Summary Virale ziekten, prionziekten & zoönosen bij de hond

-
170 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Virale ziekten, prionziekten & zoönosen bij de hond

  • 2.1.1 Kennelhoest

  • Welke virussen hebben ENKEL tropisme voor ADH stelsel?
    • caniene para-influenzavirus type 2(CPIV2)
    • caniene adenovirus type 2(CAV2)
  • Welke virussen hebben ONDER ANDERE een tropisme voor het ADH stelsel?
    • hondenziekte virus
    • caniene adenovirus type 1
    • caniene herpesvirus type 1
  • Wat is mogelijk een bacteriële oorzaak van kennelhoest?
    Bordetella bronchiseptica
  • Wat zijn nog andere niet infectieuze oorzaken van kennelhoest?
    • hoge diersoort concentratie
    • ventilatie
    • prikkelende gassen(ammoniak)
  • Waar in het lichaam vormen CPIV2 en CAV2 problemen?
    In de ademhalingswegen
  • Waar zit het virus de eerst 1-3 dagen?
    in de cellen van het respiratoir epitheel
  • Wat gebeurt er op dag 3-6?
    Neutro's en macro's zetten de aanval in, het epitheel is/wordt vernietigd.
  • Wat gebeurd er na 7 dagen?
    Epitheel wordt terug opgebouwd en antistoffen worden gevormd IgA en IgG
  • Wanneer kan er een bacteriële superinfectie komen?
    3-6 dagen daar waar het epitheel verdwenen is
  • Waar resulteert een bacteriële super infectie in?
    Ontsteking
  • Op welke dag zie je de hoogste virus titers?
    dag 4
  • Welke immuunreactie treed er op na infectie in chronologisch volgorde?
    cytotoxische T lymfocyt > eindigt na 1-2 maand
    IgA > eindigt na 4-6 maanden
    IgG > eindigt na 1-3 jaar
  • Wat zijn de symptomen?
    • paroxysmale hoest
    • tonsillitis
    • koorts
    • ooguitvloei
    • neusuitvloei
  • Hoe is de morbiditeit en mortaliteit?
    morbiditeit = hoog
    mortaliteit = laag
  • Hoe gebeurd de overdracht?
    aërogeen of direct
  • Welk virus kan ook via de omgeving overdragen?
    Caniene adenovirus type 2
  • Hoe hoger de infectie druk, hoe groter de problemen!!
  • Wat is er van belang voor bescherming van de pups?
    Colostrale immuniteit, hoe hoger de antistoffentiter hoe langer de pups beschermd zijn.
  • Hoe hou je de infectie druk zo laag mogelijk?
    - geen contact met uitscheiders
    - reinigen en ontsmetten omgeving
    - Maternale immuniteit verbeteren door vaccinatie(nog voor het kweken!!) hier door krijg je hoge antistoftiters in het colostrum
  • Hoe is het vaccinatieschema?
    Vaccinatie op 9 weken en 12 weken, niet vroeger anders is er interferentie met maternale immuniteit.
  • 2.2 Spijsverteringsstoornissen

  • Welke virussen geven een lokaal type infectie in het SVS?
    caniene rotavirus
    caniene coronavirus
  • Welk virus geeft een algemeen type infectie waar ook het SVS bij is betrokken?
    caniene parvovirus
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

Welke virussen hebben ENKEL tropisme voor ADH stelsel?
1
Welke virussen hebben ONDER ANDERE een tropisme voor het ADH stelsel?
1
Wat is mogelijk een bacteriële oorzaak van kennelhoest?
1
Wat zijn nog andere niet infectieuze oorzaken van kennelhoest?
1
Page 1 of 41