Summary Percent / 1 theorieboek VWO / deel Economie bovenbouw

-
ISBN-10 9042538864 ISBN-13 9789042538863
686 Flashcards & Notes
82 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Percent / 1 theorieboek VWO / deel Economie bovenbouw ". The author(s) of the book is/are H Duijm. The ISBN of the book is 9789042538863 or 9042538864. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Percent / 1 theorieboek VWO / deel Economie bovenbouw

  • 1 Keuzes maken

  • De prijselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid geeft de mate weer waarin de gevraagde hoeveelheid reageert op een prijsverandering.

    prijsdaling zorgt voor een toename van de gevraagde hoeveelheid.

    Prijsstijging zorgt voor een afname van de gevraagde hoeveelheid.


    Marktomzet = p x qv


    Omzet = prijs x afzet


    Relatief elastische vraag - de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid is groter dan de procentuele verandering van de prijs.

    Prijsstijging leidt tot een toename van de omzet.

    Prijsstijging leidt tot een afname van de omzet.


    Relatief inelastische vraag - de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid is kleiner dan de procentuele verandering van de prijs.

    Prijsdaling leidt tot een afname van de omzet

    Prijsstijging leidt tot een toename van de omzet.

  • Economie gaat over schaarste. Schaarste is de spanning tussen de menselijke behoeften en de beschikbare middelen om in die behoeften te voorzien. Daardoor moeten mensen dus keuzes maken, waarbij allerlei factoren een rol spelen. Die factoren zijn soms uit te drukken in geld en soms niet.
  • Afbakening van markten heeft te maken met of goederen substitueerbaar zijn.

    Substitueerbaar – Goederen zijn substitueerbaar als ze in de ogen van de consument door elkaar kunnen worden vervangen.

    Marktvormen:

    Het aantal vragers en aanbieders
    De aard van het goed
    De doorzichtigheid (transparantie) van de markt
    De hoogte van de toetredingsbarrières

    Aantal vragers en aanbieders:
    één aanbieder
    – er zijn geen substituten, je moet het product dus bij de monopolist halen. (paspoort)

    Weinig aanbieders – aanbieders houden bij hun handelingen rekening met de reacties van andere aanbieders. Er kan een prijzenoorlog ontstaan, door concurrentie. (supermarkten, auto-industrie, olie-industrie en vliegtuigindustrie)

    Veel aanbieders – de individuele aanbieder kan geen invloed uitoefenen op de marktprijs. Vooral bij agrarische grondstoffen. (tarwe, koffie, cacao, melk)

    Aard van het product:
    Een product voorziet bepaalde behoefte. De consument zal zo geen verschil zien tussen 2 pakken suiker, of verschillende soorten aardappelen. Dit soort producten zijn homogene goederen. Er kan ook geen prijsverschil zijn. Homogene goederen komen nauwelijks voor.

    Homogene goederen – goederen die op volkomen gelijke wijze voorzien in een bepaalde behoeften.

    Heterogene goederen – goederen die hoewel ze in dezelfde behoefte voorzien, in de ogen van de consument toch van elkaar verschillen. (televisie)

    Productdifferentiatie – producenten doen veel moeite om zijn product te onderscheiden van de producten van andere producenten. Door verschil in verpakking, merk en wijze van verkoop. Door productdifferentiatie worden homogene goederen heterogeen. (toiletzeep, wasmiddelen, margarine)

    Doorzichtigheid van de markt :
    Een markt is doorzichtig (transparant) als de vragers en aanbieders op de hoogte zijn van alles wat er op de markt gebeurt.

    Vreemde valuta’s zijn homogene goederen, de vrager let alleen op de prijs en koopt dus ook de goedkoopste.

    Hoogte van de toetredingsbarrières:
    Toetreding tot de markt. Vrije toetreding houdt in dat iedereen een bepaald product wil kopen of verkopen en dat iedereen hiertoe in de gelegenheid is. Dat is niet altijd zo, bijvoorbeeld alcohol.

     

    Aantal vragers Aantal aanbieders Aard product Marktvorm veel één homogeen monopolie veel weinig heterogeen heterogeen monopolie veel weinig homogeen homogeen oligopolie veel veel homogeen volkomen concurrentie veel veel heterogeen monopolistische concurrentie

     

    één aanbieder en geen substituten = monopolie (waterleidingsbedrijf)
    Weinig aanbieders die rekening moeten houden met elkaar = oligopolie (vliegtuigindustrie)
    homogeen oligopolie komt nauwelijks voor.
    Twee bedrijven delen de markt = duopolie (markt voor grote verkeersvliegtuigen)
    Veel aanbieders en een homogeen product = volkomen concurrente (agrarische grondstoffen)
    Veel aanbieders en heterogene producten = monopolistische concurrentie (restaurants)

    Perfect werkende markten – aanbieders kunnen geen enkele invloed op de prijs uitoefenen. Worden prijsnemers genoemd is hoort bij de marktvorm volkomen concurrentie.

    Niet-perfect werkende markten – aanbieders hebben genoeg macht om de prijs te kunnen beïnvloeden. Word een prijszetting genoemd. Monopolie, oligopolie en monopolistische concurrentie.

  • 1.1 Waar gaat economie over?

  • Onbeperkte behoefte aan goederen en diensten:
    Primaire / secundaire behoeften
    Duurzame / niet duurzame goederen

     

    Beperkte hoeveelheid middelen om goederen en diensten te produceren:
    Productiefactoren - Kapitaal, arbeid, natuur en ondernemerschap (KANO)

     

    Schaarste
    Spanning tussen onbegrensde behoeften en beperkte hoeveelheid middelen.
    (Alternatief aanwendbare = voor meerdere doelen te gebruiken)

    - Alles wat geproduceerd moet worden met productiemiddelen is schaars.
    - Schaarste betekent niet perse dat er een tekort van iets is. ( Weggegooide folders zijn ook schaars)

     

    Welvaart
    Mate waarin in behoefte aan goederen en diensten worden voorzien.
    - Enge zin: Productie en inkomen
    - Ruime zin: Ook milieu goederen
    - Meer goederen en diensten produceren betekent niet automatisch meer welvaart als:
    - Behoeften ook toenemen
    - Er ook vervuiling / geluidsoverlast ontstaat waardoor de welvaart van anderen afneemt.
    - Welvaart is subjectief: De ene wil meer goederen, de ander niet.

     

    Welzijn
    Mate van welbevinden / geluk ( gevoelsmatig)
    Het gaat ook om niet produceerbare goederen>
    Bijv. liefde, geborgenheid en gezondheid.

     

    Vrije goederen
    Goederen die niet met productiefactoren geproduceerd hoeven te worden.
    Bijv. Zonlicht, zuurstof, regen.

  • Wat hebben mensen nodig om in hun behoeften te voorzien?

    Goederen

  • Iedereen (huishoudens en ondernemingen) maakt elke dag honderden keuzes. Door het één te kiezen sluit je het ander uit.
  • Economie gaat over schaarste. Schaarste is de spanning tussen de behoeften (wat mensen willen) en de middelen om in die behoeften te voorzien. Een goed is schaars als er iets voor gedaan moet worden en er behoefte aan is, bijvoorbeeld brood of een knipbeurt van je haren. Door deze economische schaarste moeten we dagelijks keuzes maken.  Deze keuzes beïnvloeden onze welvaart  (de mate waarin men in zijn/haar behoeften is voorzien).

    Er zijn twee verschillende soorten goederen:
    • Tastbare goederen (goederen die je kunt aanraken)
    • Niet-tastbare goederen (diensten)

    Tastbare en niet-tastbare goederen kunnen  op hun beurt weer worden opgedeeld in:
    • Alternatief aanwendbare goederen, dat zijn goederen die op verschillende manieren kunnen worden gebruikt zoals hout.
    • Vrije goederen; goederen die in voldoende mate voor iedereen, vanzelf, aanwezig zijn zoals lucht, zon en wind.
  • Wat zijn alternatief aanwendbare goederen?

    Goederen die op verschillende manieren gebruikt kunnen worden

  • Behoeften

    Goederen, middelen

     

    Tastbare goederen - voedingsmiddelen, boeken en vliegtuigen etc.

     

    Niet tastbare goederen - diensten

     

    Alternatief aanwendbaar - Goederen kunnen op verschillende manieren worden gebruikt.

     

    Tijd - alternatief aanwendbaar, je kiest het ene en offert het andere op

     

    Vrije goederen - Je hoeft niks op te offeren, bijv. de lucht die we inademen.

     

    Schaarste - In vergelijking tot onze behoeften zijn er niet genoeg middelen  of de middelen kunnen voor verschillende doeleinden worden gebruikt. (alternatief aanwendbaar)   

    Verwar schaarste niet met zeldzaamheid.

     

    Welvaart

     

    Hoe meer de welvaart toeneemt, hoe meer de welvaart afneemt'.

    Welvaart is subjectief, het is voor iedereen anders.

     

  • Ieder mens heeft bepaalde behoeften en probeert daarin te voorzien. Je "vervult" de (naar jouw mening) belangrijkste of meest dringende behoefte op dat moment. De behoeften richten zich steeds weer op nieuwe producten.
  • Wat is een kenmerk van menselijke behoeften?
    Vernieuwing. 
    De mensenlijke behoeften richten zich steeds weer op nieuwe producten. Zo zijn vliegvakanties tegenwoordig een behoefte, maar vroeger bestonden deze nog niet.
  • Wat zijn vrije goederen

    Goederen waarvoor geen productiemiddelen zijn opgeofferd.

  • Om in behoeften te voorzien heb je goederen nodig. Diensten zijn niet-tastbare goederen. Goederen die alternatief aanwendbaar zijn kun je op/voor verschillende manieren gebruiken. Ook tijd is alternatief aanwendbaar. Ook bestaan er vrije goederen, zoals lucht.
  • Wat is het verschil tussen economische schaarste en zeldzaamheid?
    Producten die in economische zin schaars zijn hadden ook voor andere doeleinden gebruikt kunnen worden (bijvoorbeeld een akker).  Producten die zeldzaam zijn zijn moeilijk te verkrijgen (zoals een gesigneerde poster van Elvis). 
  • Geef twee voorbeelden van alternatief aanwendbare goederen.

    Houten balk, tijd

  • Wanneer spreken we over schaarste?
    1. Er in vergelijking tot onze behoeften niet genoeg middelen zijn
    2. De middelen voor verschillende doeleinden kunnen worden gebruikt (alternatief aanwendbaar zijn)
  • Is tijd alternatief aanwendbaar?
    Ja. 
    Zo Zo had je er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om in plaats van nu te studeren geld te verdienen met een bijbaantje. 
  • Geef twee voorbeelden van vrije goederen.

    Zonlicht, lucht

  • Men spreekt van welvaart als er meer in je behoeften voorzien kan worden door middel van het meer produceren van goederen en diensten. Dus naarmate de schaarste minder wordt neemt de welvaart toe. Alleen brengt het produceren van goederen en diensten ook nadelen met zich mee. Zoals: milieuproblemen en lawaai. Welvaart is een subjectief begrip, iedereen ervaart het anders.
  • Met welke zaken moet men rekening houden als men welvaart meet?
    1. Vernieuwing van behoeften zorgt ervaar dat welvaart niet met dezelfde hoeveelheid toeneemt als de totale productie
    2. Productie kan leiden tot welvaart verlagende neveneffecten 
    3. Welvaart is subjectief en wordt daardoor door iedereen ervaren op zijn of haar eigen wijze. 
  • Wanneer is iets schaars?

    Als er alternatief aanwendbare goederen voor opgeofferd zijn.

  • Wat zijn voorbeelden van vrije goederen?
    Zonlicht, lucht, wind
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

Wat zijn transactiekosten?
8
Wanneer spreken we over schaarste?
7
Wat zijn opofferingskosten of alternatieve kosten?
7
Wat hebben mensen nodig om in hun behoeften te voorzien?
6
Page 1 of 110