Summary the immune system

-
400 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "the immune system". The author(s) of the book is/are Parham. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - the immune system

  • 1 H1 elements of the immune system and their roles in defense

  • mechanische barrier van oppervlakte epitheel
    vloeistof
  • chemische barrier van oppervlakte epitheel
    enzymen, vetzuren
  • microbiologische barrier van oppervlakte epitheel
    normale flora
  • defensins
    antimicrobiele peptiden 
  • megakaryoten
    zitten in het beenmerg, laten bloedplaatjes los (geen kernen)
  • kleine lymfocyt 
    type hemapoetische cel
    productie antilichamen (B cellen) of cytologische T-cellen en helper T cellen
  • plasma cellen
    type hemapoetische cel
    gedifferentieerde vorm van B cellen. scheidt antilichamen uit
  • NK cel
    type hemapoetische cel
    voor virus-geïnfecteerde cellen
  • neutrofiel
    type hemapoetische cel
    fagocytose + killing micro-organismen
  • eusinofiel 
    type hemapoetische cel
    killing van met antilichaam-bedekte parasieten door het vrijlaten van granule inhoud
  • basofiel
    type hemapoetische cel
    controle immuunrespons op parasieten
  • dendritische cel
    type hemapoetische cel
    activatie T cellen + initiatie adaptieve immuun respons
  • mestcel
    type hemapoetische cel
    expulsie van parasieten uit lichaam door vrijlating granules, die o.a. histamine bevatten
  • monocyt
    type hemapoetische cel
    circulerende precursor cel van macrofaag
  • macrofaag
    type hemapoetische cel
    fagocytose micro-organismen + activatie T-cellen + initiatie immuun respons
  • megakaryocyt
    type hemapoetische cel
    bloedplaat vorming: wond repair. 
  • erythrocyt
    type hemapoetische cel
    transport zuurstof
  • neutrofielen
    opgeslagen in beenmerg -> bacterien dood
  • welke drie vormen progenitor cellen komen er uit een hemapoetische stamcel
    lymfoide progenitor
    myeloide progenitor
    erythroid / megakaryocytic progenitor
  • wat kan er uit een lymfoide progenitor komen?
    B cel -> plasma cel
    NK / T cel precursor -> T cel (-> effector T cel) of NK cel
  • wat kan er uit een myeloide progenitor komen?
    granulocyt precursor -> neutrofiel, eusinofiel of basofiel

    onbekende precursor -> monocyt (-> dendritische cel of macrofaag) of mestcel
  • wat kan er uit een erythroid/ megakaryocyt progenitor komen?
    megakaryocyt -> platelets

    erythroblast -> erythrocyt
  • wat zit er vooral in een lymfoid follikel?
    B cellen
  • wat is een germinal center?
    pathogeen-gebonden B cellen prolifereren hier
  • waar arriveert lymfe en waar gaat het weg?
    via de afferente lymfevaten komt het binnen en via de efferente vaten weg
  • wat is de marginale sinus?
    het randje van de lymfeknoop. de marginale zone bevat differentierende b cellen en macrofagen 
  • waar zitten de cortex en de medulla?
    cortex is buitenkant, medulla meer binnenin, modulaire sinus helemaal binnenin 
  • wat is de paracortex en wat bevindt zich hierin?
    dit is de binnenste cortex en wordt gepopuleerd door T cellen
  • waar bevinden de B cellen zich in de lymfeknoop?
    ze vormen lymfoide follikels in de buitenste cortex. 
  • wat stimuleren de dendritische cellen?
    de deling en differentiatie van pathogeen specifieke kleine lymfocyten in effector lymfocyten. sommige helper T cellen en cytotoxische T cellen verlaten in de efferente lymfe en reizen naar het geïnfecteerde weefsel via lymfe en bloed. andere blijven in de lymfeknoop en stimuleren de deling en differentiatie van pathogeen-specifieke B cellen in plasma cellen. deze gaan naar de medulla, waar ze pathogeen-specifieke antilichamen uitscheiden. sommige plasma cellen gaan via de effenende vaten en bloed naar het beenmerg, waar ze ook antilichamen uitscheiden
  • waaruit bestaat de milt?
    wit en rood merg
    rood -> oude of beschadigde rode cellen worden verwijderd uit de circulatie. 
    wit -> secundair lymfoid orgaan, lymfocyt responsen op bloed-geboren pathogenen worden hier gemaakt. 
  • waaruit bestaat wit merg in de milt? 
    een schede van lymfocyten, die een centrale arterieel omringen. de schede wordt periarteriolair lymfoide schede (PALS) genoemd. de lymfocyten het dichtst bij de arteriool zijn T cellen. B cellen zitten meer perifereel. 
    zowel het follikel als PALS worden omring door een perifolliculaire zone (PFZ)
  • wat is de GALT?
    gut-associated lymphoid tissue. M cellen van het darm epitheel leveren pathogenen van de luminal zijde van de darm mucosa naar het lymfoide weefsel. gelijk aan de lymfeknoop, en het witte merg van de milt, met B- en T-cel zones, lymfoide follikels, en germinale centers. witte bloedcellen worden geleverd van het bloed door de wanden van kleine capillairen. lymfocyten die in de GALT worden geactiveerd, gaan weg in de effenende vaten en worden geleverd aan de mesenterische lymfeknopen in de thoracale vat terug in het bloed, waar ze de darmen terug in gaan als effector lymfocyten. 
  • wat zijn vier sleutel elementen van de innate immuun respons?
    • eiwitten, zoals mannose-bindend lectine, dat noncovalent bindt aan de oppervlakte van pathogenen
    • eiwitten zoals complement, dat covalente bindt aan de oppervlakten van pathogenen, waardoor liganden voor receptoren op fagocyten worden gevormd. 
    • fagocyterende cellen die pathogenen opnemen en killen. 
    • cytotoxische cellen die de virus-geinfecteerde cellen killen. 
  • waar zorgen de commensale bacterien voor?
    dat de tolerantie geïnduceerd wordt en de kolonisatie van virulente pathogenen niet plaatsvindt. zodat de virulente pathogenen geen bodem hebben om te infecteren. 
  • wat is clositridium drift?
    als door antibiotica het milieu uit evenwicht komt in de commensalen
  • wat gebeurt er door cytokines?
    vasodilatie, door endotheel activatie. er komen macrofagen en neutrofielen op af. neutrofielen scheiden weer meer cytokines uit. 
  • waar zitten macrofagen en plasmacellen?
    macrofagen niet in het bloed, maar in de weefsels. 
    plasmacellen in de lymfeklieren. 
  • waar worden immuun cellen aangemaakt?
    in het beenmerg, hier zit de hemapoetische stamcel. die kan zich ontwikkelen tot lymfoide progenitor (B en T lymfocyten, NK), myeloide progenitor (neutrofielen, bas, eo, DC en MG, dit zijn meer de fagocyterende cellen). 
  • wat gebeurt er in het beenmerg?
    répertoire vorming van B cellen (productie antilichamen) (humorale respons). hier zitten ook neutrofielen opgeslagen. dit is een primair lymfoid orgaan
  • wat gebeurt er in de thymus?
    repertoire vorming (educatie) van T cellen (cellulaire respons). dit is een primair lymfoid orgaan
  • wat zijn de secundaire lymfoide organen?
    de plek waar de immuun respons aangemaakt wordt. de B of T cel krijgt de info wat het stukje antigeen is waar die tegen moet reageren. secundaire lymfoide organen lijken erg op elkaar: lymfeklieren, milt, GALT (in de darmen)
  • hoe vindt de koppeling plaats tussen de innate en adaptieve immuun respons?
    door de dendritische cellen. die nemen pathogenen van de lymfevaten mee naar de lymfeklier. ze presenteren dit. de naieve T cel herkent dan iets, en dat gaat 'ie vermeerderen. T helpercellen kunnen ok weer B cellen activeren, die weer plasmacellen kunnen worden. dit gebeurt door APC: antigeen presenterende cel (DC)
  • wat is de hygiene hypothese?
    vaak 1 vaccin met vaccineren en wanneer de respons begint af te nemen de volgende. als je in een veilige omgeving opgroeit, heb je een slechter immuun systeem, want je systeem wordt niet onderhouden. 
  • op welke manieren kan een pathogeen weefselschade aanrichten?
    door ecotoxine, endotoxine vrijlating of door directe lysis
  • wat is een extracellulaire plek van infectie?
    interstitiele ruimten, bloed, lymfe (virussen, bacterien, fungi, wormen)

    epitheel oppervlakken (wormen; opgeruimd door antimicrobiele peptiden)
  • wat is een intracellulaire plek van infectie?
    cytoplasmatisch (virussen, protozoa)

    vesiculair (mycobacterie, trypanosomen)
  • hoe gaat receptor gemedieerde fagocytose?
    • complement activatie leidt tot depositie van C3b op het celoppervlak van de bacterie
    • CR1 op de macrofaag bindt aan C3b op de bacterie
    • endocytose van de bacterie door de macrofaag
    • macrofaag membranen fuseren, waardoor een membraan-gebonden blaasje ontstaat (de phagosoom)
    • lysosomen fuseren met de phagosoomen, waardoor een phagolysosoom wordt gevormd
  • wat is het complement?
    een versterking om de fagocytose te realiseren. 
  • wat is pus?
    dode neutrofielen, want die hebben een korte levensduur en na hun taak gaan ze dood. toxische granuleus komen vrij als een neutrofiel geactiveerd wordt, zodat veel 'opruimers' naar die plek komen. een macrofaag ruimt de dode neutrofielen op. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

mechanische barrier van oppervlakte epitheel
1
chemische barrier van oppervlakte epitheel
1
microbiologische barrier van oppervlakte epitheel
1
defensins
1
Page 1 of 100