Cases for Verteer & verweer II

by
199 Flashcards & Notes
1 Students

Study smarter with eFaqt summaries

  • Available on desktop, tablet, mobile & print
  • Questions with answers about the material
  • Access to 300 000 online summaries
  • Smart study features & timers for more results

Get this summary

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Samenvatting - Casussen voor Verteer & verweer II

  • 1 Sense and sensitivity

  • Hoe is een bacterie opgebouwd?
    - Flagella = voor voortbeweging
    - Pilus = voor binden aan cellen of andere structuren 
    - Fimbiae = voor binden aan cellen of andere structuren
  • Hoe kun je bacteriën classificeren?
    Vorm
    - Kokken (ronde vorm)
    - Bacillen (staafvormig)
    - Spirillen (spiraalvormig)
    - Vibrionen (kommavormig)

    Macroscopisch beeld
    - Grampositief (dikke peptidoglycaanlaag)
    - Gramnegatief (dunne peptidoglycaanlaag)

    Voedingsbron
    - Heterotroof (organische verbindingen als koolstofbron)
    - Autotroof (ontlenen koolstof aan C1-verbindingen)
    - Fototroof (verkrijgen energie uit licht)
    - Chemotroof (verkrijgen energie uit chemische verbindingen)

    Groeivorm
    - Obligaat aeroob (hebben zuurstof nodig voor groei)
    - Facultatief anaeroob (gebruiken zuurstof indien aanwezig)
    - Obligaat anaeroob (kunnen niet groeien in aanwezigheid zuurstof)
    - Micro-aerofiel (groei is optimaal bij lage zuurstofspanning)    

    Celwand
    - Zuurvast (mycobacterie)
    - Zonder celwand (mycoplasmata)
  • Wat wordt er gedaan bij gramkleuring?
    Bacteriën worden met kristalviolet behandeld. Vervolgens lugoloplossing wat zorgt voor paarskleuring bacteriën. Dan worden ze overgegoten met alcohol. De bacteriën die hun paarskleur behouden zijn grampositief en de bacteriën die kleurloos worden zijn gramnegatief.

    Is gebaseerd op de hoeveelheid peptidoglycaan in de celmembraan.
  • Door welke bacteriën worden urineweginfecties voornamelijk veroorzaakt?
    - E. coli (80%): gramnegatief
    - Proteus: gramnegatief
    - Klebsiella: gramnegatief
    - Enterobacter: gramnegatief

    Bijna alle bacteriën kunnen een urineweginfectie veroorzaken
  • Door welke bacterie ontstaat een urineweginfectie in de meeste gevallen? En wat is kenmerkend voor die bacterie?
    E. Coli
    - Gramnegatieve staaf
    - Meest voorkomende facultatief anaerobe bacterie in de dikke darm (nodig voor verteren van voedsel)
    - Produceert vitamine K, wat nodig is om in de lever trombinogeen te maken en zodoende de bloedstolling te laten functioneren
  • Wat zijn de meest voorkomende verwekkers van bacteriële diarree?
    - Campylobacter jejuni: gramnegatieve vibrion
    - Salmonella: gramnegatieve staaf
    - Shigella: gramnegatieve staaf
    - Vibrio cholera: gramnegatieve vibrion
    - Clostridium difficile: grampositieve staaf
    - Yersinia enterocolitica: gramnegatieve staaf
  • Wat zijn de meest voorkomende bacteriële veroorzakers van huidinfecties?
    - Stafylococcus Aureus: grampositieve coccen. Scheidt toxines af. Meeste infecties gaan spontaan over, behalve bij diepe wonden wordt antibiotica gebruikt. 
    1/3e van de mens is altijd drager, 1/3e nooit en 1/3e af en toe (krentenbaard).

    - Streptococcen (pyolenes): serogroep A. grampositieve coccen. Kun je verdelen in twee groepen: hemolytische groep (pyolenes) en de vergroenende groep. 
    Wondroos/vleesetende bacterie.
  • Wie ontwikkelde in 1910 Salvarsan tegen syfylis?
    Paul Ehrlich en Sahachiro Hata
  • Wie ontdekte penicilline?
    Alexander Fleming
  • Wat is het verschil tussen bacteriocide en bacteriostatische antibiotica?
    Bacteriocide middelen doden bacteriën en bacteriostatische antibiotica voorkomen de vermeerdering van de bacteriën.
  • Welke antibiotica zijn bacteriocide?
    - Beta lactam
    - Monobactam en carbapenems
    - Quinolones
    - Sulfonamiden
    - Aminoglycosiden
    - Glycopeptiden
  • Welke antibiotica zijn bacteriostatisch?
    - Clindamycine
    - Erythromycine
    - Tetracycline
    - Chloramphenicol
    - Sulfonamiden
  • Wat is het werkingsmechanisme van B-lactam antibiotica?
    - Penicilline: bindt aan PBP's met behulp van B-lactamring. Hierdoor kan het cross-linken van de peptidoglycaanlaag naar de buitenkant van de celwand niet plaatsvinden en wordt de samenstelling van de celwand geremd. Dit zorgt voor activatie van autolysinen die de celwand afbreken (bacteriocide).

    - Glycopeptiden: vormen H-bruggen met D-Ala-D-Ala binding. Hierdoor kan de peptidoglycaanlaag niet meer worden gevormd.

    - Cefalosporinen: worden vaak gebruikt wanneer er resistentie is voor andere antibiotica.

    Werken alleen op groeiende cellen en geen effect op een al bestaande peptidoglycaanlaag.
  • Wat is het werkingsmechanisme van aminoglycosiden? (streptomycine)
    Binden aan 30s ribosomale subunit eiwitten. Deze binding is onomkeerbaar en zorgt voor:
    - Productie van afwijkende eiwitten door verkeerd aflezen van mRNA
    - Onderbreking van eiwitsynthese door premature uitscheiding van het ribosoom van mRNA
  • Wat is het werkingsmechanisme van tetracyclinen?
    Breed spectrum bacteriostatische antibiotica. Binden aan 30s subunit, waardoor aminoacetyl tRNA niet meer kan binden aan het mRNA ribosoom complex. 

    Wordt slecht opgenomen wanneer er melk in de maag is en heeft een slechte invloed op ontwikkeling van tanden kinderen --> groenkleuring.
  • Wat is het werkingsmechanisme van macroliden?
    Binden aan 50s deel van ribosomale subunit waardoor polypeptideverlenging wordt geblokkeerd. De meeste gram negatieve bacteriën zijn resistent voor macroliden.
  • Wat is het werkingsmechanisme van quinolonen?
    Remmen nucleïnezuursynthese door:
    - Remmen van bacteriële DNA topoisomerase type II (gyrase) of topoisomerase IV, die nodig zijn voor DNA replicatie, recombinatie en herstel.
    - Zorgt ervoor dat DNA niet kan ontwinden
    - Remmen RNA polymerase en reverse transcriptase
  • Welke antibiotica zorgen voor afbraak van het cytoplasmamembraan?
    Polymixine tegen gramnegatieve staven.

    Sommige medicatie vormen kanalen door het cytoplasmamembraan en beschadigen zo de binnenkant:
    - Amphotericine B bindt aan ergosterol in het membraan
    - Azolen remmen ergosterol synthese
    - Sommige antiparasiet medicijnen
  • Wat doen antimetabolieten?
    Hebben effect op metabole processen, wanneer deze van de pathogeen anders zijn als die van de gastheer.

    Trimethoprim: wordt vaak gecombineerd met sulfamethoxazole, waardoor het effect heeft op twee plaatsen van de foliumzuursynthese. Dit zorgt uiteindelijk voor een remming van de biosynthese van nucleïnezuren en eiwitten.
  • Wat zijn de 4 belangrijkste mechanismen voor het ontstaan van resistentie?
    1. Verminderde permeabiliteit/doorlaatbaarheid (bv. mutatie in porine eiwiten waardoor er geen effectieve intracellulaire concentratie is van medicijn)
    2. Inactivatie van medicijn door enzymen van bacterie (B-lactamasen)
    3. Verandering van het doelgebied van het medicijn (bv. DNA gyrase, PBP's en grampositieve celwand)
    4. Efflux van medicijnen de bacterie uit (tetracyclines, macroliden, multidrugresistentie)
  • Waarmee kun je aantonen dat een bacterie resistent is?
    - Disk diffusie methode (agar): of je groei van bacterie ziet in rondjes.
    - MIC: laagste concentratie van antibiotica die de groei van een bacterie snachts remt
    - Etest: specifieker (voor welk antibioticum resistent)
  • Waardoor kan resistentie ontstaan?
    Transmissie van resistentiegenen door middel van uitwisseling via plasmiden. 

    Als gevolg van een spontane mutatie, of als gevolg van horizontale gene transfer (HGT):
    - Transformation: opname van vrij DNA door bacteriën
    - Transductie: DNA wordt door middel van een bacteriofaag doorgegeven van de ene bacterie naar de andere
    - Conjugatie: overdracht van plasmiden tussen twee bacteriën
    - Recombinatie: herschikking van genetische eigenschappen
Lees volledige samenvatting
Maak nu je eigen eFaqt account aan voor toegang tot deze en duizenden andere hoge kwaliteit samenvattingen.

Example questions in this summary

Hoe is een bacterie opgebouwd?
1
Hoe kun je bacteriën classificeren?
1
Wat wordt er gedaan bij gramkleuring?
1
Door welke bacteriën worden urineweginfecties voornamelijk veroorzaakt?
1
Page 1 of 50