Summary Class notes - Biochemie

-
47 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Biochemie

  • 1461967200 H1: Sacchariden

  • Waar vindt glycogenolyse plaats?
    in lever (+spier)
  • Waar vindt glycogenese plaats?
    in lever (+spier)
  • Waar vindt glycolyse plaats?
    alle cellen
  • Waar vindt gluconeogenese plaats?
    in lever
  • Wat is het belangrijkste enzym in glycogenolyse?
    fosforylase = knipschaar

    --> geen ATP-verbruik!  
    --> glycogeen --> glucose-1-P
  • Verschil lever & spier ifv glycogenolyse
    Beide zelfde metabole weg, verschil in gebruik
    --> redistributie glucose alleen uit lever: 
          --> lever heeft een extra fosfatase die het actief én geladen glucosemolecuul neutraal kan maken en deze kan doorgegeven worden aan het bloed
  • Wanneer wordt gluconeogenese gedaan?
    - bloedglucose is op
    - glycogeen is op
  • Waar meer glycogeen? Hepatocyt of myocyt?
    Relatief meer glycogeen in hepatocyt  dan in myocyt, absoluut is omgekeerd
  • Alles over regeling stap 1 glycolyse
    alle cellen hebben de enzymen voor de glycolyse 
          --> voor stap 1 = hexokinase
    lever heeft gluco-kinase
          --> = ongevoelig voor regeling stap 1!
    --> bij alle cellen: [glucose-6-P] stijgt --> stoppen stap 1 glycolyse
    --> in de lever: [fructose-6-P] stijgt --> stoppen stap 1 glycolyse
     in de lever wordt overschot glucose-6-P gestapeld tot glycogeen
  • Hoe komt het dat glucokinase ongevoelig is voor regeling stap 1?
    Km glucokinase > Km andere hexokinasen

    Dus glucokinase is minder gevoelig:
    Hexokinase optimaal bij gemiddelde [glucose]
    Glucokinase optimaal bij hoge [glucose]

    Hoe hoger de Km, hoe minder gevoelig enzym is voor substraat
  • Wat doet epinefrine in skeletspier vs. gladde spier
    De contractie van de skeletspier zal bevordert worden door epinefrine, in gladde spier juist inhiberen
  • Wat gebeurt er als [glucose]bloed daalt ?
    Als [glucose] in bloed daalt --> glucagon & epinefrine (lever) beide via adenylyl cyclase weg --> glucogenolyse activeren
  • Wat gebeurt er als [glucose]bloed stijgt?
    Als [glucose] in bloed stijgt --> insuline via receptor tyrosine kinase weg (2de boodschapper is PIP3) --> glycogenese activeren
  • Gluconeogenese: algemeen
    is van pyruvaat --> glucose
  • Reactie: nummer 1 naar gluconeogenese?
    is van lactaat --> pyruvaat
    Waarom nummer 1?
    --> Verwerken van afvalproduct + NADH komt vrij
  • Reactie: nummer 2 naar gluconeogenese?
    Ala/Asp --> pyruvaat / oxaalacetaat
  • Reactie: nummer 3 naar gluconeogenese?
    Glycerol + ATP --> glycerol-3-P --> di-OH-aceton-P 

    Waarom op nummer 3?
    --> starten met ATP investeren
  • 1462053600 H1: Lipiden deel 1 transport + ketogenese/lyse

  • Hoe helpt lever bij transport van vet?
    veel lipiden gaan niet rechtstreeks naar de lever:
    - vanuit dunne darm via bloed (v. portae) naar lever
    - voor vrije vetzuren (NEFA's) binden op bloed via albumine- synthese albumine lever
  • Wat gebeurt er na lipase inwerking op esters?
    er worden opnieuw esters gevormd = re-esterificatie (niet identiek dezelfde) in dunne darm
    --> = ontstaan nieuwe triacylglycerolen en deze worden getransporteerd in grote micellen
  • Hoe esters transporteren?
    = grote hydrofobe massa
    --> in MICELLEN steken
  • Wat zijn micellen?
    bestaan uit lipiden + lipoproteïnen (om micel stabiel te houden) + soms cholesterolgroep

    -buitenste schil = amfipaten: glycerofosfolipiden en cholesterol
        + bevatten apolipoproteïnen, zijn polair --> maakt de ganse massa een geheel en         transporteerbaar
    -binnenste schil = triacylglycerolen en cholesteryl-esters
  • transport glycerol?
    =klein, wateroplosbaar, voldoende polair --> gaat met bloed migreren of gedistribueerd worden
  • Transport NEFA's?
    gaan albumine nodig hebben
  • Exogene lipiden, waar gaat het heen?
    chylomicronen:
    triacylglycerolen aan vetweefsel >> skeletspier
    cholesterol (-ylesters) rechtstreeks aan lever
  • Endogene lipiden, waar gaat het heen?
    synthese in lever

    - naar perifere weefsels als VLDL (Very Low Denisity Lipoproteïnen) --> IDL (intermediate Density Lipoproteïnen) --> LDL (Low Density Lipoproteïen

    - HDL (High Density Lipoproteïnen), recyclage cholesterylesters
        --> zit minder vet en relatief meer eiwit in
  • Wat is functie LDL's?
    Cholesterol perifeer afgeven, bv. aan bijnier, geslachtsklier
  • Wat bij te veel cholesterol?
    --> HDL's, kunnen perifere overschotten van cholesterol naar lever brengen
           = goede cholesterol
  • Proteïnen vs. lipiden ifv densiteit
    Proteïnen hebben een grotere densiteit dan lipiden --> de densiteit stijgt geleidelijk naarmate hun diameter daalt
  • Noodzakelijke interactie met HDL:
    - zowel VLDL als IDL uitwisseling met apolipoproteïnen
    -activatie lipoproteïne lipase
    -uitwisseling apo-E als IDL --> LDL
    -lever receptor voor LDL
  • Functie HDL
    HDLs worden in de lever gemaakt en gaan perifeer op zoek naar overschotten cholesterol!
    + kunnen communiceren met VLDLs 
    + zullen apolipoproteïnen aanvullen op de chylomicronen

    (apoproteïnen hebben een receptorfunctie en vetcellen herkennen deze receptoren en hechten aan celmembraan
  • Wat doet lipoproteïne lipase?
    = enzym dat het vet uit de chylomicronen opneemt en onmiddellijk afbreekt

    HDL zorgt voor de activatie ervan in membraan van vetcel
  • Wat zijn apolipoproteïnen en wat doen ze?
    Zitten op de membraan van een transportcel en hebben een receptorfunctie. 

    Ook rol bij receptorbinding en bij activatie van lipoproteïne lipase
  • Waarom begint een dier aan ketogenese?
    --> omdat er een dysbalans is tussen acetyl-CoA en oxaalacetaat. 

    Uitleg dys-balans: = negatieve energie-balans (partus, vasten, pathologie) met tekort aan sacchariden, combinatie van:
       --> veel B-oxidatie = lipolyse --> overmaat acetyl-CoA naar Krebs
       --> gluconeogenese --> tekort aan oxaalacetaat in Krebs     

    enkel in lever, aangezien hier ook nog de gluconeogenese plaatsvindt.
  • Wat doet een dier bij weinig of geen suiker?
    dier gaat over op lipolyse om daarna de gluconeogenese op te starten
       --> precursor = oxaalacetaat
  • Wat is alternatief voor verwerking overmaat acetyl-Coa?
    --> synthese ketolichamen = ketogenesealleen in lever
  • Dubbel doel ketogenese:
    1. Tijdelijke opslag overmaat acetyl-CoA
    2. Ervoor zorgen dat de indirecte energie niet verloren gaat door de ketolichamen als energiebron te gebruiken bij de ketolyse
  • Lokalisatie ketogenese?
    in de mitochondriale matrix van de lever 
    = logisch, want acetyl-CoA wordt hier ook gevormd bij B-oxidatie
  • Stap 1 Ketogenese
    2 Acetyl-CoA --> Acetoacetyl CoA

    uit: HS-CoA
    enzym = thiolase
  • Stap 2 Ketogenese
    Acetoacetyl CoA + Acetyl-CoA --> HMG CoA (3-hydroxy-3-methylgutaryl CoA

    in: H2O
    uit: HS-CoA + H+
    enzym = synthase
  • Stap 3 Ketogenese
    HMG CoA --> acetoacetaat

    uit: Acetyl-CoA
    enzym = lyase
  • Stap 4-1 Ketogenese
    Acetoacetaat --> B-hydroxybutyraat / boterzuur

    in: NADH + H+
    uit; NAD+
    enzym = dehydrogenase
  • Stap 4-2 Ketogenese
    Acetoacetaat --> Aceton       irreversiebel!!!!!!!!!
    in: H+
    uit: CO2
    geen enzym     

    Aceton: we ademen/plassen het uit = afvalproduct
  • totaalreactie ketogenese:
    2 acetyl-CoA --> acetoacetyl CoA
    acetoacetyl CoA + Acetyl-CoA --> HMG CoA
    HMG CoA --> acetoacetaat
    acetoacetaat --> B-hydroxybutyraat = boterzuur + aceton
  • Bestemming keto-lichamen?
    1) Extra-hepatisch (hersenen, hart, nier, skeletspier
    2) Lever
  • Meer info extra-hepatische ketolyse
    moleculen zijn klein + polair = goed wateroplosbaar = mobiel--> alleen de lever heeft alle enzymen voor ketogenese
    Extra-hepatische weefsels hebben geen lyase en synthase
      --> ze hebben wel thiolase (van B-oxidatie = overal)
      --> dus we willen van acetoacetaat naar acetoacetyl-CoA (en dan kan via die thiolase zelf naar acetyl-CoA gegaan worden) 

    = bypassoplossing: activatie via overmaat syccinyl-CoA uit Krebs
  • Reactie extra-hepatische ketolyse
    eerst van B-hydroxybutyraat via dehydrogenase naar acetoacetaat en dan:

    acetoacetaat + succinyl-CoA --> aceto-acetyl-CoA + succinaat
    enzym = transferase

    en dan nog van aceto-acetyl-CoA via thiolase naar 2 acetyl-CoA
  • Hoe ketolyse in lever?
    via reversiebele stappen ketogenese in omgekeerde richting
    --> er wordt van B-hdroxybutyraat naar acetoacetaat NADH gevormd = pluspunt!!
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

Waar vindt glycogenese plaats?
1
Waar vindt glycolyse plaats?
1
Waar vindt gluconeogenese plaats?
1
Waar vindt glycogenolyse plaats?
1
Page 1 of 12