PAB aantekeningen

by
115 Flashcards & Notes
5 Students

Study smarter with eFaqt summaries

  • Available on desktop, tablet, mobile & print
  • Questions with answers about the material
  • Access to 300 000 online summaries
  • Smart study features & timers for more results

Get this summary

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Samenvatting - PAB aantekeningen

  • 1 PAB aantekeningen

  • Wat is een Hermann Grid? 
    Een visuele illusie waarbij zwarte vierkanten met daartussen witte stukken zijn afgebeeld. Mensen zien op de kruispunten tussen de zwarte vierkanten zwarte puntjes. Dit is een illusie die komt doordat de On-center cel in de periferie veel witte vlakken heeft waardoor er een zwakkere respons optreed in het midden van de cel. 
  • Hoe worden objecten op het netvlies geprojecteerd? 
    Ondersteboven 
  • Uit welke cellen bestaat het retina en waar zijn deze gevoelig voor?
    - Kegeltjes zijn gevoelig voor kleur en zitten vooral in de fovea.
    - Staafjes zijn gevoelig voor licht veranderingen en intensiteit.
  • Wat is de volgorde van cellen vanaf de buitenkant van het oog naar de binnenkant toe? 
    Kegeltjes en staafjes --> bipolaire cellen --> ganglion cellen
  • Wat is Macular Degeneration? 
    Schade aan het netvlies, zowel nat (bloed) als droog (te weinig bloed).
    Deze schade uit zich in problemen met zien in het centrale veld zoals verdraaiingen van het beeld en zwarte vlekken. 
    Macula = gele vlek
  • Wat is Glaucoma? 
    Een te hoge druk in het oog door glasvocht waardoor de bloedvaten dichtgedrukt worden en delen van het retina (netvlies) afsterven.
  • Wat is de verhouding van zenuw vezels en fotoreceptoren? 
    1 zenuw : 120 fotoreceptoren
  • Hoe geven de fotoreceptoren hun signalen af?
    Door graded potentials, de ganglion cellen geven pas actiepotentialen af. Wanneer het pigment van de cellen licht ontvangt valt het uiteen en verandert het potentiaal wat in de volgende cellen een actiepotentiaal teweeg brengt. 
  • Wat houden ON en OFF signals van de ganglion cellen in? 
    Dat er ganglion cellen zijn die vuren als er geen licht is en andere die vuren als er juist wel licht is, 
  • Wat is Center-Surround organisatie? 
    Ganglioncellen focussen op contrast en niet op lichtintensiteit. Ze hebben een circulair visueel veld met of in het centrum een gevoeligheid voor licht en in de periferie gevoeligheid voor donken of andersom. 
  • Wat voor informatie over verandering wordt er dankzij de Center-Surround organisatie naar de hersenen gestuurd? 
    Spatiele en temporele verandering van de lichtverdeling over het visuele veld. 
  • Voor hoeveel verschillende soorten golflengtes zijn mensen gevoelig en hoe heten deze verschillende soorten?
    4 verschillende soorten. Rode kegeltjes, groene kegeltjes, blauwe kegeltjes en staafjes. (Rood is voor lange golflentes, blauw voor korte en groen voor middellange). 
  • Noem twee soorten ganglioncellen en hun kenmerken
    Midget cellen: 
    - verkrijgen 1 op 1 informatie van kegeltjes
    - rood-groen en blauw-geel center surround organisatie
    - kleine receptieve velden
    - slow sustained response
    - hoge spatiële frequentie
    Parasol cellen:
    - krijgen input van meerdere kegeltjes
    - zijn niet kleurgevoelig
    - lage spatiële frequentie
    - fast transient response
    - snel reageren op veranderingen in de omgeving (beweging)
  • Wat is een functie van de hypothalamus wat betreft ritme?
    Dag- nachtritme bijhouden door licht wat op het netvlies valt 
  • Wat doet het pretectum?
    Scherpstellen van de lens en pupil
  • Wat doet de superior colliculus? 
    Deze is verantwoordelijk voor de oriënting movement: het draaien van het hoofd en de ogen naar veranderingen in de omgeving
  • Welke twee routes zijn er naar de lateral geniculate nucleus (doorgeefstation) en waar ontvangen zij hun informatie van?
    Parvocellulaire: ontvangt informatie van de midget cellen van een deel van het visuele veld. Gevoelig voor kleurcontrast en hoge spatiële frequentie.
    In de ventrale route is deze overheersend.
    Magnocelluaire: ontvangt informatie van de parasol cellen van een deel van het visuele veld. Gevoelig voor beweging, snelle verwerking maar lage spatiële frequentie.
    Deze is overheersend in de dorsale route. 
  • Leg het concept van "global precedence" uit
    Dit is onderzoek waaruit blijkt dat de globale letters sneller verwerkt worden dan de lokale letters waaruit de globale letter is opgebouwd. Blijkbaar wordt er met een lage spatiële frequentie (magnocellulaire route).
    De globale verwerking vindt vooral plaats in de rechter hemisfeer en lokale verwerking in de linker hemisfeer
  • Is er een hiërarchische structuur in het visuele systeem? 
    Ja er is een retinotope representatie van gezichtsvelden in de cortex terug te vinden. 
  • Welke twee manieren van cortical mapping zijn er en wat houden deze in?
    Angular position: boven, onder, links of rechts t.o.v. een middelpunt
    Eccentricity position: centraal of in de periferie t.o.v. een middelpunt
    Samen vormen deze de stucturen die wij kennen V1, V2, V3 enz. 
  • Blijft de informatie van beide ogen ook in V1 gescheiden? 
    Ja, zelfs van magnocellulaire en parvocellulaire delen blijft het gescheiden. Deze gescheiden gebieden heten oculair dominance collums
  • Wat is amblyopia? 
    Een lui oog. Dit ontstaat doordat er onderdrukking is van de input van een oog. Tijdens de ontwikkeling kan dit ervoor zorgen dat de input van dat oog minder plaats in V1 inneemt en de oculair dominance column dunner wordt dan die in het andere oog. 
  • Wat zijn de kenmerkende structuren van V1 en V2?
    Puntjes (blobs) in V1 en strepen in V2
  • Hoe zijn cellen in de visuele cortex geordend? 
    Ze reageren op lijnoriëntatie. V1 bestaat uit oriëntatie kolommen van verschillende oriëntaties van lijnen in het receptieve veld. Er is een duidelijke hiërarchie terug te zien in de visuele cortex van de verschillende lijnen. "Retinoptic mapping"
  • Wat is de hypercolumn?
    Een model wat aangeeft hoe gestructureerd alles is in V1. Linker en rechter oog column blijven gescheiden (oculair dominance) en de verschillende lijnoriëntaties ook.
    Blobs, oculaire dominance en orienting tuning zijn samen een hypercolumn voor elk deel van het visuele veld. --> processing unit 
  • De hiërarchie van cortical processing (lijnoriëntatie) 
    LGN (lateral geniculate nucleus) --> simple cells --> complex cells --> hypercomplex cells.

    Simple cel:
    vuren bij flitsende ballkje in een bepaalde oriëntatie, onafhankelijk van locatie en beweegrichting
    Complex cel: vuren bij bepaalde richting en beweegrichting van een balkje
    Hypercomplex cel: vuren bij richting en exacte grote van een stimulus en heeft een sterke inhibitie om het stimulus gevoelige gebied. 
  • Wat houdt "color constancy" in? 
    Het feit dat we ongeacht de kwaliteit van licht (avond/ochtend) objecten in dezelfde kleur blijven zien.
    Dit komt omdat het contrasteert met anderen voorwerpen die ook een andere kleur krijgen afhankelijk van de kwaliteit van licht.
    Dit gebeurt in V4.
  • Wat zijn corticale- en retinale kleurenblindheid?
    Bij corticale blindheid kan men alleen nog maar zwart en wit zien. Bij retinale blindheid kan men nog wel de meeste kleuren zien maar is er vaak een kleur die als zijn tegengestelde kleur wordt gezien (kleurenblind). V1 verwerkt alleen golflengtes, in LGN wordt relatieve kleur verwerkt en V4 integreert alle kleurinformatie (kleur constantie). 
  • Wat is akinetopsia?
    "Motion blindness". Dit is een afwijking waarbij de persoon geen beweging kan zien maar alles in flitsende losse plaatjes (foto's) ziet bewegen. 
  • Wat is het aperture probleem? 
    Het detecteren van beweging door een vast visueel veld is niet exact genoeg aangezien veel verschillende lijnen met andere eigenschappen als gelijk kunnen worden beschouwd als de lijn alleen in een klein visueel veld komt. Het is ambigu. Een lijn kan alleen omhoog bewegen of omhoog bewegen en tegelijkertijd zijwaarts, maar deze lijnen worden dan als hetzelfde gezien. Dit probleem doet zich voor bij cellen in V1. Dit komt door kleine receptieve velden. 

    Cellen in hogere delen hebben een oplossing gevonden voor dit probleem namelijk "plaid motion": een raster van twee losse componenten die over elkaar heen schuiven. Cellen in V1 en V3 reageren alleen op de losse componenten maar cellen in MT reageren op het raster. 
  • Waar zijn neuronen in V2, V4 en IT gevoelig voor? 
    V2: Voor illusoire contouren. 
    V4: Voor complexe vormen en radiale frequentie (hoeveel uitstulpsels een figuur heeft). 
    IT (inferior temporaal): voor abstracte ingewikkelde vormen. En handen en gezichten. 

    ==> Hiërarchische corticale processen van simpel naar steeds meer ingewikkeld. 
  • Wat is de rol van de colliculus superior?
    Deze zorgt ervoor dat retinotoptic mapping wordt omgezet in saccade vector mapping (dieper in de cortex gelegen). Dit zorgt ervoor dat de plaats van het object ook wordt erkend en door middel van saccades wordt de stimuli dan in het midden van het gezichtsveld geplaatst, in de fovea. 
  • Welke reference frames bestaan er en wat zijn de bijbehorende hersengebieden die hierbij actief zijn? 
    - Retinaal (V1, V3, MT) eindpunt t.o.v. het fixatiepunt 
    - Hoofd (VIP) eindpunt t.o.v. het hoofd
    - Lichaam (area 5, PRA) eindpunt t.o.v. lichaam
    - Hand: (PRR) afstand en richting vanaf beginpunt van hand naar eindpunt

    Positie kan ook veranderd worden van retinaal naar een van de andere reference frames. Dit gebeurt door de VIP en LIP (parietaal).

    VIP: receptieve veld gaat mee met hoofdbeweging en verplaatst dus niet. Er zijn 3 soorten cellen in VIP; head-centered (RF verschuift t.o.v. retina maar staat vast t.o.v. het hoofd), gain modulation (afhankelijk van oogpositie) en een combinatie van deze twee.
    Deze neuronen veranderen hun responsie als gevolg van oog positie.
  • Hoe wordt retinotopic mapping omgezet naar motor mapping? 
    Dit gebeurt in de pariëtale cortex door impliciete en explicitiete kennis van de locatie van het hoofd t.o.v. het object (alle coördinatie frames). Het lichaam weet waar ogen, hoofd en armen zitten t.o.v. het lichaam en kan zo berekenen hoe een beweging moet worden uitgevoerd (naar het juiste eindpunt --> endpoint moving). 
    Pariëtal reach area is belangrijk bij de berekening. 
  • Hoe werken object identification en spacial location taken?
    Object identification: er zijn twee blokken maar de een heeft een kruisje en daar zit altijd eten onder. Dus hier moet het kruisje worden herkend. 
    Temporaal kwab laesies verstoren deze taak.
    Spacial location: er zijn twee blokken maar de een die steeds het dichtst bij een ander object is geplaatst bevat het eten. Dus hier moet worden bepaald waar de objecten zich ten opzichte van elkaar bevinden.
    Pariëtaal kwav laesies verstoren deze (Landmark) taak.  
  • Wat zijn twee opvattingen over de dorsale en ventrale route?
    - Een is n.a.v. het onderzoek met object identification en spacial location. De dorsale route is volgens dit onderzoek voor het omzetten van visuele informatie naar een beweging (spatieel). De ventrale route is voor het omzetten van visuele informatie naar het geheugen zodat er herkenning van een bepaald object optreed (object identificatie).

    - Een ander onderzoek van Milner & Goodale heeft iets andere definities voor de twee routes. De dorsale route is volgens hun voor acties en handelingen en de ventrale route voor perceptie en herkenning van objecten. 

    • Slot task

    Visuele agnosie: kon wel de disc erin doen maar had moeite met de oriëntatie van de disc ten opzichte van de gleuf. 

    • Oprapen van objecten met twee vingers

    Visuele agnosie, ventrale laesie: geen herkenning object maar wel goed oppakken van voorwerp. 
    Optische apraxie, dorsale laesie: wel herkenning van het object maar niet goed kunnen oppakken van voorwerp.
    • Ebbinghaus illusie

    Twee condities: 1. Perceptueel verschillend maar fysiek anders. 2. Perceptueel gelijk maar fysiek anders. De middelste ring moest worden opgepakt met twee vingers. De vingerafstand werd groter bij de visuele illusie dat de cirkel groter was. Maar allen perceptie wordt door de visuele illusie beïnvloed. Als mensen meteen de cirkel moesten oppakken zonder lang ernaar te kijken klopte hun vingerafstand met de realiteit hoewel hun perceptie voor de gek werd gehouden. 

    Dus ventraal gaat over wat een object is en het bewust zien en dorsaal gaat over de acties en het onbewuste juist handelen met een object. 
    Perceptie is gevoelig voor illusies
    Actie is niet gevoelig voor illusies
    Geheugen geleide actie is gevoelig voor illusies
  • Welke structuur volgen cellen in het visueel systeem wat betreft receptieve velden?
    Een hiërarchische structuur: steeds verder ontwikkelde structuren verder in de hersenen gelegen hebben steeds grotere receptieve velden. 
    (cellen hebben niet alleen allemaal hun eigen receptieve veld maar ook hun specifieke eigenschap waar ze op reageren zoals kleur of vorm.)
  • Wat is het "binding problem" van perceptie?
    Dit gaat over hoe we objecten herkennen en vooral over hoe en waar alle losse delen van informatie van verschillende cellen samen komen om een geheel beeld te vormen. 
  • Noem twee regels van perceptuele organisatie
    1.  er is minimale informatie nodig (aan alleen contouren kan een beeld worden begrepen).
    2.  er is kennis van objecten en personen bij betrokken waardoor herkenning plaats vindt (geheugen). Perceptueel leren. 
    Voorbeelden van kennis die bijdragen aan het ontcijferen van beelden zijn:
    -licht komt van boven (schaduwen dus aan de onderkant voor bolle voorwerpen en aan de bovenkant voor holle voorwerpen)
    - gezichten hebben neuzen die naar buiten steken  
  • Wat is perceptuele organisatie?
    Van losse informatie wordt een geheel perceptueel beeld gemaakt. Dit gebeurt automatisch en volgens bepaalde regels. Het vereist minimale informatie en wordt beïnvloed door aandacht en geheugen. 
  • Wat zijn de 7 "Gestalt Rules" van perceptuele organisatie?
    • Proximity
    • Similarity (vorm & kleur)
    • Connectedness 
    • Common fate (delen die samen bewegen)
    • Good continuation
    • Symmetry (voorkeur over asymmetrie)
    • Closedness (convex: bolle figuren worden geprefereerd over concave: holle figuren)
  • Noem de eigenschappen waarop "similarity" verschillende vormen onderscheiden
    - Oriëntatie
    - Richting van beweging
    - Diepte
    - Spatiële frequentie
    - Verlichting
    - Kleur

    Het is moeilijk om een verschil te zien tussen verschillende stimuli in een patroon wanneer de basisvormen van de stimuli overeen komen. 
    Hoeveel de stimuli dan minimaal van elkaar moeten verschillen om ze als apart te kunnen beschouwen is een moeilijke vraag. 
  • Wat is "apperceptive agnosia"?
    Dit is een vorm van agnosie waarbij men de losse delen van informatie niet in een geheel beeld kunnen vormen. Het benoemen van losse kenmerken van stimuli gaat nog wel. ==> geen perceptuele organisatie
    Meestal is de schade in de rechter hemisfeer.
    Taken die slecht gaan:
    - Gollin picture task: alleen een paar streepjes van de tekening zijn overgelaten
    - Natekenen 
    - Abnormale gezichtspunten voorwerp herkenning
    - Schaduwen bij voorwerpen
  • Wat is "integrative agnosia"?
    Dit lijkt op apperceptieve agnosie maar is iets milder van vorm. ==> geen perceptuele organisatie
    Taken die slecht gaan: 
    - Natekenen gaat als geheel en niet gegroepeerd per herkenbaar object
    - Overlappende objecten worden niet los van elkaar herkend
    - Problemen met groeperen van informatie
    Taken die wel goed gaan zijn het herkennen van objecten vanaf abnormale gezichtspunten.
    Problemen met onderscheiden 
  • Wat zijn de twee oplossingen voor het "binding problem" van perceptie?
    Hiërarchische feedforward convergence: verschillende cellen nemen verschillende delen van informatie op en geven dit door in een hiërarchie waarvan de bovenste laag cellen bevatten die gehele objecten representeren. Deze worden dan geactiveerd door alle stukjes informatie. Cellen in de ITC reageren op handen of gezichten. Pontifical cells = grandmother cells. Probleem: er zouden dan te veel neuronen moeten zijn als alles een eigen representatie heeft en nieuwe stimuli kunnen niet al een representatie hebben.
    Dynamical assembly coding: groepen neuronen representeren samen een object. Elke cel codeert voor een specifiek kenmerk en samen vormen deze een geheel percept. Deze individuele cellen die op een bepaald kenmerk focussen kunnen in verschillende combinaties worden gebruikt om voorwerpen te herkennen. Synchronisatie (van cellen die een zelfde voorwerp coderen) en feedback (connectiviteit) zijn nodig voor de onderlinge informatie uitwisseling tussen deze cellen. Zo weten de hersenen welke delen bij elkaar horen. 
    Horizontale vezels in V1 verbinden cellen met dezelfde oriëntatie voorkeur van lijnen. Ook doen ze dit met cellen met collineaire receptieve velden. 
    De horizontale cellen in V1 representeren Gestalt regels: proximity, similarity & good continuation. 
  • Wat is de FFA (fusiform face area)?
    Een gebied in de inferior temporaal kwab en "fusiform gyrus" waarin cellen alleen vuren bij het zien van een gezicht. Ze reageren altijd op alle gezichten maar sommige zijn gevoelig voor de oriëntatie van het gezicht. Wanneer essentiële delen van gezichten missen vuren deze cellen veel minder.
    (het grootste deel van de FFA zit aan de rechterkant)
  • Wat is de PPA (parahippocampal place area)?
    Deze cellen reageren alleen op landschap, huizen en gebouwen maar niet op andere door de mens gemaakte dingen. Het gebied zit onder de FFA.
  • Wat is prosopagnosie?
    Dit is een afwijking (bilateraal of rechts) waarbij men geen gezichten meer kan herkennen. Er wordt geen compleet beeld gemaakt van gezichten. Mensen kunnen we gewoon objecten herkennen. 
  • Waar had patiënt C.K. met integratieve agnosie moeite mee?
    Met het herkennen van objecten. Hij kon wel goed gezichten herkennen: in een afbeelding van een schaal met groente kon hij niks betekenisvol zien maar toen de afbeelding werd omgekeerd herkende hij wel het gezicht was in de groentes verscholen zat. 
  • Kunnen mensen met prosopagnosie ook onbewust geen gezichten herkennen?
    Jawel! Ze reageren (volgens de SCR) meer op bekende dan op onbekende gezichten hoewel ze rapporteren niemand te kunnen herkennen. 
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Example questions in this summary

Wat is een Hermann Grid? 
4
Hoe worden objecten op het netvlies geprojecteerd? 
4
Uit welke cellen bestaat het retina en waar zijn deze gevoelig voor?
4
Wat is de volgorde van cellen vanaf de buitenkant van het oog naar de binnenkant toe? 
4
Page 1 of 29