Class notes - VTV 1

by
63 Flashcards & Notes
7 Students
  • This summary
  • +380.000 other summaries
  • A unique study tool
  • A rehearsal system for this summary
  • Studycoaching with videos
Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - VTV 1

  • 1409781600 onderdeel 2: observatietechnieken en vitale functies

  • Aandoeningen van de perifere vaten?
    Aandoeningen van de slagaders en aders van de ledematen, vooral aandoeningen waarbij de normale doorbloeding is verminderd.
  • Antipyretisch?
    Koortswerend
  • Apex?
    Het puntige uiteinde van een kegelvormig (deel van een) orgaan (bijvoorbeeld het onderste deel van het hart, het bovenste deel van de longen).
  • Arteriosclerose?
    Alle veranderingen van de arteriewand die gepaard gaan met sclerose, o.a. atherosclerose.
  • Atherosclerose?
    Vaataandoeningen met bloedvatvernauwingen op verschillende plaatsen als gevolg van plaquevorming.
  • Atriaal?
    Betrekking hebbend op het atrium.
  • Autoregulatie?
    Het intrinsieke vermogen van een orgaan of weefsel om de doorbloeding op peil te houden ondanks veranderingen van de arteriele druk.
  • Axilla?
    Okselholte
  • Hartminuutvolume?
    Hoeveelheid bloed die in 1 minuut door 1 ventrikel wordt uitgepompt; product van slagvolume (SV) en hartslagfrequentie (HMV = SV x HR).
  • Cardio?
    Betrekking hebbend op het hart.
  • Cardiogeen?
    Afkomstig van of veroorzaakt door het hart.
  • Chemoreceptor?
    Receptor die langs chemische weg geprikkeld wordt (bijvoorbeeld in een smaak- of reukorgaan). Een receptor is een plaats in een zenuweind (van sensibele vezels) waar prikkels worden opgevangen.
  • Contractiliteit?
    Het vermogen zich samen te trekken of spierweefsel of -cellen te verkorten.
  • Kerntemperatuur?
    Temperatuur van het inwendige van het lichaam (de lichaamskern).
  • Diastole?
    Verslapping van het hart na een contractie: de periode in de hartfase waarin het hart zich verwijdt en zich met bloed vult; de periode van ontspanning.
  • Dode ruimte?
    Gedeelte van het ademvolume dat niet actief aan de eigenlijke gaswisseling deelneemt.
  • Dopplerstethoscoop?
    Een stethoscoop met ultrageluid of met een sonde waarbij de doorbloeding wordt bepaald met behulp van een bundel ultrageluid.
  • Febriel?
    Koortsig, door koorts veroorzaakt.
  • Fibrillatie?
    Onregelmatige, asynchrone elektrische activiteit van hartspiergedeelten die niet of nauwelijks tot contractie leidt.
  • Glomus caroticum?
    Capillair-kluwen met dekweefselcellen die zich bevindt in de carotisvork (plaats waar de halsslagader zich splitst in a. carotis externa en a. carotis interna). De glomus caroticum heeft de functie van een chemoreceptor die reageert op veranderingen in het zuurstofgehalte van het bloed.
  • Hartcyclus?
    De volledige periode van een hartcontractie, dus van het begin van een contractie tot het begin van de volgende contractie: samentrekken en ontspannen van hartcompartimenten en openen en sluiten van kleppen.
  • Homeostase?
    De neiging van een organisme tot handhaving van een 'inwendig evenwicht', in het bijzonder betreffende de lichaamstemperatuur, de hartfrequentie, de bloeddruk, de hormonale verhoudingen, de water- en de mineralenbalans en alle verdere biofysische functies.
  • Hypertensie?
    Bij herhaalde metingen vastgestelde verhoogde bloeddruk.
  • Hyperthermie?
    Verhoogde lichaamstemperatuur die onder fysiologische omstandigheden optreedt, bijvoorbeeld bij lichamelijke inspanning of een hoge omgevingstemperatuur.
  • Hypervolemie?
    Te groot bloedvolume
  • Hypotensie?
    Te lage bloeddruk
  • Hypothalamus?
    Het gedeelte van de hersenen dat onder de thalamus ligt. Functies van de hypothalamus zijn het reguleren van de lichaamstemperatuur en bepaalde stofwisselingsprocessen en het reguleren van andere autonome functies.
  • Hypovolemie?
    Te klein bloedvolume
  • Infarcering?
    Vorming van een infarct, oftewel versterf dat gepaard gaat met stolling van cellen, van een (deel van) een orgaan of van weefsel door ischemie, als gevolg van een arteriele afsluiting.
  • Ischemie?
    Plaatselijk een tijdelijk zuurstoftekort doordat de bloedtoevoer naar een lichaamsdeel is geblokkeerd.
  • Korotkovtonen?
    De tonen die je bij het meten van de bloeddruk hoort bij de auscultatie van de arterie.
  • Monitoren?
    Het gedurende een bepaalde tijd en met regelmaat observeren en/of meten van lichaamsfuncties om na te gaan of zich veranderingen voordoen die kunnen wijzen op verbeteringen of verslechtering van de toestand van de patient.
  • Myocard?
    De dikste, middelste spierlaag van de hartwand.
  • Normwaarde?
    Het temperatuurniveau dat het temperatuurregelcentrum probeert te handhaven.
  • Palperen?
    Onderzoeken door tast; voelen.
  • Perifeer?
    Met betrekking tot de perifere; op afstand van de centrale structuren; aan de buitenzijde van het lichaam gelegen.
  • pH?
    Zuurgraad
  • Pilo-erectie?
    Kippenvel, het rechtop gaan staan van de haren.
  • Pyrogeen?
    Koortsverwekkend, een koortsverwekkende substantie.
  • Ronchopathie?
    Snurken; hard trillend geluid dat meestal wordt veroorzaakt door trilling van het slijmvlies van de huig en het zachte gehemelte, maar ook trillingen van het strotklepje of farynxwanden; oorzaak is vaak gerelateerd aan overgewicht, mannelijk geslacht en hogere leeftijd.
  • Sclerose?
    Verharding
  • Shock?
    Levensbedreigende toestand na ernstig letsel of bij ernstige ziekte, als gevolg van een wanverhouding tussen de hoeveelheid circulerend bloed en de omvang van het vaatbed.
  • Sonorus?
    Klinkend
  • Sfygmomanometer?
    (bloeddrukmeter van Riva-Rocci) instrument waarmee de arteriele bloeddruk indirect kan worden bepaald.
  • Systole?
    Hartcontractie, de periode waarin het hart zich samentrekt.
  • Thermoregulatie?
    Warmteregeling, met als functie het handhaven van een constante inwendige lichaamstemperatuur.
  • Valsalvamanoeuvre?
    De patient diep in laten ademen en dan bij gesloten glottis flink persen. Hierdoor stijgt de druk in de thorax, waardoor de terugstroming van bloed naar het rechter hartgedeelte wordt belemmerd, met als gevolg een (rontgenologisch zichtbare) verkleining van het hart. Blijft deze uit, dan is er sprake van een afwijking.
  • Vasoconstrictie?
    Vernauwing van de bloedvaten, waardoor o.a. minder warmte wordt afgegeven. Door vasoconstrictie verhoogt de bloeddruk waardoor een bloedvolumetekort tijdelijk gecompenseerd kan worden.
  • Vasodilatatie?
    Verwijding van bloedvaten waardoor o.a. meer warmte wordt afgegeven en ook een bloeddrukverlaging optreedt.
  • Atriumfibrillatie?
    Ook wel boezemfibrilleren genoemd; hartritmestoornissen van de boezems die wordt gekenmerkt door snelle, onregelmatige contracties van de hartboezems, waardoor een snelle, onregelmatige samentrekking van de kamers wordt veroorzaakt.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

Aandoeningen van de perifere vaten?
1
Antipyretisch?
1
Apex?
1
Arteriosclerose?
1
Page 1 of 16