Summary Basiskennis taalonderwijs

-
ISBN-10 9001822967 ISBN-13 9789001822965
1241 Flashcards & Notes
180 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Basiskennis taalonderwijs". The author(s) of the book is/are Henk Huizenga. The ISBN of the book is 9789001822965 or 9001822967. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Basiskennis taalonderwijs

  • 1 De kennisbasis Nederlandse taal

  • Wat is het 'fundament' van de 4 invalshoeken bij de domeinen vd kennisbasis taal?

    Achtergrondkennis van het domein.

  • Wat houdt de kennisbasis van taal in?

    Het is geen leerboek, maar de basiskennis die je nodig hebt om lessen te kunnen geven in het onderwijs.

  • Wat is stellen?
    Het schrijven van teksten 
  • Wat is traditioneel taalonderwijs?
    lesgeven met een methode
  • Wat is geletterdheid?
    Onder geletterdheid verstaan we het vermogen om schriftelijke taal te begrijpen en te gebruiken.
  • De basiskennis wordt op elke pabo getoetst. Elke pabo heeft daarvoor zijn eigen manier. De basiskennis moet je beheersen om verder door te kunnen met de opleiding.

  • Jeugdliteratuur
    Belevend lezen, waarderend lezen, leesbevordering. Lezen waarbij literaire boeken/teksten centraal staan 
  • Traditionele grammatica 
    Zinnen ontleden in zinsdelen en de verschillende woorden kunnen benoemen
  • Spellen
    De meest voorkomende woorden correct kunnen schrijven en de belangrijkste spellingsregels kunnen toepassen 
  • Zelfhandhaving
    Beschermt zichzelf en verdedigt wat ze heeft 
  • Zelfsturing 
    Ze ordent met woorden haar handelen en kondigt haar plannen aan
  • Sturing van anderen
    Gedrag van een ander beinvloeden 
  • Structurering van een gesprek 
    Gebruik je taal om het gespreksverloop te beginvloeden
  • Sociale taalfuncties
    Zelfhandhaving, zelfsturing, sturing van anderen, structurering van het gesprek
  • Auditieve analyse
    Opsplitsen van een woord in losse klanken ( R-AA-M) 
  • Auditieve synthese
    Het samenvoegen van klanken
  • Auditieve discriminatie
    Het verschil kunnen horen tussen klanken
  • Mondelinge taalvaardigheid
    Spreken, luisteren, voeren van allemaal gespreksvormen staan centraal
  • Woordenschat 
    Aanleren van de betekenis van nieuwe woorden, uitdrukkingen, zegswijzen en spreekwoorden 
  • Geletterdheid: 
    Vermogen om schriftelijke taal te begrijpen en te gebruiken 
  • Ontluikende geletterdheid 
    Ontwikkeling voorschoolse periode van 0-4 jaar
  • Beginnende geletterdheid
    Ontwikkeling groep 1 t/m 3 
  • Gevorderde geletterdheid
    Periode na groep 3
  • Aanvankelijk lezen
    Leren lezen in groep 3
  • Voorgezet leren
    Leesonderwijs na groep 3
  • Voortgezet technisch lezen
    Vlot en nauwkeurig kunnen leze n
  • Begrijpend lezen
    Het begrijpen van een tekst, achterhalen van de bedoeling 
  • Conceptualiserende (cognitief)  
    Gedachten ordenen, rapporteren, redeneren, projecteren 
  • Communicatief (sociaal)
    Zelfhandhaving, sturing van anderen, structurering van anderen, zelfsturing 
  • Expressieve 
    Poezie (songtekst), gevoelens uiten, experimenteren. 
  • Recursief systeem
    Het groter en altijd langer kunnen maken van zinnen 
  • Niveau's van de taal
    Morfologisch, syntactisch, semantisch, fonologisch, orthografisch, pragmatisch 
  • Creatieve constructie theorie
    Aangeboren taalmechanisme 
  • Behaviorisme 
    Imitatie 
  • Interactionele benadering 
    Taal leervermogen en taalaanbod van de omgeving en interactie tussen kind en andere moedertaal sprekers  
  • Brabbelen
    Klankgroepen produceren DADADA MAMAMA. Klanken zijn aangepast aan moedertaal
  • Twee en meerwoord-fase 
    Woorden combineren, 2 of meer woorden. Relaties aangeven. Bal daar 
  • Eenwoordfase
    Poes -> daar zit de poes. Vooral naar personen, dieren, voorwerpen, dingen. Eindfase: Eigenschap van een voorwerp, Kachel en zegt warm.
  • Telegramstijl fase
    Begin leren grammatica. Veel onderwerp en gezegde. Die hier, mama zitten. 
  • Vocaliseren
    Actief met de taal. Luisteren naar stem. Zelf klanken produceren. Oefent spraak mechanisme 
  • Vocaal spel 
    Experimenteren met voortbrengen van geluiden. Gevarieerde toonhoogte, luiheid en duur. Oefent in eerste instantie voor zichzelf. Interactie, reageren op elkaar 
  • Overgeneralisatie
    Taalregels ten onrechte toepassen (loopte, gevald, meegebrengt) Verleden tijd en voltooid deelwoord ontdekt 
  • Inhoudswoorden
    Duidelijk omschreven betekenis. Zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoegelijkenaamwoorden 
  • Functie woorden
    Worden die talige relatie weergeven. Want omdat, wie wat 
  • Impliciete feedback
    Zinnen van een kind verbeterd herhalen 
  • Neologismen
    Zelf woorden verzinnen (timmer) hamer (steeklepel) vork 
  • Schreien/huilen
    Door huilen een signaal afgeven (honger pijn) communicatie
  • De vroeglinguale periode 
    1-2,5 jaar. Brabbelen gaat over naar betekenisvol taalgebruik. Een woord zinnen, twee woord zinnen en meer woord zinnen 
  • De differentiatiefase 
    Nieuwe woordsoorten, woordenschat wordt groter. Taalontwikkeling op alle niveaus. Steeds meer volwassen lijken 
  • De prelinguale periode
    Eerste woordjes (voortalige periode) Geen taal (Geen systeem, regels, symbolen) Geen bedoelingen, onsamenhangende klanken 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

Welke onderverdeling van het taalonderwijs maakt  de Wet op Basisonderwijs?
38
Welke drie stadia van Geletterdheid zijn er?
37
Spellen
37
Zelfhandhaving
37
Page 1 of 150