Recht van de Europese Unie

by (4e, geheel herz. dr.)
ISBN-10 9089743294 ISBN-13 9789089743299
724 Flashcards & Notes
25 Students

Study smarter with eFaqt summaries

  • Available on desktop, tablet, mobile & print
  • Questions with answers about the material
  • Access to 300 000 online summaries
  • Smart study features & timers for more results

Get this summary

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Samenvatting - Recht van de Europese Unie

  • 1 Wegwijs in het Europese Recht

  • Belangrijkste bronnen van EU zijn te vinden in Verdrag betreffende de Europese Unie (EU-Verdrag of VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (werkingsverdrag of VWEU). Deze verdragen worden wel aangeduid als primaire recht van de EU. In dagelijkse juridische praktijk is het VWEU het belangrijkst, aangezien het de regels bevat voor nadere uitwerking van het algemene kader van EU.

  • Europees recht omvat de verdragen, de aan de verdragen gehechte protocollen, het recht dat op grond hiervan tot stand is gekomen en de rechtspraak over de verdragsbepalingen en het secundaire recht.

  • Centrale juridische kader wordt vooral gevormd door het VEU en VWEU. Met name het VWEU bevat veel sporen van het oude EG-verdrag. Behalve de - inmiddels opgeheven - EG, bestaat nog steeds een Europese gemeenschap voor Atoomenergie. Deze berust op het eveneens in 1957 in Rome gesloten Euratom-Verdrag.

  • Behalve VEU en VWEU zijn ook nadere uitwerking, toepassing en uitlegging van bepalingen ervan een belangrijke bron van het recht van de EU. Het grootste deel van dit boek betreft dan ook toepassing en uitlegging van bepalingen uit het VWEU. Aangezien het VWEU grotendeels voortbouwt op het oude EG-verdrag zal dus regelmatig worden verwezen naar rechtspraak en andere uitleggingspraktijk van het Hof, Gerecht en de Commissie over bepalingen uit het EG-verdrag.

  • Deel van die Toepassingspraktijk kan ook plaatsvinden in de vorm van zogeheten secundair recht. Gaat daarbij om optreden van EU op grond van VEU of VWEU. Vormen van secundair recht zijn:

    • Besluiten
    • Verordeningen
    • Richtlijnen

    Secundair recht is te vinden aan de hand van de combinatie van volgnummer en jaartal. Aan de hand van deze nummers kan, behalve het jaartal, ook worden vastgesteld op grond van welk kader binnen het primaire recht, de verdragen, die maatregel tot stand is gekomen.

  • Alle regelgeving (besluiten, verordeningen, richtlijnen) wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de EU (afgekort Pb). Van het Pb bestaan twee series:

    • L-serie (législation) - bevat wetgeving
    • C-serie (communication) - bevat al het andere, zoals voorstellen voor regelgeving en bekendmakingen.

    hiernaast verschijnt ook nog een speciale serie die alleen online is te raadplegen (via EUR-lex). Voorbreidingsbesluiten in wetgevingsprocedures, notulen van vergaderingen van Europees Parlement en schriftelijke vragen van het EU Parlement aan de Commissie, verschijnen alleen in de E-editie van de C-serie.

  • EU besluitvorming zit soms nogal ingewikkeld in elkaar. In de meeste gevallen zijn er drie partijen bij betrokken die elk meer of minder invloed hebben op het uiteindeijke besluit. Via de databank van PreLex: http://ec.europa.eu/prelex/apcnet.cfm?CL=nl is op eenvoudige wijze te vinden wanneer welke instelling welk standpunt heeft ingenomen over een bepaald onderwerp.

  • Niet minder belangrijk dan het primaire en secundaire recht is de rechtspraak van de rechtsprekende instanties van de EU. De bij tijd en wijle onduidelijke regels van VWEU, VEU en het daarvan afgeleide secundaire recht worden in laatste instantie uitgelegd dooor deze rechters, waarmee deze rechtspraak een belangrijke rechtsbron vormt.

  • Rechtspraak van rechters van de EU (vooral Hof van Justitie en Gerecht) is eveneens te vinden via internet (http://curia.europa.eu/ en EUR-Lex). Vanaf 1989 wordt onderschied gemaakt tussen het Hof van Justitie en het Gerecht, dat in '89 werd opgericht.Zaaknummer van zaken bij het Hof worden voorafgegaan door een C (cour), terwijl zaken bij Grecht beginnen met een T (Tribunal), en het Gerecht voor ambtenarenzaken een F (Function publique)

  • 4.1 Inleiding

  • In dit hoofdstuk komen enkele algemene rechtsbeginselen van EU recht aan de orde. Als eerste komt het algemene oftewel fundamentele leerstuk; dat van de autonomie van het EU recht. Daarna komen constitutionele beginselen inzake de verhoudingen tussen lidstaten en EU aan de orde. Vervolgens de beginselen inzake totstandkoming van het secundaire recht van EU. Aansluitend worden de beginselen inzake doorwerking van het tot stand gekomen secundaire recht besproken. Ten slotte komen de fundamentele rechten aan de orde.

  • Onder EU recht wordt (in het kader van dit boek) verstaan de verdragen, de aan de verdragen gehechte protocollen, het recht dat op grond daarvan tot stand is gebracht en de rechtspraak over de verdragsbepalingen en het secundaire recht. Daarmee is het begrip EU recht afgebakend door het kader waarbinnen dit recht tot stand wordt gebracht. Kaders zijn internationaal van aard, aangezien zij worden gevormd door samenwerking tussen aantal lidstaten.

  • Het internationaal of volkenrecht is in eerste instantie een aangelegenheid van de lidstaten onderling. In kader van van VN, Wereldhandelsorganisatie en Raad van EU wordt immers door soevereine lidstaten onderhandeld over recht dat hen vervolgens bindt onder de voorwaarden die zij overeenkomen. Dit gaat voor een deel ook op voor EU recht.

     

    Primaire EU recht/ primaire Unierecht ( VWEU) wordt ook door de lidstaten tot stand gebracht en gewijzigd. Verder zijn de lidstaten in de vorm van de Raad vrijwel altijd betrokken bij de totstandkoming van afgeleid of secundair EU recht. Voor minstens even belangrijk deel gaat de vergelijking met internationale recht niet op. Waar volkenrecht wordt gezien als aangelegenheid van lidstaten onderling (lidstaten beslissen over gevolgen van dit recht voor rechtspositie onderdanen) staat het de lidstaten van EU niet langer vrij hierover te beslissen. Dit volgt uit het autonome karakter van EU recht.

     

  • 4.2 Autonoom karakter Unierecht

  • Van Gend en Loos arrest - Hof moest antwoord geven op vraag of een bepaling van VWEU (art. 12 EEG, thans 30 VWEU) 'onmiddellijke werking als intern recht heeft'. Dit naar aanleiding van geschild tussen Van Gend en Loos en NL administratie der belastingen over volgens Van Gend en Loos met art. 30 VWEU onverenigbaar invoerrecht. Het Hof plaats het Unierecht wel binnen het volkenrecht, maar onderscheidt het meteen van al het andere recht, doordat de lidstaten hun soevereiniteit hebben begrenst ten gunste van de Unie. Lidstaten zijn als het ware ook onderdanen van de Unie geworden die zij zelf hebben opgericht en dienen zich te houden aan het Unierecht. Net als onderdanen over en weer rechten en plichten kunnen ontlenen aan nationaal recht, kunnen onderdanen van lidstaten ook over en weer rechten ontlenen aan Unierecht. Uit het arrest wordt bovenal duidelijk dat het effect van het Unierecht in nationale rechtsorde een aangelegenheid is van dat Unierecht zelf. dit noemt men ook wel autonomie van het Unierecht.

  • De autonomie van het Unierecht impliceert dat het effect vanhet Unierecht in de nationale rechtsorde een aangelegenheid is van dat Unierecht zelf. Dit blijkt o.a. uit de arresten Van Gend en Loos en Costa/ENEL: door het oprichten van een Unie voorzien van eigen organen, rechtspersoonlijkheid en handelingsbevoegdheid, van internationale vertegenwoordigingsbevoegdheid en praktische bevoegdheden, hebben de lidstaten hun soevereiniteit op beperkt terrein, begrensd  en daarmee een rechtsstelsel in het leven geroepen dat bindend is voor zowel hun onderdanen als voor de lidstaten zelf.

  • Costa/ENEL arrest: Hier ging het om de vraag of een Italiaanse rechter wel een prejudiciële vraag mocht stellen. Volgens de Italiaanse regering zou de rechter daartoe niet bevoegd zijn, aangezien deze gehouden is Italiaans recht toe te passen. Conclusie van het Hof: nationaal recht kan geen afbreuk doen aan Unierecht. Het Unierecht heeft voorrang boven het nationaal recht van lidstaat. Verdrag van Lissabon bevestigd deze rechtspraak en maakt duidelijk dat het feit dat het beginsel van voorrang niet wordt opgenomen in dit verdrag, niets verandert aan het bestaan van dit beginsel of de rechtspraak van het Hof. Keuze van lidstaten om de rechtsinstrumenten uit het oude EG-Verdrag, ten aanzien waarvan het Hof autonomie heeft vastgesteld, algemeen toe te passen, bevestigd dit.

  • Conclusie uit Costa/ENEL: nationaal recht kan geen afbreuk doen aan het Unierecht, oftewel: het Unierecht heeft voorrang boven nationaal recht van de lidstaten. Beginsel van voorrang.

  • Autonomie van Unierecht bestaat uit twee onlosmakelijk met elkaar verbonden eigenschappen: rechtstreekse werking en voorrang. Unierecht heeft een werking als intern recht, wat inhoudt dat een onderdaan zich in het kader van nationale rechtsorde onder bepaalde, door Unierecht beheerste, voorwaarden kan beroepen op een regel van Unierecht.

  • De autonomie van het Unierecht bestaat uit twee onlosmakelijk met elkaar verbonden eigenschappen: rechtstreekse werking en voorrang.

  • Rechtstreekse werking: een vorm van doorwerking, wat wil zeggen dat het een manier is waarop Unierecht effecten kan sorteren in nationale rechtsorde. Wanneer doorwerkende regel van Unierecht onverenigbaar is met regel van nationaal recht, zal deze laatste het onderspit moeten delven, rechter moet deze buiten toepassing laten op grond van Unierecht. Het is niet aan nationaal recht om te bepalen of  bepalingen van Unierecht werking als intern recht heeft. 

  • Rechtstreekse werking wil zeggen dat het Unierecht effect kan sorteren in de nationale rechtsorde. Wanneer de doorwerkende regel van Unierecht onverenigbaar is met een regel van nationaal recht, dan zal de rechter deze laatste regel buiten toepassing moeten laten op grond van het Unierecht.

Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Example questions in this summary

Wat is directe discriminatie
4
Verkapte discriminatie
4
Wat verbiedt artikel 30 VWEU?
4
Hoe is primair EU recht opgebouwd en hoe is dit tot stand gekomen?
3
Page 1 of 29