 2.5 miljoen mis.
  • Wat is de kern van het geding in arrest Megapool?
    Megapool gaat failliet. In contract tussen Megapool en Laser stond dat in geval van faillissement dat Laser het contract mocht beëindigen en dat bij beëindiging van de overeenkomst als gevolg van faillissement, Megapool geen rechten meer aan de overeenkomsten zou kunnen verlenen. Dit schoot bij de curator 'in het verkeerde keelgat' en daar ging de curator over procederen.

    Dit had namelijk tot gevolg dat de klanten die in de 3 maanden voor het faillissement spullen hadden gekocht en niet betaalde, dat Megapool normaal gesproken provisie zou krijgen over de rente, maar dat zij daar nu niks van zou ontvangen. Megapool kon immers geen rechten meer verlenen aan de overeenkomst met Laser nu Laser de overeenkomst heeft ontbonden o.g.v. faillissement van Megapool.
    Door het niet ontvangen van de provisie liep de boedel 2.5 miljoen mis.
  • Wat is de rechtsregel die volgt uit arrest Megapool?
    Er was in dit arrest geen sprake van strijd met artikel 20 FW. Je kan uit dit arrest echter wel opmaken dat de HR het onbeperkt contracteren m.b.t. faillissement niet oneindig acht en beperkingen daarop mogelijk zijn.
  • Op welk wetsartikel heeft arrest Aukema/Univest (2011) betrekking?
    Artikel 39 FW m.b.t. de opzegging van de huurovereenkomst ten tijde van faillissement.
    Dit arrest is uit 2011 en is dus van periode vóór de uitspraak in het Romania-arrest.
  • Wat zijn de feiten uit arrest Aukema/Univest?
    Curator genaamd Aukema, die zei: dit pik ik niet, want nu wordt er zomaar 6 maanden huur uit mijn boedel weggehaald dus die zei tegen de verhuurder: (Uni-Invest), dat dit onrechtmatig is, dit is in strijd met artikel 39 FW zo’ beëindigingsbeding dus jij moet mij die 6 maanden huur terugbetalen. Aukema kreeg van de HR gelijk, niet omdat het afspreken van een vergoeding in strijd is met de faillissementswet want nogmaals: het faillissement heeft niet den minste invloed op overeenkomsten, maar de HR vond zo’n beëindigingsvergoeding in strijd komen met de belangenafweging die de wetgever aan artikel 39 ten grondslag heeft gelegdde wetgever heeft daarbij als doekje voor het bloeden voor de verhuurder gezegd dat hij recht heeft op 3 maanden en dat dat boedelschuld is. En die belangenafweging van de wetgever staat eraan in de weg dat je via de bankgarantie/beëindigingsvergoeding toch nog 6 maanden huur uit die boedel haalt. Dat was voor de vastgoedwereld een grote shock.
  • Welke vraag stond centraal in het arrest Aukema/Univest?
    De vraag was of je zo'n beëindigingsvergoeding (dat je 6 maanden door moet betalen in geval de curator tijdens faillissement de huurovereenkomst opzegt) kon overeenkomen of dat je niet meer dan die 3 maanden (uit artikel 39 FW) ten laste van de boedel mag brengen. 
    Wanneer zo'n beding nietig is dan kan je als verhuurder die overeenkomst ook niet onder een bankgarantie brengen, aangezien die hele beëindigingsvergoeding niet is verschuldigd en wannee rhet niet verschuldigd is kan je die beëindigingsvergoeding ook niet onder zekerheid laten vallen. 

    Deze vraag is uiteindelijk beantwoord in het Romania-arrest.
  • Op welk wetsartikel heeft arrest Romania betrekking?
    Artikel 39 FW m.b.t. de opzegging van een huurovereenkomst ten tijde van faillissement.
  • Wat zijn de feiten uit arrest Romania?
    Romania is een arrest uit november 2013. In de praktijk is dit een 'hot topic'.

    Verhuurders willen graag contracten voor een lange termijn sluiten. Contracten van 10 jaar zijn zeer gebruikelijk. Dit is voor de verhuurders van belang met betrekking tot hun eigen financiering, zij moeten het vastgoed met hun eigen geld kopen en daarna verhuren zij de gekochte vastgoed. Om dat tegen gunstige tarieven te kunnen doen moeten zij aan de bank laten zien dat ze in staat zijn om de rente van de lening af te lossen. Onroerend goed (en vooral in geval van bedrijfsruimte) wordt daarom verhuurd voor lange periodes.

    Artikel 39 FW (dat de curator of de verhuurder de huurovereenkomst op kunnen zeggen met inachtneming van de opzegtermijn van 3 maanden) is daarom voor verhuurders een grote ramp. Als verhuurder ga je dan een overeenkomst aan met de huurder voor 10 jaar en wanneer die huurder al na een jaar failliet gaat kan de curator opzeggen tegen een termijn van 3 maanden.
    De verhuurders probeerden zich hiertegen te wapenen door bedingen in de huurovereenkomst op te nemen dat de curator dan op kon zeggen, maar dat de opzegtermijn in een dergelijk geval 6 maanden was in plaats van 3 maanen. Die extra 3 maanden gold dan als schadevergoeding voor de verhuurder. Ze wilden voor die 6 maanden een bankgarantie hebben of een andere vorm van zekerheid om te zorgen dat ze ook echt die 6 maanden uitbetaald zouden krijgen. Zo weten ze zeker dat ze niet met een lege boedel worden geconfronteerd en ze een schadevergoeding krijgen voor het opzeggen tegen zo'n korte termijn. 
    Dit gebeurde al erg lang op deze manier en de HR kreeg in het arrest Romania de gelegenheid zich hierover uit te spreken.
  • Wat heeft de HR bepaald in arrest Romania?
    HR zei toen: de huurder is geen schadevergoeding verplicht want artikel 39 FW is gewoon een rechtmatige opzegging en dan heb je als verhuurder geen recht op schadevergoeding bij een rechtmatige opzegging. 

    Verhuurders reageerden daarop en toen werd gebruikelijk dat er een insolventiebeding werd opgenomen waarbij werd gezegd: als overeenkomst wordt beëindigd voordat die termijn is verlopen dan ben je mij een beëindigingsvergoeding verschuldigd en dan was het dus geen schadevergoeding meer en dan is het dus een vergoeding bij vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst.
    Omdat de overeenkomst op deze manier niet wordt beïnvloed door faillissement dachten de verhuurders goed te zitten. Curator heeft dan het probleem dat de verhuurder bankgarantie vraagt van de bank voor die 6 maanden beëindigingsvergoeding, dus hoe ging het in praktijk? 

    Als huurder failliet ging zei de verhuurder: Je bent mij 6 maanden beëindigingsvergoeding verschuldigd en ik ga niet zitten wachten op de vraag of het lege boedel is want ik trek die  6 maanden huur uit de bankgarantie en die laat ik door de bank aan mij betalen. De banken zijn natuurlijk ook niet gek en die geven alleen maar bankgaranties als ze een contra-garantie hebben van de huurder in dit geval. De banken zorgen er altijd voor dat die contra-garantie is gedekt door zekerheid (pandrecht, hypotheekrecht, een bedrag dat op geblokkeerde rekening moest blijven staan, etc.) dus de praktijk was: als huurder failliet ging zei verhuurder: 6 maanden beëindigingsvergoeding die haal ik van de bankgarantie en de bank haalde die 6 maanden huur weer terug uit de zekerheid en dus betaalde de huurder alsnog die 6 maanden beëindigingsvergoeding. 

    Toen was er een curator genaamd Aukema en die zei: dit pik ik niet, want nu wordt er zomaar 6 maanden huur uit mijn boedel weggehaald dus die zei tegen de verhuurder: (Uni-Invest), dat dit onrechtmatig is, dit is in strijd met artikel 39 FW zo’ beëindigingsbeding dus jij moet mij die 6 maanden huur terugbetalen. Aukema kreeg van de HR gelijk, niet omdat het afspreken van een vergoeding in strijd is met de faillissementswet want nogmaals: het faillissement heeft niet den minste invloed op overeenkomsten, maar de HR vond zo’n beëindigingsvergoeding in strijd komen met de belangenafweging die de wetgever aan artikel 39 ten grondslag heeft gelegdde wetgever heeft daarbij als doekje voor het bloeden voor de verhuurder gezegd dat hij recht heeft op 3 maanden en dat dat boedelschuld is. En die belangenafweging van de wetgever staat eraan in de weg dat je via de bankgarantie/beëindigingsvergoeding toch nog 6 maanden huur uit die boedel haalt. Dat was voor de vastgoedwereld een grote shock.

    Je mag een dergelijk beëindigingsbeding best overeenkomen, alleen werkt het niet tegen de boedel. Dit beding kan er niet toe leiden dat er een huurvergoeding moet worden betaald die ten laste van de boedel komt en hoger uitvalt dan de in artikel 39 FW genoemde termijn van 3 maanden. Het gevolg hiervan is dat de overeenkomst wel geldig is, maar niet werkt ten aanzien van de boedel. De boedel hoeft dus maar 3 maanden te vergoeden terwijl de verhuurder wel een beroep kan doen op de bankgarantie die door de bank is afgegeven en de verhuurder dus 6 maanden krijgt vergoed van de bank en de bank slechts voor 3 maanden op de boedel kan verhalen. De banken zitten dus met een probleem. De banken zullen nu die bankgaranties niet meer verlenen aan verhuurders, maar bij de verhuurders waaraan dit in het verleden wel is verleend kan de bank niet meer terugkomen op die overeenkomst en moeten zij de verhuurders dus gewoon 6 maanden betalen terwijl zij zelf slechts voor 3 maanden op de boedel kunnen verhalen. 

    Naar aanleiding van het arrest Aukema/Univest waren het de verhuurders die met een probleem zaten, naar aanleiding van het arrest Romania zitten de banken dus met een probleem. 
  • Wat is kort gezegd de rechtsregel die volgt uit arrest Romania?
    Je mag een dergelijk beëindigingsbeding (met een opzegtermijn van 6 maanden) best overeenkomen, alleen werkt het niet tegen de boedel. 
    Dit beding kan er niet toe leiden dat er een huurvergoeding moet worden betaald die ten laste van de boedel komt en hoger uitvalt dan de in artikel 39 FW genoemde termijn van 3 maanden. Het gevolg hiervan is dat de overeenkomst wel geldig is, maar niet werkt ten aanzien van de boedel. De boedel hoeft dus maar 3 maanden te vergoeden terwijl de verhuurder wel een beroep kan doen op de bankgarantie die door de bank is afgegeven en de verhuurder dus 6 maanden krijgt vergoed van de bank en de bank slechts voor 3 maanden op de boedel kan verhalen. De banken zitten dus met een probleem. De banken zullen nu die bankgaranties niet meer verlenen aan verhuurders, maar bij de verhuurders waaraan dit in het verleden wel is verleend kan de bank niet meer terugkomen op die overeenkomst en moeten zij de verhuurders dus gewoon 6 maanden betalen terwijl zij zelf slechts voor 3 maanden op de boedel kunnen verhalen. 
  • Op welk wetsartikel ziet arrest Nebula?
    Op artikel 37 FW (van toepassing in geval de verhuurder failliet is gegaan).
  • Waar ging het om in arrest Nebula?
    In dit geval ging het om een failliete verhuurder, die weg gaat wel via artikel 37 FW en niet via artikel 39 FW.

    Nebula: Juridisch eigenaar, economisch eigendom van het pand overgedragen aan Walten
    Walten: Economisch eigendom en heeft het pand verhuurd
    Huurder: Pand gehuurd van Walten

    Wanneer je economisch eigendom hebt mag je met het pand doen wat je wilt. Nebula is juridisch eigenaar en gaat failliet. Echter Nebula is wel gehouden om het economisch eigendom aan Walten te blijven verschaffen en moet Walten dus toestaan dat hij het pand gebruikt, Walten doet dat ook en blijft het pand verhuren aan de huurder.

    Probleem in deze casus: Walten (economisch eigenaar) blijft zijn verplichting tot het betalen van de huur aan Nebula (juridisch eigenaar) gewoon nakomen. Wanneer Walten mag blijven zitten dan krijg hij 100% van zijn vordering (namelijk het ongestoord gebruiksgenot van Nebula) en wordt zijn vordering dus volledig voldaan.

    De curator kan het pand wel verkopen, maar verkoopt het pand dan terwijl er nog iemand in zit, wat zeer nadelig is voor de verkoop, waardoor de andere schuldeisers minder geld ontvangen (aangezien het gebouw voor lagere prijs wordt verkocht) en Walten zelf ook nog eens 100% van zijn vordering krijgt voldaan.
  • Wat heeft de HR bepaald in arrest Nebula?
    Hier ging het dus om het probleem dat Walten zei dat hij zijnerzijds gewoon de verbintenis na zou komen (het betalen van de huur) en daar tegenover zou staan dat Nebula gewoon het huurgenot moet verschaffen. Gevolg hiervan is dat de curator het gebouw voor minder kan verkopen omdat hij het niet vrij op kan leveren (aangezien huurder Walten er nog in zit en zijn recht moet worden geëerbiedigd), wat tot gevolg heeft dat Walten zijn vordering als schuldeiser volledig krijgt voldaan (hem wordt gewoon zijn volle 100% aan gebruiksgenot verschaft) en de andere schuldeisers worden benadeeld, zij krijgen namelijk minder geld omdat het gebouw minder oplevert (als gevolg van het feit dat Walten er als huurder in zit).

    De HR zei hierover het volgende:
    De overeenkomst tussen Nebula en Walten blijft dan weliswaar in stand, maar dat houdt niet in dat Nebula ook daadwerkelijk moet blijven presteren Wat heb je aan een overeenkomst waarbij de curator niet hoeft te presteren kan je je dan afvragen.
    De HR heeft hierbij het paritas creditorum (gelijkheid van de schuldeisers) als leidend beginsel gekozen. Dit is logisch aangezien Walten een schuldeiser is die zijn vordering dan voor 100% krijgt voldaan (namelijk het verschaffen van het huurgenot) terwijl de andere schuldeiser geen 100% krijgen voldaan en zelfs minder dan wat ze normaal zouden krijgen, aangezien het pand is bezwaard met het huurrecht van Walten waardoor het minder oplevert en er dus minder geld aan de schuldeisers kan worden uitgedeeld.
    Het 'probleem' voor Walton is dat hij geen goederenrechtelijke positie tegen de curator kan opwerpen. Hij heeft dan wel het recht op economisch eigendom, maar dat is geen goederenrechtelijke positie.

    De HR erkent dus dat er een overeenkomst is, maar de curtor hoeft hem niet na te komen. Gekke redenatie van de HR.
  • Wat is kort gezegd de rechtsregel die volgt uit arrest Nebula?
    In geval er sprake is van een het recht van economisch eigendom op een pand van de failliet, dan erkent de HR dat er sprake is van een overeenkomst. Ook wanneer degene die tot het economisch eigendom is gerechtigd zijnerzijds de verbintenis blijft nakomen is de curator niet verplicht om die van hem na te komen (het verschaffen van economisch eigendom). Dit in verband met het paritas creditorum (gelijkheid van de schuldeisers). De 'schuldeiser' die recht heeft op het economisch eigendom zou dan namelijk 100% van zijn vordering krijgen voldaan terwijl de andere schuldeisers niet 100% krijgen, het pand waarop het economisch eigendom is gevestigd voor minder kan worden verkocht aangezien er economisch eigendomsrecht van een andere schuldeisers op zou rusten en de andere schuldeisers dus minder geld krijgen aangezien dat gebouw dan minder waard zou zijn.
    Wanneer je als schuldeiser recht hebt op economisch eigendom is dit geen goederenrechtelijke positie, en dus kan je niet tegen de curator zeggen dat het pand is bezwaard met bijvoorbeeld vruchtgebruik, erfdienstbaarheid, etc.
  • Waarom heeft de rechtsregel die volgt uit arrest Nebula gevolg voor IE-licenties?
    Licenties m.b.t. Intellectueel Eigendom lijken op economisch eigendom: Je mag in geval je een IE-licentie hebt gekocht, de zaak waarop de IE-licentie betrekking heeft, gebruiken waarvoor je maar wilt. Wanneer Apple een IE-licentie van een bedrijf heeft gekocht bijvoorbeeld m.b.t. de home-button en Apple die button dus mag maken omdat zij die IE-licentie heeft. Wanneer de eigenaar van die home-button dan failliet gaat dan is er dus een contract, maar is de curator niet verplicht meer om te leveren. Dan kan hij dus tegen apple zeggen: jullie zijn schuldeiser en wanneer jullie die IE-licentie mogen blijven gebruiken dan krijgen jullie 100% van je vordering, dat is in strijd met het paritas creditorum en dus kunnen jullie die licentie niet meer te gelde maken. Dan moet Apple dus al die iPhones uit de productie halen omdat zij die home-button niet mer kunnen gebruiken. Dit levert veel problemen op. Daarom kopen bedrijven als Apple dan vaak zo'n bedrijfje op, dan heb je daar geen last van.
  • Welke arresten hebben er betrekking op de beëindiging van de huur o.g.v. artikel 39 FW?
    Er zijn drie belangrijke arresten die betrekking hebben op de beëindiging van de huur o.g..v artikel 39 FW:
    - Arrest Baby-XL, het is toegestaan een beding in de overeenkomst op te nemen waarin staat dat bij faillissement de huurder en verhuurder bevoegd zijn de huurovereenkomst op te zeggen.
    - Arrest Aukema (2011), wanneer je een huurovereenkomst opzegt o.g.v. artikel 39 FW, dat dat een rechtsgeldige opzegging oplevert en de huurovereenkomst daarmee eindigt. In artikel 39 FW is dan geregeld waar je als verhuurder recht op hebt. (Arrest Romania (2013) is een aanvulling op arrest Aukema (2011).)
    - Arrest Romania (2013), wanneer de bank bijvoorbeeld een bankgarantie heeft afgegeven voor 6 maanden huur ingeval de opzegging plaatsvindt o.g.v. faillissement, dan kan hij slechts voor 3 maanden op de huurder verhalen en is het boedelschuld. Voor de overige 3 maanden is hij concurrent schuldeiser.
  • Wat als er in de huurovereenkomst is opgenomen dat de verhuurder bevoegd is de huurovereenkomst op te zeggen wanneer de huurder failliet gaat en de huurder recht heeft op een bedrag dat gelijk staat aan een jaar huur?
    De vraag is of de curator dan (o.g.v. de overeenkomst) het bedrag moet betalen dat gelijk staat aan de huur van een jaar.

    Stel het kost 1.000 euro per maan dom te huren en de huurder gaat failliet, moet de curator dan 12.000 euro overmaken aan de verhuurder?
    Artikel 39 FW bepaalt dat wanneer de huurder failliet gaat, zowel de huurder als de verhuurder bevoegd is op te zeggen met een inachtneming van een maximale opzegtermijn van 3 maanden. Die huur is vanaf het moment van de faillietverklaring boedelschuld en moet dus rechtstreeks vanuit de boedel aan de verhuurder worden betaald. In dit geval zou dat dan 3.000 euro zijn. In geval van een beëindigingsbeding zijn arrest Baby XL, arrest Romania en arrest Aukema/Univest van belang. 
    In dit geval zou o.g.v. arrest Romania de 'schadevergoeding' niet hoger zijn dan die 3 maanden. O.g.v. artikel 39 FW heeft men recht op 3 maanden van de huur, op meer dan die 3 maanden kan men in geval van faillissement geen aanspraak maken. 
  • Op welk wetsartikel heeft arrest Baby-XL betrekking?
    Artikel 39 FW, het gaat om de vraag of het toegestaan is een beding in de huurovereenkomst op te nemen waarin staat dat de verhuurder het recht heeft de huurovereenkomst op te zeggen in geval de huurder failliet gaat.
  • Wat is er bepaald in arrest Baby XL?
    Arrest Baby-XL gaat over de mogelijkheid van een beeindigingsbeding. 
    Het is niet mogelijk om meer dan 3 maanden vergoed te krijgen in geval van een faillissement, wel is het gewoon mogelijk om in de huurovereenkomst op te nemen dat in geval van faillissement de verhuurder recht heeft de overeenkomst op te zeggen.
  • Wat is de rechtsregel die volgt uit arrest Baby-XL?
    Het is mogelijk om in de huurovereenkomst op te nemen dat in geval van faillissement de verhuurder recht heeft de overeenkomst op te zeggen. 
  • Wat is er bepaald in arrest Aukema q.q. (2011)?
    In arrest Aukema q.q. is bepaald dat wanneer je een huurovereenkomst opzegt o.g.v. artikel 39 FW, dat dat een rechtsgeldige opzegging oplevert en de huurovereenkomst daarmee eindigt. In artikel 39 FW is dan geregeld waar je als verhuurder recht op hebt.

    Arrest Romania (2013) is een aanvulling op arrest Aukema (2011).
  • Wat volgt er nou uit arrest Baby-XL en arrest Aukema q.q.?
    Hoe kan de curator de huurovereenkomst doen eindigen o.g.v. artikel 39 FW?
    Uit deze twee arresten wordt duidelijk zijn dat er 2 manieren zijn waarop de huurovereenkomst kan eindigen:
    1. Op grond van een beëindigingsbeding in de overeenkomst, de verhuurder stuurt dan de curator een brief en zegt: ik zeg de huurovereenkomst op omdat ik daar recht op heb o.g.v. het beëindigingsbeding dat is opgenomen in de huurovereenkomst. Ook wanneer de verhuurder opzegt o.g.v. de beëindigingsbeding uit de huurovereenkomst heeft hij recht op de vergoeding van 3 maanden huur o.g.v. artikel 39 FW. 
    2. Andere mogelijkheid is dat de overeenkomst wordt opgezegd op grond van artikel 39 FW.
  • Wat als een bank een bankgarantie heeft afgegeven aan de verhuurder voor de betaling van schadevergoeding in geval van faillissement voor een termijn van 6 maanden?
    Dan heeft de bank een probleem, die kan o.g.v. artikel 39 FW slechts aanspraak maken op 3 maanden van de huur, zie arrest Romania. De rest van de vordering kan hij bij de curator indienen als concurrent schuldeiser (artikel 26 FW).
  • Op welk wetsartikel heeft arrest MTW/FNV en Vermaat c.s. betrekking?
    Arrest MTW/FNV en Vermaat c.s. heeft betrekking op artikel 10 FW.
  • Wat kan een werknemer doen als hij het idee heeft dat het faillissement enkel is aangevraagd om de werknemers te kunnen ontslaan?
    Dan kan hij in verzet gaan tegen het door de rechter verleende faillissement, dit is bepaald in artikel 10 FW. Arrest MTW/FNV en Vermaat CS is hiervoor van belang.
  • Welk arrest is van belang wanneer een werknemer het idee heeft dat het faillissement enkel is aangevraagd om de werknemers te kunnen ontslaan?
    Arrest MTW/FNV en Vermaat c.s. 
  • Wanneer een arbeidsovereenkomst door de curator (met toestemming van de RC) is opgezegd en achteraf het faillissement wordt vernietigd, wat heeft dit voor gevolg voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst?
    Artikel 13 lid 1 FW bepaalt dat wanneer de faillietverklaring wordt vernietigd, de handelingen die de curator heeft verricht in naam van de schuldenaar, geldig en verbindend blijven wanneer die handelingen zijn verricht vóór of op de dag waarop de vernietiging van de faillietverklaring bekend is gemaakt. 
    In geval van een arbeidsovereenkomst is in artikel 13a FW echter een uitzondering neergelegd, de arbeidsovereenkomst wordt bij vernietiging van het faillissement met terugwerkende kracht beheerst door de overeengekomen of wettelijk van toepassing zijnde regels en dus is er sprake van een opzegging die is geschied zonder de vereiste toestemming uit artikel 6 BBA. In dat geval is artikel 9 BBA van toepassing en kan de werknemer gedurende zes maanden een beroep doen op de vernietigingsgrond.
  • Wanneer een arbeidsovereenkomst door de curator (met toestemming van de RC) is opgezegd en achteraf het faillissement wordt vernietigd, wat heeft dit voor gevolg voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst?
    In geval van een arbeidsovereenkomst is in artikel 13a FW echter een uitzondering neergelegd, de arbeidsovereenkomst wordt bij vernietiging van het faillissement met terugwerkende kracht beheerst door de overeengekomen of wettelijk van toepassing zijnde regels en dus is er sprake van een opzegging die is geschied zonder de vereiste toestemming uit artikel 6 BBA. In dat geval is artikel 9 BBA van toepassing en kan de werknemer gedurende zes maanden een beroep doen op de vernietigingsgrond.
  • Wat is er bepaald in artikel 13a FW?
    In geval van een arbeidsovereenkomst is in artikel 13a FW echter een uitzondering neergelegd, de arbeidsovereenkomst wordt bij vernietiging van het faillissement met terugwerkende kracht beheerst door de overeengekomen of wettelijk van toepassing zijnde regels en dus is er sprake van een opzegging die is geschied zonder de vereiste toestemming uit artikel 6 BBA. In dat geval is artikel 9 BBA van toepassing en kan de werknemer gedurende zes maanden een beroep doen op de vernietigingsgrond.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Welk arrest heeft betrekking op de positie van de schuldeisers ten tijde van het faillissement?
1
Wat is er bepaald in het arrest OAR/ABN? 
1
Wat is bepaald in het arrest Aalburgse Bandencentrale? ( HR 11 januari 1980, NJ 1980, 563 )
1
Wat is er bepaald in artikel 35 lid 2 FW?
1
Pagina 1 van 89