GZV_INTERVENTIEONTWERP

by (1999)
101 Flashcards & Notes
1 Students

Study smarter with eFaqt summaries

  • Available on desktop, tablet, mobile & print
  • Questions with answers about the material
  • Access to 300 000 online summaries
  • Smart study features & timers for more results

Get this summary

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Samenvatting - GZV_INTERVENTIEONTWERP

  • 1 Interventieontwerp

  • Wat is E-Health?

    ‘The use of emerging information and communication technology, especially the internet, to improve or enable health and health care.’ (Eng, 2001, p.1)

  • Benoem een aantal doelen van E-Health

    - Geven van info over gezondheidaspecten

    - Helpen bij het zoeken van informatie (op andere sites)

    - Promoten van gezond gedrag

    - Aanleren van gezond gedrag

    - Gezondheidsinformatie delen met arts

    - Helpen bij onderzoek (bij het diagnosteren van een gezondheidprobleem)

    - Elektronische patientendossiers (opslaan en delen)

    - Interactie met experts (vragen stellen bv twitteruur met arts)

    - Peer-to-peer communicatie/interactie.

  • Verschil review - meta-analyse

    Meta-analyse:

    Alle effecten( bv hoe groot is effect en sample) van meerdere studies in kaart brengen en optellen om te kijken wat het uiteindelijke effect is. Verschil tussen een review en meta-analyse is dat je bij een meta-analyse kijkt wat het algehele effect is van alle studies

  • Webb et al (2010) meta-analyse van gezondheidinterventies via internet. Benoem een aantal conclusies uit dat onderzoek.

    Theorie vs geen theorie.- Interventies met theorie waren succesvoller.

    TPB (Theory of Planned Behavior) meer effectiever dan TMM(Transtheoretical Model) en SCT (Social Cognitive Theory)

    TMM meer effectiever dan SCT

  • Wat was de conclusie over het gebruik van strategieeen in het onderzoek van Webb et al (2010) ?

    - Hoe meer strategieen, hoe beter.

    - Met name positieve effecten voor

    Modeling

    Social comparison

    Relapse prevention

    Goals setting (doelen stellen)

    Action planning (specifieke doelen inplannen)

    Stress management(weinig studies)

    Communication skills(weinig studies)

  • Voor welke strategieen in het onderzoek van Webb et al (2010) werd geen positief effect gevonden?

    - Geen effecten voor:

    Self-monitoring

    Follow-ups

    Emotional control

    Inspelen op peer pressure(others approval is sterker dan descriptive norms)

  • Wat waren volgens Webb et al (2010) succesfactoren bij E-Health interventies?

     - interventie succesvol als ook andere media dan internet betrokken zijn

    - automated deedback ook succesvol

  • Welke methode werd er gebruikt bij West et al (2012) in het onderzoek naar PP factoren in E-health apps.

    inhoudsanalyse (content analyse --> codeboek ingedeeld op predisposing,enabling en reinforcment)

    - alle betaalde apps in de categorie ‘health & fitness apps’ op amerikaanse apple app store.

     

  • Benoem de classificatie(verdeling) van de Health-apps (PP factoren) in de analyse van West et al (20120

    1. Enabling factoren: 65.38%

    Elementen om iemand een vaardigheid te leren

     

    2. Predisposing factoren: 53,25%

    Info over bepaalde onderwerpen, statistieken, attitude                                   

     

    3. Reinforcing factoren: 6.65%

    Peer-feedback. Geautomatiseerde feedback.

  • Benoem valkuilen van het onderzoek van West et al (2012)

    Geen relevantie voor risicogedrag (analyse van risicofactoren zijn niet gedaan in studie).

    2 codeurs die de analyse deden.

    Wordt ook menig gegeven van de codeurs. Zie tabel in artikel.

     

  • Wat is E-health literacy? Park & Have (2012)

    Health literacy: ‘the wide range of skills and competencies that people develop over their lifetimes to seek out, comprehend, evaluate and use health information and concepts to make informed choices, reduce health risks, and increase quality of life’

  • Vanuit welk theoretisch perspectief is het onderzoek onder adolescenten van Park & Have opgebouwd?

    Social Cognitive Theory. Onderzoek naar health information via mobiele telefoons. Conclusie uit onderzoek. Health information via telefoon werkt goed. Vooral inspelen op 'health information', 'training involvement' & 'outcome expectation'. Daarnaast is persoonlijke relevantie belangrijk en moeten factoren van SCT  inspelen op vermeerdering van kennis.

  • Benoem vier sociale normen (Park & Have, 2012)

    Injunctive norm – in hoeverre je inschat wat andere vinden van het gedrag

    Descriptive norm – in hoeverre je inschat dat andere het gedrag vertonen

    Subjective norm –inschatting van wat andere vinden wat jij moet doen

    Personal norm – inschatting wat jij vindt wat je moet doen.

  • Geef een voorbeeld van een voorlichtingstrategie

    Fear appeals: bv anti rookcampagnes. Verplichte afbeeldingen op pakjes.

  • Welke 2 theorieen worden aangehaald bij fear appeals?

    Protection Motivation Theory (PMT)

    Extended Parallel Process Model (EPPM) 

     

     

  • Wat is het verschil tussen PMT en EPPM?

    Extended Parallel Process Model(Uitbreiding op PMT) zit de stimulus (toevoeging 1) wel in opgenomen. Tweede toevoeging in model,  is wat er gebeurd wanneer iemand de boodschap afwijst. EPPM is specifieker dan PMT. EPPM gaat specifiek in op fear, PMT meer op psychologische processen.

     

  • Welke 2 aspecten spelen een rol in het EPPM model.

    Perceived efficacy: wordt onderverdeeld in self efficacy(acht jezelf in staat om gewenste gedrag te tonen?) en response efficacy (denk je dat het gewenste gedrag de dreiging opheft?)

     

    Perceived threat: wordt onderverdeeld in ingeschatte ernst (hoe ernstig schat je de dreiging in?) en ingeschatte vatbaarheid (hoe groot schat je de kans dat jij de dreiging oploopt?).

  • Wat waren de conclusies uit meta-analyse van Witte & Allen (2000) naar fear appeals?

    Fear heeft een positieve effect op intentie.

    Response efficacy heeft een positief effect op intentie, geen positief effect op gedrag.

  • Wat is het beste manier (gebaseerd op overtuigingskracht) om threat / efficacy te verwerken in boodschappen?

    Volgens artikel beste manier om met threat / efficacy om te gaan in boodschappen:

     

    1. High threat – High efficacy

    2. High Threat – Low efficacy

    3. Low threat – High efficacy

    4. Low threat– Low efficacy

  • Hoe creer je hoge dreiging in boodschappen en wat voor soorten dreigingen zijn er?

    Aanpassen aan de doelgroep (cultuur/modaliteit). 

    Short-tem cosmetic effect fear appeals: bv van roken gaan je kleren stinken

    Long-term health effect fear appeals: bv roken veroorzaakt longkanker

     

    Short effectiever bij mannen

    Long effectiever bij vrouwen

  • Wat hield het onderzoek van Shen (2011) in?

    vergelijken van antirookcampagnes angst vs empathie

  • Benoem de verschillende soorten empathie (incl subsoorten) Shen, 2011

    - Trait empathy (niet in artikel) een persoonlijkheidskenmerk, altijd constant | mate waarin je uberhaupt empathie voelt voor anderen

     

    - State empathy , niet constant, kan verschillen per situatie| in respons op een verhaal/advertentie.

     

    Subsoorten:

     

    1.     Cognitive empathy: understanding and adopting the charecter’s behavior. Bijv. Dexter. Je snapt waarom hij mensen wil vermoorden

    2.     Affective empathy: sharing the same emotions as the characters. Bijv Dexter. Je zit in dezelfde emotionele staat als Dexter.

    3.     Associative empathy: Feeling that the events happen to you. Bijv Dexter. Voelt alsof de gebeurtenissen jezelf overkomen.

  • Wat is psychological reactance? (ontstaat bij boodschappen met fear aspecten)

    the motivational state that is hypothesized to occur when a freedom is eliminated or threatened with elimination

  • Welke conclusies kunnen worden getrokken uit tabel 1 Shen (2011)

    Positieve relatie tussen angst en gepercipieerde effectiviteit, maar vergroot wel kans op reactance. Reactance heeft negatieve relatie op gepercipieerde effectiviteit.

     

    Beta = positief & p waarde is kleiner dan 0.01.

     

    Positieve relatie tussen empathie en effectiviteit. Verkleint ook de kans op reactance.

  • Conclusie Shen 2011:   Het oproepen van angst is dus belangrijk Maar ook rekening houden met empathie met de personages in de advertentie Tegengaan van weerstand
  • Benoem 2 kritieke punten artikel Shen (2011)

    - Perceived effectiveness = actual effectiveness?

    - wordt niet verteld hoe we angst en empathie kunnen opwekken

  • Benoem verschil tussen boodschapfactoren en psychologische staat ( O'keefe, 2003)

    Boodschapsfactoren: intrinsieke elementen van de boodschap. Objectief en aanwijsbaar binnen de boodschap.

    Psycholigische staat: wordt opgeroepen door de boodschapfactor. Per persoon verschillend.

  • Model O'Keefe (2003)

     

    message manipulation --> psychological state --> distal persuasive outcome

  • Wat zijn de boodschapfactoren en psychologische staat bij de campagne Lovelife?(aids in z-afrika)

    Boodschapfactor: advertentie met een raadsel/troop (metafoor,retorische vraag, woordspeling etc)

    Psychologische staat: experiental processing: blijdschap met oplossen/ hulp zoeken met oplossen.

  • Aan welke theorie wordt Experiental Processing gelinkt?

    ELM, extra route. Mensen vinden het leuk om een boodschap te verwerken. Geeft een goed gevoel. Meer open voor de booschap in advertentie.

  •  

    Tropen: stijlfiguren die als een soort raadsel werken. Tropen zijn boodschapfactoren in een verhaal. Hierbij is een herinterpretatie noodzakelijk.

     

  • Wat zijn de kritiekpunten van Hoeken et al (2009) op campagne LoveLife?

    Wat als je het raadsel niet kunt oplossen?

    Wat als je het raadsel opgelost denkt te hebben (maar het fout hebt)

    Wat als je iemand van jouw (foute) interpretatie overtuigt?

  • Hoeken et al geeft ook aan dat een campagne een minimale aantrekkingskracht moet hebben om het uberhaupt te waarderen, daarna praat je er pas met andere overen
  • Jansen en Janssen (2010) (Lovelife) Relatie tussen ingeschat begrip en daadwerkelijk begrip.   Gesprekken stimuleren via raadselachtige advertenties soms een goed idee, maar niet altijd! 
  • Wat is Entertainmant education (Singhal & Rogers 1999)

    ‘ Het proces van het doelbewust ontwerpen en implementeren van een medierende communicatievorm, die mensen kan amuseren en voorlichten om (verschillende stadia in) gedragsverandering te bevorderen en mogelijk te maken’

  • Valkuil van Entertainment education is dat verschillende afdelingen moeten samen werken voor t maken van de interventie. Dit kan conflicten veroorzaken.

  • Wat is het doel van entertainment education?

    Voor individu: een gezonde leefstijl promoten

    In de omgeving: sociale norm verschuiven naar een gezonde leefstijl

  • Voorbeelden entertainment education:

     

    Series zoals. House of Grey's Anatomy.

  • Benoem valkuilen van Entertainment Education:

     

    Verhoogde risicoperceptie en verhoogde waargenomen kwetsbaarheid

  • Benoem achterliggende theorieen van entertainment education:

    Social Learning Theory, Social Cognitive Theory, Modeling, Parasociale interactie, ELM, Transportation theory.

  • SCT = gaat uit van modeling en leren door observeren op self efficacy en aannemen van nieuw gedrag. Modeling = mensen hebben de neiging om het gedrag(sdeterminanten) te imiteren van aantrekkelijke of belangrijke rolmodellen. (Slater & Rouner, 2002)

  • Theorie: SCT --> Methode: Modeling --> Strategie: gebruik van rolmodellen

  • Vereisten rolmodellen (Renes et al 2011)

    Aantrekkelijk, geloofwaardig en vertrouwen genoeg om te imiteren.

    Identificatie (empathie, gelijkheid, realistisch)

  • Benoem 3 rolmodellen:

    Positieve, negatieve en transitionele(iemand die gedurende verhaallijn wel het gewenste gedrag laat zien). Positief en transitionele rolmodellen het meest effectief (Renes et al 2011)

  • Effecten van EE worden vaak verklaard van uit SCT. Maar Slater & Rouner (2002) geven aan dat ELM ook hier een rol bij speelt.  Waarom?

     

    Beliefs en attitudes worden ook beinvloed door de persuasieve en narrative boodschappen. Belangrijk om te kijken hoe dit wordt verwerkt.

  • Wat is de relatie tussen EE en ELM.

    Perifere route: lage neiging tot nadenken; letten meer op perifere cues zoals bron / geloofwaardigheid / aantrekkelijkheid van info. Ipv centrale route --> hoge neiging tot denken.

  • Volgen Slater & Rouner (2002) heeft absorptie in een narrative twee effecten:
    Persuasieve effecten verhogen & counterarguing tegengaan. (zeker wanneer de inhoud van de boodschap tegen de attitude ingaat)
  • Wat is transportation theory?
    Theorie die verklaard dat transportation een mechanisme is waardoor narratives een invloed kunnen hebben op beliefs/attitdues. De mate van absorptie in een verhaal. Onafhankelijk of het verhaal fact of fiction is.

  • TT in relatie met ELM.

    Als de transportation hoog is, wordt het individu (tijdelijk) meer losgemaakt van al bestaande schema's en ervaringen (meer perifieer). Bij hoge elaboration, worden er juist koppelingen gemaakt met bestaande schema's en ervaringen (meer centraal)
  • Wat zijn narratives?
    beschrijving van een verhaal of gebeurtenis (bevat veel emo info)
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Example questions in this summary

Wat is E-Health?
1
Benoem een aantal doelen van E-Health
1
Verschil review - meta-analyse
1
Webb et al (2010) meta-analyse van gezondheidinterventies via internet. Benoem een aantal conclusies uit dat onderzoek.
1
Page 1 of 22