6.6 redemittel

by
45 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting
  • +380.000 andere samenvattingen
  • Een unieke studietool
  • Een oefentool voor deze samenvatting
  • Studiecoaching met filmpjes
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - 6.6 redemittel

  • 1 6.6 redemittel

  • De soep is niet meer warm. Ze is al koud.
    Die Suppe ist nicht mehr warm. Sie ist schon kalt.
  • De winkel is gesloten. Morgen is hij weer open.
    Das Geschäft ist geschlossen. Morgen ist es wieder offen.
  • De sinaasappel smaakt net zo goed als de mandarijn.
    Die Orange schmeckt genauso gut wie die Mandarine.
  • Pizza en Spaghetti zijn even duur.
    Pizza und Spaghetti sind gleich teuer.
  • Ik eet liever ijs dan taart.
    Ich esse lieber Eis als Torte.
  • De biefstuk is duur maar smaakt me zeer goed.
    Das Steak ist teuer, aber schmeckt sehr gut.
  • Zou je graag honing of jam willen hebben?
    Möchtest du Honig oder Marmelade?
  • Ik neem een cola en een braadworst.
    Ich nehme eine Cola und eine Bratwurst.
  • De druiven zijn niet zoet. Ze zijn zuur.
    Die Trauben sind nicht süß. Sie sind sauer.
  • Ik eet meestal een broodje met kaas.
    Ich esse meistens ein Käsebrötchen.
  • Hoeveel kost een kilo bananen?
    Wie viel kostet ein Kilo Bananen?
  • Ontbijt je nooit?
    Frühstückst du nie?
  • Wil je een kopje thee of een glas water?
    Möchtest du eine Tasse Tee oder ein Glas Wasser?
  • Ik drink meer melk dan koffie.
    Ich trinke mehr Milch als Kaffee.
  • Ik heb geen honger.
    Ich habe keinen Hunger.
  • Hij heeft dorst. Hij koopt een fles appelsap.
    Er hat Durst. Er kauft eine Flasche Apfelsaft.
  • Het ontbijt is gezond.
    Das Frühstück ist gesund.
  • Ik vier mijn verjaardag op zaterdag.
    Ich feiere meinen Geburtstag am Samstag.
  • Ik nodig je uit voor mijn feestje.
    Ich lade sich zu meiner party ein.
  • Stuur me een sms'je of je komt.
    Schicke mir eine SMS ob du kommst.
  • Neem Salades en drank mee.
    Nimm Salate und Getränke mit.
  • Een liter melk en een pak rijst kosten vijf euro.
    Ein Liter Milch und eine Packung Reis kosten fünf Euro
  • Het eten is niet goedkoop. Het is duur.
    Das Essen ist nicht billig. Es ist teuer.
  • Die Suppe ist nicht mehr warm. Sie ist schon kalt.
    De soep is niet meer warm. Ze is al koud.
  • Das Geschäft ist geschlossen. Morgen ist es wieder offen.
    De winkel is gesloten. Morgen is hij weer open.
  • Die Orange schmeckt genauso gut wie die Mandarine.
    De sinaasappel smaakt net zo goed als de mandarijn.
  • Pizza und Spaghetti sind gleich teuer
    Pizza en spaghetti zijn even duur
  • Ich esse lieber Eis al Torte.
    Ik eet liever ijs dan taart.
  • Das Steak ist teuer aber schmeckt sehr gut.
    De biefstuk is duur maar smaakt me zeer goed.
  • Möchtest du honig oder Marmelade?
     Zoe je graag honing of jam willen hebben?
  • Ich nehme eine Cola und eine Bratwurst.
    Ik neem een cola en een braadworst.
  • Die Trauben sind nicht süß. Sie sind sauer.
    De druiven zijn niet zoet. Ze zijn zuur.
  • Ich esse meistens ein Käsebrötchen.
    Ik eet meestal een broodje met kaas.
  • Wie viel kostet ein Kilo Bananen?
    Hoeveel kost een kilo bananen?
  • Frühstückst du nie?
    Ontbijt je nooit?
  • Möchtest du eine Tasse Tee oder ein Glas wasser?
    Wil je een kopje thee of een glas water?
  • Ich trinke mehr Milch als Kaffee.
    Ik drink meer melk dan koffie.
  • Ich habe keinen Hunger.
    Ik heb geen honger.
  • Er hat Durst. Er kauft eine Flasche Apfelsaft.
    Hij heeft dorst. Hij koopt een fles appelsap.
  • Das Frühstück ist gesund.
    Het ontbijt is gezond.
  • Ich feiere meinen Geburtstag am Samstag.
    Ik vier mijn verjaardag op zaterdag.
  • Ich lade dich zu meiner party ein.
    Ik nodig je voor mijn feestje uit.
  • Schicke mir eine SMS ob du kommst.
    Stuur me een sms'je of je komt.
  • Nimm Salate und Getränke mit.
    Ein Liter Milch und eine Packung Reis kosten fünf Euro
  • Das Essen ist nicht billig. es ist teuer.
    Het eten is niet goedkoop. Het is duur.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

De biefstuk is duur maar smaakt me zeer goed.
1
De soep is niet meer warm. Ze is al koud.
1
De winkel is gesloten. Morgen is hij weer open.
1
De sinaasappel smaakt net zo goed als de mandarijn.
1
Pagina 1 van 12