Summary Neuropsychologische diagnostiek : de klinische praktijk

-
ISBN-10 9085062292 ISBN-13 9789085062295
257 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Neuropsychologische diagnostiek : de klinische praktijk". The author(s) of the book is/are Marc Hendriks ( ). The ISBN of the book is 9789085062295 or 9085062292. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Neuropsychologische diagnostiek : de klinische praktijk

  • 1 anamnese en heteroanamnese

  • Wat is een anamnese en een heteroanamnese?

    Een anamnese is een klachteninventarisatie. Bij een heteroanamnese wordt aanvullende informatie verkregen bij direct betrokkenen.

  • Anamnese
    aard, ernst en verloop van klachten.
  • Ze vinden vaak tegelijk plaats, om de interactie tussen patiënt en directe betrokkene te observeren.

  • schriftelijke uitnodiging
    doel, manier rapporteren, verantwoordelijke psycholoog en recht op inzage blokkering e correctie
  • Nihilitische waan
    Waan van patient dat hij klachten heeft maar niet blijken te bestaa
  • telescoopeffect
    patienten hebben de neiging om gebeurtenissen van lang geleden als recentelijk te beschouwen.
  • Vingeragnosie
    links en rechts verwarren
  • OSAS
    Slaapsyndroom. door 02 tekort. geheugen+ aandachtsproblemen gecombineerd met slaperigheid overdag
  • 2 typen vraagstellingen (lezak
    Diagnostisch en beschrijvend
  • De bruyn 9 typen vraagstellingen
    taxerend, registrerend, verklarend, preventie, voorspelling, indicatie, onderkenning, evaluatie en verheldering
  • Diagnostische cyclys
    Klachtanalyse (wat), probleemanalyse (herkennen, labelen), diagnostestelling (verklarend, maken hypothesen) en indicatiestelling (aanbevelingen behandeling)
  • Syndromen
    cluster symptomen die samen een onderliggende pathologie veronderstellen
  • Halo-effect
    onterecht symptomen benoemen omdat patient dat heeft gezegd of ineens veel positiever over alles denken omdat 1 ding positief is.
  • Corticale functiestoornissen
    apraxie, afasie en agnosie. passen niet bij klassieke psychiatrische stoornissen
  • Foutenmarge
    altijd aanwezig.  1. Standaardmeetfout. 2. predictieve waardes zijn nooit 100% en 3. normpopulatie komt niet geheel overeen
  • Baserate
    a priori kans. vooroordeel
  • Meehl's kardinale fout
    men kiest in de klinische setting nooit voor een kansafweging, omdat ze hun individuele patient niet willen vergelijken met cijfers uit de literatuur. In de praktijk uitgaand van SES, hart en ethische overwegingen
  • Hoofdnormen voor een test
    1. validiteit, betrouwbaarheid en normen. 2. Instrument moet relevant zijn
  • Normen
    Ten minste 400 personen. Geen convenience sample. Belangerijk te controleren voor leeftijd, geslacht en opleiding, representatief
  • Herhaald testen BI
    Binnen BI--> geen verandering. Buiten BI--> verbetering en verslechtering
  • Vaste testbatterij
    Psychometrisch, kwantitatief en gestandaardiseerd. Vroeg detecteren van een stoornis en de ernst ervan.
    voordelen: gestandaardiseerd en genormeerd
    landelijk
    grote groepen
    voor en na operatie
    ook iemand met weinig expertise kan het afnemen
    nadelen:
    tijdrovend
  • Flexibele testbatterij
    Kwalitatief, kan inzoomen op de vraagstelling. aard van de stoornis.
    voordelen: tot in detail
    nadelen: niet genormeerd of genormeerd per test
    hierdoor kunnen lage scores onterecht worden toegeschreven aan lage score
    pas op met missen relevante stoornis
  • vaste kernbatterij
    combi vast+flexibel. 3 soorten
    1. screening-> vaststellen stoornis met beknopt NPO
    2.populatie--> vaststellen specifieke stoornis (epilepsie)
    3. domein --> vaststellen per domein cognitie
  • gedragsneurologie
    kleine, niet gestandardiseerde testjes om symptomen hersenfuncties uit te lokken. Motorische testjes. Basale en sensorisch motorische functies
  • gedragsneurologie
    kleine, niet gestandardiseerde testjes om symptomen hersenfuncties uit te lokken. Motorische testjes. Basale en sensorisch motorische functies
  • Luria-christensen
    testbatterij gedragsneurologie. die alle motorische testjes in een batterij had gezegd. Slecht want over of onderprestatie symptomen
  • Pantopimine opdracht
    Gedragsneurologisch testje voor apraxie
  • meanderfiguur
    gedragsneurologisch testje voor persevereren
  • tweezijdig sensorische stimulatie
    neglect
  • Testing the limit
    maximaal prestatieniveau vaststellen door weghalen stoorfactoren. Bv tijdsdruk weghalen wanneer patient hier moeite mee heeft.
  • Afbreken in de gevallen van:
    hevige emotie
    geen motivatie
    vermoeidheid
  • Computerafname
    voordelen:
    betrouwbaardere responsen
    betrouwbaardere reactietijd
    directe terugrapportage aan patient
    minder noodzakelijk proefleider

    nadelen:
    meten ze wel hetzelfde als pen en papier
    persoonlijkheidsaspecten niet gemeten
    beperkingen open vragen
    test niet op mentale traagheid
  • Directe observatie
    beoordeling gedrag van de patient, directe samenhang met NPO. kan ook buiten testsituatie zijn
  • indirecte observatie
    alle info van betrokkene, briefjes etc. Alles wat niet in relatie staat tot het NPO
  • prefontaal
    verlies iniatief en spontaniteit
  • Frontaal, EF
    problemen zelf structureren gedrag
  • Observatie
    fysieke verschijning, contactname, emotionele reactie, sociailisatie en situatiebegrip, werkhouding, zintuigelijke functies + motoriek, aandacht, taal,
  • Anamnese indeling
    (hetero)Anamnese, vraagstelling, observatie, testresultaten, interpretatie, advies
  • cambidextder
    tweehandigheid
  • choreatoforme bewegingen
    frequent optredende kleine ongewenste bewegingen
  • myoclonieën
    samenspannen spieren
  • motoriek problemen kinderen
    aanwijzing onrijpheid zenuwstelse
  • verbal response latency
    interval tussen wanneer een gesprekspartner is gestopt met spreken en wanneer de ander begint met een reactie
  • Interpreteren
    verklaren van onderzoeksgegevens en er een klinische betekenis aan geven
  • Interne stoorfactoren
    tijsdaspecten, patientkenmerken en laesiekenmerken
  • Kwesties bij interpreteren van testprofiel
    kijk altijd wat de kenmerken van een normgroep zijn, voor welke invloeden de normscore is gecorrigeerd. Grote scoreverschillen zijn statistisch significant en niet toe te schrijven aan ruis. Dit zijn de pieken en dalen en die zijn normaal
  • Premorbide functioneren
    hoe functioneerde patient voordat hij aandoening kreeg. Demografische kenmerken, anamnese (hetero), Holdtests
  • Grote onzekerheid
    matige betrouwbaarheid en een grote BI. Voorzichtig met interpreteren. Wanneer gecorrigeerd voor leeftijd en opleiding neemt betrouwbaarheid toe.
  • Geconormeerde tests
    tests die op dezelfde groep zijn genormeerd
  • Statistisch significante verschillen
    gebaseerd op stnd. meetfouten van de tesy
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

Wat wordt bedoeld met MCI?
2
Wat is een anamnese en een heteroanamnese?
1
Wat wordt verstaan onder operationalisatie?
1
Wat zijn indirecte observaties?
1
Page 1 of 54