Schrijfwijzer

by (4e aangepaste ed.)
ISBN-10 9012108543 ISBN-13 9789012108546
288 Flashcards & Notes
9 Students

Study smarter with eFaqt summaries

  • Available on desktop, tablet, mobile & print
  • Questions with answers about the material
  • Access to 300 000 online summaries
  • Smart study features & timers for more results

Get this summary

Samenvatting - Schrijfwijzer

  • 1 tekstkwalieit

  • wat is stijl?

    bij stijl gaat om opbouw,zinsbouw en woordkeus

    oordeel over gepastheid

    stijl verandering: hebben affect op de inhoud van een tekst

  • een neutale stijl: de lezer blijft achteroverleunen

    ik stond in de tram,in lijn 16. het was spitsuur. ik zag een man die

    stijl die verrast: de lezer gaat op het puntje van zijn stoel zitten

    wat stonden we op elkaar geplakt daar op dat achtbalkon van die tram!
    die jongeman, wat zag die er stom en belachlijk uit! twee later, raad eens wie ik tegenkomen bij het concertgebouw? diezelfde slungel! bezig zich kleedkundig adviezen te laten geven! door een vrind van 'm! niet te geloven



    vertellen vanuit een perspectief: de lezer kan niet blijven zitten
    ik was heden wel te spreken over mijn kledij. ik wijdde een nieuwe hoed in. bij het concertgebouw een vrind ontmoet, die mijn genoegen tracht te vergallen door me te willen bewijzen dat m'n jas wijkt bij de revers en dat ik er erxtra knoop aan moet zetten. dit speelde zich af in een van die  godverlaten stukken gemeenteblik die zich tot de nok toe vullen met gepeupel
  • 3 Leesgemak

  • Welke vier stijldimensies kent een gepaste formulering?

    1. begrijpelijkheid
    2. nauwkeurigheid
    3. bondigheid
    4. aantrekkelijkheid

    (ijkpunt 10 uit het CCC-model)

  • welke 4 dimensies van stijlkritiek kun je noemen?

    1. begrijpelijkheid

    2. nauwkeurigheid

    3. bondigheid

    4. aantrekkelijkheid

  • BEGRIJPELIJKHEID Noem tien manieren die het lezen van een zin bemoeilijken.

    1. lange zinnen - splits ze zinnen; het gaat om de structuur, niet om het aantal woorden.
    2. tangconstructies - zet bij elkaar wat bij elkaar hoort;overspannen uiteenplaatsingen, omarmende constructies (1. bijzintang 2. onderwerp-persoonsvormtang 3. werkwoordelijke tang 4. lidwoord-naamwoordtang). Wel nuttig voor terloopse mededeling.
    3. lange aanloop - kern van mededeling naar voren halen; rijgstijl/kettingzin; niet steeds bijzinnen of toevoegingen; het gaat om leesbaarheid in de zinsbouw. op plaats verbindingswoord nieuwe zin beginnen.
    4. opsomming - maak opsomming zichtbaar (met streepjes, letters, cijfers en leestekens); delen van een opsomming moeten gelijkwaardig zijn. 
    5. lange woorden - let op bij meerdan zeven lettergrepen; gemiddelde woordlengte niet meer dan twee lettergrepen; 
    6. afkortingen - acroniemen =letterwoorden; liever niet gebruiken, toelichten en lijst met afko's toevoegen aan tekst
    7. moeilijke woorden - geen vaktermen voor breder publiek; wel een moeilijk woord als de rest eenvoudig is.
    8. onnodig gebruik van ontkenningen
    9. vage verwijswoorden - nauwkeurigheid; laat lezer niet met vragen achter; open plekken en vage hoeveelheden; vage of indirecte verwijzingen; inflatie-Nederlands.
    10. de lijdende vorm
  • noem 7 manieren om het lezen van een zin te bemoeilijken

    1. lange zinnen

    2. tangconstructies (woorden die bij elkaar horen staan ver van elkaar)

    3. lange aanloop (tot kern van de mededeling)

    4. opsomming (niet gemarkeerd)

    5. lange woorden

    6. afkortingen

    7. moeilijke woorden

  • LEGE WOORDEN

    1. Lege woorden - naar...toe, in verband met, evalueren
    2. Smurfwoorden - een zelfde woord gebruiken in verschillende betekenissen (realiseren, met name)
    3. Clichétaal - morgen is er weer een dag
    4. Lege woorden - een loperwoord past op elke betekenis (Top tien: aspect,component, dimensie, element, functie, gebeuren,mate, positie, sfeer en situatie)
    5. Informatiearmoede van neutrale woorden - berucht / bekend / beroemd
    6. Het voordeel van algemene woorden - weer een prijsverandering
    7. Schijnprecisie - als ingebouwde beperking; waarschijnlijk bijna overal
    8. Stijlvervagers - als ingebouwde beperking.
    9. Beknopt of nodeloos vaag?
    10. Eufemisme en dysfemisme - mooizegging en lelijkzegging; verzachtende omschrijving als verhulling
    11. Meer dan één betekenis - ambiguíteit = meerduidigheid = dubbelzinnigheid (bevallen)
    12. Dubbelzinnigheid door verwijswoorden - diens kan alleen verwijzen naar mannen.
    13. De overspannen verwijzing - waarnaar verwijst het?; oplossen met woordherhaling.
    14. Dubbelzinnigheid door woordvolgorde -  meer betrouwbaar bewijsmateriaal
    15. Strategische ambiguïteit - dubbbelzinnigheid kan nuttig zijn; politiek taalgebruik of diplomatieke teksten
  • Wat is belangrijk bij de zinslengte?

    belangrijker dan de lengte is de structuur van de zin.
  • BONDIGHEID

    1. Schrijven is schrappen 
    2. Zuinig maar niet gierig - bondigheid met beleid
    3. De kunst van het weglaten - schrap overbodige woorden
    4. Pleonasme  stijlfiguur - verbazing uitdrukken of aandacht vestigen op bijzonderheid; witte sneeuw, oude grijsaard
    5. Pleonasme als stijlverslapper - betekenisherhaling zonder duidelijke functie; studentgericht onderwijs
    6. Pleo-allergie - schrijf wel: de beoogde doelgroep 
    7. Tautologie als stijlfiguur -  volledige betekenis van het woord wordt uitgedrukt met ander woord; vast en zeker, frank en vrij, nooit ofte nimmer, part noch deel hebben aan; in rep en roer, hoe je het wendt of keert
    8. Tautologie als stijlverslapper - stijl wordt ontsierd door betekenisherhaling in woorden of zinnen
    9. Tauto-allergie - schrijf wel: hiv-virus; apk-keuring, bom-moeder
  • welke vier tangconstructies (of omarmende constructies) kun je benoemen?

    - de bijzintang

    - de onderwerp- persoonsvormtang

    - de werkwoordelijke tang

    - de lidwoord - naamwoord tang

  • VOORZETSELUITDRUKKINGEN

    1. Omslachtigheid door voorzetsels - drie woorden die samen de functie van één voorzetsel hebben; met betrekking tot = over
    2. Voorzetseluitdrukking of bijzin - overdadig gebruik veroorzaakt wijdlopigheid dus vervang het af en toe door bijzin met voegwoord en een werkwoord
    3. Beruchte voorzetseluitdrukkingen - ten aanzien van,in het kader van, onder invloed van

     

  • hoe kun je tangconstructie oplossen?

    - verandering van de volgorde

    - splitsen van de zin

  • AANTREKKELIJKHEID

    1. Zorg dat de personen in de tekst niet naar de achtergrond verdwijnen - personen gaan boven zaken; persoonlijk formuleren; 

    • Personificatie als stijlfiguur (waarin zaken of begrippen als personen worden voorgesteld: schuimbekkende golven, huilende winden) allen gebruiken wanneer die functioneel is en geen onbedoelde associaties kan oproepen

    2. Gebruik een lijdende vorm alleen als deze noodzakelijk is - wordt, worden, werd, door...

    • Passivitus = tante Doortjestijl is saai door gebruik van door-bepaling
    • Zes argumenten voor lijdende vorm: de handelende persoon is onbekend, het noemen van de handelende persoon voegt geen informatie toe, de handelende persoon moet op de achtergrond blijven, de nadruk ligt niet op de handeling maar op het proces of het resultaat, de zin gaat door op het onderwerp uit de vorige zin(nen),een bedrijvende vorm schept mogelijk een misverstand
    • Alternatieven voor de lijdende vorm - de 'toestand'-formulering, herformulering zonder handelende persoon

    3. Zorg ervoor dat het werkwoord belangrijke informatie bevat - de naamwoordstijl of een werkwoord, het verschil tussen saai en levendig (doelstelling / we willen... herstellen)

    • Laat de werkwoorden hun werk doen
    • Vaak kan een naamwoord op -ing vervangen worden door een werkwoord (opleving/opleven)
    • Variaties: een omschrijving met een voorzetsel; zelfstandig naamwoord en een algemeen werkwoord (tot uiting brengen), één concreet werkwoord (uiten) of een ander woord gebruiken met dezelfde betekenis (bespoediging /versneld)
    • Vier voordelen van naamwoorden: accent ligt niet op handelende persoon, er is een vaste herkenbare term nodig, er is verschil in betekenis, een omschrijving met een naamwoord is beknopter
  • wat is het nut van de tangconstructie?

    tangconstructie is goed te gebruiken voor een terloopse mededeling
  • SCHRIJF BEELDEND
    1. Opleuken is niet leuk - kill your darlings
    2. Contaminatie = vermenging van uitdrukkingen; naïef tintje, dus gebruik het niet!
    3. Concretiseer moeilijk voorstelbare gegevens of juist gebruik van stijfliguren
    4. Enkele stijlfiguren:
    • pleonasme
    • tautologie
    • personificatie
    • alliteratie - opeenvolging van woorden met dezelfde klank
    • climax -in een opsomming de delen rangschikken naar belang van sterkte; meer spanning in de zin
    • parallellie - opeenvolgende zinnen op precie dezelfde manier formuleren; pas op voor eentonigheid
    • hyperbool - overdrijving
    • chiastische oppositie - omdraaiende tegenstelling (smalle marges/malle charges)
    • woordspeling - hilarisch taalgebruik; de glimlach van een lezer
  • welke manieren ken je om een lange aanloop beter leesbaar te maken?

    - plaats de kern vooraan

    - breng een deel van de aanloop onder in een aparte zin

  • VARIATIE IN ZINSBOUW

    1. Van eentonigheid naar gelijkvormigheid - en toen en toen en toen
    2. Het helpt om af en toe een zin in de vragende vorm te zetten
    3. Retorische vraag - een vraag waarvan het antwoord al bekend is
    4. Voorzetselketens - voorkom aaneenrijgen van bepalingen met voorzetsels; bekort door de bepaling met een voorzetsel te beschrijven in een bijzin, of door bepalingen samen te voegen
    5. Varieer in zinslengte -  lang/kort/middellang
    6. Onnatuurlijke accenten - zware en lichte lettergrepen; lees tekst hardop voor om het zelf te ontdekken
  • wat zijn de regels bij opsommingen?

    - cijfers en letter van opsommingen krijgen punten (van kopjes niet)

    - zelfstandige zinnen -> hoofdletter en punt

    - zinsdelen -> kleine letter en puntkomma, punt

    - paar woorden -> komma, en punt

    - heel kort -> geen leestekens


    delen van de opsomming zijn gelijkwaardig en hebben dezelfde structuur.

  • VARIATIE IN WOORDKEUS

    1. Woordherhaling op korte afstand - voorkom gebruik van dezelfde woorden na elkaar voor levendig taalgebruik (ik bied dit aan aan mijn chef)
    2. Synoniemiemanie - geen variatie om de variatie; zodra de lezer doorheeft dat de schrijver varieert, is het effect weg
    3. Voordeel van een vaste term - het gevaar van betekenisverschil; formuleer zinnen zo, dat je niet op korte afstand dezelfde woorden nodig hebt
    4. Oude woorden - archaïsmen = verouderde woorden; het effect van senior-dubbelplustaal (thans / nu)
    5. Eigentijds taalgebruik - voorkom gebruik van holle woorden uit d etaalwaan van de dag; een goede grondhouding naar de lezer toe
  • wat is de kaderzin?

    het deel voor de opsomming, die bevat de woorden die op alle delen van de opsomming betrekking hebben. 
  • wat weet je van de gemiddelde woordlengte?

    boven de twee lettergrepen wordt een tekst moeilijker
  • welke aandachtspunten ken je mbt nauwkeurigheid van teksten?

    - laat de lezer niet met vragen achter

    - geen open plekken en vage hoeveelheden (na vergrotende trap of algemene hoeveelheidsaanduidingen)

    - geen vage of indirecte verwijzingen

  • wat wordt verstaan onder lege woorden en geef een voorbeeld

    - woorden met een betekenis die zo ruim is dat er niets meer mee gezegd wordt.

    - vb: in verband met -> omdat, doordat, door, ten gevolge van, met het oog op

  • wat wordt verstaan onder smurfwoorden en geef een voorbeeld

    - eenzelfde woord gebruikt in verschillende betekenissen

    - vb: realiseren (aanleggen, bereiken) of met name (voornamelijk, in het bijzonder, vooral, overwegend, te weten)

  • wat wordt verstaan onder clichetaal?

    uitdrukking waarvan de betekenis is uitgesleten door overmatig gebruik
  • wat is de top tien van lege woorden?

    - ook wel loperwoorden of passepartoutwoorden

    - aspect, component, dimensie, element, functie, gebeuren, mate, positie, sfeer en situatie.

  • geef voorbeelden van neutrale woorden en de positieve en negatieve formulering daarbij

    -bekend - berucht - beroemd

    - geur - reuk - stank

    - regelen -> verhinderen of bevorderen

  • wat is een eufemisme?

    mooizegging, een verzachtende omschrijving
  • wat is een dysfemisme?

    lelijkzegging, iets onaangenamer of ruwer verwoorden dan strikt genomen nodig is.
  • waar verwijst een verwijswoord naar?

    in principe naar het laatste woord of zinsdeel dat daar grammaticaal voor in aanmerking komt.
  • wat is een pleonasme?

    een stijlfiguur waarin een deel van de betekenis wordt herhaald.

    Een pleonasme kan de zeggingskracht van de mededeling vergroten.

    als de betekenisherhaling geen duidelijke functies heeft, werkt het als stijlverslapper

    - witte sneeuw, oude grijsaard, pasgeboren baby

  • wat is tautologie?

    een tautologie is een stijlfiguur waarin de volledige betekenis van een woord nogmaals in een ander woord wordt uitgedrukt

    - frank en vrij, nooit ofte nimmer, part noch deel hebben aan, in rep en roer, hoe je het wendt of keert, vast en zeker

  • wat zijn voorzetseluitdrukkingen?

    een aantal woorden (meestal 3) die samen de functie van een voorzetsel hebben

    - van de zijde van -> vanuit

    - ter zake van ->over

    - met betrekking tot -> voor

    - ten aanzien van -> over


    soms ook te vervangen door bijzin met een voegwoord en werkwoord

    - in verband met -> omdat


  • wat wordt verstaan onder personificatie?

    personificatie is een stijlfiguur waarin zaken of begrippen als personen worden voorgesteld.

    vb: problemen blijven niet thuis als u de voordeur achter u dichttrekt

  • Wanneer is het gebruik van de lijdende vorm nuttig?

    - de handelende persoon is onbekend

    - het noemen van de handelende persoon voegt geen informatie toe

    - de handelende persoon moet op de achtergrond blijven

    - de nadruk ligt niet op de handeling, maar op het proces of resultaat

    - de zin gaat door op het onderwerp uit de vorige zin(nen)

    - een bedrijvende vorm schept mogelijk een misverstand

  • wat is een alternatief voor de lijdende vorm en geef een voorbeeld

    - de toestand-formulering (voor het werkwoord wordt een omschrijving gebruikt)

    De garage kan worden bereikt via de trap -> de garage is bereikbaar via de trap

  • Wat zijn de voordelen van naamwoorden (ipv werkwoorden)?

    - het accent ligt niet op de handelende persoon

    - er is een vaste, herkenbare term nodig

    - er is verschil in betekenis

    - een omschrijving met een naamwoord is beknopter

  • wat is alliteratie?

     opeenvolging van woorden die beginnen met dezelfde klank
  • wat is een climax?
    - rangschikken van delen naar belang of sterkt in een opsomming/ zin.
  • wat wordt verstaan onder parallellie?

    opeenvolgende zinnen die op dezelfde manier geformuleerd zijn
  • wat wordt verstaan onder een hyperbool?

    een overdrijving
  • wat is een omdraaiende tegenstelling of chiastische oppositie?

    - onbewoonbaar verklaard -> onverklaarbaar bewoond
  • wat is een archaisme?

    gebruik van verouderde woorden

    (nu -. thans)

Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Example questions in this summary

wat is stijl?
2
Welke vier stijldimensies kent een gepaste formulering?
2
BEGRIJPELIJKHEID Noem tien manieren die het lezen van een zin bemoeilijken.
2
welke 4 dimensies van stijlkritiek kun je noemen?
2
Page 1 of 63