DNA

by
138 Flashcards & Notes
1 Students

Study smarter with eFaqt summaries

  • Available on desktop, tablet, mobile & print
  • Questions with answers about the material
  • Access to 300 000 online summaries
  • Smart study features & timers for more results

Get this summary

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Samenvatting - DNA

  • 1 DNA

  • EBOLA
    Virus, ziekte, Midden-Afrika
  • SARS
    Ernstig acuut ademhalingssyndroom, longontsteking, veroorzaakt door een virus
  • genetische modificatie
    veranderen van het dna door de mens
  • transgeen
    wanneer vreemd dna is ingebracht in het erfelijk materiaal van een orgnanisme
  • ggo
    genetisch gemanipuleerd organisme. een organisme waarvan genetisch materiaal is gewijzigd door gebruik te maken van genetisch technologie 
  • gmo
    genetisch gemodificeerd organisme. een organisme waarvan genetisch materiaal is gewijzigd door gebruik te maken van genetische technologie
  • antibiotica
    geneesmiddel voor het bestrijden van bacteriële infecties. werkt niet tegen virussen. 
  • insuline
    dit hormoon zorgt voor opname van glucose in cellen. een tekort hiervan leid tot suikerziekte, diabetes mellitis type I. 
  • epo
    een hormoon dat door de nieren word geproduceerd. het werkt in op het beenmerg en stimuleert daar de productie van rode bloedcellen.
  • gentherapie
    het inbrengen van genetisch materiaal in (menselijke) cellen, bijvoorbeeld voor een geneeskundige behandeling
  • X-SCID
    een ziekte waarbij je immuunsysteem niet meer werkt
  • gouden rijst
    genetisch gemanipuleerde rijst, tegen vitamine A tekort, bevat meer beta caroteen dan gewone rijst. beta caroteen kan worden omgezet in vitamine A
  • genoom
    de volledige set genen van een organisme inclusief niet-coderen DNA
  • mtDNA
    een klein ringvormig DNA wat zich bevind in de mitochondriën. het wordt alleen overgedragen via de vrouw. 
  • mitochondrium
    celorganel, voorziet de cel van energie, omgeven door twee membranen en heeft zijn eigen DNA
  • prokaryoot
    eencellig organisme zonder celkern. het DNA bevind zich los in de cel en is circulair. alle bacteriën. 
  • plasmide
    korte stukjes circulair DNA in sommige prokaryoten. bevatten vaak resistentie genen.
  • ribosomen
    volvormige organellen liggen in het cytoplasma in een el en maken eiwitten. grotendeels opgebouwd uit RNA. liggen ook in het ER
  • nucleïnezuur 
    deze stof bestaat uit een of twee strengen van nucleotiden, samen vormen ze twee polynucleotideketens. komt voor in het DNA en RNA
  • nucleotide
    een DNA-streng is hieruit opgebouwd, bestaat uit desoxyribose, een fosfaatgroep en een stikstofbase
  • deoxyribose 
    een monosacharide dat in een DNA-nucleotide voorkomt
  • stikstofbase
    deel van het DNA en RNA. adenine, thymine, cytosine, guanine en uracil. de volgorde bepaalt de erfelijke informatie. 
  • adenine
    een stikstofbase die altijd tegenover thymine staat, behalve in het mRNA hier staat deze stikstofbase tegenover Uracil. 
  • guanine
    een stikstofbase die altijd tegenover cytosine staat
  • thymine
    een stikstofbase die altijd tegenover adenosine staat
  • cytosine
    een stikstofbase die altijd tegenover guanine staat
  • 5'uiteinde
    de kant van de fosfaatgroep van een nucleotide. het 5e C-atoom geteld vanaf zuurstof in deoxyribose, hieraan zit de fosfaatgroep
  • 3'uiteinde
    de kant van de deoxyribose van een nucleotide. het 3e C-atoom geteld van zuurstof in deoxyribose, bevat normaal een OH-groep. 
  • histonen
    eiwitten waar een DNA-keten omheen is gewikkeld. een aantal samen vormen met het DNA een nucleosoom. 
  • nucleosoom
    een aantal histonen waar omheen DNA is gewikkeld.
  • niet-coderend DNA
    synoniem voor junk-DNA. is ongeveer 95% van het totale genoom van een mens
  • junk-DNA
    omvat ongeveer 95% van het genoom(al het DNA in een cel). het zijn stukken DNA in het genoom zonder bekende functie
  • DNA sequentie
    de volgorde waarin nucleotiden zijn gerangschikt. kan worden bepaald met sequensen 
  • DNA replicatie
    het proces waarbij een DNA-molecuul word gekopieerd. gebeurt tijdens de S-fase. wordt uitgevoerd door het DNA polymerase
  • dATP dTTP dCTP dGTP
    vrije nucleotiden in het kernplasma bestaande uit desoxyribose, een base en drie fosfaatgroepen. 
  • replicatiestartpunt
    plaats waar DNA duplicatie start. meerdere in eukaryoten, slechts 1 bij prokaryoten. basenparen worden hier als eerste verbroken. 
  • helicase
    enzym dat de DNA basenparen in het DNA tijdens de replicatie verbreekt.
  • replicatiebel
    vorm die ontstaat bij duplicatie van DNA. meerdere in eukaryoten, slechts 1 bij prokaryoten. 
  • DNA-polymerase
    het enzym dat de nucleotiden die A, T, C, en G koppelt. kan alleen koppelen in de 5' naar de 3' richting.
  • leidende streng
    stuk DNA dat door het DNA polymerase in 1x kan worden gedupliceerd. leading strand. 
  • volgende streng
    stuk DNA dat niet door het DNA polymerase in 1x kan worden gedupliceerd. er worden hierop Okazakifragmenten gevormd. lagging strand
  • leading strand
    stuk DNA dat door het DNA polymerase in 1x kan worden gedupliceerd. leidende streng
  • lagging strand
    stuk DNA dat niet door het DNA polymerase in 1x kan worden gedupliceerd. er worden hierop Okazakifragmenten gevormd. volgenden streng
  • DNA-ligase
    enzym dat DNA fragmenten aan elkaar kan koppelen. speelt een rol bij DNA replicatie op de lagging strand
  • chomatide
    zo word een streng DNA genoemd van een chomosoom n a de S-fase. dit is gelijk aan een chromosoom tijdens het grootste deel van de interfase
  • S-fase
    fase van de celcyclus waarin DNA-replicatie(DNA-synthese) plaatsvindt
  • PCR
    de methode om een of meerdere specifieke gedeelten uit het DNA te kopiëren 
  • primers
    korte stukjes DNA (of RNA) van 20-30 nucleotiden die dienen als ''opstap'' plaats voor het DNA-polymerase
  • sequencen
    het bepalen van de nucleotide volgorde in het DNA dmv een speciale PCR reactie en gelelektroforese 
  • dideoxynucleotide
    ddA ddT ddG nucleotide die wordt gebruikt bij sequencen. bezit geen 3' OH groep zodat er geen ander nucleotide meer aan gekoppeld kan worden
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Example questions in this summary

EBOLA
2
SARS
2
genetische modificatie
2
transgeen
2
Page 1 of 35