Philosophy of Economics: A Contemporary Introduction

by
ISBN-10 041588117X ISBN-13 9780415881173
197 Flashcards & Notes
3 Students

Study smarter with eFaqt summaries

  • Available on desktop, tablet, mobile & print
  • Questions with answers about the material
  • Access to 300 000 online summaries
  • Smart study features & timers for more results

Get this summary

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Samenvatting - Philosophy of Economics: A Contemporary Introduction

  • 1 The What, Why and How of Philosophy of Economics

  • Wat betekent de griekse term philosophia letterlijk?

    wijsbegeerte

  • wat zijn de drie doelen van den economie volgens Carl Menger?

     

    • verklaren,
    • voorspellen en, 
    • beheersen

    van economische verschijnselen.

  • wat is een wetenschappelijke verklaring?

    in het algemeen gesproken, is een wetenschappelijke verklaring een (passend) antwoord op een waarom-vraag met betrekking tot een relevant verschijnsel.

  • verschijnsel (phenomenon)

    een fenomeen is een voorval of gebeurtenis in deze werkelijkheid (opmerkelijk en van wetenschappelijk belang)

  • token

     

    enkelvoudige gebeurtenissen (beschrijvingen van dit soort fenomenen bevatten bepaalde plaatsen en tijden en zijn vaak contrastief)

  • type

    regelmatige of patronen van gebeurtenissen (beschrijvingen van dit soort fenomenen bevatten geen bepaalde plaatsen of tijden, maar kunnen wel contrastief zijn)

  • wat is een verklaring

    een antwoord op de vraag waarom sommige verschijnselen zich voordoen (en dus niet uitblijven) of waarom deze een bepaalde verschijningsvorm hebben (en zich dus niet anderszins manifesteren).

  • DN

    deductief -nomologisch

  • de drie componenten van het DN model

    • wetten
    • begincondities
    • conclusie (explanandum)
  • deductieve aspect

    een verklaring heeft de structuur van een geldige deductieve redenering, waarbij het te verklaren feit (het explanandum) wordt afgeleid (gededuceerd) uit een verzameling premissen (het explanans), die het bewijs leveren).

  • nomologische aspect

    de premissen in de explanans moeten 1) empirische inhoud hebben, 2) waar zijn en 3) verwijzen naar tenminste één natuurwet.

  • logische posivitisten

    benadrukken dat ene verklaring een geldige deductie moet zijn

  • positivisme

    verwijst naar het belang van (natuur)wetten

  • waarom wordt het DN model als inadequaat beschouwd

     

    • menselijk gedrag is niet te vatten in natuurwetten
    • wetten in de zin van strikte wetmatigheden zijn zeldzaam, niet alleen in het sociaal-economische domein
  • filosofen (donald davidson) beweren dat menselijk gedrag niet DN te verklaren is

    gedrag zou moeten worden verklaard met verwijzing naar mentale gebeurtenissen zoals overtuigingen en verlangens (en er zouden geen wetten zijn die de relatie tussen het mentale en fysische beschrijven)

  • wetmatigheden

    er is algemene kritiek dat verklaren betekent onder een wet brengen: strikte regelmatigheden zijn zeldzaam en bovendien kunnen veel gebeurtenissen worden verklaard zonder dat deze onder strikte regelmatigheden vallen. 

  • 3 Rational Choice Theory

  • deductief nomologisch

    deductief: dat een verklaring een redenering is, nomologisch: dat er een beroep wordt gedaan op wetten.

  • DN verklaringsmodel

    een verklaring is een redenering, waarvan de premissen explanans en de conclusie explanandum wordt genoemd. (de redenering moet geldig zijn en in haar premissen verwijzen naar tenminste één natuurwet. 

  • folk psychology (common sense psychology)

    voor de hand liggende gedachte dat menselijk gedrag is te verklaren (en dient te worden verklaard) in termen van overtuigingen en verlangens van de personen in kwestie

  • folk psychology en rationele keuzetheorie

    beogen de verklaring van intentioneel gedrag, niet van reflexen of oncontroleerbaar gedrag.

  • folk psychology

    beslissingen staan tussen overtuigingen en verlangens enerzijds en concreet gedrag anderzijds: niet elke beslissing om X te doen zal resulteren in het daadwerkelijk doen van X (denk aan gemiste kansen, wilszwakte, van gedachten veranderen)

     

  • adequate verklaring

    brengt overtuigingen, verlangens en handelingen op de juiste manier met elkaar in verband.

  • overtuigingen en verlangens

    zijn redenen tot handelen

  • davidson  (redenen als rationele oorzaken)

     

    in een verklaring van gedrag moet de reden tot handelen de daadwerkelijke oorzaak zijn van de handeling 

  • rationaliteit (sociale wetenschap)

    sociale wetenschappers bevinden zich niet in zo'n gelukkige positie: zij moeten grotendeels redenen tot handelen afleiden uit waarneembaar gedrag en objectieve beperkingen

  • redenen tot handelen alleen afleiden zolang:

    menselijk gedrag consistent is en beantwoordt aan veronderstellingen van rationaliteit.

  • wat doen de zogenaamde rationaliteitsmodellen?

     

    het opleggen van bepaalde beperkingen aan menselijke overtuigingen en verlangens om sociale wetenschappers in staat te stellen om dergelijke overtuigingen en verlangens af te leiden uit waarneembaar gedrag en de kenmerken van de situatie waar de personen in kwestie zich in bevinden.

  • welke rationaliteitsmodellen

    • ordinale keuzetheorie (besluitvorming onder zekerheid)
    • kardinale keuzetheorie (besluitvorming onder risico)
    • speltheorie (besluitvorming in strategische situaties)
  • verklaren en economen

    economen verklaren gedrag door informatie af te leiden uit voorkeuren (preferences), niet uit verlangens

  • wat is het belangrijkste verschil tussen voorkeuren en verlangens

    voorkeuren zijn altijd onderling vergelijkend, verlangens niet

  • verlangens zijn

    absoluut

  • beslissingen en voorkeuren zijn duidelijk gerelateerd:

    • voorkeuren kunnen de oorzaak zijn van beslissingen en deze helpen te verklaren
    • op voorkeuren kan een beroep worden gedaan om beslissingen te rechtvaardigen
    • onder gunstige omstandigheden kan informatie over voorkeuren worden gebruikt om beslissingen te voorspellen
  • voorkeuren en beslissingen aan elkaar gelijk stellen is echter dubieus:

    • we hebben voorkeuren met betrekking tot situaties die we niet zelf gekozen/gewild hebben
    • ongewenste (counter-preferential) beslissingen zijn een conceptuele onmogelijkheid
    • stabiele voorkeuren worden hiermee onwaarschijnlijk
    • geen econoom zou ontkennen dat overtuigingen, als mentale toestanden, bestaan die beslissingen mede veroorzaken
  • rationele keuzetheorie: axioma's

    • om gegeven overtuigingen de beste beslissing af te leiden, is het van belang om een rangorde te kunnen aanbrengen
    • we zeggen A te verkiezen boven B, B boven A of indifferent te zijn tussen A en B.
    • Onze voorkeuren zijn transitief 'if and only if' wanneer we A boven B verkiezen en B boven C, ook A boven C verkiezen.
    • Onze voorkeuren zijn volledig iff we een rangorde kunnen aanbrengen tussen alle mogelijke opties
  • ordinaal nut

     

    als voorkeuren transitief, volledig en continu zijn, kunnen we aan goederen getallen toeschrijven die hun nut meten. (de absolute waarden van de getallen hebben geen betekenis).

     

  • verdediging axioma's: transitiviteit

    de belangrijkste verdediging: een persoon met niet-transitieve voorkeuren is vatbaar voor uitbuiting (money pump argument).

  • aanvechtbaarheid money pump argument

    • ik hoef niet op basisi van mijn beslissingen te handelen
    • misschien wil het argument teveel bewijzen? er is niets mis met veranderen van voorkeuren per se
  • verdediging axioma's: volledigheid

    het axioma stelt dat we altijd een rangorde kunnen aanbrengen tussen twee opties, wat deze opties ook zijn. maar is dat wel zo?

    • sommige opties kunnen onvergelijkbaar zijn
    • dat we een beslissing nemen als we deze moeten nemen, betekent niet per se dat we een voorkeur hebben
    • het geen voorkeur hebben is niet hetzelfde als onverschilligheid
  • additionele aannames:

    • om als verklarende theorie te functioneren moet rationele keuze-theorie empirisch adequaat zijn
    • voor empirische toepassingen moeten voorkeuren stabiel zijn door de tijd heen heen (tenminste voor de relevante periode) en onveranderlijk zijn
  • stabiliteit

    • aangezien voorkeuren niet direct waarneembaar zijn, zullen empirische toepassingen van de rationele keuzetheorie voorkeuren uit gedane handelingen moeten afleiden teneinde voorspellingen te doen over toekomstige handelingen
    • er wordt dus altijd vergeleken tussen wat personen in twee of meer opdrachten of situaties doen
    • om deze tests iets te laten zeggen over de theorie zal moeten worden verondersteld dat de persoonlijke voorkeuren stabiel zijn.
    • stabiliteit: persoonlijke voorkeuren zijn stabiel gedurende de onderzoeksperiode
  • invariantie

     

    persoonlijke voorkeuren zijn ongevoelig voor irrelevant veranderingen in de context en omgeving van het beslissingsproces

  • ordinale keuzetheorie vs kardinale keuzetheorie

    het model van besluitvorming onder zekerheid is sterk vereenvoudigd: er wordt aangenomen dat personen precies weten hoe hun keuzes zullen uitpakken

  • kardinaal nut

    • wordt gemeten op een kardinale schaal
    • er dienen willekeurig twee getallen te worden toegeschreven
    • deze worden bepaald aan de hand van een zogenaamde affine transformation: Y=aX+B
  • kritieken rationele keuze-theorie

    de voorkeuren van mensen voldoen niet altijd aan de veronderstellingen van ordinale en kardinale rationele keuzetheorie:

    • allais paradox
    • afkeer van verlies (loss aversion) / framing
    • hyperbolische verdiscontering
  • allais paradox

    in strijd met strong independence, mensen kiezen A1 en A4.

     

  • afkeer van verlies/ framing

    • empirische vastgesteld dat mensen ten opzichte van een bepaalde uitgangsposities grotere waarde toekennen aan een verlies dan aan een even hoge winst.
    • soms aangeduid als het endowment effect
    • in strijd met invariantie
  • hyperbolische verdiscontering

    • mensen lijken het heden veel zwaarder te waarderen dan de toekomst
    • de toekomst wordt niet exponentieel maar eerder hyperbolisch verdisconteerd
    • leidt tot een verandering in voorkeuren (preference reversals)
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Example questions in this summary

Wat doet welfare economics?
1
Wat is een pareto-verbetering?
1
Wanneer pareto-optimaal?
1
Wat is het eerste theorema van welfare economics?  
1
Page 1 of 50