Pedicure 2

by (2010)
149 Flashcards & Notes
8 Students
  • This summary
  • +380.000 other summaries
  • A unique study tool
  • A rehearsal system for this summary
  • Studycoaching with videos
Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Pedicure 2

  • 2 P2-T5-H2 Voettypen

  • Welke factoren zijn van invloed op het voettype?
    Evenwichtsvorm, spierkracht en spiertonus
  • Wat is supineren?
    Dat is het kantelen van de voet zodat de mediale rand omhoog gaat en de laterale rand van de voet omlaag. Samen met aanvoeren - adductie
  • Wat is proneren?
    Daar gaat de mediale voetrand omlaag en de laterale omhoog. Samen met afvoeren - abductie
  • Wanneer kun je spreken van een evenwichtsvorm?
    Bij een voetstand waarbij supinerende en pronerende krachten met elkaar in evenwicht zijn.
  • Uit welke twee componenten bestaat spierkracht?
    Draaicomponent en gewrichtscomponent
  • In welke verhouding staan de twee componenten wil er sprake zijn van een evenwichtige, normale spanning in de voet?
    80% gewrichtscomponent en 20% draaicomponent
  • Wat is een spiertonus
    Spierspanning
  • Wat is het effect van een hoge en een lage spiertonus op de beenderen in de voet?
    Bij een lage zal de spanning van de supinatoren en pronatoren een minder sterke druk op het voetskelet uitoefenen. Dan zijn beide bogen lager zonder dat verschil in hoogte verandert..
    Bij een hoge druk oefenen de supinatoren en pronatoren een sterke spanning op de voet uit.  Beide bogen zullen hoog zijn zonder dat verschil in hoogte verandert.
  • Wanneer spreek je van een supinatievorm? 
    De supinatoren zijn sterker - 85% en de pronatoren 15%. Hierdoor moet de voet een hoge mediale en een lage laterale boog hebben. Eenzijdig hoog (de mediale boog). Zo ontstaat een varustype.
  • Wanneer spreek je van een pronatievorm?
    Daar is de verhouding 75%-25%. Hieruit ontstaat het valgustype. Het hoogte verschil in beide bogen is vrij klein. Eenzijdig laag.
  • Wat zijn kenmerken van het excavatusvoettype?
    Door een hoge spier en bandentonus aan de hoge kant. Niet alleen een hoge mediale boog, maar ook een hoge laterale en dwarsevoetwortelboog. Tweezijdig hoog. De supinatoren en pronatoren trekken de bogen zo sterk aan dat de laterale boog ook de bodem niet kan raken. Vrij probleemloos
  • Wat zijn kenmerken van het planustype?
    De tonus van de spieren en spanning van de banden is laag. Ook de lengtebogen hebben een lage stand. De laterale rust op de grond en de mediale is ook lager. Hielbeen en middenvoetsbeenderen staan iets vlakker.
  • Wat zijn kenmerken van het varusvoettype?
    Als het evenwicht richting 85%-15% gaat onstaat deze supinatievorm. De voet staat dus in een meer gesupineerde stand. De richting van de voeten blijft hierdoor niet meer recht, maar krommer en aangevoerd. Mediaal hoog en lateraal zakt op de grond - eenzijdig hoog. 
  • Wat zijn kenmerken van het valgusvoettype?
    Het is een pronatievorm 75%-25%. De laterale boog staat op de bodem en de mediale is door lage tonus zo ver gezakt dat het hoogteverschil niet zo groot meer is.
  • Met welke methoden kun je herkennen met welk voettype je te maken hebt?
    1. Kijjk naar de richting van de voet - Excavatus en planus recht, varus aangevoerd, valgus afgevoerd.
    2. Kijk of de booghoogte eenzijdig hoog of laag is, of dat de bogen tweezijdig hoog of laag zijn. Ex + planus tweezijdig. Varus en valgus eenzijdig.
  • Welke twee problemen kunnen er bij het afwikkelen van de schrede met varustype toe leiden?
    1. Bij het vooroverkomen van het onderbeen kan de last in de gewrichtslijn van Chopart (articulatio calcaneo cuboiïdea) in de laterale richting gaan werken.
    2. De mediale boog kan zo hoog zijn dat de overheveling van lateral naar mediaal extra moeilijk wordt.
  • Hoe is het hielbeen bij het valgustype gekanteld?
    Enigszins naar mediaal
  • 6 P2-T5-H6 Goede schoen

  • Wat zijn de drie functies van de schoen?
    1. Goede schoenen beschermen de voet tegen de bodem, temperatuurwisselingen en vocht.
    2. Goede schoenen voorkomen voetklachten en ze passen optimaal.
    3. Goede schoenen kunnen bestaande voetklachten verlichten of verhelpen.
  • Aan welke zeven eisen voldoet een goed schoen?
    1. Solide materiaal
    2. Vochtwerend
    3. Buigzaam
    4. Absorberend en ventilerend
    5. Beschermend
    6. Ondersteunend
    7. Juiste pasvorm - juist lengte en wijdtemaat.
  • Uit weke drie onderdelen is de schoen opgebouwd?
    1. Bovenwerk
    2. Binnenwerk
    3. Onderwerk.
  • Welke type schoenen ken je (4)
    1. Normale schoen
    2. Bergschoen
    3. Kinderschoen
    4. Seniorenschoen.
  • Wat zit er bij de molière aan de voorzijde van de hielpanden?
    Gaatjes voor veters
  • Uit welke zes onderdelen bestaat het bovenwerk (schacht) van de normale schoen:
    1. Voorblad met neus
    2. Hielpanden
    3. Tong
    4. Voering
    5. Contrefort
    6. Neusversteviging (onderneus)
  • Wat is de functie van de voering, het contrefort en de neusversteviging?
    • Voering dient ter versteviging of afwerking van het interieur
    • Contrefort (hielstijf) houdt het hielbeen van de voet in de juiste stand en behoudt de oorspronkelijke vorm van de hielpartij. Het zit tussen de voering en het overleer ingeplakt
    • Neusversteviging (onderneus) beschermt de tenen en houdt de neuspartij in model.
  • Uit welke onderdelen bestaat het binnenwerk van de normale schoen?
    Uit de binnenzool en de cambreur (gelengveer)
  • Van welk materiaal wordt de binnenzool en de cambreur meestal gemaakt?
    Binnenzool van stevig materiaal - leervervangend materiaal

    Cambreur van metalen versteviging; soms ook van kunststof.
  • Wat is de functie van de binnenzool en de cambreur?
    Binnenzool is het fundament van de schoen - bepaalt het draagcomfort en is 2,5-3 mm dik.

    Cambreur verstevigt het geleng en voorkomt doorbuiging van de schoen.
  • Uit welke vijf onderdelen bestaat het onderwerk van de normale schoen?
    1. Loopzool
    2. Hak
    3. Achterflap
    4. Rand (bij Mackay en Goodyearschoenen
    5. Tussenzool.
  • Op welke plaatsen bevinden zich de vijf onderdelen van het onderwerk?
    1. Loopzool maakt contact met de grond
    2. Hak zit achter onder de schoen
    3. Achterlap is de laagste laag materiaal van de hak - die raakt de grond
    4. Rand - langs de buitenkant van de zool
    5. Tussenzool zit tussen de loopzool en de binnenzool - maakt sterk en waterdicht.
  • Wat is leer?
    Leer is gelooide dierenhuid - sterk, ventileert en heeft sterk isolerend en groot aanpassingsvermogen.
  • Wat is looiing?
    Door looiing ontstaat leer: 
    1. Mechanisch schoonschrapen van huid, 
    2. zwellen van resterende lederhuid, 
    3. weken van gezwollen huid in water met looistof
    4. Drogen van de huid met de looistof, óf eerst de looistof eruit spoelen en dan drogen.
  • Wat is het verschil tussen de plantaardige en de chemische looiing?
    Bij plantaardige vult de looistof de tussenruimte van de vezels - geschikt voor bovenwerk zware schoenen;

    Bij chemische (chroomlooiing) wordt chroomaluin gebruikt en dat fixeert zich op de vezels. Het wordt weer uitgespoeld voordat de huid gedroogd wordt. - soepel en zacht voor bovenwerk van de schoen.
  • Wat zijn de belangrijkste leersoorten die bij schoenfabricage worden gebruikt? (6)
    1. runderleer
    2. Geitenleer - luxe damesschoenen
    3. Schapenleer - als vacht in pantoffels en laarzen
    4. Suède - overleer
    5. Reptielleer - overleer 
    6. Kunstleer - syntetische vezels gemengd met leervezels.

  • Wat is een croupon?
    Een croupon is het belangrijkste deel van een gelooide huid en heeft een kortvezelige structuur en het beste deel ervan heet de kern.
  • Welke soorten runderleer bestaan er? (3)
    1. Kalfs (kalfsleer of bokcalfs) stevige dames en herenschoen en suède
    2. Mastbox (van mestklalven) minder zwaar beroepsschoenen en kinderschoenen.
    3. Runds (boxrunds of rundbox) gemaakt van volwassen runderen - loop, binnen en tussenzolen en achterlappen
  • Waar wordt geitenleer voor gebruikt?
    Luxe damesschoenen
  • Wat is suède?
    Overleer dat met de vleeszijde naar buiten wordt gedragen.
  • Wat is het verschil tussen suède en runderleer:
    Suède is ongeschikt om met de nerfzijde naar buiten te dragen - daarom zijn kleine nerfbeschadigingen niet erg.
  • Van welke reptielen wordt reptielenleer gemaakt?
    Van krokodillen en slangen.
  • Wat is kunstleer?
    Kunstleer bestaat uit synthetische vezels, gemengd met leervezels
  • Waarom worden er ook andere materialen gebruikt dan leer?
    Omdat leer duur is en andere materialen zijn in het algemeen goedkoper.
  • Wat is textiel?
    een verzamelnaam voor materiaal dat uit natuurlijke of kunstvezels bestaat.
  • Wat zijn de bekendste textielsoorten? (6)
    1. Linnen - bovenwerk schoen en bij zomerschoenen
    2. Katoen - voering van schoen en  bij zomerschoenen
    3. Nylon - bovenwerk van sport en zomerschoenen
    4. Flanel- binnenvoering van de schacht
    5. Vilt - pantoffels
    6. Kameelharen - voering van pantoffels
  • Op welke plaats in de schoen wordt kurk gebruikt?
    Als balplak (gemalen kurk met lijm) als opvulling tussen binnenzool en het onderwerk.
  • Wat zijn de voor en nadelen van het gebruik van rubber voor de loopzool?
    Natuurlijk rub kan bij temperatuurschommelingen van vorm veranderen en kan slecht tegen licht, olie, zuurstof en bepaalde chemicaliën. Synthetisch rubber ademt niet. En sommige mensen zijn allergisch voor rubber. 
  • Wat is het voordeel van het gebruik van kunststoffen?
    De materialen zijn vaak zeer sterk en licht van gewicht. 
  • Wat is een leest?
    Een vorm of model van een voet waaromheen en schoen wordt gemaakt.
  • Leg uit hoe je de leest kunt indelen naar plaats, in partijen, in lijnen en in omvangsmaten
    Plaats - bovenwerk heeft 4 plaatsaanduidingen: Kam, bovenflanken onderflanken en acherlijn.

    Partijen - Hiel, Geleng, Wreef, Bal en Neuspartij

    Lijnen - hiel, binnen en buitengeleng, bal, voorom en achteromlijn en de hielpunt en balpunt

    Omvangsmaten - Hiel, Wreef, en Balmaat.
  • Wat is de basis methode voor de fabricage van schoenen?
    1. Binnenzool wordt bevestigd op de leest
    2. Schacht wordt in model gespannen over de leest - 1,5 cm groter dan binnenzool - dat heet zwikinslag
    3. Zwikinslag van de schacht wordt met lijm of spijkerstjes vastgemaakt op binnenzool - zwikken
    4. Cambreur, loopzool en hak worden vastgezet. Kuilen e.d. worden opgevuld - meestal met gemalen kurk en lijm - balplak
    5. schoen wordt afgewerkt en de leest wordt weggehaald.
    6. Schacht (bovenwerk) kan op 4 manieren worden bevestigd - gelijmd, genaaid, flexibele maakwijze (combi) of gevulkaniseerde maakwijze (gegoten).
  • Leg uit op welke vier productiewijzen de schacht aan de binnenzool wordt gezwikt.
    Schacht (bovenwerk) kan op 4 manieren worden bevestigd - gelijmd, genaaid, flexibele maakwijze (combi) of gevulkaniseerde maakwijze (gegoten).
     

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

Uit welke zes onderdelen bestaat het bovenwerk (schacht) van de normale schoen:
2
Wat zijn confectiezolen en wat is hun functie?
1
Wat zijn maatwerkzolen en wat is hun functie?
1
Wat zijn correctiezolen en wat is hun functie
1
Page 1 of 36