Summary Sociologie en de moderne samenleving

-
ISBN-10 9053522891 ISBN-13 9789053522899
428 Flashcards & Notes
23 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Sociologie en de moderne samenleving". The author(s) of the book is/are onder van Jacques van Hoof. The ISBN of the book is 9789053522899 or 9053522891. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Sociologie en de moderne samenleving

  • 1 Sociologie en de moderne samenleving

  • Wat zijn de hoofdvragen van de sociologie?
    Het orde- of cohesievraagstuk
    Het ongelijkheidsvraagstuk
    Het identiteitsvraagstuk
  • 1.1 Sociologie: Eerste kennismaking

  • De hoofdvragen van de sociologie zijn: 
    Het orde-of cohesievraagstuk: wat houdt de samenleving bijeen? Hoe komt in de samenleving orde en samenhang tot stand? 
    het ongelijkheidsvraagstuk: hoe worden de schaarse, algemene begeerde zaken en voorrechten in de samenleving verdeeld en welke gevolgen heeft dat voor de onderlinge verhoudingen tussen groepen in de samenleving? 
    het identiteitsvraagstuk: in hoeverre beïnvloeden maatschappelijke verhoudingen het zelfbeeld en het zelfbesef van groepen en individuen in de samenleving? 
  • Wat zijn de 3 hoofdvragen van de sociologie?
    Het orde- of cohesievraagstuk, het ongelijkheidsvraagstuk en het identiteitsvraagstuk.
  • Wat zijn de  3 hoofdvragen van de sociologie? 
    orde- en cohesievraagstuk, ongelijkheidsvraagstuk, identiteitsvraagstuk
  • Wat is het orde- of cohesievraagstuk?
    Dat wat de samenleving bijeen houdt en de manier hoe in de samenleving orde en samenhang tot stand komt.
  • Wat was positief en wat was negatief aan het wegtrekken van mensen uit het platteland naar de steden als gevolg van de industrialisering? 
  • Wat is het ongelijkheidsvraagstuk?
    Hoe de schaarse, algemeen begeerde zaken en voorrechten in de samenleving worden verdeeld en welke gevolgen dat dan heeft voor de onderlinge verhoudingen tussen groepen in de samenleving.
  • Modernisering: het geheel van samenhangende maatschappelijke veranderingen die vanaf de industriële revolutie hebben plaatsgevonden en die een overgang tot stand hebben gebracht van de traditionele standensamenleving naar de moderne samenleving. 
  • Wat is het identiteitsvraagstuk?
    De manier in hoeverre maatschappelijke verhoudingen het zelfbeeld en het zelfbesef (identiteit) van groepen en individuen in de samenleving beïnvloedt.
  • Wat zijn de ontwikkelingen als gevolg van industriele revolutie en die erna hebben plaatsgevonden? 
    staats-en natievorming, bureaucratisering, democratisering, secularisering, rationalisatie en individualisering
  • wat is een endogeen proces? 
    iets dat voortvloeit uit de aard of de natuur zelf van de samenleving 
  • instituties: een complex van geschreven en ongeschreven regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond een bepaald facet van het sociale leven reguleren
  • macrosociologisch perspectief: op het niveau van de samenleving als geheel 
  • Door de industrialisering trokken veel mensen van het platteland naar de stad wat tot gevolg had dat de traditionele samenlevingsverbanden minder belangrijk werden.
  • 1.2 Modernisering en de hoofddimensies

  • Wat zijn de hoofddimensies van het moderniseringsproces? 
    differentiatie, commodificatie, rationalisatie
  • differentiatie: opsplitsing van een oorspronkelijk homogeen geheel in delen met een eigen karakter en samenstelling en met eigen functie ten opzichte van dat geheel. 
    - taakdifferentiatie: wanneer personen en groepen in toenemende mate specifieke taken en functies toegewezen krijgen 
    - systeemdifferentiatie: wanneer functies die voorheen binnen een samenlevingsverband werden gecombineerd, zich gaan verzelfstandigen en aan aparte sociale structuren worden gekoppeld. 

    commodificatie: dat allerlei menselijke activiteiten en de resultaten daarvan veel meer dan vroeger worden afgemeten aan het geld dat ze opbrengen. De intrinsieke waarde van het voorwerp wordt meer ondergeschikt gemaakt aan de in geld uitgedrukte waarde. 

    rationalisatie: steeds meer op de rede, het verstand, gaan vertrouwen ipv op traditie of dogma's.

  • internalisering: het proces waarbij mensen zich regels eigen maken, zodat ze na verloop van tijd niet langer worden beschouwd als voorschriften die van buitenaf komen maar als zelfgekozen richtlijnen voor het gedrag.  

    binnen een sociale structuur is er een sociale positie met de daarbij horende sociale rol 
  • wat is het geheel van veronderstellingen, opvattingen, waarden, normen en de materiële uitdrukking ervan die in de samenleving of in een groep gedeeld worden en overgeleverd worden? 
    cultuur
  • sociale ongelijkheid verwijst naar 2 ongelijkheden, welke zijn dit? 
    1. ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken in de samenleving; kennis, inkomen, vermogen, opleidingskansen, gezag en privileges  
    2. ongelijke waardering en behandeling van personen op grond van hun maatschappelijke positie en leefstijl. 
  • wat zijn 3 argumenten op de vraag wat de samenleving bijeenhoudt? 
    1. wederzijdse afhankelijkheid 
    2. dwang 
    3. saamhorigheidsbesef
  • wat geeft het begrip sociaal systeem aan? dat alle onderdelen van het samenlevingsverband met elkaar verbonden zijn en dat zij elk een bijdrage levenren aan het functioneren van het geheel.
  • sociale mobiliteit: in hoeverre er sprake is van doorstroming naar boven of naar beneden in de samenleving
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

Wat zijn de hoofdvragen van de sociologie?
4
Wat zijn de  3 hoofdvragen van de sociologie? 
3
Wat zijn de hoofddimensies van het moderniseringsproces? 
3
Welke 3 standen waren er in de standensamenleving, van hoog naar laag?
2
Page 1 of 81