VGT F Class notes

by
271 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary
  • +380.000 other summaries
  • A unique study tool
  • A rehearsal system for this summary
  • Studycoaching with videos
Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - VGT F Class notes

  • 1402264800 onderzoek

  • Wat zijn manifeste functies?
    gewenste en bedoelde functies
  • Wat zijn latente functies?

    Niet gewenste en niet erkende functies
  • wat is een extern rollenconflict?

    1 persoon, 2 rollen die in conflict komen,. een politie agent die een vriend een boete moet geven
  • wat is de selffulfulling prophecies? (merton)

    een onjuiste bewering wordt waar omdat men er naar handelt.
  • Op welke aspecten wordt de betrouwbaarheid van een onderzoek onderscheiden?

    1. betrouwbaarheid = hoe groot is de kans op toevalsfouten?
    2. validiteit = de mate waarin de test meet wat hij zou moeten meten
  • Wat is conformeren?

    gedragsverandering in het gevolg van groepsinvloeden
  • Wat is causaal verband?

    verband tussen oorzaak en gevolg

    - circulaire causaliteit > in rondje, kip en ei verhaal. geen duidelijk begin en eind
    - lineaire causaliteit > oorzaak en gevolg duidelijk aanduidbaar
  • wat is circulaire causaliteit?


    - circulaire causaliteit > in rondje, kip en ei verhaal. geen duidelijk begin en eind

  • wat is lineaire causaliteit?
    - lineaire causaliteit > oorzaak en gevolg duidelijk aanduidbaar
  • Wat is altruisme?

    handelen voor anderen zonder daar zelf beter van te worden
  • wat is kwantitatief onderzoek?

    cijfer matig onderzoek met enqeuetes over ervaringen
  • wat is kwalitatief onderzoek?

    onderzoek naar opvattingen en belevingen door interviews. observaties,
  • wat betekent informatiedichtheid?

    In teksten met een hoge informatiedichtheid komen in relatief weinig tekst veel moeilijke woorden voor.
  • Wat is criterium validiteit?

    beschouwt in welke mate een test voorspellende waarde heeft. Criteriumvaliditeit is verder te onderscheiden in predictieve validiteit en concurrent validity.

    Predictieve validiteit heeft betrekking op de vraag in hoeverre een test kan voorspellen wat het in theorie moet kunnen voorspellen. Kun je naar aanleiding van een testscore voorspellen hoe de participant zich in de werkelijkheid gaat gedragen?

    Concurrent Validity beschouwt in hoeverre de resultaten correleren met gelijktijdig beschikbare criteriumgegevens.

  • 1402351200 pedagogiek, nagy, rousseau, conditionerenbaartman, belsky

  • wat zijn de drie grondrechten van het kind die Janusz Korczak heeft vastgelegd in 1919?
    1. Recht op eigen dood
    2. Recht op de dag van vandaag
    3. Het recht om te zijn zoals hij is (geaccepteerd worden)
  • Het samenleven met kinderen betekent voor Januz Korczak 4 dingen:
    1. Invloed ( geef kinderen invloed en betrek ze bij het dagelijks reilen en zeilen door ze te vertellen wat er gebeurt en medeverantwoordelijk te maken).
    2. aandacht voor rituelen, fantasie en humor (samen de tijd ordenen, veel plezier maken en je fantasie gebruiken).
    3. werkzaamheden en taken verdelen (samendoen)
    4. respect voor privacy (eigen plekje en eigen spullen)
  • Wanneer was het humanisme, noem een bekende humanist en welk kindbeeld past hierbij

    15e eeuw, onderdeel van de renaissance. Erasmus was een belangrijke humanist.

    -          Positief mensbeeld

    -          Antropocentrisme: vanuit een filosofische visie, waarbij de mens het middelpunt van het bestaan is.

    -          Een groot geloof in de ontwikkeling van de mens= een intellectuele stroming.

    Kinderen worden opgevoed met de literatuur van de Latijnse taal= klassiek culturele vorming, geletterdheid
  • Wanneer was de hervoriming, wie is hierin bekend en welk kindbeeld past hierbij

    Hervorming:

    Vanaf de vroege 16e eeuw. Kritiek op het Katholicisme.

    -          Luther en Calvein zijn protestanten en zetten zich af tegen de macht van de katholieke kerk.

    -          Mensen moeten zelf de bijbel kunnen lezen, het moet in de volkstaal worden geschreven= persoonlijke geloofsbeleving.

    -          Volksonderwijs in moedertaal, dus niet in Latijn. Het volk wordt ook geschoold, dit is een postitieve pedagogische ontwikkeling.

    -          Minder positief mensbeeld. Sober, vanuit de zonden van Adam en Eva.

     

  • Wanneer was de gouden eeuw en wat past hierbij

    17e eeuw= de gouden eeuw.

    -          Kennis ontstaat door de zintuiglijke waarnemingen= empirisme.

    -          Rationalisme= de reden, het verstand schept de boventoom.

    -          Mensen kunnen zelf tot ware kennis komen= empirisme en rationalisme.

    -          Het pedagogisch realisme:

    Comenius/Komensky (1592-1670)

    ·         Volksonderwijs in moedertaal volgens universele natuurlijke methode, de mens kenmerkt zich door de kennis vanuit natuurlijke groei. Alle kinderen doen mee (van binnenuit)

    ·         zaakkennis is belangrijk i.p.v. gramaticale kennis

    ·         Comenius is de grondlegger van het prentenboek.

                Locke vroege verlichting (van buitenuit), (1632- 1704):

    ·         Ongedwongen stijl van omgang naar kinderen. Hij gelooft ook wel dat een kind een karakter en temperament heeft (dus niet alleen maar nurture)kind als tabula rasa

    ·         individuele natuurlijke methode in de pedagogiek

    -          Piëtisme:

    ·         Liefdevolle aandacht, persoonlijke vroomheid staat centraal.

    ·         Je moet het geloof beleven met hart en ziel, het gaat om een praktische geloofsbeleving.

    ·         Het gezin gaat een rol spelen en moet afgeschermd worden van slechte dingen.

    ·         Arbeidsopvoeding wordt arbeidsbegrip, door bezig te zijn wordt je een vroom christen.

     

  • Wanneer was de verlichting, wie is hierin bekend en welk kindbeeld past hierbij

    De verlichting, vanaf 18e eeusw Kant (1724-1804):

    -          De rede en verstand; durf te denken, loop niet achter de leiders aan, maar zoek naar de waarheid.

    -          De bijbel wordt ter discussie gesteld.

    -          Het deïsme: God grijpt niet in. Hij verwacht dat we kritisch zijn.

    -          Kennis van de natuur heeft een religieuze betekenis.

    -          Maakbaarheid van de samenleving

    ·         Vrijheid

    ·         Gelijkheid

    ·         Democratie

    -          Rousseau is een belangrijk verlichtingspedagoog. Opvoeding moet in de natuur gebeuren. De opvoeder mag de opvoedeling niet beïnvloeden. Belemmerende factoren moeten worden weggenomen.

    -          Volksverlichting en onderwijsverbetering.

  • Op de verlichting komt in de 19e eeuw een tegenreactie, dit is de 
    romantiek

    verlichting    

    romantiek

    Rede, het verstand, het bewuste

    Gevoel, intuïtie, verbeelding en fantasie, het onbewuste

    Maakbaarheid van de mens (nurture)

    Onmaakbaarheid van de mens door irrationele krachten als passie (nature)

    Waardering voor het autonome individu

    Waardering voor gemeenschap en geschiedenis. Kinderen moeten zich onderdeel voelen van een nationale cultuur.

    Het kind als toekomstig volwassene

    Focus op het kind in het hier en nu. De volwassene als voormalig kind. De kindertijd als bron van het leven.

    Spel als middel om te leren

    Spel als inherent (als eigen)  waardevol

    Nadruk op kennis (leidt tot deugd= een goede eigenschap)

    Nadruk op mussische en lichemalijke ontwikkeling.

    v
  • Noem drie bekende onderwijspedagogen in de 19e eeuw

    Johan Heinrich Pestalozzi (1746- 1827)

    -          Elementaire onderwijsmethode: je begint met kleine elementen, naar stees grotere

    -          Hij had een groot hart voor volkskinderen.

    Friedrich Frobel (1782- 1825)

    -          Eerste kleuterschool.

    -          Trainen in het spelen, het gaat om zelfontwikkelde pedagogiek door het spelen.

    -          Hij zag veel tegenstellingen met de spielgaben wil hij die tegenstellingen opheffen

    -          Hij wil kinderen vertrouwd maken met de cosmische regelmaat= er een eenheid van maken.

    Johan Friedrich Herbart (1776- 1841)

    -          Mehodische systematische aanpak op het leren.

    -          Onderwijs moet uitgaan van bezinning.

    -          Voortgezet onderwijs

    -          Zijn volgelingen gingen het toepassen in het basisonderwijs.

    -          Natuurlijke belangstelling aanwakkeren en leren via strenge systematiek (leertrappen)

     

  • Wat houdt reformpedagogiek in?

    -          Het kind moet centraal staan

    -          Het onderwijs moet zich aan het kind aanpassen

    -          Niet alleen aandacht voor de cognitieve ontwikkeling, maar oko van het lichamelijke/creatieve en muzikale

    -          Ze richten zich op het grote geheel, niet op losse elementen

    -          Totaliteitsonderwijs (bv combinatie van praktijk en theorie)

    Grote aandacht voor samenwerking
  • Geef voorbeelden van reformscholen

    ·         Vrije scholen (Steiner) antroposofie

    ·         Jena plan (Petersen) geen leerstof, jaarklassensysteem

    ·         Dalton (Parkhurst) zelfwerkzaamheid

    ·         Maria Montessori (1870- 1952), Universeel materiaal, gaat uit van de gevoelige perioden in het kind. Bevrijd worden vanuit het traditionele schoolsysteem. Gaat uit van het individuele kind.

    ·         John Dewey (1859- 1952), school moet het gezin in het groot worden of de maatschappij in het klein. Het individu en de gemeenschap moet je op elkaar afstemmen. Pragmatische (praktische) stroming, praktijkonderwijs.

  • Wat is de empirisch analytische pedagogiek? Welke methodes horen hierbij?

    Ware kennis komt tot stand door het waarnemen (met al je zintuigen). Ik kan het zien, gericht op feiten, meten is weten. Gericht op kwantitatief onderzoek.

    -          causaal verklaren: Zij menen dat mensen zich gedragen volgens oorzaak-gevolg.

    -          Rationeel verklaren: je kan gedrag van mensen eigenlijk voorspellen.

    -          Voorspellen en veranderen: beïnvloeden van toekomsten: bv gebruik maken van evidence based methodes om bepaalde resultaten te behalen.

    -          Zelfbetrokkenheid: verwachtingen van leerkrachten hebben invloed op de prestaties.

    -          Empirische cyclus: 

  • Wat zijn de kernthema's van de empirische analytische pedagogiek?

    -          Inductivisme: waarnemingen zouden de basis moeten zijn van wetenschappelijke theorieën.

    Voorwaarden:  

    ·         waarnemingen moeten veel zijn (groot aantal)

    ·         ze moeten herhaalbaar zijn

    ·         geen enkele waarneming mag in tegenspraak zijn

    ·         ontkennen dat mensen niet altijd objectief kunnen waarnemen

    -          falsificationisme:  waarnemingen die het tegenspreken- staat tegenover inductivisme.

  • Wat zijn de kernthema's van de geesteswetenschappellijke stroming?

    -        .-          Antopologie van het kind. Geesteswetenschappers keren zich tegen mensbeelden.

    ·         Het kind is uniek, volwaardige bestaansvorm

    ·         Gevaar is dat er maar één aspect wordt uitvergroot en de andere aspecten verdwijnen. Bv: oorlog voeren, mens is niet in staat tot empathie.

    ·         Kind heeft grote exploratiedrang

    ·         Goede opvoeding= rekening houden met de exploratiedrang

    ·         Open kindbeeld, uitkomst ligt niet vast= niet te definieren.

    ·         Kind groot emancipatiedrang, actief vormgeven aan je eigen identiteit, invloed uitoefenen op je eigen ontwikkeling, kind= subject.

  • Wat is hermeneutiek?

    1.      kunst van het interpreteren- interpretatie van spel, teksten, tekeningen

  • Wat is fenomenologie?

    1.      = interpretatie van specifieke teksten, spel en tekeningen.

  • Wat zijn de kernthema's van de kritisch emancipatorische pedagogiek?

    ·         emancipatie

    ·         kritiek

    ·         communicatie en discour

    ·         theorie en praktijk

    ·         utopie

    ·         methodologie

  • Wat is discour?

    binnen de communicatie gaat het om de juistheid van de argumenten- de ideale gesprekssituatie.

  • Wat is utopie?

    Een ideaal wat we nastreven maar niet behaald kan worden. Biedt richting om ook in de praktijk te realiseren, zonder dat dit in de praktijk werkelijkheid wordt

  • Wat zijn de kernthema's van de pragmatische pedagogiek? (post moderne stroming)

    1.      Het probleem van de opvoeding: Het probleem zit tussen de belangen en behoeften van het kind en de belangen en behoeften van de maatschappij, deze moeten op elkaar worden afgestemd.

    Anders gezegd: Het gaat om de individuele behoeften van het kind te ontwikkelen waar de sociale behoefen op elkaar worden afgestemd, dat beide tot hun recht komen.

    Kinderen moeten leren om een zo goed mogelijk probleemoplossend vermogen te beschikken.

     

    Mensen leren het beste door te handelen en van de gevolgen die dit handelen veroorzaakt. Hierdoor zal je jezelf in een vogende handeling verbeteren. Kinderen moeten ervaring opdoen.

     

    De interactie met de sociale culturele omgeving staat centraal. Alleen door te communiceren leer je een kind iets over culturele betekenis. Het wordt niet opgelegd maar je gaat er samen over in gesprek.

    Trial en error: van te voren nadenken wat het beste kan gaan lukken- prikkelen en uitdagen van kinderen om ervaringen op te doen.

    Je m oet met kinderen communiceren als gelijkwaardige mensen.

     

  • kenmerken van ' Jeugdland' beschreven door Dasberg
    Jeugdland is de speciaal op kinderen ingerichte leefwereld die sinds begin 20e eeuw is gerealiseerd. Volgens Dasberg is Jeugdland doorgeschoten. opvoeden is tegenwoordig ' grootbrengen door klein houden'  1975.

    - kinderen worden afgeschermd en apart gehouden van volwassenen
    - kinderen dragen geen verantwoordelijkheid
    - kinderen worden bewust klein gehouden

  • Wanneer is wet op kinderarbeid tot stand gekomen

    1874

  • wanneer is de wet op leerplicht tot stand gekomen

    1901
  • Wat is de theorie van Roger Hart? (1992)

    Participatieladder

    1 informeren
    2 raadplegen
    3 adviseren
    4 coproduceren
    5 (mee) beslissen

    schijnparticipatie:
    1 manipulatie
    2 decoratie
    3 afkopen

    schijnparticipatie is vaak het ongewilde effect van goed bedoelde maar fout opgezette participatie-initiatieven.
  • Wat is de participatieladder?

    Theorie van Roger Hart (1992)

    Participatieladder
    1 informeren. Volwa voert uit maar ligt de jongeren in over het project.
    2 raadplegen. Volw voert uit maar jongeren worden geraadpleegd en hun mening wordt serieus genomen en hebben inzicht in het project
    3 adviseren. Volw voert uit en betrekt jongeren bij onderdelen en om advies gevraagd.
    4 coproduceren. jeugd neemt initiatief, nemen besluiten en voeren uit. volw heeft begeleidende rol
    5 (mee) beslissen. jeugd neemt initiatief en voert uit. Volw kan event  betrokken worden bij besluitvorming.


  • Wat is schijnparticipatie?

    schijnparticipatie is vaak het ongewilde effect van goed bedoelde maar fout opgezette participatie-initiatieven.

    schijnparticipatie:
    1 manipulatie.
    Kinderen of jongeren worden ingezet bij activiteiten die door volwassenen geïnitieerd zijn, maar zij weten niet wat de doelen of de activiteiten
    inhouden.
    2 decoratie. Kinderen of jongeren worden ingezet om een actie van volwassenen om te luisteren
    3 afkopen. Kinderen of jongeren lijken een stem te krijgen, maar ze hebben totaal geen invloed. Hun raadpleging wordt gebruikt als ‘alibi’.


  • Wat is de roos van Leary?

    De Roos van Leary is een communicatiemodel dat is voortgekomen uit psychologisch onderzoek naar de werking van gedrag. De Roos van Leary gaat ervan uit dat gedrag gedrag oproept. Met andere woorden; de Roos gaat uit van actie en reactie, oorzaak en gevolg, zenden en ontvangen

  • Wat is Goodness of fit?

    Een goede afstemming op sociaal en emotioneel gebied en leefomgeving. (tussen opvoeder en kind).
    slechte afstemming heet poorness of fit
  • Van wie is het Ui-model?

    Geert Hofstede

    2Q==
  • Beschrijf het model van Belsky
    Het model is gebaseerd op het nurture principe .
    bi-directionele relatie tussen opvoeder en kind

    wdSTUEd7blKQgAAAABJRU5ErkJggg==
  • Beschrijf het model van Bronbenbrenner

    Te zien als een ui.
    van binnen naar buiten
    1. het individu
    2. microsysteem - peers, gezin, directe leefomgeving
    3. exosysteem- vrienden en buren, verdere familie, werk
    4. macrosysteem - de maatschappij, sociale context, historische context, cultuur.

  • Wat is het transactioneel model?

    Sameroff en Chandler (1975) gaan uit dat problemen in de ontwikkeling geen louter gevolg zijn van oorzaak-gevolg. Het is een wisselwerking en omstandigheden zijn voor de een wel bepalend en voor de ander niet.
  • Wat is operationaliseren?
    meetbaar maken, het vertalen in meetbare termen.
  • Wat zijn de ontwikkelingsfases van Piaget (1896-1980)


    • Sensomotorische fase, 0-2 jaar:
      • Ontwikkeling van het functioneren op lichaamsniveau, tasten, voelen, proeven.
      • Ontwikkelen van de motoriek
      • Ontwikkelen van het geheugen
      • Objectpermanentie is ontwikkeld. Voor het kind blijven objecten bestaan die zich niet in zijn gezichtveld bevinden. Dit gebeurt rond de 8 tot 12 maanden
    • Preoperationele fase, 2-6 jaar:
      • Ontwikkeling van het spreken, het strottenhoofd daalt.
      • Verfijning van de motoriek.
      • Ontwikkeling van het ik, egocentrisme. Het kind leert dat het een eigen persoon is.
      • Animisme. Levenloze objecten wordt een ziel toegekend.
    • Concreet operationele fase, 6-12 jaar:
      • Ontwikkeling tot het kunnen vergelijken van lengte en hoeveelheid
      • Ontwikkeling tot het kunnen ordenen, tellen en rekenen.
      • Ontwikkeling van het figuratieve denken
    • Formeel operationele fase, 12 jaar en ouder:
      • Ontwikkeling van het ruimtelijk denken
      • Ontwikkeling van het abstract denken
      • Leren logisch te denken en conclusies te trekken
  • Wat is de visie van Gordon

    Gentle teaching. je accepteert de persoon maar niet het gedrag
  • wat is de Sensomotorische fase van Piaget?
    Sensomotorische fase, 0-2 jaar:
    • Ontwikkeling van het functioneren op lichaamsniveau, tasten, voelen, proeven.
    • Ontwikkelen van de motoriek
    • Ontwikkelen van het geheugen
    • Objectpermanentie is ontwikkeld. Voor het kind blijven objecten bestaan die zich niet in zijn gezichtveld bevinden. Dit gebeurt rond de 8 tot 12 maanden
  • Wat is de Preoperationele fase van Piaget?
    • Preoperationele fase, 2-6 jaar:
      • Ontwikkeling van het spreken, het strottenhoofd daalt.
      • Verfijning van de motoriek.
      • Ontwikkeling van het ik, egocentrisme. Het kind leert dat het een eigen persoon is.
      • Animisme. Levenloze objecten wordt een ziel toegekend.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

wat zijn de drie grondrechten van het kind die Janusz Korczak heeft vastgelegd in 1919?
1
Het samenleven met kinderen betekent voor Januz Korczak 4 dingen:
1
kenmerken van ' Jeugdland' beschreven door Dasberg
1
Wanneer is wet op kinderarbeid tot stand gekomen
1
Page 1 of 68