Ethiek in sociaalagogische beroepen

by (2e ed.)
ISBN-10 9043024198 ISBN-13 9789043024198
858 Flashcards & Notes
50 Students

Study smarter with eFaqt summaries

  • Available on desktop, tablet, mobile & print
  • Questions with answers about the material
  • Access to 300 000 online summaries
  • Smart study features & timers for more results

Get this summary

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Samenvatting - Ethiek in sociaalagogische beroepen

  • 1 Moraal en ethiek

  • Een social worker moet goed nadenken over de normen en waarden die zijn professioneel handelen beinvloeden, want:
    * Vaak komen mensen bij een social worker omdat er problemen zijn die ze    zelf niet kunnen oplossen
    * Veel cliënten ban het social work komen uit de sociaal zwakkere milieus of    hebben bepaalde beperkingen. Daarom zijn ze kwetsbaar.
    * Door zijn interventies kan de social worker het leven van mensen                      ingrijpend beïnvloeden. Daar kunnen mensen van profiteren, maar ze              kunnen er ook schade door oplopen.
    * Mensen geven vaak vertrouwelijke informatie aan een social worker.                Informatie waarvan ze niet willen dat anderen die hoort en waarvan ze            hopen dat het niet tegen hen gebruikt gaat worden. 
    * De social worker moet kunnen verantwoorden waarom hij bepaalde                keuzes gemaakt heeft, naar dde clienten, zijn collega's en het "publiek" en        soms ook voor de rechter.
  • Waarom is morele en ethische vorming nodig voor het verantwoord uitoefenen van Social Work?
    lesdoel
    • Mensen komen vaak bij een social worker als er problemen zijn die ze zelf niet kunnen oplossen.
    • Veel cliënten van het social work komen uit de sociaal zwakkere milieus of hebben bepaalde beperkingen. Ze zijn kwetsbaar.
    • Door zijn interventies kan de social worker het leven van mensen ingrijpend beïnvloeden. Daar kunnen mensen van profiteren, maar ze kunnen er ook schade door oplopen.
    • Mensen geven vaak vertrouwelijk informatie aan een social worker. Informatie waarvan ze niet willen dat anderen die hoort en waarvan ze hopen dat die niet tegen gebruikt gaat worden.
    • De social worker moet kunnen verantwoorden waarom hij bepaalde keuzes gemaakt heeft, naar de cliënten, zijn collega's, het 'publiek' en soms de rechter.
  • Welke 5 redenen zijn er waarom een social worker goed moet nadenken over de normen en waarden die zijn professioneel handelen beïnvloeden ?
    -het gaat om mensen met problemen die ze zelf niet op kunnen lossen
    -het gaat om kwetsbare mensen uit  soc. zwakkere milieus
    -mensen kunnen schade oplopen door een interventie
    -mensen geven vertrouwelijke info
    -de soc. worker moet zijn keuzes kunnen verantwoorden naar de cliënt, de collega's en soms de rechter
  • 1.1 Moraal

  • Morele vragen gaan over goed en kwaad.
    Morele opvattingen = antwoord op de vraag hoe eens mens goed en verantwoordelijk kan gedragen.

    Verplaetse (2008) onderscheidt 5 moralen:
    1. Hechtingsmoraal: regelt omgang met mensen met wie we verbonden zijn (hechting en empathie).
    2. Geweldmoraal: regelt hoe we met bedreigende situaties omgaan. Vb: Iemand is vermoord en de moordenaar wordt weer omgelegd door een familielid.
    3. Reinigingsmoraal: regelt dat mensen reinheid koppelen aan het goed en besmetting aan het kwaad. Vb: Witte mars om samenleving te reinigen na de moorden van Dutroux.
    4. Samenwerkingsmoraal: manier waarop mensen met elkaar samenwerken en mensen die de samenwerking bedreigen. Vb: Online T-shirt kopen, dan moet de ander wel het opsturen.  
    5. Beginselenmoraal: zoeken naar redelijke argumenten om te onderbouwen waarom een handeling goed of fout is. 

    Morele kwesties spelen op verschillende niveaus:
    • Microniveau: morele vragen gaan over manier waarop je van mens tot mens met elkaar zou om moeten gaan. 
    • Mesoniveau: gaat over opvattingen over de missie van een instelling en manier waarop ze daaraan wil werken (vanuit een organisatie bekeken).
    • Macroniveau: verdeling van de welvaart of de opvang van vluchtelingen.


  • Waar gaan morele vragen over?

    Morele vragen gaan over goed en kwaad, over de manier waarop mensen zouden moeten leven. Een essentiële voorwaarde voor moraal, is dat de mensen de vrijheid hebben om te kiezen en dat zij dus verantwoordelijk zijn voor hun eigen keuze.

  • wat is een morele vraag?
    morele vraag gaat over goed en kwaad, over een manier waarop mensen zouden moeten leven.
  • Wat zijn morele vragen?
    Morele vragen gaan over goed en kwaad, over de manier waarop mensen zouden moeten leven. 
  • Verplaetse (2008) onderscheidt 5 verschillende moralen:
    1. Hechtingsmoraal:Regelt hoe we omgaan met de mensen met wie we verboden zijn.
    2. Geweldmoraal: Regelt hoe we met bedreigende situaties omgaan.
    3. Reiningsmoraal: regelt dat mensen reinheid koppelen aan het goede en besmetting aan het kwaad. (zowel letterlijk als symbolisch)
    4. Samenwerkingsmoraal: Speelt een rol in de manier waarop mensen met elkaar samenwerken en waarop ze omgaan met mensen die de samenwerking bedreigen.
    5. Beginselenmoraal: De bovengenoemde moralen zijn instinctief. Ze bepalen ons gedrag over goed en kwaad, maar geven ons geen argumenten. Vanuit het beginselenmoraal zoeken mensen naar redelijke argumenten om te onderbouwen waarom een handeling goed of fout is.. Als dit systematisch gebeurt, komen we uit op ethiek.
  • Morele opvattingen:
    zijn een antwoord op de vraag hoe men zich als mens goed en verantwoordelijk kan gedragen. Het gaat over waarden en normen. Dit zijn opvattingen over wat waardevol in het leven is. Moraal kan gebaseerd zijn op intuïtie, emoties of rationele overwegingen. 
  • morele opvattingen zijn?
  • Wat zijn morele opvattingen?
    Morele opvattingen zijn een antwoord op de vraag hoe men zich als mens goed en verantwoordelijk kan gedragen. 
  • Wat verstaan we onder moraal?
    lesdoel
    Zede of gewoonte.
    In de moraal gaat het over waarden & normen.
    Dat zijn opvattingen over wat waardevol is in het leven.

    Moraal komt van het Latijnse woord 'mos' wat zede of gewoonte betekent.
  • Morele vragen gaan over goed en kwaad, over de manier waarop mensen zouden moeten leven.
  • Verplaetse onderscheidt 5 verschillende moralen: 
    - Hechtingsmoraal, regelt hoe we omgaan met mensen met wie we verbonden zijn. 
    - Geweldmoraal, die regelt hoe we met bedreigende situaties omgaan. 
    - Reinigingsmoraal, regelt dat mesnen reinheid koppelen aan het goede en besmetting aan kwaad.
    - Samenwerkingsmoraal, speelt een rol in de manier waarop mensen met elkaar samenwerken en waarop ze omgaan met mensen die de samenwerking bedreigen. 
    - Beginselenmoraal, mensen zoeken naar redelijke argumenten om te onderbouwen waarom een handeling goed of fout is. 

    Moralen zijn instictief, ze bepalen ons gedrag en onze opvattingen over goed en kwaad, ze geven ons geen argumenten. 
  • Afleiding moraal
    Latijnse woord "mos", wat zede of gewoonte betekent. 
  • Wanneer is iets een morele vraag of een moreel dilemma?
    lesdoel
    Als je jezelf de vraag stelt over goed en kwaad, over een manier waarop je zelf zou moeten leven.
  • Het hebben van een vrije keuze en zelf verantwoordelijk zijn voor deze keuze is een voorwaarde voor moraal. 
  • Micro-, meso- en macroniveau:
    Microniveau: morele vragen gaan over de manier waarop je van mens tot mens met elkaar zou moeten omgaan. vb opvatting is de norm: 'een mens in nood laat je niet in de steek'. 
    Mesoniveau: organisaties maken morele keuzes die bijv de visie van een instelling bepalen. 
    Macroniveau: de manier waarop de samenwerking moet worden ingericht. 
  • Vijf verschillende moralen
    * Hechtingsmoraal
    * Geweldmoraal
    * Reinigingsmoraal
    * Samenwerkingsmoraal
    * Beginselenmoraal

  • morele opvattingen zijn antwoord op de vraag hoe men zich als mens goed en verantwoordelijk kan gedragen.
  • Wat betekent Hechtingsmoraal

    Hoe we omgaan met de mensen met wie we verbonden zijn

  • Morele kwesties spelen op verschillende niveaus:
    • Microniveau:De morele vraag over de manier waarop je van mens tot mens met elkaar om zou moeten gaan.
    • Mesoniveau: Organisaties maken morele keuzes, die onder meer hun neerslag vinden in de visie van de instelling.
    • Macroniveau: De manier waarop de samenleving moet worden ingericht. Waarden die een rol kunnen spelen: vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid, verantwoordelijkheid.
  • Moraal kan gebaseerd zijn op intuïtie, emoties of rationele overwegingen.
  • Wat betekent geweldmoraal

    Hoe we met bedreigende situaties omgaan

  • Er zijn verschillende redenen waarom mensen hun eigen gedrag en dat van anderen afkeuren. Verplaetse (2008) onderscheidt vijf verschillende moralen:
  •  Wat betekent reinigingsmoraal

    Reinheid koppelen aan het goede en besmetting aan het kwade.

  • Verplaetse (2008) Moraal 1
    De hechtingsmoraal
    Regelt hoe we omgaan met de mensen waarmee we verbonden zijn. In deze moraal gaat het over hechting en empathie. Mensen kunnen zich inleven in mensen met wie ze een band hebben en hebben veel voor hen over. Dit is onder meer belangrijk in de relatie tussen ouders en kinderen en in vriendschappen. Als iemand een vriend helpt zonder dat hij daar zelf beter van wordt , of als hij mee leeft met het lijden van een ander komt dit voort uit het hechtingsmoraal. 
  • Wat betekent samen werkingsmoraal
    Speelt een rol in de manier waarop mensen met elkaar samen werken en waarop ze omgaan met mensen die de samenwerking bedreigen. 
  • Verplaetse (2008) moraal 2
    De geweldmoraal.
    Moreel systeem dat regelt hoe we met bedreigde situaties omgaan. Geweld wordt, zeker in West-Europa, gezien als immoreel. De heersende opvatting is dat mensen een conflict met woorden moeten uitvechten en niet met fysiek geweld. Als er sprake is van schaarste gebruiken mensen echter wel geweld om te overleven. Deze moraal speelt een grote rol in oorlogsituaties. Als iemand een moord op een familielid wreekt door de moordenaar om te brengen, is er sprake van geweldmoraal.
  • Wat betekent de beginselenmoraal
    Vanuit dit moraal zoeken mensen naar redelijke argumenten om te onderbouwen waarom een handeling goed of fout is. Als dit systematisch gebeurt komen we op het terrein van de ethiek. 
  • Verplaetse (2008) moraal 3
    De reinigingsmoraal.
    Regelt dat mensen reinheid koppelen aan het goede en besmetting aan het kwaad. Mensen verweren zich tegen vreemde stoffen. Ze willen hun omgeving ontdoen van 'vreemde smetten' zowel letterlijk als symbolisch. Als mensen de straat op gaan voor een 'witte mars' om de samenleving te reinigen na moorden door Dutroux, komt dat voort uit een reinigingsmoraal.
  • Micro meso en macroniveau
    Morele kwesties spelen op verschillende niveaus
  • Verplaetse (2008) moraal 4
    De samenwerkingsmoraal.
    Speelt een rol in de manier waarop mensen met elkaar samenwerken en waarop ze omgaan met mensen die de samenwerking bedreigen. Mensen werken met elkaar samen om er beter van te worden. Daarbij is het belangrijk dat ze op elkaar kunnen vertrouwen. Als je bijvoorbeeld online een T-shirt koopt moet je er op kunnen vertrouwen dat de verkoper dit T-shirt ook daadwerkelijk opstuurt nadat jij betaald hebt. Als dit niet gebeurd veranderd vertrouwen in wantrouwen. Deze moraal speelt ook een rol bij collectieve samenwerking. Door samen te werken krijgen mensen iets voor elkaar wat ze alleen nooit gelukt was. Zoals het organiseren van een feest of het uitvoeren van een wetenschappelijk onderzoek. 
  • Op microniveau
    De morele vragen gaan over de manier hoe je van mens tot mens met elkaar zou moeten omgaan.  Bv. Wanneer help je een ander? "Een mens in nood laat je niet in de steek"
  • Verplaetse (2008) moraal 5
    De beginselenmoraal.
    Alle 'bovengenoemde' moralen zijn instinctief. Ze bepalen ons gedrag en onze opvattingen over goed en kwaad, maar ze geven ons geen argumenten. De beginselenmoraal doet dat wel. Vanuit de beginselenmoraal zoeken mensen naar redelijke argumenten om te onderbouwen waarom een handeling goed of fout is. Als dit systematisch gebeurd komen we op het terrein van ethiek. 
  • Op mesoniveau
    Maken organisaties morele keuzes, die onder meer hun neerslag vinden in de visie van de instelling. Hierbij gaat het over opvattingen over de missie van een instelling en de manier ze daaraan willen werken.  BV. Werken met vrijwilligers,omdat ze veel waarde hecht aan de zorg voor mensen voor elkaar. 
  • Op micro niveau gaan morele vragen over de manier waarop je van mens tot mens met elkaar zou moeten omgaan. morele vragen spelen een rol in alle menselijke relaties: tussen vrienden en familieleden, tussen mensen die elkaar spontaan tegenkomen en tussen de hulpverlener en de cliënt.
  • Op macroniveau
    Dit zegt wat over de manier waarop de samenleving moet worden ingericht. Het gaat dan over vragen zoals de manier van verdeling van de welvaart of de opvang van vluchtelingen. Dit zijn politieke keuzes. Waarden die hierbij kunnen spelen zijn vrijheid, gelijkheid,verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid.
  • Op meso niveau maken organisaties morele keuzes, die onder meer hun neerslag vinden in de visie van de instelling. Hierbij  gaat het over opvattingen over de missie van een instelling en de manier waarop de daaraan wil werken.
  • Morele opvattingen kunnen ook iets zeggen over het macro niveau, over de manier waarop een samenleving moet worden ingericht. Het gaat dan over vragen als de verdeling van de welvaart en de opvang van vluchtelingen. Waarden die hierbij een rol kunnen spelen, zijn vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid. Ook de hulpverlener heeft te maken met wet- en regelgeving die de morele opvattingen van de maatschappij weerspiegelt.
  • micro niveau= hou je van mens tot mens met elkaar zou moeten omgaan.


    mesoniveau= maken organisaties morele keuze, visie instellingen.
    macroniveau= overheid maakt keuzes hoe de samenleving moet worden ingericht.
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Example questions in this summary

Wat wordt onder een deugd verstaan?
17
wat is een morele vraag?
17
morele opvattingen zijn?
17
verschil tussen waarden en deugden?
17
Page 1 of 113