Neue Kontakte.

by (2003)
ISBN-10 9001750850 ISBN-13 9789001750855
333 Flashcards & Notes
18 Students

Study smarter with eFaqt summaries

  • Available on desktop, tablet, mobile & print
  • Questions with answers about the material
  • Access to 300 000 online summaries
  • Smart study features & timers for more results

Get this summary

Samenvatting - Neue Kontakte.

  • 1 kapitel 4

  • Wat wenst u?

    Was wünschen Sie?

  • das Dorf (Dörfer)

    het dorp

  • Waar ligt het mes?

    Wo liegt das Messer?

  • die Stadt (Städte)

    de stad

  • houd u van appelgebak?

    mögen sie Apfelkuchen?

  • Hoeveel kost een blikje cola?

    Wie viel kostet eine Dose Cola?

  • die Buchhandlung

    de boekhandel

  • Is hier/deze plaats nog vrij?

    Ist hier noch frei?

  • der Imbiss

    de snackbar

  • der Laden

    de winkel

  • Smaakt de taart?

    Schmeckt die Torte?

  • dürfen

    mogen

  • der Marktplatz

    het marktplein

  • Mag ik de suiker hebben?

    Kann ich den Zucker haben?

  • Gruß gut!

    Guten tag

  • die Bank

    de bank

  • Melk en suiker?

    Milch und Zucker?

  • hoe maak je een ringel-s?

    Alt Gr+s

  • man

    men

  • Wat zouden jullie graag willen doen?

    Was möchtet ihr?

  • ßßßßßßßßßßßßßßßßßßß

    ßßßßßßßßßßßßßßßßßßß

  • het Rathaus

    het stadhuis

  • Hebt u ook Döner?

    Haben Sie auch Döner?

  • die postment

    het postkantoor

  • das Fest

    het feest

  • Heeft het gesmaakt?

    Hat es geschmeckt?

  • Das liegt im Bayern

    dat ligt in Beieren

  • wichtig

    belangrijk

  • En wat neem jij?

    Und was nimmst du?

  • Er wohnt in Schweiz

    hij woont in zwitserland

  • werden

    worden, zullen

  • Een pot of een kopje koffie?

    Ein kännchen oder eine Tasse Kaffee?

  • Wir werden da sein

    Wij zullen er zijn

  • Met slagroom?

    Mit Sahne?

  • nämlich

    namelijk

  • Ga zitten!

    Setz dich!

  • eigentlich

    eigenlijk

  • Er zit een vlieg in mijn Limonade.

    In meiner Limo ist eine Fliege.

     

  • feiern

    feesten

  • Ich bin froh

    Ik ben blij

     

  • teuer

    duur

  • Schau mal!

    Kijk eens!

  • die Kuh (Kühe)

    de koe

  • parken

    parkeren

  • Moment mal =

    Einen Moment. bitte

  • richtig =

    Das stimmt

  • teuer <-->

    billig

  • schnell <-->

    langsam

  • Tut mir Leid!

    Het spijt me!

  • zuerst

    eerst

Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Example questions in this summary

Das liegt in Bayern
2
Tut mir leid
2
zuerst
2
Er wohnt in der Schweiz
2
Page 1 of 82