Summary Stresscounselor 2014-2015

-
ISBN-10 9081856529 ISBN-13 9789081856522
184 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Stresscounselor 2014-2015". The author(s) of the book is/are Albert Sonnevelt. The ISBN of the book is 9789081856522 or 9081856529. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Stresscounselor 2014-2015

  • 1 Wat is stress?

  • Geef een definitie van stress.
    Stress is een vorm van spanning die in het lichaam van mensen of dieren optreedt als reactie op externe prikkels. Stress heeft zowel lichamelijke als geestelijke gevolgen.
  • Wat wordt er verstaan onder positieve stress?
    Stress wordt gezien als positief, wanneer het bijdraagt aan het overleven of welzijn. Ook is er positieve stress als men zich geestelijk en lichamelijk voorbereid op bijvoorbeeld een wedstrijd of een andere bijzondere prestatie. Sommige mensen staan open voor uitdagingen en beleven plezier aan bijbehorende spanning.
  • Wanneer speken we van negatieve stress?
    Als stress niet in het belang van een persoon is en als een nare ervaring wordt gezien. En als opwinding of positieve spanning te lang duurt, wordt die negatief.
  • Wat is de definitie van stress volgens Prof. Th. Compernolle?
    Stress is een ernstige verstoring van het evenwicht tussen de eisen die door een bepaalde situatie worden gesteld en de capaciteiten die aanwezig zijn om aan de situatie het hoofd te bieden, terwijl de hantering van deze situatie belangrijke gevolgen heeft.
  • Stress is in beginsel heel functioneel. Die functie stamt nog uit de tijd dat de oermens zich moest redden in gevaarlijke situaties. Hoe noemen we deze oer-reactie? En wat is het?
    Een vecht- of vluchtreactie. Het is een verdedigingsmechanisme dat bij mensen en dieren optreedt als er acuut gevaar dreigt. De reactie begint met zeer grote angst en stress.
  • Wat gebeurt er in het lichaam als gevolg van een vecht- of vluchtreactie? Noem 10 reacties waardoor het lichaam voorbereid is op een gevecht of om op de vlucht te slaan.
    1. De bloeddruk en de hartslag gaan omhoog.
    2. De spierspanning neemt toe.
    3. Haren gaan rechtop staan (kippenvel).
    4. De zintuigen worden scherper (pupillen verwijden, oren staan gespitst).
    5. De hersenen worden alert.
    6. De pijngevoeligheid daalt naar een zeer laag niveau (endorfine-stimulus).
    7. De ademhaling wordt sneller en oppervlakkiger.
    8. Seksualiteit en honger worden onderdrukt.
    9. De spijsvertering komt tot stilstand.
    10. Al het bloed gaat naar de spieren voor een snelle adequate reactie.
  • Wat wordt er verstaan onder de bevriezingsreactie?
    Als bij confrontatie met een onbekend gevaar algehele twijfel ontstaat, kan een dier een instinctief bevriezingsgedrag vertonen, omdat hij dan in combinatie met de natuurlijke camouflage effectiever opgaat in de omgeving.
  • Waar komt de weerstand tegen veranderingen vandaan?
    Lichamelijk en geestelijk is men niet uit op verandering, maar op handhaving van de situatie zoals deze bekend is en die als ´gewoon´ gezien wordt. De reacties van het lichaam zorgen ervoor dat men lichamelijk en geestelijk in staat is om zo snel mogelijk de zekerheid van het bestaan te hertellen. In feite wordt steeds gestreefd naar de situatie die men al kent en die als veilig en prettig wordt ervaren.
  • Na elke stressreactie is er lichamelijk, emotioneel en geestelijk een zekere hersteltijd nodig om de balans weer te hervinden. Je gaat dan van hypertonie naar eutonie. Wat is hypertonie? En wat is eutonie?
    1. Hypertonie: verhoogde druk of spanning.
    2. Eutonie: de juiste, harmonische (lichaams)spanning.
  • Als het lichaam om een stressrespons vraagt, gaat dit gepaard met een uitgebreide chemische reactie. Wat zijn de 2 belangrijkste hormonen die vrijgemaakt worden bij stress en waar komen ze vandaan?
    1. Adrenaline wordt uit het bijniermerg vrijgemaakt.
    2. Cortisol komt vrij uit de bijnierschors.
  • Wat is het verschil tussen anabolisme en katabolisme?
    1. Anabolisme is het normale stofwisselingsproces waarmee het lichaam wordt opgebouwd en vernieuwd.
    2. Katabolisme is het stofwisselingsproces dat het lichaam afbreekt.
  • Noem 6 voordelen van kortdurende stress.
    1. Toegenomen alertheid.
    2. Betere concentratie.
    3. Verbetering van het immuunsysteem.
    4. Bruisende creativiteit.
    5. Extra energie.
    6. Groter uithoudingsvermogen.
  • Noem de 4 verschillende niveaus waarop stress veroorzaakt wordt.
    1. Macroniveau: de maatschappij.
    2. Mesoniveau: de werkorganisatie.
    3. Mininiveau: de thuissituatie.
    4. Microniveau: de persoon.
  • Noem 6 belangrijke oorzaken van stress binnen bedrijven (mesoniveau).
    1. Te veel werk verzetten in te korte tijd.
    2. Het team geeft te weinig gevoel van basisveiligheid, respect en waardering.
    3. Nauwelijks uitdaging.
    4. Onduidelijke communicatie en taakomschrijving.
    5. Persoonlijke inzet wordt te weinig gewaardeerd.
    6. Stressverhogende arbeidsomstandigheden.
  • Noem 6 persoonlijkheidskenmerken die stressgevoeligheid in de hand werken (microniveau).
    1. Groot verantwoordelijkheidsgevoel.
    2. Perfectionistisch.
    3. Meer dingen tegelijkertijd willen doen.
    4. Zaken alleen willen oplossen.
    5. Te weinig adempauzes.
    6. Nauwelijks uiten van emoties.
  • Communicatie bestaat uit woorden, stemgebruik en fysiologie (non-verbaal). Geef per onderdeel het bijbehorende percentage.
    1. 7% woorden.
    2. 38% stemgebruik.
    3. 55% fysiologie.
  • Waar staan de letters LSD voor als het gaat om communicatie?
    L = luisteren.
    S = samenvatten.
    D = doorvragen.
  • Er zijn verschillende soorten vragen: stimulerende vragen en remmende vragen. Wat wordt er verstaan onder ´stimulerende vragen´?
    De werking van een stimulerende vraag is dat de ander aan het denken gezet wordt. Het antwoord komt echt uit de ander en geeft informatie over en/of van die ander.
  • Welke 3 vormen van stimulerende vragen zijn er?
    1. Open vragen. De vraag begint met een vragend voornaamwoord: wie, wat, welke, hoe, waar, wanneer.
    2. Verhelderende vragen. Geschikt om dieper in te gaan op informatie die de ander al gegeven heeft, maar die je nog onduidelijk of vaag vindt. Maar ook bij verwarring, of als de ander maar door ratelt.
    3. Richtinggevende vragen. Als de ander je een heleboel informatie heeft gegeven en je daarin een bepaalde ordening wilt aanbrengen.
  • Er zijn verschillende soorten vragen: stimulerende vragen en remmende vragen. Wat wordt er verstaan onder ´remmende vragen´?
    Vragen van deze soort remmen een gesprek af, of laten het zelfs vastlopen. Ze kosten weinig tijd, en leveren vaak nauwelijks informatie op. Ze laten de ander weinig ruimte om iets over zichzelf te vertellen, of ergens over na te denken. Remmende vragen kunnen soms heel nuttig zijn, als je zelf weinig tijd hebt, of als je snel wat gegevens wilt verzamelen.
  • Welke 5 vormen van remmende vragen zijn er?
    1. Gesloten vragen. Kunnen met ja of nee worden beantwoord en beginnen met een werkwoord.
    2. Suggestieve vragen. Vragen waarin jouw antwoord of mening al opgesloten zit. Je stuurt als het ware de ander in een bepaalde richting.
    3. Kettingvragen (open en gesloten). De vraag die bestaat uit meerdere vragen.
    4. Keuzevragen. Vraag waarbij de cliënt alleen uit de door jouw bedachte antwoorden kan kiezen (of/of-vraag).
    5. Waarom-vragen. Dit is een open vraag, met vaak een remmende effect. Het geeft vaak een lange brij als antwoord. Of het kan het idee geven dat je het niet eens bent met de cliënt, alsof je hem ter verantwoording roept.
  • Wat zijn de 3 belangrijkste ´regels´ bij communicatie?
    1. Open mind.
    2. Geen gedachten lezen.
    3. Niet zelf invullen.
  • Noem 9 basisvoorwaarden voor een goed counselinggesprek.
    1. Vertrouwen.
    2. Veiligheid.
    3. Afstemmen.
    4. Rapport.
    5. Empathie.
    6. Respect en acceptatie.
    7. Onbevooroordeeld.
    8. Congruentie.
    9. Flexibiliteit.
  • Wat wordt er bedoeld met de term ´vertrouwen´ als het gaat om basisvoorwaarden voor een goed counselinggesprek?
    Een voorwaarde om echt contact te hebben met de ander is dat er sprake is van vertrouwen. In de relatie counselor-cliënt kun je dat zien als een ´vierkant van vertrouwen´, waarbij de counselor zichzelf én de cliënt vertrouwt en de cliënt zichzelf én de counselor vertrouwt.
  • Wat wordt er bedoeld met de term ´veiligheid´ als het gaat om basisvoorwaarden voor een goed counselinggesprek?
    Door middel van vertrouwen schep je een sfeer van veiligheid. Geen veiligheid, geen openheid.
  • Wat wordt er bedoeld met de term ´afstemmen´ als het gaat om basisvoorwaarden voor een goed counselinggesprek?
    Wil je echt toegang kunnen krijgen tot het onderbewuste van je cliënt, dan is het van wezenlijk belang dat je goed bent afgestemd. Dit doe je zowel verbaal als non-verbaal.
  • Wat wordt er bedoeld met de term ´rapport´ als het gaat om basisvoorwaarden voor een goed counselinggesprek?
    Dit is een term die veel in NLP gebruikt wordt. Rapport staat voor: in contact zijn met - en afgestemd op - de ander, vanuit een respectvolle houding. In rapport zijn met je cliënt is een fundamentele basishouding voor de counselor. Zonder rapport geen verbinding, en dus geen toegang.
  • Wat wordt er bedoeld met de term ´empathie´ als het gaat om basisvoorwaarden voor een goed counselinggesprek?
    Dit staat voor inlevingsvermogen, of je in kunnen leven in de gevoelens van anderen, en de wil om te begrijpen.
  • Wat wordt er bedoeld met de term ´afstandelijke betrokkenheid´?
    Als counselor ben je wel betrokken bij je cliënt, en tegelijkertijd ben je in staat om bij jezelf te blijven en te kunnen onderscheiden wat van jou is en wat bij de ander hoort.
  • Wat wordt er bedoeld met de termen ´respect en acceptatie´ als het gaat om basisvoorwaarden voor een goed counselinggesprek?
    Ieder gedrag heeft een positieve intentie. En iedereen heeft zijn eigen werkelijkheid/waarheid gecreëerd. Als counselor heb je hier respect voor en accepteer je de ander onvoorwaardelijk.
  • Wat wordt er bedoeld met de term ´onbevooroordeeld´ als het gaat om basisvoorwaarden voor een goed counselinggesprek?
    Vanuit de houding van respect en acceptatie ben je in staat om de ander zonder (voor)oordeel te ontmoeten. Je communiceert met een open hart en maakt het hierdoor voor de ander mogelijk om dit ook te doen.
  • Wat wordt er bedoeld met de term ´congruentie´ als het gaat om basisvoorwaarden voor een goed counselinggesprek?
    Leef zélf zoals je aan jouw cliënt aanbeveelt. Pas als je zelf congruent bent, zal je cliënt bereid zijn hetzelfde te doen.
  • Wat wordt er bedoeld met de term ´flexibiliteit´ als het gaat om basisvoorwaarden voor een goed counselinggesprek?
    Hoe ruimdenkender je bent, des te meer keuzes heb je. Hoe meer keuzes je hebt, hoe flexibeler je kunt zijn. Door je geest zo veel mogelijk ´op te rekken´, flexibel te maken dus, ben je in staat om effectief en zinvol te reageren op alles wat op je pad komt.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

Noem 4 situaties waarin je gemakkelijker gespannen raakt.
1
Noem de 9 eigenschappen van een stresspersoonlijkheid.
1
Op welke 4 gebieden kan een cliënt stressgerelateerde klachten ervaren? Noem 3 voorbeelden per gebied.
1
Noem 8 algemene tips voor het geven van feedback.
1
Page 1 of 46