De Organisatie

by
143 Flashcards & Notes
1 Students

Study smarter with eFaqt summaries

  • Available on desktop, tablet, mobile & print
  • Questions with answers about the material
  • Access to 300 000 online summaries
  • Smart study features & timers for more results

Get this summary

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Samenvatting - De Organisatie

  • 1.1 De belanghebbenden van de organisatie

  • Wat is economie?
    Economie is de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van de manier waarop huishoudingen met schaarse middelen zo goed mogelijk in hun eigen behoeften kunnen voorzien.
  • Welke twee hoofdgroepen huishoudingen onderscheiden we in de economie?
    Particuliere en overheidshuishoudingen.
  • In welke twee groepen worden particuliere huishoudingen gesplitst?
    Consumptiehuishoudingen en productiehuishoudingen.
  • Hoe noemen we de verhouding tussen schaarse middelen en de behoeften?
    Welvaart.
  • Het werkterrein van de economie kan ook onderverdeeld worden naar omvang. Welke verdeling gebruikt men dan?
    Micro-economie en macro-economie.
  • Micro-economie richt zich op afzonderlijke huishoudingen, bijvoorbeeld consumentengedrag: het bestedingspatroon van gezinnen als de prijs van een product of dienst verandert. 
    Macro-economie richt zich op het bestuderen van de economische situatie in een heel land, een groep van landen of zelfs de hele wereld. Ze bestudeert de samenhang van allerlei afzonderlijke huishoudens en komt zo tot een totaalbeeld van een bepaald economisch verschijnsel.
  • Wat is een kringloop?
    Een onafgebroken keten van elkaar opvolgende gebeurtenissen die afhankelijk zijn van elkaar.
  • De economische kringloop bestaat uit twee tegengestelde stromen: 
    - een stroom bestaat uit prestaties (arbeid, goederen, diensten)
    - een stroom bestaat uit geld, dat betrekking heeft op de waarde van de prestaties.
  • Hoe noemen we de beloning voor prestatie?
    Inkomen.
  • Wat is een markt?
    Een plaats waar ruil plaatsvindt, zowel aanwijsbaar (winkel, de markt, ziekenhuis) als minder concreet (automarkt, reismarkt, "er is geen markt voor")
  • Wat verstaan we onder geldstroom?
    De geldstroom is het geheel van goederen, producten en diensten die in de hele wereld ontstaan en verhandeld worden op basis van de rekeneenheid en het ruilmiddel: geld.
  • Goud en deviezen: ieder land heeft deze bij één bank als onderpand. In Nederland is dat De Nederlandsche Bank, die verbonden is met de Europese Centrale Bank.
    Deviezen zijn middelen om schulden aan of aankopen van het buitenland te  kunnen betalen.
  • Sparen kan met verschillende redenen, zoals het kunnen bekostigen van een nieuwe auto of de toekomstige studie. Men kent nog twee andere motieven om te sparen: het voorzorgmotief en het speculatiemotief.
    Voorzorgmotief: sparen zonder concreet doel, oppotten.
    Speculatiemotief: sparen met de verwachting dat prijzen zullen dalen of rentestanden gunstiger worden.
  • Welke twee bekendste mechanismen of instrumenten functioneren in de macro-economie om ervoor te zorgen dat de producent en de consument hun economische beslissingen op elkaar af kunnen stemmen?
    Marktmechanisme en plansysteem
  • Omschrijf het marktmechanisme:
    Toepassing van het marktmechanisme betekent dat producenten en consumenten geheel vrijgelaten worden in hun economische beslissingen. 
  • Omschrijf het plansysteem:
    Bij toepassing van het plansysteem worden economische beslissingen genomen door een centraal orgaan (meestal de overheid).
  • Wat is een markteconomie?
    Een economie die zich voornamelijk baseert op het marktmechanisme.
    Een planeconomie is derhalve een economie die zich voornamelijk baseert op het plansysteem.
  • Waarop is schaarste gebaseerd?
    Vraag en aanbod.
  • Er zijn twee zaken van invloed op de prijs: als eerste natuurlijk de schaarsteverhoudingen. De tweede is de overheid: behalve dat zij kan optreden als marktpartij kan zij ook belastingen heffen of juist subsidies verstrekken.
  • Dit is een collectieve vraagcurve. Deze heeft meestal een dalend verloop en is bijvoorbeeld afhankelijk van het inkomen en van de voorkeur voor en prijzen van andere goederen.
  • Verklaar de collectieve vraagcurve:
    - aantallen toe- of uittredende vragers al naar gelang de prijsbeweging
    - toe- of afnemende koopbereidheid bij reeds aanwezige vragers op grond van inkomens- en subsidie-effect.
  • Dit is een collectieve aanbodcurve. Deze heeft doorgaans een stijgend verloop. Deze curve is afhankelijk van factoren als de kosten en prijzen van andere (concurrerende) goederen.
  • Verklaar de collectieve aanbodcurve:
    - de aantallen toe- of uittredende aanbieders afhankelijk van de prijsbeweging
    - de toe- of afnemende mate waarin de productiecapaciteit door de aanwezige aanbieders wordt benut.
  • Wanneer spreekt men van marktevenwicht?
    Als vraag en aanbod aan elkaar gelijk zijn, het punt waarop beide curven elkaar snijden.
  • Noem de externe belanghebbenden van een organisatie.
    - klanten
    - leveranciers
    - aandeelhouders
    - financiers
    - omwonenden
    - overheden
    - belangenbehartigingsorganisaties
    - media en concurrenten
  • Klanten en de organisatie: hierbij is altijd sprake van wederzijdse afhankelijkheid. Het is voor de organisatie van groot belang de ontwikkelingen in de wensen van de klant te kennen. 
  • Leveranciers en de organisatie: de prijs en kwaliteit van het product worden mede bepaald door de producten van de toeleveranciers. De organisatie is hiervoor dus afhankelijk van de leveranciers.
  • Noem twee belangrijke hedendaagse ontwikkelingen in de relaties tussen organisaties en leveranciers.
    - Organisaties tellen steeds vaker eisen aan de bedrijfsvoering van de leverancier, om een constante kwaliteit van de afgenomen producten te garanderen.
    - Organisaties verlangen steeds vaker een "just-in-time"-levering van goederen of diensten, om dure voorraad tegen te gaan.
  • Aandeelhouders en de organisatie: juridisch gezien zijn de aandeelhouders de eigenaren van de onderneming. De afstand tussen aandeelhouders en de organisatie worden vooral bij grote ondernemingen steeds groter, waarbij de belangen van de organisatie niet noodzakelijk meer parallel lopen aan die van de aandeelhouders; de aandeelhouders zijn meer tot vermogensverschaffer geworden die vooral belang hebben bij de rentabiliteit van het ingebrachte vermogen, de waardestijging van het aandeel en de continuïteit van de onderneming. Balanswaarde en imago zijn hierbij belangrijke punten van aandacht voor het management.
  • Financiers en de organisatie: de belangen van financiers komen grotendeels overeen met die van de aandeelhouders. Een financier let met name op de balans tussen risico en rendement van de investering. Vertrouwen in het management speelt hierbij een belangrijke rol.
  • Omwonenden en de organisatie: voor omwonenden is in de eerste plaats de mate van overlast van belang, maar ook de uitstraling die de organisatie heeft op de buurt aangezien dit effect heeft op de huizenprijzen. Zij kunnen een factor van betekenis zijn voor de bedrijfsvoering, aangezien zij uitbreidingsplannen en vergunningen kunnen verhinderen of vertragen.
  • Overheden en de organisatie: overheden zien toe op de wettelijke voorschriften waaraan de bedrijfsvoering van de organisatie moet voldoen en zien dan ook toe op naleving en handhaving. De organisatie vervult een belangrijke maatschappelijke rol omdat ze werkgelegenheid verschaft, en vanuit dat belang is de overheid graag bereid de organisatie op diverse manieren te steunen. 
    Ook is de overheid subsidieverschaffer, bedoeld om gewenst gedrag van de organisatie te steunen.
  • Noem 4 categorieën belangenbehartigingsorganisaties die speciaal van belang zijn voor de organisatie.
    - werknemers- en werkgeversorganisaties
    - consumentenorganisaties
    - organisaties van belangengroeperingen
    - ideële organisaties
  • Vooral de invloed van milieuorganisaties neemt de laatste jaren sterk toe. Dit door het toenemende belang in de publieke opinie en vanuit de professionalisering van milieugroeperingen.
  • De macht van de media is groot en blijft groeien. Informatie bereikt ons steeds gemakkelijker, sneller en van grote afstand. Voor organisaties is het dan ook zaak om steeds bewuster berichtgeving in de media te sturen.
  • Concurrenten en de organisatie: de organisatie vormt samen met de concurrenten de aanbodzijde van een marktsegment. De kaders waarbinnen een organisatie haar strategie bepaalt wordt deels bepaald door de concurrentie. Het is dan ook van belang de concurrentie goed te kennen en vast te stellen waar het "onderscheidend vermogen" ligt, en te weten hoe het marktaandeel kan worden bedreigd.
    Ook komt het steeds vaker voor dat ondernemingen een mogelijke partner zien in concurrenten, zodat gezamenlijk geïnvesteerd kan worden in dure productiemiddelen, onderzoek of marketing.
  • Hoe noemt men het deel van de omgeving waartoe externe belanghebbenden behoren?
    Meso-omgeving
  • Wie behoren er tot de micro-omgeving van een bedrijf?
    De interne belanghebbenden.
  • Noem invloeden 4 uit de indirecte omgeving van een bedrijf.
    - economische ontwikkelingen
    - maatschappelijke ontwikkelingen
    - sociale ontwikkelingen
    - technologische ontwikkelingen
  • Tot welk niveau behoren invloeden uit de indirecte omgeving?
    Macro-niveau
  • Macro: groot, verst weg van de organisatie. Vaak landelijk, soms Europees of zelfs op wereldniveau.

    Meso: dichter bij de organisatie, bijvoorbeeld de bedrijfstak.

    Micro: de organisatie zelf en haar directe omgeving, zoals medewerkers en klanten.
  • Geef een samenvattende benaming voor belanghebbenden van een organisatie.
    Stakeholder.
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Example questions in this summary

Wat is economie?
1
Welke twee hoofdgroepen huishoudingen onderscheiden we in de economie?
1
In welke twee groepen worden particuliere huishoudingen gesplitst?
1
Hoe noemen we de verhouding tussen schaarse middelen en de behoeften?
1
Page 1 of 22