Verbintenissenrecht begrepen

by (2e [gew.] dr.)
ISBN-10 9054548711 ISBN-13 9789054548713
142 Flashcards & Notes
16 Students
  • This summary
  • +380.000 other summaries
  • A unique study tool
  • A rehearsal system for this summary
  • Studycoaching with videos
Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Verbintenissenrecht begrepen

  • 1 Verbintenissenrecht: plaatsbepaling

  • Tijdsbepaling, 6:38 e.v.: toekomstige gebeurtenis die zeker zal intreden, tijdstip ligt niet vast, bijv. overlijden.

    Voorwaarde, 6:21 e.v.: toekomstige gebeurtenis waarvan niet zeker is of zij zal intreden. 

  • Onherroepelijk aanbod: een aanbod dat niet herroepen kan worden; een aanbod is onherroepelijk wanneer het een termijn voor de aanvaarding inhoudt of de onherroepelijkheid ervan op andere wijze uit het aanbod volgt, zie art. 6:219 lid 1 BW.

    Herroepelijk aanbod: een aanbod dat herroepen kan worden; herroeping is alleen mogelijk zolang het aanbod nog niet is aanvaard of een mededeling met daarin de aanvaarding is verzonden, zie artikel 6:219 lid 2 BW.

    Herroepen als aanbod ander wel bereikt.

    Intrekken als aanbod ander niet bereikt (art. 3:37 lid 5 BW).

     

    In welke situatie kan een aanbieder een aanvaarding nog weigeren?

    Als het aanbod wordt gedaan met de toevoeging dat het vrijblijvend is. De term vrijblijvend aanbod is een vaste uitdrukking in het handelsverkeer om aan te geven dat een aanvaarding nog kan worden verworpen. De wet noemt het vrijblijvende aanbod in artikel 6:219 lid 2 BW en bepaalt daar dat verwerping van het aanbod wel onverwijld moet geschieden.

  • Het primaat van de wil houdt in dat de wetgever het uitgangspunt hanteert dat zonder wil in beginsel geen rechtshandeling tot stand kan komen. Hierop wordt slechts uitzondering gemaakt door art. 3:35 BW. 

    Met de dubbele grondslag van de rechtshandeling wordt bedoeld dat een rechtshandeling zowel tot stand kan komen via art. 3:33 BW (wil en verklaring stemmen overeen), als via de weg van art. 3:35 BW (wil en verklaring stemmen niet overeen, maar er kan een beroep worden gedaan op gerechtvaardigd vertrouwen). 

  • Bedrog: iemand bewegen tot het verrichten van een rechtshandeling door hem opzettelijk een onjuiste mededeling te doen.

    Dwaling: situatie waarin een overeenkomst onder invloed van verkeerde voorstelling van zaken tot stand komt.

    Verschil bedrog en dwaling:

    Bij bedrog is sprake van opzet. Bij dwaling geldt een onderzoekplicht van dwalende partij o.g.v. verkeersopvattingen.

  • Drie mogelijkheden wanneer een verbintenis opeisbaar is:

    * Als er een tijdstip/datum voor nakoming is bepaald, is de verbintenis vanaf die datum opeisbaar.

    * Terstond, als geen tijdsbepaling is overeengekomen.

    * Indien terstond niet mogelijk is, dan op basis van redelijkheid en billijkheid.

  • Levenscyclus overeenkomst

    - totstandkoming

    aanbod - aanvaarding, wil-verklaring, gerechtvaardigd vertrouwen, vernietigen.

    - uitvoering

    opschorten

    - beëindiging

    ontbinden: schadevergoeding, verzuim

     

    Aansprakelijkheid

    - op grond van wanprestatie

    verzuim

    - op grond van onrechtmatige daad

    - op grond van rechtmatige daad (zaakwaarneming, ongerechtvaardigde verrijking, onverschuldigde betaling).

  • Opschorting

    Algemene opschortingsbevoegdheid art. 6:52 BW

    - Partijen zijn over en weer schuldeiser en schuldenaar

    - Tekortkoming in de nakoming van - opeisbare - verbintenis

    - Voldoende samenhang tussen niet nagekomen en op te schorten verbintenis

    lid 2

    - verbintenissen vloeien over en weer voort uit dezelfde rechtsverhouding, 

    - of, uit zaken die partijen regelmatig met elkaar hebben gedaan.

    (Uitzonderingsbevoegdheid opschorting art. 6:54 BW sub a, b of c)

  • Wat is aanvullend recht en noem het relevante wetsartikel.

    Aanvullend recht is het recht dat geldt als partijen niets hebben afgesproken/geregeld.

    > Welke kwaliteit er geleverd moeten worden, art. 6:28 BW.

    > Of er ineens of in gedeelten nagekomen mag worden, art. 6:29 BW.

    > Of een ander mag nakomen, art. 6:30 BW.

    > Wanneer gepresteerd moet worden, art. 6:38 BW.

     

     

    Stel dat twee partijen in een overeenkomst opnemen dat de verbintenis tenietgaat als een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt. Hoe noemen we dit?

    Dat betekent dat de partijen een ontbindende voorwaarde in het contract hebben opgenomen, 6:22 BW.

  • Nakoming van verbintenissen

    Wanneer een verbintenis niet, of niet goed, wordt nagekomen geeft de wet de schuldeiser verschillende mogelijkheden. 

    Hij kan de schuldenaar aanspreken voor eventuele schade die hij lijdt doordat de overeenkomst niet goed wordt nagekomen. Bij een wederkerige overeenkomst is hijzelf, naast schuldeiser, vaak ook nog schuldenaar door de verplichting die hijzelf op zich heeft genomen. Hij kan zijn eigen prestatie dan opschorten.

    Als hij door de tekortkoming in de nakoming geen behoefte meer heeft aan de overeenkomst, kan hij de overeenkomst ontbinden. De gevolgen van de overeenkomst worden dan zo veel mogelijk ongedaan gemaakt.

    Als er na de ontbinding nog schade overblijft, kan hij die nog steeds van de schuldenaar vorderen.

  • Ontbinding op grond van artikel 6:265 BW

    1. Wederkerige overeenkomst

    2. Tekortkoming in de nakoming

    a. enige vorm van niet-nakomen (ondeugdelijke nakoming, te late nakoming, niet-nakoming)

    b. verbintenis is opeisbaar

    3. Tekortkoming moet ontbinding rechtvaardigen

    4. Blijvende of tijdelijke onmogelijkheid van nakoming óf verzuim

     

    Ook wanneer een partij bij een wederkerige overeenkomst deze niet nakomt, wil dit niet automatisch zeggen dat de schuldeiser altijd tot ontbinding over mag gaan. Waar ligt de grens? 

    De tekortkoming moet de ontbinding rechtvaardigen, art. 6:265 lid 1 BW. 

  • Langs welke twee wegen kan het verzuim van schuldenaar intreden? 

    - Verzuim kan ontstaan doordat niet wordt voldaan aan een termijn uit een ingebrekestelling: verzuim met ingebrekestelling, artikel 6:81 jo. 6:82 BW. 

    Uit 6:82 lid 1 BW volgt dat een ingebrekestelling een schriftelijke aanmaning is, waarbij de schuldenaar een redelijke termijn wordt geboden om alsnog na te komen.

    Als de schuldenaar zich vervolgens niet aan deze termijn houdt, treedt het verzuim in en wordt de schuldenaar aansprakelijk voor de schade die de schuldeiser lijdt.

    - Verzuim zonder ingebrekestelling als een van de drie situaties uit art. 6:83 BW is voldaan: verzuim zonder ingebrekestelling, artikel 6:81 jo. 6:83 sub a, b, of c BW. De wet geeft in 6:83 BW enkele situaties waarin geen ingebrekestelling hoeft te worden verstuurd. Dat is onder andere het geval als de overeenkomst een duidelijke termijn kent waarbinnen moet worden nagekomen.

     

    Ingebrekestelling is een schriftelijke mededeling van schuldeiser waarbij schuldenaar wordt aangemaand en nog een redelijke termijn wordt gegeven. Als schuldenaar dan niet binnen die termijn heeft gepresteerd is hij in verzuim. Prestatie moet wel opeisbaar zijn.

  • Artikel 3:296 BW bepaalt dat de rechter de schuldenaar die jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, daartoe op verzoek van de schuldeiser zal veroordelen. Schuldeiser kan dus nakoming vorderen o.g.v. 3:296 BW.

     

     

    Artikel 6:74 BW bepaalt dat de schuldenaar bij een tekortkoming in de nakoming aansprakelijk is voor de schade die de schuldeiser lijdt.

  • Art. 6:74 BW

    Instapvoorwaarden:

    - Is er sprake van een overeenkomst? Art. 6:213 of 6:217 BW. 

    - Is de verbintenis opeisbaar?

    1. Tekortkoming in de nakoming

    Ondeugdelijke nakoming, niet-nakoming, te late nakoming

    2. schade > art. 6:95 jo 6:96 BW

    - Vermogensschade

    - Ander nadeel

    3. daardoor (causaal verband) conditio sine qua non. Zou er schade zijn geleden als... Nee, de csqn gaat op en er is dus sprake van causaal verband tussen de tekortkoming en de schade.

    4. toerekening > art. 6:75 BW

    Als een tekortkoming een schuldenaar niet kan worden toegerekend, spreken we van overmacht.

    Als een tekortkoming in de nakoming de schuldenaar kan worden toegerekend, spreken we van een wanprestatie.

    Een tekortkoming in de nakoming kan worden toegerekend als de tekortkoming:

    > schuld (verwijtbaar: opzet, onoplettendheid, wet (art. 6:76, 6:77 BW), rechtshandeling, verkeersopvattingen (voorzienbare, persoonlijke omstandigheden)

    5. blijvend onmogelijk of verzuim > art. 6:81 t/m 6:83 BW.

     

  • In beginsel is de schuldenaar aansprakelijk voor gebreken van zaken die hij bij de uitvoering van een verbintenis gebruikt. Welke nuancering heeft de Hoge Raad op dit beginsel aangebracht in het arrest dat bekend staat onder de naam ‘Vliegtuigvleugel’? 

    De Hoge Raad bepaalde in dit arrest dat “of en in hoeverre er sprake is van aansprakelijkheid afhankelijk is van de aard van de overeenkomst, de verkeersopvattingen en de redelijkheid”. 

     

     

    Vernietigen en ontbinden twee verschillende dingen

    Bij vernietiging is er sprake van een terugwerkende kracht; de overeenkomst heeft dus nooit bestaan. Bij ontbinding is er geen sprake van een terugwerkende kracht > ontstane verbintenissen gaan teniet en er ontstaan nieuwe verbintenissen > ongedaanmakingsverbintenissen.

  • Onderscheid onrechtmatige daad - wanprestatie

    Bij een onrechtmatige daad: de schending van een niet-overeengekomen gedragsnorm. (Er is geen overeenkomst)

    Bij een wanprestatie: de schending van een overeengekomen gedragsnorm. (Er is een overeenkomst)

    In elke situatie dat schade ontstaat bij de uitvoering van een overeenkomst, kies je voor wanprestatie!

    Goed om het verschil te weten is de bewijslast.

    Bij het beoordelen van een casus: is er een overeenkomst, een verbintenis? Ja, dan beroep je je op wanprestatie. Zo niet, is het onrechtmatige daad. 

  • Onrechtmatige daad, art 6:162 BW

    1. Onrechtmatigheid: art. 6:162 lid 2 BW

    a. inbreuk op een recht: subjectief recht (vermogensrechten of persoonlijkheidsrechten) en zuivere rechtsinbreuk (a gaat altijd samen met c)

    b. doen of nalaten strijd met wettelijke plicht 

    c. ongeschreven gedragsnorm

    Geen onrechtmatigheid als sprake is van rechtvaardigingsgrond:

    noodweer, noodtoestand, toestemming benadeelde, ambtelijk bevel

    2. Toerekening: art. 6:162 lid 3 BW

    schuld: verwijtbaar, wet (wanprestatie) bijv. art. 6:165 BW, verkeersopvattingen: onervarenheid 

    3. Schade: art. 6:95 jo. 6:96 BW

    4. Causaliteit

    Zou de schade ook zijn geleden als...

    Er is een verbinding tussen de oorzaak en het gevolg van de gebeurtenis.

    5. Relativiteit art. 6:163 BW

    * geschonden norm

    * strekt wel/niet tot bescherming tegen de schade

    * zoals de benadeelde die heeft geleden

  • Kwalitatieve aansprakelijkheid: vormen van aansprakelijkheid waarbij een (rechts)persoon niet aansprakelijk is voor een zelf gepleegde onrechtmatige gedraging, maar omdat hij een bepaalde hoedanigheid (kwaliteit) bezit, zoals werkgever, ouder, of bezitter van een dier. Vanuit deze hoedanigheid kan iemand aansprakelijk zijn voor de schade die bijvoorbeeld door een werknemer, kind of dier is veroorzaakt.

    Groepsaansprakelijkheid is de hoofdelijke aansprakelijkheid die geldt voor alle personen in een groep, indien zij gezamenlijk schade hebben toegebracht, of door hun gedragingen in groepsverband de kans op het ontstaan van deze schade hebben vergroot.

    Hoofdelijke aansprakelijkheid is de situatie waarin verschillende personen afzonderlijk voor het geheel aansprakelijk kunnen worden gesteld door een schuldeiser.

    Het verschil tussen medeschuld en groepsaansprakelijkheid betreft het al dan niet in vereniging handelen. Bij medeschuld gaat het om een onrechtmatige daad buiten vereniging veroorzaken en bij groepsaansprakelijkheid gaat het om een onrechtmatige daad in vereniging plegen.

    Subrogatie is de, bij verzekering veelvoorkomende, situatie waarin een vordering overgaat op een nieuwe schuldeiser, omdat hij voordat de schuldenaar tot betaling is overgegaan, de vordering aan de oude schuldeiser heeft betaald.

  • Wat houdt de leer van de redelijke toerekening in? 

    Het gaat hierbij om het vaststellen van de omvang van de schade op grond van artikel 6:98 BW en niet het causaal verband wat tussen de schade en gebeurtenis dient te worden vastgesteld bij het vaststellen van de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:74 of 6:162 BW. 

  • Ongerechtvaardigde verrijking, art. 6:212 lid 1 BW

    1. Verrijking ene partij

    2. Verarming andere partij

    3. Causaal verband tussen verrijking en verarming andere partij

    4. De verrijking en de verarming zijn ongerechtvaardigd

    5. Schade dient vergoed te worden voor zover redelijk is

    Zaakwaarneming, art. 6:198 jo. 6:200 BW

    Art. 6:198 BW voorwaarden:

    1. zaakwaarneming

    2. willens en wetens (bewust)

    3. op redelijke grond (dat er nog meer schade kan ontstaan)

    4. inlaat met de behartiging van eens anders belang, zonder

    5. de bevoegdheid daartoe aan een rechtshandeling óf

    6. een elders in de wet geregelde rechtsverhouding te ontlenen.

    Verplichtingen belanghebbende, art. 6:200 BW voorwaarden:

    1. Is het belang van belanghebbende naar behoren behartigd? Heeft hij er alles aan gedaan om meer schade te voorkomen?

    2. (Heeft de) zaakwaarnemer

    3. Schade: art. 6:95 jo. 6:96 BW. Zou er schade zijn geleden als...

    4. Is de schade die de zaakwaarnemer lijdt een gevolg van de waarneming (causaal verband)

  • Een termijn is een fatale termijn als de bedoeling van de termijn is dat het verzuim direct intreedt als de termijn wordt overschreden. Het moet dus niet gaan om een streefdatum.

  • Art. 6:170 BW Aansprakelijkheid voor ondergeschikten in voorwaarden:

    Schade aan een derde, fout van een ondergeschikte, vervullen van taak, kans op fout is vergroot door opdracht tot vervullen van deze taak, zeggenschap over de gedraging waarin de fout was gelegen.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

Wat is een verbintenis?
5
Merel biedt haar fiets te koop aan voor € 300. Farida wil er echter maar € 150 voor betalen. Komt er een overeenkomst tot stand tussen Merel en Farida?
5
Kees gooit per ongeluk een bekertje koffie over de nieuwe witte trui van Natalie (uit de nieuwe collectie van Replay € 79). De trui is onherstelbaar beschadigd. Kees stelt dat hij niet aansprakelijk is voor de schade omdat hij de schade niet bewust veroorzaakte, maar per ongeluk. a. Waar zal de schade in deze situatie uit bestaan? b. Je bent de juridisch adviseur van Natalie en moet Kees van zijn ongeluk overtuigen. Wat zou je aanvoeren?
5
Studenten hebben recht op studiefinanciering. Dit is geregeld in de Wet op de studiefinanciering 2000. Behoort deze wet tot het publiek- of het privaatrecht?  
5
Page 1 of 5