Samenvatting 1e toets specialistisch

-
333 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "1e toets specialistisch". De auteur(s) van het boek is/zijn xxx. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - 1e toets specialistisch

  • 1 Geriatrie

  • Hoeveel procent van de 75+ ers is polyfarmacie patient?
    35%
  • Inlog PW = gast@pw.nl wachtwoord gast
  • EPHOR
    expertise centrum pharmacotherapie bij ouderen
    65+
    de combinatie: verminderde nierfunctie, cognitieve problemen, co-morbiditeit, polyfarmacie

    Geeft veel meer kans op bijwerkingen
  • Wat is de big six ouderdomsziekten
    1. hart en vaatziekten
    2. astma/copd
    3. diabetes
    4. gewrichtsaandoeningen (reuma, artrose)
    5. psychosociale aandoeningen
    6. kanker --> let op IA oncolytica met ontstollingsmiddelen
  • Definitie van kwetsbaarheid/frailty
    Een toestand van leeftijd-gerelateerde fysiologische kwetsbaarheid die voortkomt uit voorstoorde homeostatische reserve en een verminderd vermogen om weerstand te bieden aan belasting. 

    Homeostase veranderd --> ouderen reageren slechter op schommelingen.
  • Frailty criteria = 3 van de 5 kenmerken aanwezig = een frailty oudere = een kwetsbaar oudere 
    1. gewichtsverlies
    2. uitputting
    3. lichamelijke inactiviteit
    4. loopsnelheid
    5. handknijpkracht
    6. nodig: farmacotherapie op maat (n=1)
  • Frailty is dynamsich
    Steeds maar niet herstellen

    Kwetsbare ouderen hebben dus weinig reserves
    Een slecht gecontroleerde infectie kan het verschil maken tussen volledig zelfstandig wonen en opname in een verpleegtehuis.

    Ouderen hebben atypische ziekteverschijnselen.

    Bijv hyperthyreoidie
    Versnelde stofwisselling --> agitatie
    ouderen juist versufd
  • De vier belangrijkste klachten bij opname in een ziekenhuis zijn (geriatric giants reuzen)
    1. confusion (delier, dementie, depressie)
    2. vallen
    3. immobiliteit (vaak plassen; slecht behandelde pijn)
    4. incontinentie
  • Wat veranderd er fysiologisch gezien bij ouderen
    1. spier en botmassa gaat omlaag
    2. reactievermogen gaat omlaag
    3. flexibiliteit gaat omlaag
    4. balans gaat omlaag
  • Intrinsieke factoren die meespelen bij ouderen zijn
    1. parkinsonisme
    2. verminderde cognitie
    3. verminderde visus
    4. duizeligheid
    5. hartritme en of geleidingsstoornis 
    6. farmaca (welke) 
  • Extrinsieke factoren die meespelen bij ouderen zijn
    1. inadequate verlichting
    2. gladde vloeren
    3. losliggende kleedjes
    4. draden
    5. trappen
  • Fysiologisch + intrinsiek + extrinsiek
    leiden allemaal tot vallen
  • homeostase  verminderd --> belangrijk bij alle hart en hypertensie gnm -->
                                                          kan leiden tot orthostase problemen  
                                                    --> ook belangrijk: alles wat CNS werkt : bijv
                                                           benzo
  • AANLOOP = acuut bij delier
                            sluipend bij dementie
                            geleidelijk bij depressie

    BELOOP = flucuerend bij delier
                         langzaam progressief bij dementie
                         dagschommelingen bij depressie

    ORIENTATIE, AANDACHT, GEHEUGEN = gestoord bij delier
                                                                               gestoord bij dementie
                                                                               (aandacht wel meestal intact)
                                                                           = intact bij depressie

    Bij depressie is het denkpatroon vertraagd.(dementie, delier normaal)
  • Gevolgen van incontinentie zijn
    1. huidproblemen
    2. uwi
    3. vereenzming
    4. hoger valrisico

    Soorten
    stress = hoesten niezen
    urge = nodig plassen blaas kleiner --> muskarine agonisten
    functionele en dubbele incontinentie --> neurogene blaas in geleiding zelf versterkt.

    Overgewicht speelt ook mee bij incontinentie.

    In het algemeen bij incontinentie altijd letten op drink en plas patroon en hoe het gesteld is met de piekdiurese
  • Incontinentie is ook vaak een bijwerking
    1. ACE-remmers (inspanningsincontinentie tgv kriebelhoest)
    2. alfareceptor blokkers (prazosine, doxasine stressincontinentie)
    3. lithium (urge incontinentie)
    4. parkinsonmiddelen (urge incontinentie)
    5. parasympathicolytica en TCA: overloopincontinentie
    6. diuretica: urge incontinentie
    7. psychofarmaca (andidepressiva, antihistaminica, antipsychotica, anxiolytica en hypnotica): urge incontinentie

  • Polyfarmacie en ouderen
    >80 vaak sprake van frailty
    atypische presentatie van aandoeningen
    veel co morbiditeit
    en dus veel gebruikers
    er is veranderde kinetiek en dynamiek
    weinig is evidence based --> uitgesloten in registratiestudies
  • Belangrijskte problemen

    1. meerdere (chronische) aandoeningen tegelijk
    2. metabole capaciteit verlaagd, nierfunctie verlaagd --> farmacokinetiek
    3. veranderde receptor gevoeligheid --> farmacodynamiek

    dus

    groter risico op interacties tussen 2 gnm en dus veel groter risico op bijwerkingen!
  • Veranderende kinetiek ouderen
    1. afname absorptie = zuurgraad omlaag (lang niet zo bij alle ouderen ) 
      belangrijk bijv bij opname itraconazol

    2. afname distributie = eiwitbinding omlaag (vb fenytoine)
      fenytoine ingesteld clostridium overgroei = eiwitbinding omlaag en hierdoor fenytoine spiegel omhoog --> oudere viel flauw

    3. afname metabolisme lever CYP enzymen omlaag: first pass effect minder snel (let op bij morfine)
      interacties omhoog, bijwerkingen omhoog

    4. afname eliminatie nier
      1/3 verminderde nierfunctie van alle ouderen

    Oudere met infectie = verminderde eiwitbinding
    Oudere ondervoed en uitgedroogd = verminderde eiwitbinding

    ACE-remmer lisdiuretica betablokker starten --> rustig optitreren

    Valt mee:
    lichaamssamenstelling veranderd (relatief meer vetweefsel, afname hoeveelheid spierweefsel),
    GI passage (spijsvertering vertraagd)
    leverdoorbloeding verlaagd (lever blijft redelijk in tact)

    Opboeren zware boterham 1-2 week domperidon passage weer op gang
  • Verminderde dynamie: bijvoorbeeld

    Cardiovasculair 
    baroreceptorreflex verminderd = pas op voor orthostatische hypotensie

    hersenen: cholinerge neurotransmissie verminderd pas op met anticholinergica bij ouderen

    incontinentie = oxybutinine (dridase)
    depressie = amitriptyline (gryptizol)
    gedragstoornis = haloperidol (haldol)

    ook het aantal dopamine receptoren verminderd

    Antipsychotica --> D2 receptor werkt sterk = werken met druppels langzaam optitreren
  • Dilemma's

    incontinentie: anticholinergica
    pijn: nsaids en opiaten
    hartfalen: diuretica
    slapeloosheid: benzo --> 1/2 dosis receptoren gevoelig
  • Dhr Jansen 82 jaar weduwnaar woont zelfstandig in een flat

    Medicatie: ascal, furosemide, perindopril, paroxetine, oxybutinine, temazepam

    Probleem inactief tobberig achteruitgang.

    Sprake van cascade:
    stoornis (toename diurese tgv lasix) plaspatroon niet in orde
    beperking (incontinentie)
    handicap (sociale isolatie)
    gevolg: oxybutinine, paroxetine, temazepam

    Maar is er wel goed gekeken naar diurese?
    Hoe is het drink en plas patrooon?
    Kijken hoe het gaat als we streven naar meer piekdiurese met bumetanide, is een antidepressivum dan wel nodig.
  • Voorbeeld voorschrijfcascade
    82jarige vrouw met pijn (en dementie)

    oxycodon --> obstipatie
    obstipatie --> laxans
    laxans --> diarree
    diarree --> vocht/electrolytenverlies --> delier
    delier --> olanzapine
    olanzapine (antipsychoticum) --> diabetes 
    ???
  • Nadeel BEERS criteria
    • geeft geen alternatief
    • geeft alleen aan welke middelen je in principe niet wil gebruiken bij ouderen
    • geeft aan bij welke middelen een dosis aanpassing zou moeten gebeuren
    • geeft aan welke middelen vermeden moeten worden bij een bepaalde comorbiditeit
  • Voordeel EPHOR
    geeft beste keuze weer in een geneesmiddelengroep voor geneesmiddelgebruik in ouderen
  • Clozapine
    minste D2 binding kan toch bij parkinson gebruikt worden als antipsychoticum
  • Hypertensie bij ouderen 1e keus is
    perindopril = minder kans op orthostatische hypertensie
  • haloperidol werkt
    muskarinerg (anticholinerg) +
    D2: (extra piramidaal) +++
    alfa 1A: orthostase +
    H1 (versuffend) +


  • Clozapine 
    serotonerg +++
    anticholinerg ++
    D2 +
    alfa 1a ++
    H1 +++
  • Gevaren van antipsychotica
    • extrapiramidale stoornissen, tardieve dyskinesie
    • cognitieve achteruitgang
    • ritmestoornissen (torsade de point)
    • CVA
    • metaboles toornissen --> diabetes --> gewichtstoename 4-5 kg bij 1 maand gebruik
    • maligne neuroleptica syndroom
    • gewichtstoename
    • bloedbeeldafwijkingen
    • antipsychotica jarenlang gebruik --> leven verkort met 5 jaar
  • Hypnotica EPHOR voorkeur
    temazapam, zolpidem, zopiclon wegens mooie t1/2
  • Anxiolytica EPHOR voorkeur
    lorazepam of oxazepam (redelijk t1/2)
    Benzo's bij angst niet eerste keus vaak samen met angst --> SSRI citalapram
    CAVE diuretica hyponatriemie
  • Opioideen (obstipatie misselijk)
    wit: fentanyl (ook bij slechte nierfunctie), hydromorfon, morfine, oxycodon

    tramadol wil je niet: heeft een matige pijnstilling en bijwerkingen net zo erg als de sterekere opioiden
  • TCA's EPHOR
    nortriptyline relatief gunstig ook bij neuropatische pijn minder anticholinerg

    TCA's CI = geleiding hart --> recent infarct
  • SSRI's,
     SNRIs (serotonine noradrenaline = venlafaxine, duloxetine)
    citalopram, sertraline = voorkeur
    SSRI + NSAID = bloedingsrisico verhoogd
    SSRI + diuretica = let op electrolytstoornissen

    paroxetine tot 20 mg verhoogd spiegel betablokkers 
    let op geleiding na recent infarct
  • betablokkers ephor 
    lastig worden voor veel verschillende comorbiditeiten gebruikt
    wit: atenolol, bisoprolol, celiprolol

    metoprolol = referentiemiddel
    wordt gemetaboliseerd door CYP2D6 
    geeft soms centrale bijwerkingen
  • betablokkers 
    ouderen kunnen hier slecht op reageren te lage hartslag, orthostatische hypotensie

    AP atenolol, bisoprolol, celiprolol, metoprolol retard
    Af atenolol, metoprolol retard
    hypertensie bisoprolol, celiprolol metoprolol retard nebivolol
    hartfalen bisoprolol metoprolol(retard) nebivolol
  • Ca antagonisten EPHOR
    bijwerkingen flushing
                            vaatverwijding -->oedeem --> 1e lijn wordt soms dan een
                            lisdiureticum gegeven

    AP amlodipine, felodipine (1/2 dosis)
    nifidipine MGA
    liever niet: diltiazem verapamil

    hypertensie
    amlodipine, nifedipineMGA
    liever niet diltiazem verapamil barnidipine

    dihydropyridine = geen negatief inotroop effect 
    diltiazem en verapamil doen dit wel
  • Hypertensie bij ouderen
    moet >80 wel behandeld worden???

    vaten minder elastisch
    thiazide: voorzichtig doseren (tot 25 mg) --> 12,5 mg = vaak voldoende
    ACE-remmer: pas op voor first dose effect --> rustig insluipen ivm orthostase
    betablokker: monotherapie minder effectief hier en daar = weinig toegevoegd
    ca antagonist: kies een dihydropyridine geen verapamil, diltiazem
                              let op bijwerking oedeem

    2 middelen hypertensie + duizeligheid = 1 middel afbouwen 
    hypertensie valt dan vaak weer binnen marge
  • Hartfalen en ouderen
    behandelen: Ja!
    >80 jaar is de prevalentie 25%

    diuretica: let op dosis bijwerkingen en IA
    ACE-r: first dose effect! check altijd creatinine, natrium en kalium
    betablokker: start laag (1dd 5 mg)
    spironolacton: hartfalen klasse 3-4: check eerst creat en kalium
    digoxine: bij gelijktijdig atriumfibrilleren --> altijd ontstollen!!!
                      INR komt preciezer bij ouderen
                      cave =GFR

    let op 
    betablokker wordt vaak niet verdragen en dan wordt hij er uit gehaald
  • Depressie en ouderen
    depressie (2%)
    depressieve klachten (10-15%)

    grote invloed op zelfredzaamheid
    effect antidepressiva = teleurstellend <15%
    TCA's --> liever niet (nortriptyline)
    SSRI: citalopram weinig interacties (sertraline mag ook)
              let op hyponatriemie = opname --> delier
    CAVE = vallen --> TCA gelijk aan SSRI
  • Urine incontinentie en ouderen
    zelfstandige ouderen 30%
    verpleegtehuis 90%

    mede door slechte mobiliteit (bijv tgv artrose)
    woning en toilet aanpassen
    tgv geneesmiddelengebruik (lisdiuretica, benzo)
    medicatie heeft zeer beperkte plaats--> dilemma anticholinerge effecten

    M antagonisten --> versuffend sommigen verdragen het goed
    oxybutinine (pleister) nee
    tolterodine (eventueel)

  • Diabetes mellitus en ouderen
    behandelen!

    95% heeft type 2

    ouderen met type 2 --> 45% ontwikkelt nefropathie
    diabetische voet: door angiopathie, neuropathie , infectierisico

    stap 1: metformine (cave nierfunctie) lactaatacidose 2: 100.000
                komt eerder voor <10 ml/min
    stap 2: SUD
                 gliclazide 
                 ouderen extra gevoelig voor hypo
    stap 3: geen glitazonen (vochtretentie) DPP 4 remmers en GLP 1 antagonsiten

    korte levensverwachting toch behandelen vanwege lagere kans op infecties en beter welbevinden

    statine 1: 10
  • Per jaar HARM studie
    19 000 ziekenhuisopnames vermijdbaar
  • Ziekenhuisopnamen ouderen
    4x hogere kans
    70-90 % vermijdbaar (jongeren 24% vermijdbaar)
  • Verpleeghuis en gnm gebruik
    psycholeptica 74% (antipsychotica, anxiolytica, hypnotica)
    laxantia 56%
    analgetica 53% (NSAID = toppers)
    antistolling 52%
    diuretica 41%
    NSAIDS 37%
    antidepressiva 17%
  • Noodzaak medicatiereview
    • risico patienten
    • ouderne met polyfarmacie (min 1x per jaar)
    • bij ziekenhuisopname (thuismedicatie)
    • ontslag uit ziekenhuis (ontslagmedicatie)
    • actoren: apotheker-huisarts-specialist

    clinicla medication review = patient centraal
  • Optimaliseren van polyfarmacie in zees vragen (gebaseerd op start stop criteria)
    1. wat wordt werkelijk ingenomen
    2. wat moet erbij
    3. wat is overbodig
    4. welke bijwerkingen zijn te verwachten/worden gemeld
    5. welk klinisch relevante interacties zijn te verwachten
    6. moet de dosis of doseerfrequentie worden aangepast
  • therapietrouw
    30-50% stopt na 1 jaar
  • Wat moet erbij
    morfine zonder laxans (30%)
    NSAIDs zonder PPI (14%)
    myocard infarct zonder betablokker (58%)
    hartfalen zonder ace remmer (48%)
    atriumfibrilleren zonder cumarine (28%)
    stabiele angina pectoris zonder asprine
    osteoprose en geen bisfosfonaat (23%)
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

De basis van de anesthesie is
1
Wanneer passen we anesthesie toe?
1
De zes vormen van anesthesie zijn:
1
Wat is oppervlakte anesthesie
1
Pagina 1 van 74