Class notes - Circulatie I

by
553 Flashcards & Notes
5 Students

Study smarter with eFaqt summaries

  • Available on desktop, tablet, mobile & print
  • Questions with answers about the material
  • Access to 300 000 online summaries
  • Smart study features & timers for more results

Get this summary

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Samenvatting - Class notes - Circulatie I

  • 1454886000 Week 1 & week 5: hart

  • De cavitas thoracica bestaat uit 3 ruimtes: welke?
    1. Cavitas pleuralis links
    2. Cavitas pleuralis rechts
    3. Mediastinum
  • Welke 3 trigonia bevinden zich in het mediastinum?
    1. Trigonium cardiacum
    2. Trigonium thymicum
  • Pericardium bestaat uit 2 lagen (waarvan de binnenste laag weer uit 2 lagen bestaat). Noem alle lagen en holtes van buiten naar binnen.
    1. Pericardium fibrosum
    2. Pericardium serosum
    - Lamina parietalis
    - Cavitas pericardiaca
    - Lamina visceralis
  • Waar bevindt zich de omslagplooi van viscerale naar parietale sereus pericardium?
    Bij de basis cordis
  • Doordat het hart als een buis ontstaat en de uiteinden daarvan in de embryologie naar elkaar toe bewegen ontstaat de transversum en de oblique sinus: waar zitten deze?
    Tranversum = om de arteriele pool, tussen veneus en arterieel in 
    Obliques = aan de achterzijde onder de venen
  • Welke groeve scheidt de atria en ventrikels?
    Sulcus coronarius
  • Waar ligt de sulcus coronarius?
    Tussen de atria en ventrikels
  • Welke drie sulci heb je op het hart?
    1. Sulcus coronarius (tussen atria en ventrikels)
    2. Sulcus interventricularis anterior
    3. Sulcus intercentricularis posterior
  • 2 embryonale structuren hoe bij een foetus het bloed niet in de longen komt:
    1. Foramen ovale tussen de atria
    2. Ductus van Botalli (ductus arteriosus) tussen de truncus pulmonalis en de aorta
  • Welke drie venen monden uit in het rechter atrium?
    1. Vena cava superior
    2. Vena cava inferior
    3. Sinus coronarius
  • Het oppervlak van de atria zijn zowel ruw als glad: Waar ruw en waardoor?
    Hartoortje door de mm. pectinatis
  • Hoe heet het ruwe gedeelte van de atria? Hoe heet het ruwe gedeelte van de ventrikels?
    Ruw atria: mm. pectinatis
    Ruw ventrikel: trabaeculae carneae
  • Kleppen:
    - Tussen R.A. en R.V.
    - Tussen R.V. en truncus pulmonalis
    - Tussen L.A. en L.V. 
    - Tussen L.V. en aorta
    - Valva tricuspidalis
    - Valva trunci pulmonalis
    - Valva bicuspidalis = mitralis
    - Valva aortae
  • De atria-ventriculaire kleppen: welke zijn dit rechts en links? Aan welke spieren zijn zij verbonden? Wat zit er tussen de spiertjes en de kleppen?
    Rechts: valva tricuspidalis
    Links: valva bicuspidalis (mitralis)
    Verbonden aan mm. papillaris 
    Tussen de m. papillaris en de kleppen zitten chordae tendinae
  • De valva tricuspedalis bestaat uit 3 delen: welke?
    De valva biduspidalis (mitralis) bestaat uit 2 delen: welke?
    Tricuspidalis:
    1. Cuspis anterior
    2. Cuspis posterior
    3. Cuspis septalis

    Bicuspidalis:
    1. Cuspis anterior
    2. Cuspis posterior
  • Wat zijn de halvemaanvormige kleppen:
    1. Valva trunci pulmonalis
    2. Valva aortae
  • De valva aortea: uit welke cuspii bestaat deze en welke zijn verbonden met het coronaire systeem?
    1. Cuspis posterior --> NCC = niet coronaire cuspis
    2. Cuspis dextra --> RCC = rechter coronaire cuspis
    3. Cuspis sinistra --> LCC = linker coronaire cuspis
  • Welke cuspis van de valva aortae wordt ook wel de 'niet-coronaire cuspis' genoemd?
    De cuspis posterior
  • De valva trunci pulmonalis: uit welke cuspii bestaat deze?
    1. Cuspis anterior
    2. Cuspis dextra
    3. Cuspis sinistra
  • Wat ligt er meer anterior: de valva aorta of de valva trunci pulmonalis:
    De trunci pulmonalis
  • 2 coronaire aftakkingen van de aorta: welke zijn dit en wat zijn hun grote aftakkingen:
    1. A. coronaria sinistra
    - Ramus interventricularis anterior
    - Ramus circumflexus

    2. A. coronaria dextra
    - Ramus interventricularis posterior
  • Alle lagen van het hart van pericard --> binnen in de ruimtes van het hart:
    1. Fibreus pericardium
    2. Parietaal sereus pericardium
    3. Pericard ruimte
    4. Visceraal sereus pericardium = EPICARDIUM
    5. Myocardium
    6. Endocardium (endotheellaag)
  • Tussen welke twee lagen zit de pericard-ruimte?
    Tussen de parietale laag pericardium en de viscerale laag pericardium (epicard)
  • 1 overeenkomst myocard en skeletspieren?
    5 verschillen:
    Overeenkomst: allebei dwarsgestreept
    Verschillen:
    1. Myocard MEER mitochondrien
    2. Myocard BETER doorbloedt (overal capillairen)
    3. Myocard niet bevestigd aan pezen maar aan elkaar met 'glanslijn'
    4. 1 kern per cel
    5. Y-vormige cellen met zijtakken om de holle ruimte te omgeven
  • De hartcyclus bestaat globaal uit 3 fasen: Welke? De eerste 2 fasen zijn onder te verdelen in 2 delen. Noem dit ook.
    1. Ventriculaire vulling
    A passieve vulling
    B atria contractie


    2. Ventriculaire systole
    A Isovolumetrische contractie (druk opbouw en ventrikels GESLOTEN)
    B ejectie

    3. Isovolumetrische contractie (ventrikels GESLOTEN)
  • Wat is cardiac output (CO)? Wat is de formule van CO?
    Aantal bloed (ml) dat er per minuut uit een ventrikel wordt gepompt.

    Formule: 
    CO = HR (heart rate) x SV (stroke volume)
    frequentie x volume
  • Wat is de gemiddelde HR (heartrate)/hart frequentie?
    Wat is het gemiddelde stroke volume? wat is de formule hiervoor?
    75 slagen/minuut.
    70 ml per slag

    SV = EDV - ESV
    120 ml - 50 ml =70 ml  
  • Wat gebeurd er met het stoke volume bij een verhoogde sympatische activiteit? Wat gebeurd er met het stroke volume bij een verhoogde parasympatische activiteit?
    Het stoke volume gaat omhoog doordat de contractiliteit van de myocyten wordt verhoogd door een verhoogde hoeveelheid intracellulair calcium.

    Het stroke volume veranderd niet omdat de ventriculaire myocyten maar heel weinig door de parasympaticus worden geactivieerd
  • Wat is een normale waarde van Eind Diastolisch Volume (EDV)? Wat is een normale waarde van Eind Systolisch Volume (ESV)?
    EDV = 120 ml 
    ESV = 50 ml
  • Pompfunctie van het hart: hoeveel liter per minuut wordt er rond gepompt:
    - In rust?
    - Bij inspanning?
    - In rust: 4-5 L/min
    - Bij inspanning: 25-30 L/min
  • Welke klep open?
    - Diastole vullingsfase
    - Ejectie:
    - Diastole vullingsfase: AV-klep open, halvemaan dicht
    - Ejectie: Halvemaanklep open, AV-dicht
  • Percentage diastole en systole in rust?
    Hoe veranderd dit bij inspanning (globaal)?
    In rust:
    - diastole = 60%
    - systole = 40%

    Inspanning:
    Diastole neemt veel meer af dan de systole waardoor de systole de overhand krijgt
  • De harttonen: wat hoor je?
    - S1
    - S2
    - S1 = sluiten van de AV-kleppen
    - S2 = sluiten van de halvemaankleppen
  • Waar zitten receptoren die de bloeddruk meten?
    Wat als de bloeddruk te laag is? (2 dingen die er dan gebeuren)
    In de medulla.
    Bloeddruk te laag = 
    1. vasoconstrictie
    2. HF omhoog (beta-1-receptoren)
  • Regulatie van de hartfrequentie: stappen sympatisch en parasympatisch + receptoren.
    Sympatisch:
    - Adrenaline/epiniphrine bindt aan beta-1-receptoren pacemaker cellen

    - Na+ en Ca2+ influx omhoog
    - HF omhoog door sneller bereiken drempelwaarde

    Parasympatisch:
    - Acetylcholine bindt aan muscarine-2-receptoren pacemaker cellen
    - K+ omhoog en Ca2+ omlaag
    - HF omlaag door hyperpolarisatie
  • Definitie alerttt!!!! 
    - Preload
    - Afterload
    - Contractiliteit
    - Preload = de spanning op de spiervezels in het ventrikel net voor de contractie
    - Afterload = de druk in de aorta die door het ventrikel overwonnen moet worden
    - Contractiliteit = vermogen tot verkorten van de spiercel (hogere contractie)
  • Wat gebeurd er met het stroke volume als de preload verhoogd?
    De preload verhogen = meer spanning op de ventrikel wand (denk aan elastiekje) er zal dan volgens het Frank-Starling mechanisme ook meer worden uitgepompt --> het stroke volume wordt groter
  • Aangeboden bloed aan het hart wordt de veneuze return genoemd: dit is afhankelijk van 3 mechanismen:
    1. Spierpomp: bij beweging wordt het bloed beter naar het hart gestuwt
    2. Sympatische innervatie venen: door constrictie blijft er minder bloed in de venen en stroomt t beter naar het hart
    3. De ademhalingspomp: bij inademing wordt de thorax groter --> druk lager --> bloed wordt aangezogen
  • Stel: de afterload wordt verhoogd (druk in de aorta), wat gebeurd er met het stroke volume?
    Als de druk in de aorta hoger wordt, en het hart past zich niet aan, zal er minder bloed de aorta in kunnen worden gepompt --> er blijft bloed achter: het eind systolisch volume ligt hoger dan 50 ml.
  • Leg uit hoe een hartspiercel contraheert ten gevolge van het aankomen van een actiepotentiaal:
    Hoe komt na contractie calcium weer de cel uit?
    - AP komt binnen
    - Ca2+ L-type kanalen gaan open
    - Ca2+ komt binnen en bindt aan ryanodine-receptoren op het sarcoplasmatisch reticulum waar Ca2+ ligt opgeslagen
    - dus HEEL VEEL Ca2+ nu
    - Ca2+ bindt aan troponine en hierdoor vindt contractie plaats

    Natrium-calcium exchange
  • Contractiliteit in de druk volume curve? Wat gebeurd er als je de contractiliteit verhoogt met het stroke volume?
    De lijn die je kunt trekken als je de preload verhoogt.
    Verhogen contractiliteit is verhogen stroke volume
  • Wat gebeurd er bij sympatische stimulatie met calciumgehalte?Hoe wordt dit globaal gedaan?
    Wordt verhoogd. Door het fosforyleren van calcium regulatoren zodat calcium bijvoorbeeld makkelijker de cel of het sarcaplasmatische reticulum in/uit komt.
  • Wanneer in de hartcyclus worden EDV en ESV bereikt?
    EDV = eind van de diastole, net voor de isovolumetrische contractie
    ESV = eind van de systole, net voor de isovolumetrische relaxatie
  • Waarom is er nog flow van linker ventrikel naar de aorta als de druk in de aorta hoger is dan in het linker ventrikel?
    Dit komt door de traagheid van massa. De druk in het linker ventrikel was eerst hoger en hierdoor ontstond een flow. Deze flow gaat nog even door.
  • Casus: mitralisklep stenose. Wat hoor je, pathologisch, bij ausculatie (4 dingen):
    1. Hardere 1e harttoon (door de harde stenose die dichtgaat)
    2. Zachtere 2e harttoon (door vernauwing minder bloed=minder turbulentie)
    2. Diastolisch geruis bij het vullen van het linker ventrikel (doordat bloed langs de harde klep raast)
    3. Openingsklik bij het openen van de klep door de harde stenose
  • Wat is de consequentie van mitralisklep stenose voor de bloedverdeling systemische en longcirculatie?
    Door de stenose van de klep kan bloed minder efficient worden weggepompt in de linker harthelft --> gevolg: ophoping van bloed in de longcirculatie --> hogere druk  waardoor R.V. meer arbeid moet verrichten --> RV hypertrofie
  • Leg de CICR (calcium induced calcium release) uit:
    L-type ca2+ kanaal laat calcium cel binnen
    Ca2+ bindt aan ryanodine receptoren op het sarcoplasmatisch reticulum
    Ca2+ bindt aan troponine en actinemyosine filamenten schuiven over elkaar
  • Waar zitten de baroreceptoren die de bloeddruk meten? (2 plekken)
    1. Aortaboog
    2. A. carotis interna
  • Wat gebeurd er en wat voor gevolgen voor de bloeddruk, preload, CO bij:
    - Uitschakeling van a1-receptoren
    - Uitschakeling van b1-receptoren
    - Uitschakeling van muscarine receptoren
    - A1-receptoren: gladde endotheel
    geen vasoconstrictie meer mogelijk --> bloeddruk daling --> veneuze aanvoer daling --> preload daling --> CO daling

    - B1-receptoren: hart
    afname HF, afname contractiliteit --> daling CO --> bloeddruk daling

    - Muscarine receptoren: hart
    stijging HF, toename CO --> stijging bloeddruk
  • Wat is het verschil tussen sympatische en parasympatische stimulatie van het hart?
    Sympatisch zowel hartfrequentie als contractiliteit
    Parasympatische alleen hartfrequentie
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Example questions in this summary

5 functies van de nieren:
2
Van welke wervel tot welke wervel liggen de nieren?
2
De nierhilus: welke structuren in en uit?
2
2 'lagen' in de nier: hoe heten ze en wat ligt er in?
2
Page 1 of 138