Functieleer

by (2012)
324 Flashcards & Notes
1 Students

Study smarter with eFaqt summaries

  • Available on desktop, tablet, mobile & print
  • Questions with answers about the material
  • Access to 300 000 online summaries
  • Smart study features & timers for more results

Get this summary

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Samenvatting - Functieleer

  • 1.1 Oorspronkelijke definitie vanuit traditionele opvattingen over het geest-lichaam probleem

  • Psychologie = psyche (ziel/geest) + logos (woord/verhandeling) = zielkunde of wetenschap van de geest.

  • Dualisme: geest en lichaam onderscheiden (Plato en Descartes).

  • Mind-body problem (geest-lichaam probleem): als dualisme geldt, hoe zit het dan met interactie tussen geest en lichaam?

    • Descartes: in de pijnappelklier/epifyse worden zenuwprikkels veroorzaakt door externe stimulatie omgezet in bevelen, die door de motorische zenuwen omgezet kunnen worden in zichtbare acties.
  • Monisme: het is beter om "geest" en "lichaam" niet op te vatten als twee afzonderlijke entiteiten maar als twee aspecten van één entiteit.

    • Materialisme: alleen het fysische bestaat echt. Leidt tot reductionisme waar alles tot één soort werkelijkheid wordt herleid.
    • Idealisme: we kennen de werkelijkheid enkel via onze zintuigen en ons eigen denken. Leidt tot solipsisme wat stelt dat elke geest opgesloten zit in een eigen bubbel. Leidt ook tot panpsychisme wat zegt dat alles in de natuur een ziel heeft.
  • Fechner (1801-1887, psychofysica) is een voorstander van het monisme: een cirkel is eigenlijk altijd zowel hol als bol, maar van binnen uit of van buiten uit bekeken ziet men altijd maar één van de twee mogelijkheden.

  • 1.2 Hedendaagse definitie vanuit een visie op complexiteit van de psychologie

  • Mentale processen zijn gebonden aan fysische systemen, maar zijn niet te reduceren tot fysische processen.

  • Psychologie = de wetenschap van het gedrag en de factoren die dit beïnvloeden.

  • Rorschach inktvlekkentest (1921/1942): persoonlijkheid testen a.d.h.v. inktvlekken. Elke betekenis in een betekenisloze prikkel komt van de persoon zelf, en de persoon projecteert dus een deel van zijn persoonlijkheid in zijn antwoorden. 

  • Wat is pareidolia?

    Pareidolia is het zien van betekenisvolle voorwerpen in vormloze prikkels.

  • Twee benaderingen in de psychologie:

    • Nomothetische bandering: men zoekt naar algemene wetten (die voor iedereen dezelfde zijn).
    • Idiografische benadering: men gaat op zoek naar specifieke factoren (die individueel verschillend kunnen zijn).
  • Hawthorne onderzoek (1920): de juiste verklaring van de productiestijging bleek niet de verbeterde werkomstandigheden, maar het feit dat de meisjes meer aandacht kregen dan ze gewend waren. Ze voelden zich belangrijk en wilden dit waarmaken door beter te gaan werken.

  • Wat is operationaliseren?

    Operationaliseren is (factoren) vertalen in iets dat zichtbaar en meetbaar is.

  • Betula studie: één van de sterkste voorspellers van succesvol ouderen is het nog hebben van de eigen tanden.

  • Wat is Occam's razor?

    Occam's razor stelt dat men moet proberen om het geheel van gegevens zo zuinig mogelijk te verklaren, met zo weinig mogelijk factoren en met factoren die zo eenvoudig mogelijk zijn.

  • Dilthey (1833-1911): natuurwetenschappen zijn gericht op het verklaren van wetmatigheden in de natuur, terwijl menswetenschappen gericht zijn op het begrijpen van de mens en zijn geschiedenis.

  •  Psychologie moet zowel proberen om gedragsverschijnselen te verklaren als deze te begrijpen.

  • 1.4 Basisdomeinen van de psychologie

  • Duijker (1959) maakte onderscheid tussen 5 basisdomeinen:

    1. Methodenleer: het fundament van de psychologie waarop de overige 4 basisdomeinen rusten; hier wordt immer aangegeven hoe de psychologische fenomenen wetenschappelijk onderzocht moeten worden.
    2. Functieleer: de studie van de algemeen-menselijke functies of capaciteiten.
    3. Persoonlijkheidsleer: de studie van datgene waarin het individu uniek is en zich onderscheidt van anderen, de individuele persoonlijkheid, zowel normaal als abnormaal.
    4. Ontwikkelingsleer: de studie van de ontwikkeling van de mens, van geboorte tot dood, in al zijn aspecten (functies, persoonlijkheid, gedrag).
    5. Gedragsleer: de studie van de gehele mens in zijn wisselwerking met de omgeving (fysisch en sociaal).
  • Cacioppo: psychologie is een "hub science".

  • 1.5 Geschiedenis van de psychologie

  • Psychologie = filosofie + fysiologie.

  • 1.5.1 Empirisme haalt het van rationalisme in de 17de en 18de eeuw

  • Rationalisme: alle kennis komt voort uit het verstand (het denken, de ratio).

    VS.

    Empirisme: alle kennis komt voort uit de zintuiglijke ervaringen.

  • Locke (1632-1704): grondlegger van empirisme. Hij beschouwt de mens als een "tabula rasa" (onbeschreven blad) en vat ervaring op als de enige bron van kennis. Hij maakt onderscheid tussen eenvoudige en complexe ideeën (ontstaan door associaties tussen eenvoudige ideeën).

  • Berkeley (1685-1753): empirist en vertegenwoordiger van immaterialisme. Zijn is waargenomen worden. Het probleem is volgens hem hoe de geest de materie voortbrengt. Deze visie is een vorm van idealisme.

  • Probleem van Molyneux: wat zou er gebeuren als een blinde weer kon zien? Berkeley had grotendeels gelijk: de associatie aan eerdere zintuiglijke ervaringen via een leerproces is essentieel alvorens je vormen kan herkennen op basis van visuele prikkels alleen.

  • Hume (1711-1776): hoogtepunt van empirisme. We kunnen de realiteit buiten ons niet met zekerheid kennen. Ook aan "het zelf" moeten we twijfelen.

Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Example questions in this summary

Wat is pareidolia?
1
Wat is operationaliseren?
1
Wat is Occam's razor?
1
Wat is de subtractiemethode?
1
Page 1 of 14