Summary Class notes - Filosofie

-
187 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Filosofie

  • 1424127600 H1 De zelfoefening van het denken-filosofie en sociaal werk

  • professionele sociaal werkers worden in hun werk bijna dagelijks geconfronteerd met vragen die een filosofisch karakter hebben (vb. ‘Moet drugsgebruik wel of niet worden gedoogd?’) 
  • Wat is individuele overtuiging?
    Vooronderstellingen over verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid en respect en over de relatie tussen individu en samenleving werken concreet door in hoe we cliënten benaderen. 
  • iemands mensbeeld bepaalt zijn waarden en normen en daarmee zijn handelen niet eenduidig. Waarden en normen zijn abstract en kunnen op verschillende manieren een concrete invulling krijgen. Daarom bieden zij niet per se duidelijk en ondubbelzinnig een moreel houvast. Iedereen heeft de mond vol van rechtvaardigheid en respect, maar de meningen over wat rechtvaardig of respectvol is in een concrete situatie verschillen voortdurend.  
  • Interventies van sociaal werkers hebben in veel gevallen een normatief karakter. Daarom wordt sociaal werk als een normatieve professionaliteit betiteld. Waarden hebben geen objectieve geldigheid, zoals een wiskundig bewijs die wel heeft.  Mens- of maatschappijbeelden, waarden en normen zijn geen onweerlegbare feiten waarop we ons vanzelfsprekend kunnen beroepen. 
  • soicaal werkers staan met het ene been in het ‘systeem’ van wetten, regels, doelen, gebruikte methoden, procedures, protocollen en resultaatafspraken en met het andere been in de ‘leefwereld’ van cliënten en doelgroepen
  • Wat is een groot verhaal?
    Kenmerk van het grote verhaal is vorlgens de Franse filosoof Lyotard dat het zichzelf voor waar houdt. Een groot verhaal pretendeert alles te begrijpen en op elke vraag een antwoord te hebben. Daarom zijn grote verhalen volgens Lyotard totalitai
  • Wat is een klein verhaal?
    Onze huidige samenleving is een netwerk van kleine verhalen die alle evenveel recht van spreken hebben, elkaar aanvullen en tegenspreken en zich met elkaar verbinden en elkaar onderbreken. 
  • De overgang van grote naar kleine verhalen markeert de verschuiving van een uniforme samenleving naar onze huidige pluriforme samenleving.  
  • Wat heeft deze overgang tot gevolg voor het sociaal werk?
    Verscheidenheid aan leefstijlen en leefsituaties van cliënten en doelgroepen neemt toe. Daardoor worden sociaal werkers geconfronteerd met een diversiteit en veelheid van opvattingen waar ze het soms wel en soms niet mee eens zullen zijn.
  • Verantwoordelijk zijn we op het moment dat we weigeren op voorhand de regels te gehoorzamen en we de consequenties van ons handelen dragen. Daar ligt de kern van het sociaal werk.
  • Wat is een sterk verhaal?
    Hoewel het tijdperk van de grote verhalen voorbij is, zijn sommige verhalen nog steeds dominant. Deze verhalen zouden we sterke verhalen kunnen noemen.  Sterke verhalen ontlenen hun effect aan een selectie en ordening van feiten en het benadrukken van bepaalde details die een bepaalde overtuiging aannemelijk moeten maken. Een bepaalde invalshoek wordt erin uitvergroot, waardoor andere invalshoeken klein en nauwelijks zichtbaar worden. Daardoor krijgt het sterke verhaal een soort vanzelfsprekendheid, waarbij de andere verhalen niet meer gehoord worden. 
  • De mens als subject -

    De vraag of de mens een vrije wil heeft, wordt al eeuwenlang door filosofen bediscussieerd. In de 16e eeuw bijvoorbeeld werd de vrije wil tegenover Gods wil geplaatst, maar nu gaat het om de vraag of onze wil bepaald wordt door ons DNA. - Het sterke verhaal van de autonome mens begint in de 17e eeuw. Dan wordt het ‘moderne subject’ geboren
  • Het moderne subject
    - In de filosofie wordt de autonome mens aangeduid met de term ‘modern subject’. Modern verwijst hier naar de moderniteit, die in de 17e eeuw begint. De ontwikkelingen in die periode beperken zich niet tot de filosofie. Heel de westerse cultuur verandert.  - Subject betekent letterlijk ‘wat er onder ligt’. In de moderniteit ontdekt de mens zichzelf als fundament van het weten en de kennis van de werkelijkheid. Dit heeft tot gevolg dat de mens zichzelf gaat onderzoeken. Filosofen als Kant en Descartes hebben zich intensief beziggehouden met de vraag wat de mens tot fundament van het weten maakt.  Belangrijkste vernieuwing is dat de mens zichzelf leert te begrijpen als individu en als fundament en oorsprong van zijn verhouding tot de werkelijkheid
  • Het idee van het moderne subject domineert nog steeds het denken over de mens en ligt ten grondslag aan het idee van autonomie en zelfbeschikkingsrecht.  

  • Kritiek op het moderne subject - Er is ook veel kritiek gekomen op het idee dat de mens autonoom is. Freud betoogde dat we door onbewuste drijfveren worden beïnvloed, Nietzsche ontmaskerde de menselijke autonomie als een geval van hoogmoed en Marx liet zien hoe wij door maatschappelijke verhoudingen worden bepaald. Vanwege hun kritiek worden Freud, Nietzsche en Marx wel de ‘meesters van het wantrouwen’ genoemd.  - Deleuze en Derrida zetten de kritiek op het subject verder voort. Zij deden dat zeer radicaal.   

  • Het verschil tussen filosofie en wetenschap -

    Menswetenschappen zijn empirische wetenschappen. Zij onderzoeken de waarneembare kenmerken, gedragingen en situaties waarin mensen leven. Al deze onderzoeken gaan uit van bepaalde definities van geluk, gelijkheid, verantwoordelijkheid en vrijheid, maar zij onderzoeken deze begrippen zelf niet.  - De filosofie stelt die fundamentele vragen nu juist wel.  Wat is echt geluk? Kan de mens wel echt gelukkig zijn? Etc.  De filosofie stelt steeds opnieuw de vraag naar de relatie tussen denken en het zijn, dat wil zeggen: de werkelijkheid.   
    De filosofische verwondering betreft het alledaagse: waarom zijn de dingen zoals ze zijn? Het is te vergelijken met de kinderlijke verwondering van het ‘waarom’: Waarom gaan we dood? 
  • Gaat de wetenschap de weg van het onbekende naar het bekende, de filosofie neemt de omgekeerde weg van het bekende naar het onbekende. 
  • Zodra het denken routine wordt, denken we zonder na te denken (verhoeven). Hiertegenover plaatst de Franse filosoof Michel Foucault de ‘kritische zelfwerkzaamheid van het denken’ of de ‘zelfoefening van het denken’. Denken is in zijn ogen niet veel waard wanneer het enkel is gericht op het verwerven van kennis en ons niet op een bepaalde manier in verlegenheid brengt. - Foucault neemt daarmee duidelijk afstand van een filosofie die anderen de wet wil voorschrijven, de waarheid wil vertellen en de les wil lezen.  
  • Noem de 6 disiplines binnen de filosofie
    -De ontologie (of de leer van het zijn)
    -Metafysica
    -kennis en wetenschapsleer
    -wijsgerige antropologie
    -Sociale en politieke filosofie
    -Ethiek
  • De ontologie (de leer van het zijn)
    Stelt de vraag wat werkelijkheid of zijn is. 
  • Metafysica
    Metafysica is een niet weg te denken begrip in de filosofie en wordt door sommigen gelijkgesteld met ontologie. Het is moeilijk een eenduidige betekenis aan het begrip te geven. Letterlijk betekent het ‘dat wat na de fysica komt’. In die zin wordt de term sinds Aristoteles in het algemeen gebruikt. Voor Aristoteles is de metafysica een denken over wat voorbij de grenzen van de voor ons waarneembare werkelijkheid ligt. Metafysisch betekent dan bovenzintuiglijk. God is zo gezien een metafysisch wezen. 
  •  Onderscheid tussen ontologie en metafysica:  Ontologie is dan de vraag naar het zijn en metafysica de vraag naar het hoogste zijnde, dat het fundament vormt van de werkelijkheid en de waarheid. Dat is een van de redenen waarom metafysica voor Lyotard gelijkstaat met een groot verhaal en een denken dat alles tot een eenheid wil herleiden. Metafysica staat dan gelijk met eenheidsdenken. 
  • waar gaat de Kennis en wetenschapsleer op in?
    Gaat in op de vraag wat kennis is en hoe kennis tot stand komt. 
  • Waar stelt de Wijsgerige antropologie vragen over?
    Vraagt naar het zijn of het wezen van de mens, of naar wat het 'zijnde' mens van alle andere onderscheidt.
  • Waar stelt de Sociale en politieke filosofie vragen over?
    Stelt vragen over vrijheid, verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid en macht.
  • Ethiek
    Oogt een antwoord te geven over hoe we goed en kwaad kunnen onderscheiden.
  • Ook op het niveau van het instellingsbeleid gaan mensbeelden schuil. ‘De Maistre’ merkt op: ‘De mens is in deze wereld niet te vinden. Ik heb in mijn leven Fransen, Italianen en Russen ontmoet (...), maar de mens ben ik nooit tegengekomen. Misschien bestaat hij wel, maar in elk geval niet bij mijn weten.’   Met deze opmerking wil hij duidelijk maken dat er een groot verschil is tussen de concrete mensen die we tegen het lijf lopen en het beeld van de mens
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

Wat is individuele overtuiging?
2
Wat is een groot verhaal?
2
Wat is een klein verhaal?
2
Wat heeft deze overgang tot gevolg voor het sociaal werk?
2
Page 1 of 21