Summary MBA Bedrijfseconomie

-
ISBN-10 9041507264 ISBN-13 9789041507266
488 Flashcards & Notes
8 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "MBA Bedrijfseconomie". The author(s) of the book is/are J van den Hogen. The ISBN of the book is 9789041507266 or 9041507264. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - MBA Bedrijfseconomie

  • 1 Kernbegrippen I

  • Wanneer is een goed of dienst nuttig?
    Als het een menselijke behoefte kan bevredigen
  • Wanneer is er sprake van schaarste?
    Als er sprake is van het opofferen van andere zaken om het goed of dienst te verkrijgen
  • Hoe worden goederen die nuttig en schaars zijn aangeduid?
    Als economische goederen
  • Welke 3 productiefactoren kent u en welke beloning is kenmerkend?
    - Arbeid --> Loon
    - Natuur --> Pacht
    - Kapitaal --> Interest
  • Wat betekent Staathuishoudkunde?
    De nationale economie
  • Waarop heeft algemene economie betrekking?
    De samenhang tussen producenten en consumenten en consumenten onderling
  • In welke drie vormen kan de algemene economie worden onderverdeeld?
    - Micro-economie
    - Macro-economie
    - Meso-economie
  • Waarop heeft macro-economie betrekking?
    Op de economische verschijnselen die binnen de gehele samenleving optreden.
  • Waarop heeft micro-economie betrekking?
    Op economische verschijnselen van afzonderlijke gezinnen en bedrijven
  • Waarop heeft meso-economie betrekking?
    Op economische verschijnselen binnen een bedrijfstak
  • Waarop heeft bedrijfseconomie betrekking?
    Op de verschijnselen die optreden binnen productieorganisaties
  • Wat is de economische kringloop?
    De consumenten zijn de mensen die arbeid, natuur en kapitaal aan de organisaties ter beschikking stellen. In ruil daarvoor ontvangen ze salaris waardoor ze weer goederen kunnen kopen van de organisaties.
  • Wat betekent verdiende inkomen?
    De geldstroom die loopt van productiehuishoudingen naar gezinshuishoudingen.
  • Wat betekent het bestede inkomen?
    De geldstroom die loopt van gezinshuishouding naar productiehuishouding
  • Wat betekent producent?
    Diegene die met behulp van een organisatie op de meest doelmatige wijze alles mogelijke productiefactoren combineert om goederen of diensten te maken.
  • Wat verstaan we onder bedrijfskunde?
    De wetenschap die er haar werk van maakt de markten en de totale organisaties van bedrijven te bestuderen.
  • Wat betekent marktaandeel?
    Hoe groot het deel is van de afzetmarkt
  • Wat betekent marktwaarde?
    De waarde die de organisatie vertegenwoordigt naar haar buitenwereld
  • Wat betekent winst?
    Het verschil tussen opbrengsten en kosten
  • Wat betekend winstgroei?
    Een toename van winst
  • Wat betekent omzetgroei?
    Toename van omzet
  • Waarom hoort een consument niet in een bedrijfskolom?
    Omdat hij geen waarde toevoegt aan een product
  • Wat is een bedrijfskolom (productkolom)?
    Een keten van ondernemingen die er samen voor zorgen dat een (oer)grondstof een consumentwaardig product word.
  • Hoe loopt de goederen stroom binnen een bedrijfskolom?
    Van boven naar beneden
  • Hoe loopt de geld stroom binnen een bedrijfskolom?
    Van beneden naar boven
  • Wat is het verschil tussen een bedrijfskolom en een bedrijfstak?
    Een bedrijfskolom loopt van onder naar boven. Een bedrijfstak loopt horizontaal en is een schakel van een bedrijfskolom.
  • Wat betekent markt?
    Het samenkomen van vraag en aanbod 
  • Noem twee verschillende markten:
    - Abstracte markt
    - Concrete markt
  • Wat is de abstracte markt?
    Het geheel van vraag en aanbod op bijvoorbeeld een arbeidsmarkt. Het gaat niet om een bepaalde plaats of locatie.
  • Wat is de concrete markt?
    Het geheel van vraag en aanbod op een geografisch bepaalde plaats waar producten en kopers elkaar treffen. Bijvoorbeeld een bloemenveiling.
  • Wat word bedoeld met prijs- of marktmechanisme?
    Het spel van vraag en aanbod dat de aanbodprijs van de voorgaande kolom en de vraagprijs van de volgende kolom in de bedrijfskolom bepaalt.
  • Noem vier veranderingen binnen een bedrijfskolom:
    - Differentiatie
    - Integratie
    - Specialisatie
    - Parallellisatie
  • Wat betekent differentiatie?
    Er word een schakel binnen de bedrijfskolom toegevoegd
  • Wat betekent integratie?
    Er verdwijnt een schakel binnen de bedrijfskolom. Ook wel uitschakelingstendens genoemd
  • Wat betekent specialisatie?
    Dan zal een onderneming haar assortiment inkrimpen. Dit lijdt tot een versmalling van de bedrijfskolom op horizontaal gebied.
  • Wat betekent parallellisatie?
    Dan breidt een onderneming haar assortiment uit. Dit word ook wel branchevervaging genoemd.
  • Hoe kan privaatrecht worden gedefinieerd?
    Het onderdeel van recht dat zich bezighoudt met de ordening van rechtsbetrekkingen tussen burgers onderling
  • Welke twee rechtsvormen bestaan er in Nederland?
    - Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid
    - Organisatie met rechtspersoonlijkheid
  • Noem vier organisaties zonder rechtspersoonlijkheid:
    - Eenmanszaak
    - Vennootschap onder firma
    - Commanditaire vennootschap
    - Maatschap
  • Noem vijf organisaties met rechtspersoonlijkheid:
    - Naamloze vennootschap
    - Besloten vennootschap
    - Vereniging
    - Stichting
    - Coöperatie / onderlinge waarborgmaatschappij
  • Wat is een eenmanszaak?
    Dan is één persoon in alle opzichten verantwoordelijk voor de onderneming. Er is geen onderscheid tussen ondernemingsvermogen en privévermogen.
  • Wat is een vennootschap onder firma?
    Alle vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor gemaakte schulden. De vof is niet aansprakelijk voor de schulden van de vennoten. Privéschulden van de vennoten kunnen dus niet verhaald worden op de vennootschap.
  • Wat is een commanditaire vennootschap?
    Een speciale vorm van een vof. Hierbij word er onderscheidt gemaakt tussen beherende vennoten en stille vennoten. Beherende vennoten zijn bevoegd om te handelen namens de vennootschap, stille vennoten hebben alleen een financiële inbreng.
  • Wat is een maatschap?
    Een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen die meestal een vrij beroep uitoefenen, met als doel om uit de samenwerking een financieel voordeel te behalen. Zoals bijvoorbeeld tandartsen.
  • Wat zijn twee juridische verschillen tussen een vof en maatschap?
    - Bij een maatschap is er geen afgescheiden gemeenschappelijk vermogen
    - Een maat kan in beginsel alleen voor zichzelf verplichtingen aangaan ten opzichten van derden
  • Wat is een naamloze vennootschap?
    Een rechtspersoon waarbij het maatschappelijke aandelenkapitaal verdeeld is in aandelen die aan toonder luiden en vrij overdraagbaar en/of vrij verhandelbaar zijn. De namen van de aandeelhouders zijn dus onbekend.
  • Waar moet een nv aan voldoen om op te richten? (5)
    - Oprichting geschiedt d.m.v. een notariële akte
    - Minister van Justitie dient een 'verklaring van geen bezwaar' af te geven
    - Het geplaatste en gestorte kapitaal dient minimaal €45.000,- te bedragen
    - Moet worden ingeschreven bij KvK
    - Het doel van de nv druist niet in tegen de goede zeden of de wet
  • Wat is het hoogste orgaan binnen een nv?
    Algemene vergadering van aandeelhouders, AVA
  • Waar ligt de dagelijkse leiding binnen een nv?
    Directie of de Raad van Bestuur. Deze word door AVA benoemd.
  • Wat is een besloten vennootschap?
    Een rechtspersoon waarbij het maatschappelijk aandelenkapitaal verdeeld is in aandelen die niet vrij overdraagbaar zijn. De aandelen staan op naam.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

Wanneer is een goed of dienst nuttig?
4
Wat houdt het in als een goed nuttig en schaars is?
4
Wat houden macro- en micro-economie in?
4
profit en non-profit organisaties
4
Page 1 of 115