Class notes - Inleiding Psychologie en Maatschappij: Economische Psychologie

by
186 Flashcards & Notes
5 Students

Study smarter with eFaqt summaries

  • Available on desktop, tablet, mobile & print
  • Questions with answers about the material
  • Access to 300 000 online summaries
  • Smart study features & timers for more results

Get this summary

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Samenvatting - Class notes - Inleiding Psychologie en Maatschappij: Economische Psychologie

  • 1442959200 Artikel 1: De (ir)rationaliteit van de beslisser

  • Om te weten hoe mensen te overtuigen of te sturen zijn in hun gedrag, is inzicht in de oorzaken van dat gedrag vereist. Meer precies stelt dit soort overpeinzingen de vraag hoe mensen beslissingen nemen en keuzes maken centraal..De simpele vraag naar sturing of beïnvloeding van gedrag leidt tot een veelheid van vragen betreffende de wijze waarop mensen beslissingen nemen of kiezen uit alternatieven. 
  • Er word uitgegaan van een reeks veronderstellingen en assumpties wanneer het gaat om de vraag hoe beslissingen worden genomen. Voor een belangrijk deel zijn die gestoeld op assumpties die onderdeel uitmaken van wat ook wel de rationele keuzetheorie wordt genoemd. Deze speelt een dominante rol in beleid en verschillende takken van de wetenschap.
  • In de rationele keuzetheorie worden de volgende aannames gemaakt:
    1. het primaat van de eigen opbrengsten
    2. maximalisatie
    3. maximaal gebruik van informatie
    4. perfect incalculeren van onzekerheid
    kans van optreden van 100% weegt 10x zo zwaar mee dan een opbrengst met een kans van 10%
    5. rationeel verdisconteren van de toekomst mensen hebben liever 100 euro nu dan 100 euro over een maand; gebaseerd op een rationele afweging van de te verwachten onzekerheid
    6. stabiele voorkeuren
    7. emoties spelen geen rol
  • Assumpties  hebben voor een belangrijk deel een normatief en prescriptief karakter doordat zij aan lijken te geven hoe volgens sommigen beslissingen horen genomen te worden en hoe mensen geadviseerd dienen te worden over het maken van keuzes.
  • De vraag die hier centraal staat is of de rationele keuzetheorie ook beschrijft hoe mensen daadwerkelijk beslissingen nemen. Wanneer de overheid of beleidsmakers beslissingen willen beïnvloeden of bijsturen is het raadzaam om in te spelen of op zijn minst rekening te houden met de wijze waarop de individuele beslisser zijn/haar beslissingen neemt.
  • "At the core of behavioral economics is the conviction that increasing the realism of the psychological underpinnings of economic analysis will improve the fields of economics on its own terms - generating theoretical insights, making better predicitons of field phenomena, and suggesting better policy."
  • De stap van assumptie naar de psychologische werkelijkheid is een belangrijke en centrale in de gedragseconomie.
  • Beleidsmakers overschatten het belang van eigenbelang. De werkelijkheid is dat mensen tot op zekere hoogte bereid zijn om zich voor een algemeen belang als een schoner milieu in te zetten. Het lijkt accurater om te stellen dat mensen bij hun beslissingen een afweging tussen hun eigenbelang en de belangen van anderen.
  • Wat is het sociale nuts-model?
    Dit beschrijvende model veronderstelt dat we onze beslissingen baseren op twee zaken: ons eigenbelang en de belangen van anderen. Het is een kwestie van afweging, van het relatieve gewicht dat men aan beiden motieven toekent. Dit gewicht verschilt van individu tot individu, en per situatie.
  • Wanneer het belang van anderen ter sprake komt vallen al gauw de woorden 'eerlijkheid' of 'rechtvaardigheid'. Inderdaad blijkt het meewegen van de belangen van anderen veelal in termen van dergelijke verdelende of distributieve rechtvaardigheid beschreven te kunnen worden.
  • Waar draait het bij procedurele rechtvaardigheid om?
    Het draait niet om de uitkomsten, maar om de wijze waarop -de procedure waarmee- de uitkomsten tot stand zijn gekomen. Dit is soms belangrijker dan distributieve rechtvaardigheid. 
  • Waar draait het bij distributieve rechtvaardigheid om?
    Het gaat altijd om verdeling; verdeling van de kosten of verdeling van de opbrengsten.
  • Maximalisatie wordt in twijfel getrokken, omdat...
    ...mensen vaak het genoegen nemen met voldoende resultaat, en niet met het beste resultaat. 
  • Studie Gilbert en Ebert (maximalisatie vs tevredenheid):
    Studenten deden mee aan een cursus fotografie en mochten als dank een afdruk hebben van een foto naar keuze. De helft van de deelnemers maakte direct de definitieve keuze. De andere helft kreeg een aantal dagen de gelegenheid deze keuze te veranderen indien ze dat wilden. Deze optie werd zeer aantrekkelijk gevonden. MAAR: uiteindelijk waren deze deelnemers minder tevreden met hun keuze.
  • Studie Iyengar en Lepper (choice overload phenomenon)
    Jam proeven: 6 jams óf 24 jams. Meer mensen kwamen kijken bij 24 jams, maar er werd meer verkocht bij 6. Mensen zijn ook minder tevreden bij een te groot aanbod aan keuze.
  • Wat zijn maximizers?
    Mensen die altijd het beste willen; degene die zich gedragen conform de assumptie van de rationele keuzetheorie. Deze zoeken meer informatie op, vóór en ná de keuze, vergelijken zichzelf meer met anderen, en hebben vaker spijt en zijn minder tevreden met hun leven.
  • Wat zijn satisficers?
    Mensen die tevreden zijn wanneer iets 'goed genoeg' is.
  • Volgens de rationele keuzetheorie kunnen we verschillende dingen met elkaar vergelijken en 'door rekenen' naar wat de meest gunstige aankoop is. Vaak gebruiken mensen strategieën om de keuze te vereenvoudigen.
  • Wat is begrensde rationaliteit volgens Simon (1956)?
    binnen onze cognitieve beperkingen maken we een zo goed mogelijke keuze op basis van zo veel mogelijk informatie.
  • Wat is de satisficing-regel volgens Simon (1955)?
    Hierbij worden alternatieven één voor één bekeken. Het eerste alternatief dat als 'goed genoeg' uit de bus komt wordt gekozen.
  • Wanneer mensen geconfronteerd worden met meer informatie dan ze kunnen of willen verwerken zullen ze vaak overgaan tot het toepassen van eenvoudigere regels, waardoor de mentale belasting wordt verminderd. Dit leidt uiteraard tot suboptimale keuzes, maar uit onderzoek blijkt dat dit niet altijd nadelig hoeft te zijn. Wanneer beslissingen snel genomen moeten worden kan een eenvoudige maar snelle wijze van beslissen superieur zijn.
  • Vaak nemen we onze beslissingen op basis van gewoontes en doen we gewoon wat we al jaren doen. Bij veel van onze gewoonten is er echter geen sprake van een maximaal resultaat en zullen we er nooit achter komen of een andere keuze beter is.
  • Wanneer gedrag op de automatische piloot vertoond wordt kunnen subtiele cues in de omgeving zeer effectief zijn m.b.t. het sturen van gedrag door informatie overbrengen (Zie hoofdstuk van Aarts (gewoontes) en Lindenberg en Stapel (cue power) in latere notities).
  • Kansschattingen lijken uitermate subjectief, omdat mensen vaak overmatig optimistisch zijn in hun inschattingen; onrealistisch optimistisch. Hiernaast maken mensen bij hun inschattingen gebruik van bepaalde vuistregels (heuristieken), dit maakt het inschatten echter inaccuraat. 
  • Wat is de beschikbaarheids-heuristiek?
    Bij onze inschatting laten we ons vaak leiden door het gemak waarmee we een situatie kunnen oproepen die overeenkomsten vertoont met de situatie waar we een beslissing over willen nemen. Media speelt hier een grote rol in.
  • Wat is de representativiteits-heuristiek?
    Bij kansschattingen laten we ons leiden door de mate waarin een situatie lijkt op een situatie waar we eerdere kennis over hebben.
  • Wat is de ankerings-heuristiek?
    Bij een kansschatting maken mensen vaak een initiële inschatting die vervolgens aangepast wordt.
  • In het algemeen hebben mensen een grote voorkeur voor zekerheid. Zo laten mensen opties waarvan de kosten/opbrengsten zeker zijn veel zwaarder meewegen dan onzekere kosten/opbrengsten. Bovendien blijken mensen ronduit slecht in het doordenken van onzekere keuzeopties.
  • Studie Tversky & Shafir (1992)
    Groep 1: tentamen gehaald. Groep 2: tentamen niet gehaald. Groep 3: niet zeker of tentamen gehaald/niet gehaald. Alle studenten kregen een aantrekkelijke optie om een vakantie naar Hawaï te boeken. Groep 1 en 2 wouden de vakantie boeken, groep 3 niet, want ze waren onzeker. Wanneer men bedenkt dat de meeste beslissingen uit meer dan twee opties bestaan is het duidelijk dat  we hier met een zeer fundamenteel en belangwekkend probleem te maken hebben. Het impliceert dat men er niet zomaar vanuit kan gaan dat mensen bij onzekerheid echt de consequenties van de verschillende mogelijke uitkomsten doordenken.
  • Wat betekent het dat we de toekomst rationeel verdisconteren (=verekenen)?
    Bij de afweging tussen opbrengsten die op de korte termijn en op de lange termijn optreden verdisconteren mensen de onzekerheid die op de lange termijn kan optreden. Mensen hebben v. liever 100 euro nu dan 100 of 110 euro over een maand. Deze verandering van preferenties, die laat zien dat mensen onmiddellijke beloningen prefereren boven uitgestelde beloningen, is problematisch voor de rationele keuzetheorie.
  • Studie Thaler & Shefrin (1991)
    We willen graag gezond zijn, maar beginnen liever morgen met het sporten en dieet. Thaler spreekt in dit verband over een conflict tussen de 'doener' en de 'planner' in ons. Vaak wint de doener het van de planner. Mensen hebben een gebrek aan zelfcontrole.
  • Wat is de 'construal level theory'?
    Deze theorie stelt dat wanneer we keuzes maken voor de korte termijn, we ons laten leiden door overwegingen die te maken hebben met de haalbaarheid en korte termijn bevrediging van behoeften. Wanneer we keuzes maken voor de lange termijn, laten we ons meer leiden door overwegingen die te maken hebben met wenselijkheid en principes en idealen.
  • Voorkeuren kunnen zeer instabiel zijn en uiterst vatbaar voor de wijze waarop de vraag gesteld wordt. Mensen blijken veel meer geneigd tot risico wanneer de uitkomsten negatief zijn dan wanneer de uitkomsten positief zijn.
  • Een andere reden waarom voorkeuren vaak weinig stabiel lijken is gelegen in het al dan niet aanwezig zijn van een keuzecontext. Wanneer men opties zonder vergelijkingscontext moet beschouwen komen mensen vaak tot andere voorkeuren dan wanneer er wel sprake is van een vergelijkingscontext.
  • Vaak worden rationaliteit en emoties als tegenpolen gezien. Bij belangrijke beslissingen wordt bijvoorbeeld verondersteld dat het goed is om de emoties er even buiten te laten. Is dit wel raadzaam? Emoties, zo lijkt het, kunnen behulpzaam zijn bij het goed inschatten van risico's en het nemen van goede beslissingen. Het idee hierbij is dat onze emoties als signalen werken die onze beslissingen ten goede kunnen bijstellen en sturen.
  • Wat is de affect-heuristiek?
    We baseren onze oordelen en beslissingen vaak op het gevoel dat bij ons opgeroepen wordt. Wanneer we een positief gevoel hebben onderschatten we bijvoorbeeld de kans op een nadelige uitkomst. Dit maakt het maken van beslissingen makkelijker, maar kan ook resulteren in het maken van fouten.
  • Wat zijn 'commitment devices'?
    Bij een deel van het onderzoek naar emoties bij economische beslissingen wordt een koppeling gemaakt tussen emoties en het thema: de geneigdheid van mensen om naast hun eigenbelang ook oog te hebben voor de belangen van anderen. Morele emoties zouden belangrijk zijn voor de maatschappij. Deze zouden ertoe bijdragen dat mensen zich aan normen en conventies houden --> commitment devices.
  • Naast morele emoties spelen ook emoties een rol die meer nadrukkelijk gekoppeld zijn aan het keuzeproces en de vergelijkingen die mensen daarbij maken (spijt en teleurstelling). Deze emoties ervaren we wanneer we een vergelijking maken tussen de uitkomsten die we behalen en de uitkomsten die we gekregen zouden hebben als we iets anders gekozen hadden (keuzemoment), of met de uitkomst die we verwachten hadden.
  • Wat is de 'spijttheorie'?
    Mensen willen spijt vermijden. Twee belangrijke aannames. (1) er wordt vanuit gegaan dat mensen spijt kunnen ervaren als een gevolg van een beslissing. (2) bij het maken van keuzes anticiperen mensen de mogelijke spijt en daarbij hun spijt trachten te minimaliseren. (Zie studie van Zeelenberg & Pieters, 2004. Het voorkomen van spijt is een belangrijkere drijfveer voor het meespelen aan de Postcodeloterij dan voor het meespelen aan de Staatsloterij).
  • Mensen overschatten hun emotionele reacties in zowel de intensiteit van die reacties als de duur ervan (de 'impact bias'; Wilson & Gilbert, 2003). In anticipatie kunnen de emoties groot zijn en daarmee belangrijk in het keuzeproces. 
  • Wat is 'miswanting'?
    Als mensen hun emoties overschatten en op basis van die voorspellingen kiezen voor iets dat ze eigenlijk niet waarderen.
  • Wat is 'begrensde rationaliteit'?
    De cognitieve capaciteiten van beslissers stellen grenzen aan rationaliteit, maar waarbij de rationaliteit daarmee nog niet buitenspel staat.
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Example questions in this summary

Wat is het sociale nuts-model?
2
Waar draait het bij procedurele rechtvaardigheid om?
2
Waar draait het bij distributieve rechtvaardigheid om?
2
Maximalisatie wordt in twijfel getrokken, omdat...
2
Page 1 of 30