Summary Class notes - Psychologische stromingen

-
51 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Psychologische stromingen

  • 1421535600 H1

  • 3 functies wetenschappelijke theorien:
    -Systematiserende of ordelijke functie: ze moeten herhaalbaar en controleerbaar zijn.
    -Verklaren en voorspellende functie
    -Heuristiekefunctie: Op grond van het inzicht dat een theorie heeft opgeleverd, kunnen nieuwe voorspellingen worden gedaan.
  • Noem de 3 verschillende mensbeelden:
    Het mechanistische mensbeeld
    Het organistische mensbeeld 
    Het personalistische mensbeeld
  • Het mechanistische mensbeeld:
    -Samengesteld in verschillende delen
    -Geen onderscheid tussen mens en dier
    -A veroorzaakt B (lineair (oorzaak-gevolg)
    -Wanneer we alle onderdelen kennen, kennen we het geheel
    -Alles kan afzonderlijk bestudeerd worden
  • Het organistische mensbeeld:
    -mensen zijn groeiende organismen (een geheel), het organisme staat in wisselwerking met zijn omgeving
    -Ook vergelijking tussen mens en dier
    -Circulair caussaal (geen oorzaak-gevolg)
    -Mensen zijn niet los van elkaar te bestuderen
  • Het personalistische mensbeeld:
    -Mensen worden beinvloed door culturen en scheppen zelf ook cultuur
    -Geen vergelijking met dieren
    -Als één geheel bestudeerd worden
    -Handelen doelgericht: hun gedrag heeft 'zin', juist die zingeving moet bestudeerd worden.
  • 2 benaderingen (wetenschappelijke) kennisgeving:
    -Objectiviteit en controleerbaarheid, menselijk gedrag word opgedeeld en beperkt tot kleine delen om goed te kunnen controleren.
    -Begrijpende methode: in de huid kruipen van een ander en proberen te begrijpen wat hem motiveert en emotioneert.
    -Humanistische benadering: stelt het interpreteren centraal en niet zozeer het waarnemen
  • 1421622000 H3 behaiviorisme

  • Basisuitgangspunten: 
    -Stellen objectiviteit centraal
    -Stelt leerprocessen centraal bij het verklaren van gedrag
    -Een mens komt blanco ter wereld en leert het gedrag aan.
    -Om gedrag te bestuderen, mag het opgeknipt worden in kleine delen.
  • Geschiedenis van het behaivoirsimeme:

    -Gedrag wordt door Waston opgevat als een reactie (respons) van een organisme op een bepaalde prikkeling of signaal (stimulus) van buitenaf.
    -Neobehaiviorisme (Skinner) Aandacht besteed aan het operant conditioneren -> het gevolg op of de consequentie van het gedrag bepaalt of gedrag in frequentie zal toe- of afnemen.
    -Wastron legt de nadruk op de stimulus (uitgelokt gedrag) en Skinner op de consequenties.
  • Het mensbeeld in het behaviorisme:
    -Een persoon geeft zelf richting aan zijn leven, maar het gedrag wordt bepaald door omgevingsinvloeden -> periferalisme
    -Een mens komt blanco ter wereld.
    -Er bestaat geen wezenlijk verschil tussen mensen en dieren.
    -De geschiedenis van een persoon staat centraal.
    -Wat mensen denken (de geest) past niet in de wetenschappelijke persoon -> cognitie is niet objectief te bestuderen.
  • Indeling van het behaviorisme
    -Organistische visie -> de S-R-verbindingen (watson) en de R-C verbindingen (Skinner) -> er wordt lineair caussaal gedacht: er is een oorzaak en een gevolg.
    -Het behaviorisme kijkt dus alleen naar gedrag en verwaarloost daarbij de belevingen van mensen.
  • Indeling van de leerprocessen:
    Op het laagste niveau staat het gewenningsleren (hebituatie) en sensitisatie 
    Op het volgende niveau staat het associatie leren
    Op het hoogste niveau staat het cognitief of symbolisch leren
  • Habituatie
    wennen aan omgevingsgeluiden
  • Operant conditioneren
    -Het gedrag (een respons) zal in frequentie toenemen als het gevolgd wordt (cencequentie) door een prettige gebeurtenis voor het organisme.
    -Het organisme heeft een associatie geleerd tussen gedrag en consequentie.
    -Skinner breidde het schema uit naar S-R-C schema
  • Leerpsychologische theorie:
    Depressief gedrag ontstaat doordat normaal (niet-depressief gedrag) uitdooft (extinctie)
  • Angststoornissen:
    -Je hebt een angststoornis wanneer de angst zelf een probleem is geworden
    -Tweefactoren model: Een fobie ontstaat door een klassieke conditionering en dat blijft bestaan door operante conditionering.
    -Obsessief-compulsieve stoornis: angstaanjagende gedachten die gevolgd worden door dwanghandelingen. 
  • Defineren van probleemgedrag is de eerste stap van de gedragsanalyse:
    -Ferquentie (antwoord op de vraag 'hoe vaak')
    -Tijdsduur (antwoord op de vraag naar de totale lengte van het probleemgedrag op een dag)
    -Intensiteit (gedrag voor en tijdens de situatie)

    Stap 2: het maken van een nullijn:
    -een weergave van de situatie voordat een behandeling of interventie gestart wordt. 
    -Geeft aan hoe groot de frequentie, de tijdsduur en de intensiteit van het probleemgedrag is. 

    Stap 3: beginnen beinvloeden van het problematische gedrag. 
  • Wat is het verschil van exposure in vivo en exposure in vito?
    Bij in vivo wordt de cliënt blootgesteld aan de echte stimulus en bij in vito stelt de cliënt zich voor dat hij blootgesteld wordt aan de stimulus. 
  • 1421708400 H4 Humanistische psychologie

  • Humanisme:
    -Subjectiviteit staat centraal 
    -Bewustzijn wordt centraal gesteld
    -Ontwikkeling van de persoon wordt benadrukt -> proces en groei.
    -Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun leven
    -Eigen belevingen worden in het hier en nu geplaatst. 
    -De mens wordt als totaliteit, als één geheel opgevat
  • Drie stromingen die op de humanistische psychologie lijken:
    -Humanisme, grote belangstelling aan opvoeding en onderwijs en zijn ervan overtuigd dat mensen zelf het vermogen hebben om uit te maken wat goed en slecht is.
    -Existentialisme: Individuele verantwoordelijkheid, persoonlijke beslissingen, persoonlijk oordelen en handelen, vrije wil en subjectiviteit staan centraal.
    -Fenomenologische psychologie waarin de eigen beleving en de eigen ervaring van de persoon wordt benadrukt en niet de objectieve realiteit.
  • Noem 2 belangrijke personen in de humanistische psychologie: 
    -Maslow en Rogers
  • Rogers stelt 2 uitgangspunten centraal: 
    -de cliënt is zelf competent genoeg om uit te maken wat de doelstellingen van een therapie moeten zijn.
    -De therapeutische relatie staat in het 'hier en nu'.
    -Cliëntcentered: De competenties van de cliënt worden benadrukt en het belang van een professionele hulpverleningsrelatie wordt afgezakt. 
  • Mensbeeld van de humanistische psychologie: 
    -Het optimistische mensbeeld, waar men uitgaat van (onbewust) driften waarmee iemand moet leren omgaan en eventueel geremd moeten worden. 
    -Uitgaan van de rol van het individu
    -Subjectiviteit staat centraal
    -Aandacht voor het verschil tussen kind en volwassene. 
  • Indeling van de humanistische psychologie: 
    -Centralisme: de mens is zelf de centrale factor bij het ontwikkelen van zijn leven. 
  • De theorie van Rogers: 
    persoonlijkheid
    -Wil een verandering van de persoon tot stand brengen -> persoon moet zo sterk gemaakt worden dat hij zowel zijn actuele als toekomstige problemen zelfstandig kan oplossen. 
    -Dynamische persoonlijkheid (iemand is in ontwikkeling) wordt benadrukt. 
    -Binnen een persoon worden drie processen onderscheiden: voelen (emoties), denken (cognitief) en handelen (gedrag). 

    Om de interactie tussen voelen, denken en (communicatief) handelen duidelijk te maken, wordt gebruikgemaakt van de begrippen interne en externe dialoog: 
    -Interne dialoog is de interactie tussen denken en voelen, bij normale tostand (gezond) is het in evenwicht. Het voelen heeft invloed op het denken en andersom. 
    -Externe dialoog: interactie met anderen. Gezonde ontwikkeling als iemand zichzelf kan zijn in de interactie met anderen, en als het handelen met anderen voor hem betekenis heeft. 
    -Gezond, geïntegreerd individu als de interne en externe dialoog op elkaar afgestemd zijn en in harmonie zijn. 
    -Lichamelijke gevoelde betekenis: lichamelijke gewaarwordingen hebben een gevoelsbetekenis. 
  • Drie grondhoudingen: 
    -Echtheid: de hulpverlener ontkent zichzelf geen enkel gevoel en verschuilt zich niet achter een professionele facade. 
    -Onvoorwaardelijke positieve gezindheid: openstaan voor de gedachten en gevoelens van de cliënt. 
    -Empathie: Gaat over de houding van de hulpverlener die probeert om de cliënt van binnenuit te begrijpen. 
  • Rogeriaanse hulpverlening:
    -De leerpsychologie benadrukken dat de therapeut een modelfunctie heeft voor de cliënt, of hij dat nu wil of niet. -> beïnvloeden van gedachten en handelingen van de cliënt. Dus er is ook invloed van buitenaf, niet alleen van binnenuit. 
    -Procesgerichte gesprekstechnieken: stroming die voortbouwt op de uitgangspunten die Rogers geformuleerd had en worden de ervaringen van het schizofrenieproject. 
  • Positieve psychologie: 
    Gericht op het begrijpen en behandelen van menselijke tekorten, aandacht voor de positieve krachten. 
    -Positieve emoties;tevredenheid, geluk, hoop
    -Positieve individuele kenmerken: moed, sociale vaardigheid, wijsheid en veerkracht
    -Positieve instituties; opvoeding, onderwijs en werk.
    -Nadruk wordt gelegd op de innerlijke krachten en het goede van de mens. 
  • Praktische toepassingen van Rogeriaanse principes in hulpverlening en opvoeding: 
    Drie aspecten: 
    -Onvoorwaardelijke acceptatie.
    -luisteren
    -Transparant uiten van boodschappen
  • Gentle teaching: 
    -Vooral toegepast bij mensen met kwetsbaarheden. 

    -Mensbeeld: de unieke persoon staat voorop
    -Gelijkwaardigheid tussen hulpontvanger en hulpverlener
    -Solidariteit die een hulpverlener moet uitstralen heeft vier sleutelbegrippen; 
    acceptatie, affectie, tolerantie en warmte 
  • Validationmethode
    Overtuigingen: 
    -Ieder mens is uniek en dient al individu te worden behandeld 
    -Ieder mens is waardevol
    -Hoogbejaarden dienen zonder waardeoordeel te worden geaccepteerd. 
    -Gevoelens gaan minder pijn doen wanneer ze worden geuit
    -Door empathie ontstaat vertrouwen, nemen angst en onrust af en wordt waardigheid hersteld. 
  • Motiverende gespreksvoering: 
    -Empathie
    -Discrepantie: De incongruentie moet bevorderd worden
    -Weerstand: de discussie wordt vermeden en het probleem wordt teruggegeven aan de cliënt. 
    -Persoonlijke effectiviteit: De hulpverlener moet oprecht geloven dat de cliënt zelf het vermogen heeft om een taak of beslissing uit te voeren. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

3 functies wetenschappelijke theorien:
1
Noem de 3 verschillende mensbeelden:
1
Indeling van de leerprocessen:
1
Habituatie
1
Page 1 of 2