Arbeidsovereenkomstenrecht

by (2012)
339 Flashcards en notities
3 Studenten

Studeer slimmer met eFaqt samenvattingen

  • Beschikbaar voor computer, tablet, telefoon en op papier
  • Vragen met antwoorden over de leerstof
  • Ongelimiteerde toegang tot 300.000 online samenvattingen
  • Tools voor slim studeren & timers voor betere resultaten

Bekijk deze samenvatting

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Arbeidsovereenkomstenrecht

  • 1.1 Inleiding

  • H1 begint in H1.2 met artikel prof. v.d. Heijden; 'Een nieuwe rechtsorde van de arbeid'.

     

    Het gaat over de grondslagen van het arbeidsrecht en de gevolg van de veranderende samenleving op deze grondslagen.

     

    Let op; inmiddels zijn sommige wetten en instanties in dit artikel vervangen voor andere!

  • 1.2 Een nieuwe rechtsorde van de arbeid

  • Waaruit bestaat het arbeidsrechtelijk paradigma?

    1. Bescherming van de werknemer = grondslag arbeidsrecht.
    2. Ongelijkheidscompensatie = economische ongelijke positie werknemer tov werkgever.
    3. Emancipatie van de werknemer; opleiding, vorming en scholing staan hierbij centraal.
    4. De macht van de collectiviteit t.o.v. de onmacht van het individu; CAO's. Individuele contractsvrijheid is opgeofferd voor de macht van het collectief (countervailing power).
  • Wat is een paradigma?

    Een modelwoord, een voorbeeld.

  • Er wordt een countervailing power voor de werkgeversmacht gevormd.

  • Na 120 jaar arbeidsrecht paradigma wisseling met grote gevolgen voor het arbeidsrecht.

  • Op arbeidsrechtelijk paradigma zijn gebouwen met wetten en jurisprudentie opgetrokken, welke zijn dit?

    1. Sociaal zekerheidsrecht (inkomensbescherming).
    2. Publiekrechtelijk gebouw (bescherming in zin van Arbeidsomstandighedenwet, Arbeidstijdenwet en Arbeidsvoorzieningenwet).
    3. Civielrechtelijk gebouw (individuele en collectieve arbeidsovereenkomst)
  • BW en Wet op de CAO bevat techniek van 75% dwingend recht.

  • Tertiairisering; meer dan 80% van de beroepsbevolking werkt in de non-commerciele en commerciele dienstverlening. Agrarische sector is primair, industrie is secundair.

  • Welke overgangen hebben gevolgen voor de grondslagen van het arbeidsrecht?

    1. overgang industrieel naar informatiemaatschappij.
    2. overgang fabrieks- naar dienstensamenleving.
    3. overgang bulkgoed naar maatwerk.
  • Voorheen begrip 'arbeider', nu in art. 7:610 BW 'werknemer'. In spraakgebruik veelal 'medewerker'. Bij 'werknemers' is sprake van een arbeidsovereenkomst (definitie). Door fenomeen flexibilisering van de arbeid steeds meer mensen 'self-employed'; grijze zone tussen werknemer en zelfstandig ondernemer. Deze zijn economisch gezien werknemer en juridisch gezien geen werknemer (overeenkomst tot opdracht, art. 7:400 BW). Dit betreft 'free-lancers', ZZPérs en speudo zelfstandigen. Door Wet Flex & Zekerheid zijn 2 nieuwe wetsartikelen ontstaan rond het 'weerlegbaar rechtstvermoeden'; de opdrachtsnemerskant lijkt wel erg sterk op die van de werknemer (economisch afhankelijk). Er is wat voor te zeggen om o.a. ZZP'ers onder een bepaalde bescherming van het arbeidsrecht te brengen.

  • Wat wordt met dubbele erosie bedoeld?

    Aan de ene kant 'werkers' die buiten artikel 7:610 BW vallen maar wel economisch afhankelijk zijn.

    Aan de andere kant werknemers die wel onder dit artikel vallen en die minder 'ondergeschikt' zijn. 

     

    Ondergeschiktheid (gezagsverhouding/ bevoegdheid tot instructies) is de ziel van de arbeidsovereenkomst.

  • Binnen economische afhankelijkheid is het dikwijls lastig om aan te geven of er wel of geen zeggenschap is. Instructies hebben in steeds meer gevallen geen betrekking op de inhoud van de arbeid (verzelfstandiging werknemers in beroepsuitoefening; erosie ondergeschiktheidscritereum arbeidsovereenkomst). Het volgende probleem; traditionele hierarchische structuur wordt steeds vaker moderne platte structuur met 'business units' en 'zelfstandige taakgroepen' (i.r.t. 'targets' en vrije invulling). 

    Ook notie werkgever is aan erosie onderhevig; door flexibilisering arbeid is grote groep flexwerkers ontstaan; detachering, uitzend, inleen- en uitleenconstructie, arbeidspools (haven Rotterdam bijv.), etc.. Kortom; wie of wat is de werkgever in de zin van art. 7:610 BW !?

     

     

  • Verprivaatrechtelijking en wederkerigheid:

    Enerzijds; definitie arbeidscontract geeft steeds meer vraagtekens. Anderzijds; toenemend belang privaatrechtelijke contractuele relatie.

     

    Preciese waarde van het arbeidscontract als species 'overeenkomst' is altijd verschillend gedacht;

    • Contractualisten; leggen nadruk op contractuele relatie en wijziging contract kan alleen als beide partijen akkoord zijn.
    • Institutionalisten ('instituut onderneming'); zien arbeidscontract als toegangsbiljet tot de onderneming. Werknemer dient zich voortdurend aan te passen aan de wijzigende omstandigheden. Belangrijker is; het overleven van de werkgemeenschap. De CAO's hebben hier toe bijgedragen, arbeidscontract was in feite adhesiecontract. Tegenwoordig wordt er in CAO's steeds meer ruimte gelaten voor nadere individuele invulling ('cafetaria CAO', 'CAO a la carte'). 

    In de rechtspraak ligt wisselend het accent op een van bovenstaande interpretaties.  

    Verder loopt de privatisering sociale zekerheid (gebouw publiekrechtelijk) hier ook door heen (o.a. afschaffing Ziektewet en instelling loondoorbetalingsplicht bij zieke werknemer). Hiernaast ontstaan er in de sociale zekerheid steeds vaker bodemvoorzieningen waardoor privaat bij verzekeren noodzakelijk is. Ook een ander publiekrechtelijk gebouw, arbeidsbeschermingsrecht, schuift naar privatisering. Er ontstaat ruimte voor vakbonden en OR's om afwijkende afspraken te maken (arbeidstijden e.d.). 

    Publiekrechtelijk regeling inzake ontslagbescherming heeft ook een trend van privatisering; i.p.v. publiekelijke weg van toestemming UWV zien we steeds vaker privaatrechtelijke weg van de kantonrechter.

     

    Conclusie; verprivaatrechtelijking arbeidsrecht en wederopstanding van het contract als basis van de arbeidsverhouding. 

     

    In het verlengde hiervan ontstaat steeds meer de gedachte dat werknemers naast rechten ook plichten hebben zoals 'employability'.; de bereidheid mee te gaan in veranderingen zoals scholing, andere functie, etc...

     

    Contractuele wederkerigheidsbeginsel wordt misschien leidend beginsel van rechtsverhoudingen in de toekomst; werkgever neemt dan deel rol overheid over waardoor art. 7:611 BW 'goed werkgeverschap'  belangrijker wordt. Dit gaat naar de toekomst toe een grotere rol spelen bij de invulling van de dagelijkse arbeidssituatie.

     

     

  • Participatie:

    dit gebeurd op verschillende manieren;

    • Representatieve participatie ('industrial citizenship'; controle besturende instantie, sluit aan bij genoemde verzelfstandiging en professionalisering van de werknemer); OR
    • Directe participatie; zelfsturende teams en taakgroepen.
    • Financiele participatie; aandelen van werknemers in het bedrijf (vooral in USA gebruikelijk).

    Vooral laatste 2 vormen van participatie geven ontstaan grotere differentiatie aan in 'industrial citizenship'.

  • Pluralisme en differentiatie:

    Er is een nieuw pluralisme (meervoudsvorm) in het recht aan het ontstaan grenzen tussen nationaal en internationaal recht, arbeidsrecht en Europees recht, privaat- en publiek recht, vervagen.

    Case-law neemt toe omdat wetgeving niet langer in staat is de snel opvolgende probleemvelden te bestrijken.  De trend is individualisering, flexibilisering en ont-solidarisering.

  • Een nieuwe rechtsorde:

    vanaf WOII veel nadruk op 'rule of law'; gedachte dat de samenleving structuur en bescherming zou moeten en kunnen vinden in de macht van het recht. O.a. 'rechtsorde van de arbeid' in eind jaren veertig en vijftig. De 'rule of law' moest ook voor de arbeid gelden. Tegenover instemming werkgevers met beschermingswetten voor werknemers en ontwikkeling van de sociale zekerheid stond toezegging vakorganisaties om geen zeggenschap te eisen in managementbeslissingen. Sindsdien is in Nederland een 'rechtsorde van de arbeid' uitgebouwd. Dus geen vrij spel van maatschappelijke krachten maar blijven uitgaan van een rechtsorde. Er is behoefte aan een nieuwe architectuur van de rechtsorde vanuit de benadering 'industrial citizenship' op gedachte grondrechten werknemer in de onderneming. Hiernaast speelt het behoorlijk ondernemerschap een rol in de individuele en collectieve rechtsverhouding. Tenslotte volgt een herwaardering of herontdekking van de arbeidsovereenkomst als basis van de arbeidsrelatie. De vakbonden worden meer regisseur van arbeidsverhoudingen dan (mede-)wetgever van CAO's .

     

    Interdisciplinaire wetenschappelijke bestudering van de arbeid zal behulpzaam moeten zijn bij de verdere verdieping, uitwerking en verwezenlijking van de toekomstige nieuwe rechtsorde.

     

Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Waaruit bestaat het arbeidsrechtelijk paradigma?
3
Wat is een paradigma?
3
Op arbeidsrechtelijk paradigma zijn gebouwen met wetten en jurisprudentie opgetrokken, welke zijn dit?
3
Welke overgangen hebben gevolgen voor de grondslagen van het arbeidsrecht?
3
Pagina 1 van 19